Afschrijvingen | De uitleeneconomie

COLUMN - De booming economie van het uitlenen heeft de toekomst. Hoop ik.

Vorige week besteedde het toonaangevende blad The Economist uitgebreid aandacht aan de ‘Sharing Economy’, de uitleeneconomie: gewone stervelingen die slaapplekken, auto’s, boten, gereedschap, surfplanken, wasmachines, stukjes land, hondenhokken, parkeerplaatsen, en zelfs geld aan elkaar uitlenen. Het internet heeft de transactiekosten van het ruilen dermate verlaagd dat de peer-to-peer huurmarkt opeens is gaan boomen, van Airbnb tot Buzzcar, van Snapgoods tot Spullendelen. Volgens Rachel Botsman, die hier de term ‘collaborative consumption’ voor bedacht, is deze huurmarkt 26 miljard dollar waard, en dat is dan nog een conservatieve inschatting, ook omdat er tal van initiatieven zijn waar geen geld mee gemoeid is.

De opkomst van de uitleeneconomie past naadloos in grotere trends: het afbrokkelen van het concept ‘eigendom’, de verlegde focus van ‘output’ naar ‘outcome’ en de-materialisering van onze economie – om maar even wat dure woorden te gebruiken.

De uitleeneconomie is zo logisch. Een auto staat toch 23 uur per dag niets te doen, en een gemiddelde boormachine doet in zijn hele leven slechts 12 minuten dienst. Waarom niet gewoon verhuren? Het levert de eigenaar geld op, de huurder spaart geld en formulierstress uit ten opzichte van traditionele verhuurders (laat staan ten opzichte van een aankoop), het milieu wordt gespaard, en in sommige gevallen ontmoet je nog eens iemand.

Natuurlijk zijn er obstakels. Wie is wanneer waar voor aansprakelijk bij het verhuren van een auto of kamer? Hoe zit het met de belasting? Hoe weet ik of anonieme online deelnemers te vertrouwen zijn? Maar niks onoverkomelijks. Wat betreft het laatste: 99% van de deals op Airbnb schijnt goed te gaan. Ervaringen worden gedeeld en deelnemers hebben belang bij een goede online reputatie.

De uitleeneconomie staat niet op zichzelf: de op individueel eigendom gebaseerde economie is aan het schuiven. Het gebruik van de zaak is de bron van het vermaak, om een oud gezegde te verhaspelen. Je ziet het in traditionele industrieën: het gaat consumenten niet om spullen bezitten, maar om de behoefte die spullen bevredigen. Je wilt geen boor, maar een gaatje in je muur, geen auto maar mobiliteit. Producenten die mobiliteit in plaats van auto’s leveren, verlichting in plaats van lampen of verwarming in plaats van gas, hebben de toekomst. Het gaat niet meer om ‘output’, om  zoveel mogelijk producten te slijten, maar om ‘outcome’, om zoveel mogelijk behoeftes bevredigen en oplossingen bieden.

PvdA-Europarlementariër Judith Merkies bracht onlangs een boekje uit, The Lease Society, waarin ze deze ontwikkelingen koppelt aan de grondstoffenschaarste. Hoe duurder en ontoegankelijker grondstoffen en afvalverwerking worden, hoe goedkoper en stabieler het lease-bedrijfsmodel wordt. Je hebt er als producent immers belang bij dat je product zo lang mogelijk meegaat. Wie The Light Bulb Conspiracy heeft gezien, weet dat dat bij sommige bedrijven even wennen wordt.

Het klinkt zo mooi, een ‘asset-light lifestyle’, maar dan moeten we wel aan de bak: deelnemen aan de ruilsites of er een beginnen, maar ook stemmen op politici die ons belastingsysteem kunnen aanpassen aan de uitleeneconomie. De belasting op toegevoegde waarde (BTW) moet vervangen worden door een belasting op onttrokken waarde, zoals Merkies voorstelt. Maar eigenlijk zouden alle inkomsten uit het uitlenen van ongebruikte spullen onbelast moeten blijven.

  1. 1

    “de uitleeneconomie past in de de-materialisering van onze economie .. het milieu wordt gespaard .. hoe duurder en ontoegankelijker grondstoffen en afvalverwerking, hoe goedkoper en stabieler het lease-bedrijfsmodel”
    Het leenmodel voor een zonnige toekomst?

    Leenauto’s bestaan al lang, zoals met autodelen of de lease auto. De lease auto leidt tot meer gebruik met nieuwere auto’s. Autodelen vermindert juist het autogebruik. Je gebruik de auto pas als je deze echt nodig hebt.

    Of uitlenen tot een beter milieu leidt is dus afhankelijk van de opzet en voorwaarden. De levensduur is niet noodzakelijk langer, dat kan ook anders geregeld worden, zo ook de afvalverwerking en de terugwinning van grondstoffen.

  2. 4

    @3: de uitleeneconomie is natuurlijk wel uiterst beangstigend voor de gelovigen van de neoliberale kerk. Stel je eens voor, dat het idee zich verspreid, dat mensen niet de maximale winst uit hun bezit hoeven te halen, maar dat ze hun bezit gewoon gaan delen met elkaar… Kijk maar naar de muziek en de filmindustrie, waar iedereen, die zijn bezit deelt met anderen een dief genoemd wordt.

    Maar tegelijk heeft Inje wel gelijk, hoor. Reken er maar op, dat als een grote groep mensen er in slaagt een uitleeneconomie in stand te houden, die mensen letterlijk en figuurlijk aan zullen worden gevallen door de mensen die de waarde van hun bezit zien dalen. Dat zijn de lessen, die we uit de Spaanse Burgeroorlog en het MAchno experiment in de Oekraïne bijvoorbeeld kunnen leren. Op het moment dat mensen er in slagen een alternatief voor een hiërarchische economie bedenken, vervallen alle tegenstellingen tussen kapitalisten en communisten en trekken ze gezamenlijk ten strijde tegen die anarchisten.

  3. 5

    In plaats van een door 1 persoon verzonnen term te gebruiken zou ik je willen aandringen om het concept Product Service Systems eens door te nemen.

    Dit speelt direct op de huidige consumptie problemen en je zult zien dat veel van Botsman’s cases daar allang in behandelt zijn, en beter. Bijvoorbeeld de verschuiving van ownership naar usership.

  4. 6

    Ik zie het al voor me:
    Wijk, dorps of buurt coöperaties.
    Ik ben alleen bang dat koning kapitaal het leger zal gebruiken om alles zoveel mogelijk te vernietigen.
    Het zou toch van de zotte zijn, dat iemand een aantal werkbare uren waarin een 2e auto, 2e vakantie of vakantiehuis verdient kan worden gaat gebruiken voor iets waar aandeelhouders niets kunnen verdienen ;-)

  5. 8

    @4

    Ik ben het helemaal eens met je reactie. Ik zal zelf bijv. vallen onder die groep mensen die de aanval inzet. Echter, wat ik mij afvraag bij het volgende: “Op het moment dat mensen er in slagen een alternatief voor een hiërarchische economie bedenken, vervallen alle tegenstellingen tussen kapitalisten en communisten en trekken ze gezamenlijk ten strijde tegen die anarchisten.” is of je communisten daaronder wel kunt scharen. Dat is toch een alternatief voor een hiërarchische economie..