G. Drios

52 Artikelen
4 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)

Toch nog een keer over Günter Grass

Het gedicht van Günter Grass heeft nogal voor opschudding gezorgd. In Nederland werd er al veel over bericht, ook meerdere malen hier op Sargasso, maar dat is nog niets vergeleken bij de discussie in Duitsland van de afgelopen weken. Het lijkt of iedereen het erover had. Zoveel aandacht voor een gedicht heb ik nog nooit eerder meegemaakt.

De reacties zijn, zoals bekend, meestal negatief omdat velen het gedicht als een uiting van antisemitisme zien. Misschien kan dat een beetje gerelativeerd worden omdat het ook vaak om partijpolitiek gaat. Grass is al heel lang lid van de sociaaldemocratische SPD en alleen daarom al zijn vele conservatieven, bijvoorbeeld christendemocraten, het niet met hem eens. Zo las ik dat een politicus van de christendemocratische CDU vond dat het bij Grass altijd mis gaat zodra hij zich met politiek gaat bemoeien. Dat hoeft dan echter nog niet te kloppen. Er zijn namelijk ook velen die denken dat het juist mis gaat als een christendemocraat zich met politiek gaat bemoeien. Maar dat is partijpolitiek. Ook Leon de Winter schreef zijn sinterklaasgedicht over zijn mening dat Grass als antisemiet de Joden van alles de schuld geeft voor “Die Welt”, een krant van de conservatieve Springer Verlag. “Haut dem Springer auf die Finger” heette het vroeger.

Uiteraard heeft Grass het helemaal niet over de Joden, maar over Israël en aangezien wapenhandel doorgaans een zaak van regeringen is ook niet eens over alle Israëli’s, maar alleen over hun huidige regering. Dus, hoezo antisemitisme? Nee,… ja,… maar toch… Misschien is dat niet genoeg. Frank Schirrmacher, de chef van de “Frankfurter Allemeine Zeitung” (een beetje conservatief misschien, maar in ieder geval geen Springer Verlag) ziet ook nog een gedicht achter het gedicht en daar blijken dan volgens hem weer heel andere dingen uit. Grass schrijft alsof hij een verzetsstrijder zou zijn, die waarschuwt voor het dreigende grote gevaar, hoewel hij dat vanwege zijn afkomst eigenlijk niet mag zeggen. Dus, Grass als de onderdrukte Duitser en Israël of zelfs de Joden als het grote gevaar?

“Rousseau en ik” van Maarten Doorman

Naar aanleiding van de driehonderdste verjaardag van Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) is onlangs het boek ‘Rousseau en ik – Over de erfzonde van de authenticiteit’ van Maarten Doorman verschenen over de betekenis die deze filosoof nu nog steeds heeft in het leven van ons allemaal. Die is niet gering. Rousseau bracht namelijk het verlangen naar authenticiteit en echtheid onder onze aandacht en dat is er nog steeds volop aanwezig, misschien zelfs meer dan ooit.

Rousseau ervaart de door talloze regels en voorschriften beheerste samenleving in het Frankrijk van de 18de eeuw als gecorrumpeerd en verstikkend en gaat naar authenticiteit en echtheid verlangen die hij in de natuur en in het eenvoudige leven op het platteland denkt te vinden. Een echtheid die ook kinderen nog hebben voordat zij die door hun opvoeding kwijtraken. Rousseau schrijft ook over opvoeding. Hij ziet er het nut niet van in dat schoolkinderen bijvoorbeeld geografie uit boeken moeten leren. Veel beter is dat zij een echte belangstelling voor geografie ontwikkelen door bijvoorbeeld zelf de weg terug naar het dorp te moeten vinden nadat zij in het bos zijn verdwaald.

