David

6 Artikelen
4 Waanlinks
20 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Eric Heupel (cc)

Amerikaanse verkiezingen van uur tot uur

Amerikaanse vlag (Foto: Arnoud Boer)

Ben u zo’n type dat op 4 november vanaf middernacht achter de TV kruipt om van uur tot uur de uitslagen uit Amerika te volgen? Of doet u het liever vanachter de PC? Dan heeft u aan keuze hoe of waar u dat wilt doen geen gebrek. Alle TV-zenders hebben hun eigen Amerikanacht en elke betrokken website doet waarschijnlijk per minuut verslag. De vraag is alleen: weet u waar u op moet letten? GC maakt het u makkelijk met de 4 November Spiekbrief.

Download hem hier in PDF-formaat. Bij dubbelzijdig afdrukken heeft u straks op 4 november aan één A4tje genoeg om vrienden en bekenden te verassen met uitspraken als “West Virginia to close to call? Dat is écht slecht nieuws voor McCain”, “Als Obama Indiana weet binnen te slepen is het eigenlijk al een bekeken zaak” of “Wist je dat Bush vier jaar geleden Colorado nog met 5% verschil binnensleepte?” Ik bedoel maar.

De Staten zijn geordend op volgorde van tijdstip van het sluiten van de stembus. Niet in alle staten sluit de stembus overal op hetzelfde moment. In dat geval is er – op basis van deze website – gekozen voor de het tijdstip dat vermoedelijk de exitpolls bekend worden gemaakt. Voor de achtergrond is natuurlijk dankbaar gebruik gemaakt van Electoral-Vote.com en RealClearPolitics. We proberen de Spiekbrief ook nog PDA-vriendelijk online te zetten, zodat u tussen het twitteren door even snel kunt kijken wat er staat te gebeuren. Mocht de wereld er ontzettend anders uitzien morgen dan maken we natuurlijk een update.

Foto: Eric Heupel (cc)

VS: Moddergooien kost verkiezingen?

Behalve de president valt er straks op vier november nog véél meer te kiezen voor de Amerikanen. Afgevaardigden, senatoren, volksvertegenwoordigers op staats- en lokaal niveau. Te veel om op te noemen. En net zoals in sommige staten al lang van te voren vaststaat naar welke presidentskandidaat de kiesmannen gaan, is het in veel andere verkiezingen vaak vooraf een bekeken zaak. Districten zijn soms zo ingedeeld dat de uitslag vooraf al vast staat. Of dat voor Minnesota’s zesde district ook op gaat weet ik niet, maar van Michele Bachmann werd als republikeinse kandidaat verwacht dat ze het op haar sloffen zou gaan redden. Toen kwam er een interview op ‘national television’.



Stoer hoor. Bachmann moet hebben gedacht: wat Palin kan, dat kan ik ook. Dus wreef ze Obama maar een beetje aan dat hij anti-Amerikaans is. Of toch tenminste onamerikaans. En iets met terroristen natuurlijk. En dat zou allemaal maar eens goed onderzocht moeten worden, want misschien dat er nog wel meer van dat soort types in de Senaat of het Huis van Afgevaardigden rondliepen. Daar was niet iedereen het mee eens, om het maar zachtjes uit te drukken. Katrina Vanden Heuvel legde
Foto: Eric Heupel (cc)

Aandelen voor Obama

Krioelende beursvloer (Foto: Flickr/bbcworldservice)

Handel is handel. Of het nu virtueel is of niet. Ook in politiek kun je handelen natuurlijk. In Nederland kennen we BinnenhofSX (gratis) en PAM (betalen), in Amerika is er een veelvoud aan politieke aandelenmarkten. Een gerenommeerde en vaak geciteerde markt is Intrade, waar je overigens wel echt geld instopt. Naast veel opiniepeiling en een beetje fingerspitzengefühl is het ook aardig om de markten in de gaten te houden. Wie wordt volgens de (ver)kopers op Intrade de nieuwe president?

Niet verassend: ook zij tippen Obama. En niet zo zuinig ook: het aandeel ‘Obama wint’ staat op 84.0, wat correspondeert met een geschatte kans die even zo groot is. Behalve op de presidentsverkiezingen kun je ook handelen in aandelen in specifieke races voor de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. Je kunt ook per staat handelen in de verwachte uitkomst. Dat is een interessante markt, omdat het in de VS natuurlijk gaat om de kiesmannen die per staat – winner takes all – worden toegewezen. Ik heb er maar even een grafiekje van gemaakt:



Hierboven zie je de verdeling van de kiesmannen aan de hand van de markt op Intrade. Meest rechts zie je in rood en blauw eigenlijk het absolute minimum dat Obama en McCain zouden moeten kunnen halen. Dit zijn de staten waar een van de kandidaten een kans van 90% of meer wordt toegedicht om te winnen. Meest links zie je de verdeling als je de cijfers op Intrade als verkiezingsuitslagen zou beschouwen. Ook op deze manier lijkt Obama fors te gaan winnen. Als je de lat iets lager legt – dus als de markt Obama 80% of meer kans geeft een staat te winnen, dan haalt hij met gemak de kiesdrempel van 270 kiesmannen. Als je streng wilt blijven en de lat op 90% legt, dan is het vrij ondenkbaar dat Obama van de 220 kiesmannen die dan onbeslist zijn er minder dan een kwart zou weten te winnen.

Foto: Eric Heupel (cc)

Liever geen neger?

Foto: Flickr/TIO...

