Een gegeven paard

In de onlangs uitgezonden documentaire “Een handige dromer” heeft A.L. Snijders het over het schrijven. Tijdens het schrijven, zegt hij, mag hij van zichzelf niet aan zijn lezers denken. Ik begrijp dat wel.

In mijn interpretatie gaat het over de wenselijke afwezigheid van commercie en eigenlijk ook populisme. Als Snijders altijd rekening houdt met wat de lezers willen, is hij in het ergste geval puur commercieel bezig en dat is dan niet meer interessant. Dan schrijft hij alleen nog maar rommel. Door zijn opmerking schuift hij commercie en populisme meteen aan de kant en dat vind ik ronduit goed.

Het is echter ook mogelijk dat hij iets anders bedoelde. Misschien dat hij anders als leraar aan het werk zou gaan, want hij is vele jaren als leraar actief geweest. Hoe dan ook, erover nadenkende kan ik in dit verband ook vele overeenkomsten vinden tussen commercie en lesgeven. In beide gevallen heb ik in ieder geval de indruk dat het echte schrijverschap toch iets anders is.

Ik ken A.L. Snijders van een optreden een tijdje geleden op de Vorlesebühne in Utrecht. Wij hebben toen ook met elkaar gesproken. Ik weet niet of hij mij nog herinnert, maar ik herinner hem nog wel. Ik sta sindsdien ook op zijn e-maillijst. Naast het boeken en columns schrijven verstuurt hij namelijk ook regelmatig en helemaal gratis korte verhalen aan iedereen die op die lijst staat.

Zou hij zin hebben om ook Sargasso op zijn e-maillijst te zetten? Ik twijfel omdat de vele te verwachten reacties het voor hem extra moeilijk zouden kunnen maken om tijdens het schrijven niet aan zijn lezers te denken. Ik kan me voorstellen dat hij er daarom helemaal geen zin in heeft. Aan de andere kant kan ik me ook voorstellen dat zijn ervaring als leraar hem ook kan helpen om met de reacties van de lezers om te gaan, want soms lijkt het wel een beetje op voor de klas staan.

Als ik het nu over de lezers heb is verder enige voorzichtigheid geboden, want jullie, geachte lezers, zijn geen homogene groep. De een is de ander niet. Zo vanzelfsprekend als dit mag klinken, zo belangrijk is het toch om hier te vermelden. Allereerst zijn de meeste lezers geen reageerders. De meesten reageren helemaal niet. Sargasso kent een grote ‘zwijgende meerderheid’, mensen die kennelijk niet de behoefte hebben om te reageren. Daar heb ik veel begrip voor, alleen al omdat ik zelf de behoefte vaak ook niet heb. Overigens kan ik me eigenlijk niet voorstellen dat de reageerders ook representatief zijn voor de niet-reageerders. De reageerders zijn geen belangenorganisatie van de overige lezers en de keuze wie reageert en wie niet is volgens mij niet puur toevallig in statistische zin.

An de andere kant, geen weblog zonder reageerders. Als ik uit eigen ervaring spreek, zijn de reacties vaak genoeg een verrijking van het stuk zelf en zulke reacties stel ik zeer op prijs. Dat hoeven dan ook niet altijd alleen positieve reacties te zijn, negatief mag natuurlijk ook, als het maar ergens op slaat. Positief hoeft sowieso niet altijd positief te zijn en negatief niet altijd negatief. Dat is soms moeilijk te beoordelen. Als een reactie bijvoorbeeld tongue in cheek is, is dat moeilijk te herkennen omdat het gezicht van de reageerder niet zichtbaar is. Of als iemand bijvoorbeeld Scientology bekritiseert en daarvoor door iemand anders wordt bedreigd, komt de bedreiger misschien van Scientology zelf en laat dat zien dat de kritiek juist helemaal terecht is. Op die manier kan dus juist een heel negatieve reactie aantonen dat iemand op de goede weg is.

Een enkele keer lijken reacties ook vreemd, maar blijken dat na navraag helemaal niet te zijn. Het is dan gewoon een kwestie van de goede vraag stellen.

Soms vind ik reacties ook ronduit vervelend. Dat gebeurt ook zo nu en dan. Uiteraard, wie stukken op een weblog zet, moet daar tegen kunnen. Maar wie er reacties op zet dan graag ook.

Ik werd een keer bekritiseerd voor mijn tekortschietende kennis van reclamespotjes. Nou werkelijk. Als dat voor het bijhorende verhaal nog van enig belang zou zijn geweest, vooruit, maar dat was het niet. Voor dergelijke kennistekorten hoeft niemand zich te schamen. In tegendeel, zij zijn iets om trots op te zijn. Maar ja, wat mij in dat geval vooral ergert is mijn eigen reactie daarop, want ik ging het artikel corrigeren. Dat gebeurt me geen tweede keer.

Ik zal verder niet alle ergernissen noemen. Alleen nog de volgende: Een reageerder noemt een stuk van mij “gezever” en geeft daar een aantal redenen voor die allemaal aantoonbaar onjuist zijn, dat blijkt uit een vergelijking met de tekst zelf. Dat vind ik dus een door en door overbodige reactie. Als ik het daarvoor moet doen, hoeft het voor mij niet. Ik hoef mijn geld er niet mee te verdienen, ik schrijf de stukken helemaal gratis. Voor mij hoeft deze reageerder mijn stuk ook niet te lezen en gezien zijn reactie heeft hij dat ook niet gedaan. Waarom dan reageren? Het is me wat.

Zo kom ik dan op het voor een weblog misschien wat vreemd lijkende idee: Zou het niet zinvol zijn om in sommige uitzonderingsgevallen voor een bepaald soort stukken en alleen op verzoek van de auteur de mogelijkheid om te reageren uit te zetten? Gewoon omdat het op deze manier soms makkelijker wordt om tijdens het schrijven niet aan de lezers te denken.

Foto: US Army via Wikipedia

  1. 2

    Waarom zou je je eigenlijk ergeren aan overduidelijk domme of ongefundeerde reacties? En is zo’n reactie dan geen uitnodiging voor een spitsvondige tegenreactie?

  2. 3

    Toen ik actief werd voor Sargasso werd mij ook gevraagd voor welke lezer ik schreef. Mijn antwoord was dat ik er geen notie van had.
    Eigenlijk is dat nog zo. ik ken inmiddels een aantal reageerders wel. Sommigen zijn mij dierbaar, zoals Harm, mopperkont op afstand. Maar of ze representatief zijn? Ik heb mijn twijfels.
    Ik probeer zo helder mogelijk op te schrijven wat ik denk of beleef: als dat over hoofden heen gaat, of onder het ingezette intellect is, verwacht ik dat wel te merken. Tot dusver is mij daarover wel bericht.

  3. 4

    Vroeger kreeg een wannabe scribent als Drios een uitkering of hij/zij studeerde en zond brieven naar respectabele kranten. Deze archiveerden ze in de prullenbak.
    Tegenwoordig publiceert zo iemand stukjes op een weblog en richt zich tot schrijvers die wel lezers hebben, zoals laatst tot Grunberg en nu tot A.L. Snijders.

  4. 6

    Dus reacties altijd blijven toestaan? Ik bedoelde de geen reactie-optie overigens niet zozeer voor mezelf, ik zou er doorgaans geen gebruik van maken. Op het moment dat ik dit schrijf heb ik vijf reacties gelezen, waarvan ik toch zeker vier zeer waardeer en niet zou willen missen.