Mij persoonlijk lijken de ideeën over authenticiteit en echtheid op een Freiheit für Wilfried-achtige overweging waarin Rousseau zegt: “Het is van mij en daarom kan het niet slecht zijn”. Daarom rijst voor mij ook de vraag of het vervolgens niet allemaal mis gaat en inderdaad, dat doet het ook. Vaak genoeg leidt het streven naar authenticiteit en echtheid naar precies het tegendeel daarvan. Doorman wordt niet moe talrijke van dergelijke paradoxen aan te halen. Het begint al bij Rousseau zelf die door zijn werk succes verwerft in de door hemzelf als zo verstikkend ervaren samenleving. Zelfs Marie-Antoinette had er oren naar. Teneinde ook een keer in het genot van het authentieke landleven te komen liet zij in Versailles een boerderij opzetten, maar dan wel met salons, een klavecimbel en met geparfumeerde schapen. Dergelijke kunstmatige constructies kennen wij tegenwoordig nog steeds. Tegenwoordig leidt ons verlangen naar de natuur en het eenvoudige leven op het platteland naar zorgvuldig in scène gezette televisieprogramma’s als Boer zoekt vrouw.

Een gegeven paard

In de onlangs uitgezonden documentaire “Een handige dromer” heeft A.L. Snijders het over het schrijven. Tijdens het schrijven, zegt hij, mag hij van zichzelf niet aan zijn lezers denken. Ik begrijp dat wel.

In mijn interpretatie gaat het over de wenselijke afwezigheid van commercie en eigenlijk ook populisme. Als Snijders altijd rekening houdt met wat de lezers willen, is hij in het ergste geval puur commercieel bezig en dat is dan niet meer interessant. Dan schrijft hij alleen nog maar rommel. Door zijn opmerking schuift hij commercie en populisme meteen aan de kant en dat vind ik ronduit goed.

Het is echter ook mogelijk dat hij iets anders bedoelde. Misschien dat hij anders als leraar aan het werk zou gaan, want hij is vele jaren als leraar actief geweest. Hoe dan ook, erover nadenkende kan ik in dit verband ook vele overeenkomsten vinden tussen commercie en lesgeven. In beide gevallen heb ik in ieder geval de indruk dat het echte schrijverschap toch iets anders is.

Ik ken A.L. Snijders van een optreden een tijdje geleden op de Vorlesebühne in Utrecht. Wij hebben toen ook met elkaar gesproken. Ik weet niet of hij mij nog herinnert, maar ik herinner hem nog wel. Ik sta sindsdien ook op zijn e-maillijst. Naast het boeken en columns schrijven verstuurt hij namelijk ook regelmatig en helemaal gratis korte verhalen aan iedereen die op die lijst staat.

Paspoortzaken

Vandaag is het de 25ste keer dat jullie hier een stukje van mij kunnen lezen, naast twee eerdere bijdragen in de reeks van Kyra over kleine literaire musea. Voor deze gelegenheid nu een stuk van voor mijn Sargasso-tijd. Het gaat over een bezoek aan de Duitse ambassade in Amsterdam. Ook al leef ik al vele jaren in Nederland, zo heb ik toch nog steeds een Duits paspoort. Ik had ooit al een keer gekeken naar wat het zou kosten om Nederlander te worden, maar dat vond ik toen te duur.

Hoe dan ook, in verband met mijn paspoort moest ik afgelopen jaar een keer naar de Duitse ambassade en wat ik daar heb meegemaakt was nogal bizar, zo bizar dat het volgende Duitse woord met de figuurlijke betekenis van ‘een slechte zaak’ op deze instelling van toepassing is:

Saftladen

Mijn identiteitskaart was verlopen en zoals altijd kwam ik er op het meest ongunstige moment achter, want over drie weken zou ik met vakantie gaan en daarvoor had ik hem nodig. Wat te doen? Nou, verlengen natuurlijk. Maar zo makkelijk is dat niet, ik ben geen Nederlander. Het stadhuis dat mijn paspoortzaken in Duitsland regelt, ligt honderden kilometers hier vandaan en wie weet moet ik er twee keer heen of zo en dan zijn mijn vakantiedagen straks op nog voordat mijn echte vakantie is begonnen.