Je zou het in het geweld van al het positieve nieuws bijna vergeten, maar Obama is echt wat je noemt een ‘African American’. Daarvan is naast zijn huidskleur geloof ik niet zo heel veel te merken, maar voor sommige mensen is zo’n donkere tint eigenlijk al te veel van het goede. De vraag die opiniepeilers en andere politieke betrokkenen dan bezig houdt: zeggen die mensen dat ook eerlijk? Volgens sommigen niet, en dat noemen we dan het Bradley-effect. In het kort: wel tegen een opiniepeiler zeggen dat je op de zwarte kandidaat stemt, maar in het stemhokje stiekem op de blanke kandidaat stemmen. Geldt dat nu voor Obama ook?

Eerst maar eens even naar de naamgever van het effect: Tom Bradley. Hij verloor in 1982 de verkiezingen voor het gouverneurschap van Californië, terwijl hij in de peilingen de hele tijd voor had gestaan. Dat moest wel aan zijn huidskleur liggen, vond tenminste één onderzoeker, en het Bradley-effect was geboren. Elke zwarte kandidaat die het daarna op de verkiezingsdag slechter deed dan in de peilingen kreeg het Bradley-effect aangesmeerd. Dat is alleen al merkwaardig omdat het heel normaal is dat op de verkiezingsdag nog verschuivingen plaatsvinden, of een bepaalde trend wordt versterkt. Achteraf gezien is het ook merkwaardig omdat het gewoon niet waar was. Zegt tenminste de man die in 1982 de peilingen verzorgde voor de tegenstander van Bradley. Volgens hem was het gat tussen de twee op de dag voor de verkiezingen tot 1% geslonken. Tel daar nog bij op dat Bradley het wapenbezit wilde reguleren en de Republikeinen hun briefstemmers met succes aan het stemmen hadden gekregen en de conclusie moet eigenlijk zijn dat Bradley´s nederlaag hoogstwaarschijnlijk niet aan zijn huidskleur heeft gelegen.

Foto: Eric Heupel (cc)

The ‘L’ word

Amerikaanse vlag 2008 (Foto: Arnoud Boer)

Slechts een paar weken geleden was het nog spannend. McCain en Obama leken elkaar in evenwicht te houden. En in de wetenschap dat Bush de laatste keer nek-aan-nek ging met Kerry, was het helemaal niet zo gek om te denken dat ook deze keer de Amerikanen geen experimenten wilden, en liever op ‘oud en vertrouwd’ zouden stemmen. Toen begonnen de koersen te dansen en stond de economie prominent op de agenda. Bekijk deze resultaten van een poll in opdracht van de Washington Post en ABC News eens. Hier in PDF-formaat met leuke grafieken. In het kort: Obama staat landelijk 10% voor op McCain. Dat is ongehoord. 90% van de ondervraagden denkt dat Amerika als geheel op het verkeerde pad zit. Dat percentage is nog nooit zo hoog geweest. Dat is maar één poll natuurlijk, en hoewel Gallup ook een verschil van 10% meet zijn er andere polls die wat minder enthousiast zijn. De trend mag echter duidelijk zijn.

De vraag lijkt steeds minder te worden: gaat Obama winnen? De vraag lijkt eerder te zijn: hoe groot wordt de overwinning? Of in het Engels: wordt het een landslide victory? Wie denkt dat schrijver dezes als overtuigd lid van de Linkse Kerk én schrijvend op een zuurlinks weblog veel te vroeg juicht verwijs ik naar een recente poll in North Dakota. Inderdaad, North Dakota. Daar waar Bush vier jaar geleden met 30% van Kerry won. En 8 jaar geleden met 28% van Gore. Daar leidt Obama in de laatste peiling met 45% tegen 43% voor McCain. Ook hier geldt: dat is maar één staat natuurlijk. Maar kijk eens naar dit overzichtje. De 9 (!) staten boven aan het rijtje – samen goed voor 116 kiesmannen – zijn staten die zowel in 2000 als 2004 naar Bush ‘gingen’. Op 2 staten na gaat Obama daar nu aan de leiding.

Foto: Eric Heupel (cc)

Leon de Winter: klassieke propagandist

Leon de Winter schrijft sinds enkele weken voor Elsevier over de Amerikaanse verkiezingen. Hij zet in die columns de lijn door die hij eerder had: ongenuanceerd, eenzijdig en geborneerd. Nu heb ik mijn abonnement op Elsevier al opgezegd, anders had ik het met liefde nog een keer gedaan. In de laatste column van De Winter gaat hij in op de hypotheekcrisis. In wat op het oog een op stevig spitwerk gestoelde, goed-gedocumenteerde column lijkt blijkt gewoon een woordelijk verslag van dit filmpje:



De Democraten krijgen in dit filmpje de schuld van alle problemen die er nu zijn. De Winter schrijft het bijna letterlijk over in zijn column, en doet alsof hij het zelf heeft uitgezocht en bedacht. Het filmpje is van de NRCC, een organisatie die louter als doel heeft het aantal Republikeinen in het Amerikaanse Congress zo groot mogelijk te laten zijn. Een prima doel, dat natuurlijk door alle politieke partijen wordt nagestreefd. Maar om de propaganda van zo’n club nu als absolute waarheid te presenteren en de eigenlijke bron te maskeren? Onsmakelijk, ongepast en onprofessioneel. Net zo onprofessioneel als louter aandacht aan Obama geven – een veelgehoorde klacht in Elsevierkringen.

Overigens hadden de Republikeinen van 2003 tot 2007 een meerderheid in zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat. En ze leverden de president natuurlijk. Ondergraaft toch een beetje de verbolgen toon van het filmpje, en dus ook van De Winter’s column. De Winter maakt het allemaal niet uit. Hij zit zich achter zijn computertje druk te maken over de toestand in de – in zijn ogen veel te linkse en islamitische – wereld en klikt met anderhalve website een column bij elkaar. Jammer dat De Winter niet een paar keer heeft doorgeklikt, maar is gestopt met nadenken na het zien van een propagandafilmpje.