Angst en hoop in de mediacratie

OPINIE - Onlangs zag ik een interview met Angela Merkel op de Duitse televisie. Ze werd uitgebreid ondervraagd over de vluchtelingenproblematiek. De Duitsers nemen er de tijd voor. Zo’n interview kan gauw een half uur duren. Maar de interviewster had wel veel hinderlijk eenzijdige vragen. Ze gingen uitsluitend over de toekomst die we nog niet kennen. Hoeveel vluchtelingen kan Duitsland nog opnemen? Hoeveel steun verwacht u te houden bij de volgende verkiezingen? Wat gaat u doen als u minder steun krijgt? Wat gaat u doen als de oppositie in uw eigen partij toeneemt? Wat doet u als u alleen komt te staan in Europa? Enzovoort. Merkel werd voortdurend uitgedaagd te speculeren. Ze slaagde er met een bewonderenswaardige variatie in woordkeuze in deze uitdaging te omzeilen. Maar ik vond het tenenkrommend. Wat schiet de burger op met een politicus in de rol van orakel?

Ineens hoorde ik het overal in de media. Op radio 1, bij Nieuwsuur, in alle media is die voortdurende aandrang te horen van presentatoren en reporters om te speculeren. Waar gaat dit heen? Wat zal hij doen? Wat verwacht jij? Wanneer is dit afgelopen? Wie gaat er winnen? Hoe gaat dit verder? Het lijkt er op alsof we alleen nog maar vooruit mogen kijken. Aan de hand van de glazen bol van de ‘duidende’ journalist. De nieuwsmedia leveren als het om politiek gaat steeds minder informatie en worden steeds meer producenten van verwachtingen.

Ooit ging het nieuws uitsluitend over dingen die gebeurd zijn. Een verslaggever vertelde wat hij zag of had gezien. Nu komen we dit alleen nog tegen in de sport. Krijgen we ooit nog wel eens een verslag van een Tweede Kamerzitting zoals we dat van een voetbalwedstrijd kunnen horen of zien? Wordt aan een Kamerlid wel eens de vraag gesteld: wat heeft u vandaag gedaan? Was u voor of tegen? En waarom? Toch niet onbelangrijk voor de media in een democratie om de kiezers daarover te informeren, zou ik zeggen.

Maar al sinds Ferry Mingelen krijgen we uit Den Haag vooral veel speculatie over wat er zou kunnen gebeuren. Gelardeerd met wat snelle shots uit de vergaderzaal. Zelfs een samenvatting van wat er daar gebeurd is, zoals Studio Sport die geeft van het Eredivisievoetbal, wordt ons niet gegund. Het gevolg is een totaal vertekend beeld van de politiek. Een politicus is iemand die er voortdurend om heen draait, en die, op enkele uitzonderingen na, niet erg vaardig is om op onzinnige speculatieve vragen toch nog een mooi en zinnig antwoord te geven. Geen wonder dat mensen zich bekeren tot de directe retoriek en de oneliners van Wilders of Trump.

Hoe is het zover gekomen? Femke Halsema wijst in haar politieke memoires op de kwaliteit van de journalistiek. “Overleven in een mediacratie” heet de voorpublicatie van haar boek bij De Correspondent.  Journalisten krijgen steeds minder tijd om zaken echt tot de bodem uit te zoeken. Er lopen volgens Halsema op het Binnenhof geen mensen meer die op bepaalde onderwerpsgebieden minstens zoveel, maar liever nog meer weten dan het doorsnee-Kamerlid. Wat vroeger gewoon journalistiek was heet nu ‘onderzoeksjournaliek’. Het resultaat daarvan wordt weggestopt in programma’s op incourante tijdstippen of op door kleine aantallen hoger opgeleiden bezochte websites. De doorsnee-journalisten kunnen nu thuis komen met een paar quotes, als die tenminste smeuïg genoeg zijn. En verder produceren zij bakken min of meer gratuite en speculatieve ‘duiding’. Ik blader de krant steeds sneller door.

In de ‘mediacratie’ is feitelijk nieuws over wat er gebeurt in de wereld grotendeels vervangen door ‘duiding’ met veel speculatie over de toekomst. Bij voorkeur ook nog met een beroep op de emoties, spanning, angst en hoop, want dat bindt de mensen aan de buis en zorgt voor goede kijkcijfers. Binding is buitengewoon belangrijk. Het is inmiddels een gewoonte om een flink deel van de zendtijd te besteden aan aankondigingen van wat nog gaat komen. De kijker, luisteraar moet er bij blijven – en wel op dit net! Op de eerste plaats om de reclameboodschappen niet te missen. Dergelijke aankondigingen staan model voor de presentatie van het nieuws waarin vooral gesproken wordt over wat er komen gaat (en wat wij voor u zullen uitzenden als u blijft kijken of luisteren!). In combinatie met de eis aan elke programmamaker om een beroep te doen op emoties van de kijkers en luisteraars verandert het nieuws op deze manier van een feitelijk verslag van wat er gebeurd is in een angst, hoop, ontspanning of juist spanning oproepende speculatie over wat we nog mogen verwachten.

Deze mediapraktijk heeft een lange geschiedenis. Neil Postman schreef er al over in de jaren tachtig, toen het in Nederland allemaal nog niet zo zichtbaar was. Inmiddels is de praktijk volledig ingeburgerd, algemeen aanvaard en onzichtbaar. Ik zie het niet zozeer als een gevolg van de dalende kwaliteit van de journalistiek of gebrek aan middelen. Het gaat dieper. De commerciële massamedia zijn op de eerste plaats machines voor manipulatie van gevoelens van consumenten. De communicatiepatronen die daarbij passen domineren de totale mediapraktijk, ook waar niet de consument maar de burger wordt aangesproken. En zo doet de ‘mediacratie’ afbreuk aan de democratie. De belofte van de massamedia was ooit dat ze zouden zorgen voor beter geïnformeerde burgers. De huidige praktijk is er verder dan ooit van verwijderd.