Foto: Eric Heupel (cc)

De dagelijkse Voetnoot van Arnon Grunberg

Arnon Grunberg heeft heel veel succes met zijn boeken en daarnaast ook met van alles en nog wat en het zij hem gegund. Ook al heeft hij enige tijd geleden in een reclamespotje meegespeeld. Ik vind dat zoiets toch altijd imagoschade oplevert, ook al was het maar een keer en slechts voor iets zo weinig verwerpelijks als de Telefoongids. Hoe ging het ook alweer? Grunberg houdt een lezing en een mooie jonge vrouw hangt aan zijn lippen terwijl hij alleen maar uit het bedrijvengedeelte van de Telefoongids voorleest. Uiteindelijk schijnt zij van verlangen te smelten als hij zegt: “Geen voorrijkosten”. Uiteraard leest hij alleen een simpele zakelijke mededeling voor, maar door de hele setting lijkt deze een heel andere betekenis te hebben.

Het viel mij een keer op dat hij daarnaast een zekere belangstelling voor algemeen economische theorieën heeft. Nu hij het door zijn succes naar ik aanneem altijd heel druk heeft, kan hij daar ongetwijfeld ook zijn voordeel mee doen of doet hij het zelfs al, want in die theorieën gaat het doorgaans om de efficiënte omgang met schaarste. Als rationele schrijver zou Grunberg gewoon prioriteiten moeten stellen en beginnen met het werk dat voor hem het meeste oplevert. Dat is dan in het eenvoudigste geval gewoon geld, maar dat hoeft niet, het kan ook zoiets abstracts als nut zijn. Op deze manier waarborgt hij in ieder geval dat hij altijd de voor hem meest nuttige dingen doet. Verder zou hij zijn nutsoptimum bereiken als het voor het laatste woord waar hij mee bezig is precies niet meer uitmaakt of hij het nog net wel of net niet meer opschrijft. Als dit punt eenmaal is bereikt, is hij gewoon klaar. Hij zit dan in zijn optimum. Hij heeft alles opgeschreven wat de moeite waard was en nog meer schrijven is de moeite niet meer waard.

In de praktijk zal het er ongetwijfeld niet van komen dat iemand bij elk woord deze afweging maakt, maar misschien wel bij elke bijkomende opdracht, bij elke bijkomende column bijvoorbeeld. Het kan aan mij liggen, maar bij Arnon Grunberg heb ik altijd het gevoel dat zijn in deze zin marginale column zijn dagelijkse Voetnoot op de voorpagina van de Volkskrant is. Als de dokter hem ooit zou aanraden het, om welke reden dan ook, iets rustiger aan te doen, zou de Voetnoot vermoedelijk het eerste zijn waarmee hij zou stoppen. Altijd denk ik dat deze column het laatste is wat hij er nog net even bij doet, als het maar niet te lang duurt, omdat er nog vele belangrijkere dingen op hem wachten. Misschien vertelde hij zoiets ooit in een interview en heb ik daarom altijd het gevoel dat hij zijn Voetnoten vaak op een luchthaven schrijft als hij even op een overstap moet wachten. Laptop op schoot, columnpje schrijven, verzenden en dan snel weer verder. Of dat hij ’s ochtends bij het ontbijt zit, krantje erbij, even een voetnootje schrijven en dan maar weer beginnen met het echte werk, een roman of zo.
Enkele voorbeelden:

Struisvogelpolitiek

Iets wat struisvogels nu echt nooit doen is de kop in het zand steken. Dat is een hardnekkig misverstand dat misschien is ontstaan omdat het een beetje zo lijkt als zij hun kop naar beneden doen. Hetzelfde misverstand leeft ook voort als het over de spreekwoordelijke struisvogelpolitiek gaat. Wie van struisvogelpolitiek wordt beschuldigd, steekt zijn hoofd in het zand of sluit de ogen voor het naderende gevaar hoewel dit heel dom is, zo is het algemene idee. Dom, laf of zelfs gevaarlijk.

Toch hoeft dat niet noodzakelijkerwijs zo te zijn. Struisvogelpolitiek kan ook een vorm van passief verzet en als zodanig zeer zinvol zijn. Het beste voorbeeld lijkt mij het recente interview van Rutger Castricum met Andreas Kinneging. Had Kinneging struisvogelpolitiek toegepast door gewoon de deur weer dicht of niet eens open te doen toen Castricum onverwacht aanbelde, was er helemaal niets aan de hand geweest. Geen sensatie voor Pow News, geen gedoe. Castricum had er hooguit over kunnen klagen dat Kinneging of Naema Tahir hem geen interview wilde geven, maar daar was hij verder ook niets mee opgeschoten omdat daar inmiddels niemand meer raar van opkijkt. Politici zouden om dezelfde reden eveneens kunnen stoppen met het geven van interviews aan Castricum. Dan had Tahir haar vermoedelijk onhaalbare voorstel over een verbod van Castricum in de wandelgangen van de Tweede Kamer niet eens te hoeven uitwerken en was alles nog veel makkelijker geweest.

De geboorte van Lady Gaga

Ooit was zij een volstrekt onbekende singer-songwriter, maar inmiddels is Lady Gaga uitgegroeid tot een wereldberoemde megaster. Hoe is het zover gekomen, waar komt het succes van Lady Gaga vandaan? Mijn zoektocht naar het antwoord op deze vraag bracht mij tot een uniek moment dat ik figuurlijk de geboorte van Lady Gaga wil noemen.

Het antwoord lijkt in eerste instantie heel makkelijk, het is gewoon haar commerciële ondersteuning. Die heeft Lady Gaga beroemd gemaakt. Zonder deze ondersteuning zou Lady Gaga nog steeds onbekend zijn, simpel. Alleen is dan de volgende vraag waarom bij haar wel is gelukt wat bijvoorbeeld de manager van Dries Roelvink nooit voor elkaar heeft gekregen. Ik moet dus verder doorvragen, ik moet vragen wat de commerciële aanpak rond het succes van Lady Gaga zo bijzonder maakt. Waarom lukt bij haar wel wat bij anderen nooit lukt?

De commerciële ondersteuning van Lady Gaga komt van een groep mensen die zich “Haus of Gaga” noemen. Let wel Haus, dus niet het Engelse house maar het Duitse Haus en dat geeft al een eerste aanwijzing waar ik verder moet zoeken. Het spoor leidt naar Duitsland. Ik vind bijvoorbeeld haar lied “Alejandro” eigenlijk ook iets Duits hebben. Ik weet niet, iets van Duitse schlager. Misschien een beetje in geactualiseerde vorm, maar toch.

Het politieke lied en de “Liedermacher”

Singer-songwriters zijn er tegenwoordig genoeg, maar eigenlijk zijn ze helemaal niet meer politiek. Het politieke lied wordt haast niet meer gezongen en dat is weleens anders geweest. Zo kende bijvoorbeeld Duitsland in de jaren ’60 tot ’80 van de vorige eeuw heel veel politieke singer-songwriters, of “Liedermacher” zoals zij zich noemden. De meest bekende Liedermacher in Nederland is geloof ik Reinhard Mey, die van het deuntje van Met het oog op morgen, maar hij was niet politiek, dat waren anderen.

Wolf Biermann bijvoorbeeld. Biermann volgde vermoedelijk het in die tijd frequent gehoorde advies “Als het je hier niet bevalt, donder toch op naar Oost-Duitsland” op, want hij ging uit idealistische motieven van West- naar Oost-Duitsland verhuizen. Toch had hij daar later ook kritiek op de politieke machthebbers en dat hebben ze hem niet in dank afgenomen. Toen hij 1976 voor een optreden in West-Duitsland was, kreeg hij te horen dat hij niet meer terug mocht komen naar Oost-Duitsland – “ausgebürgert”:

Later maakte hij in “Die Ballade von den verdorbenen Greisen” onmiskenbaar duidelijk hoe hij over de politieke machthebbers van Oost-Duitsland dacht nadat zijn aanvankelijke idealisme was verdwenen:

Hannes Wader was meer een hardliner. Tot 1991 was hij lid van de West-Duitse communistische partij DKP. In de tijd van generaal Jaruselski en Lech Walesa had hij het tijdens een concert over de hulp die nodig was voor de onderdrukte volkeren op aarde. Daarmee doelde hij natuurlijk vooral op landen in Zuid- en Midden-Amerika, maar een wijsneus uit het publiek riep: “En in Polen!” “Ja,” zei Hannes Wader, “ook in Polen heeft de partij nog veel te doen.” Hannes Wader heeft vele mooie liedjes gemaakt en op de gitaar kan hij best aardig tokkelen. De teksten zijn niet altijd politiek, soms zijn ze het gewoon helemaal niet, maar ik geloof dat bij Hannes Wader ook niet-politiek politiek is, tenminste is dat vroeger zo geweest. Een van zijn bekendste liedjes is het iets minder politiek lijkende “Heute hier, morgen dort”:

Joop en Jessica

Op dinsdag 14 februari 2012, gisteren dus, gaf het unieke Nederlandstalige zangduo  Joop Visser en Jessica van Noord een concert in theater de Veste in Delft. In het begin zeiden ze dat ze van plan zijn om al over een jaar of zo te stoppen met optreden, helaas. Hoogste tijd dus om er een keer over te berichten. Wie zelf ook een keer wil gaan kijken, kan dat nu nog doen, maar straks misschien niet meer.

Joop en Jessica speelden vele bekende liedjes en tussendoor hebben ze ook veel verteld. De liedjes zijn vaak minder dan drie minuten lang en gaan over uiteenlopende onderwerpen. De gitaarbegeleiding is summier, solo’s zijn er niet, het gaat alleen om de liedjes zelf, vooral ook om hun mooie taalgebruik, hun spot en hun humor. De humor blijkt daarbij overigens ook uit hun diverse Youtube-filmpjes. De opstelling in die filmpjes is altijd hetzelfde, beide zittend, Jessica links, Joop rechts, maar kleding en achtergrond variëren sterk en passen altijd heel goed bij het liedje. Een voorbeeld is een lied over een jonge vrouw en een jonge man die elkaar op de meubelboulevard ontmoeten, op de meubelboulevard “met gezellige muziek van Frans Bauer en Jan Shit die aan je oren plakt als vette vis aan je gebit”:

How to react to Geert Wilders and the PVV

The Dutch political party PVV of its leader Geert Wilders has recently caused a lot of angry reactions by opening a new website where people can anonymously complain against Middle- and East-Europeans  for causing trouble of any kind. Opening  this website is surely an act of discrimination and it is a shame that even a party which, in a way, is a member of the Dutch government engages in such activities. Since the Dutch already have gained some experience with this kind of misbehaviour of the PVV, it might be very useful to give some advice to people from abroad about how to react to it in an appropriate way.

As a starting point, it is a widespread misunderstanding that Geert Wilders is smart. The truth is that he is not. Why else would he let his party open a witch hunt like the one on Middle- and East-Europeans many years after everybody else finally decided to end such nonsense? This is not smart but stupid. The smartness of Geert Wilders is nothing more than a kind of commercial disguise. To say it in other words, Geert Wilders is only as smart as his dyed hair is blond. In earlier centuries, every village had its village idiot and nowadays, the PVV continues this tradition on a national level. The abbreviation PVV is therefore somewhat misleading, PVI would be more appropriate.

Speakers Academy

Straks is het weer zover en verschijnt de nieuwe catalogus van de Speakers Academy. De Speakers Academy is een agentschap voor allerlei min of meer bekende personen, die hun diensten aanbieden als spreker of presentator voor al uw congressen en andere bijeenkomsten, zeg maar voor al uw feesten en partijen. De catalogus moet weliswaar nog verschijnen, maar ik durf nu al een gok te wagen op wie er deze keer op de voorpagina zal staan: Eva Jinek. Ik geloof het echt, maar als het niet klopt, kunnen jullie mijn bewering in ieder geval weerleggen  en dat is ook al veel waard…

Verder zal er niet veel veranderen ten opzichte van het vorige jaar, maar wel een beetje. Sommige sprekers zullen niet meer terugkomen in de catalogus, want zij staan nu al niet meer op de website. Zo was er afgelopen jaar bijvoorbeeld een frisbeemanager: “Effective leadership is like throwing a frisbee: Set direction, toss and… let go!”. Maar intussen  is hij kennelijk uitgefrisbeed. Een beetje jammer vind ik ook dat de filosofisch- religieuze levensbeschouwer niet meer meedoet, want hij gebruikte in de laatste uitgave nog mijn favoriete citaat: “De 21ste eeuw zal mystiek zijn of niet”. Jammer, want dit liet toch in een oogopslag zien hoe weinig achter de flitsende buitenkant van de Speakers Academy eigenlijk schuilgaat. Veel verandert daardoor echter niet. Soms is het zelfs nog erger dan dit. Vele sprekers hebben niet eens zulke uitspraken te bieden, zij moeten het alleen met hun cv doen. Eerst heb ik daarmee heel veel succes gehad, dan daarmee en dan daarmee en nu ben ik hier en kan jij me huren.

Toerrie

Het was koopavond. Mijn wekelijkse wandeling door de binnenstad was al achter de rug en ik ging nu afsluiten met een patatje bij het kraampje in de winkelstraat. Toen ik er stond te eten begon een voorbijganger plotseling zonder duidelijke reden heel hard vreemde dingen te schreeuwen. Sommige klanten van de patatkraam reageerden verbaasd of geamuseerd, anderen werden kwaad. ”Neemt u hem niet kwalijk” zei ik “hij kan er niets aan doen, het is een ziekte. Ik ken hem. Hij is mijn buurman.”

De buurman naast me had de ziekte van De la Tourette. In het begin wist ik het nog niet en daarom was het best een beetje vreemd. Steeds weer hoorde ik ineens zijn harde geschreeuw. Ik vroeg mij toen af wat er toch aan de hand was en of ik misschien de politie moest bellen. De bovenbuurman zei echter dat dit niet hoefde. Hij kende het al en wist al dat het verder niets te betekenen heeft. Het was alleen een beetje storend, vooral midden in de nacht. Toerrie noemde hij hem.

Eerst interesseerde ik me zeer voor wat Toerrie zoal schreeuwde, want ik had het idee dat ik daar nog wat van kon leren. Was het niet het onbewuste in Toerrie dat in hem als gevolg van zijn ziekte ongecontroleerd omhoogborrelde, het onbewuste, wat ook ik in me heb, maar waar ik verder niets van weet? Misschien kon ik dus door naar Toerrie te luisteren ook iets over mezelf leren? Het zou best kunnen dat dat bij anderen met deze ziekte ook inderdaad zo is, maar mensen die deze ziekte hebben zijn niet allemaal hetzelfde en in het specifieke geval van Toerrie viel dat wel tegen. Wat Toerrie verder uitmaakte was namelijk een zekere oppervlakkigheid en dat bleek ook uit wat hij zo de hele tijd aan het schreeuwen was. Al gauw ging het me vervelen. Als dat alles is, dacht ik, kan ik er niets mee.

Vorige Volgende