Rusland is niet langer "de agressor". Dat eufemisme zult u uit mijn mond niet vaak meer horen. We mogen niet naïef zijn, iets wat mevrouw Bikker ook zo sterk benadrukte in haar inbreng. Rusland is onze vijand.
Alzo sprak minister Yeşilgöz-Zegerius (bij het Kamerdebat over de defensiebegroting) en gans de pers was in rep en roer.
En holde de pers naar de grenzen om te kijken of die vijand onze grenzen overschreed? Tuurde de pers het hemelgewelf af, zoekend naar vijandige drones, raketten en vuurwerk? Verzamelde de pers zich op ’s land toppen der duinen om verslag te doen van vijandige landing op onze stranden?
Niets van dat al. Want in dezelfde ademtocht waarmee de minister ons vijandbewustzijn nieuw leven inblies, verklaarde ze:
En nee, dat betekent niet dat wij in oorlog zijn
"Hè getfer", zuchtte de pers, "weer loos alarm". Dan zelf maar wat reuring opgepookt. De pers ging op zoek naar minister Berendsen van Buitenlandse Zaken en vroeg of hij wel wist dat we een vijand hebben. Het is immers zo dat een kabinet, alle bewindspersonen incluis, met één mond hoort te spreken?
Ja, hij was vooraf niet op hoogte gesteld door Yesilgöz over haar gekozen woorden, maar “De minister van Defensie spreekt ook namens mij", zei Berendsen. "Rusland is onze grootste veiligheidsdreiging."
Weer geen heel opzienbarend nieuws. De pers had nog één kans tot verdiepend onderzoek: de persconferentie na de ministerraad, alwaar de minister-president aan de tand gevoeld kon worden.
De Winther (Telegraaf): “Meneer Jetten, is Rusland de vijand van Nederland?”
Minister-president Jetten: “Ja, Rusland is zeker een van de vijandige mogelijkheden waar we als Nederland en Europa mee te maken hebben.”
Nou, scherp als altijd sprong meneer De Winther daar natuurlijk gelijk bovenop: “Eén van de vijandige mogelijkheden? Welke hebben we dan nog meer?”
Ho, wacht…. Zo ging het niet. De Winther verwees naar wat de minister van Defensie in het Kamerdebat had gepresteerd:
We zagen gisteren de minister van Defensie dat dat duidde. Het was toch wel een enige verrassing omdat die term vijand toch wat serieuzere implicatie lijkt te hebben dan agressor. Bent u het eens met het feit dat dat twee verschillende woorden zijn met een verschillende achtergrond?
De minister-president, op taalkundig gebied niet de achterlijkste, beaamde meteen: “Zeker. Het zijn verschillende woorden.” Hij gaf een kort opsomming van de stand van zaken (de agressieoorlog in Oekraïne gaat maar door, er is in toenemende sprake van sabotage, intimidatie, allerlei acties ook in Europa, op NAVO-grondgebied die aan Rusland toegeschreven kunnen worden) en concludeerde: "Ik denk dat de minister van Defensie wat dat betreft terecht de boodschap gisteren uitdroeg, laten we daar niet naïef over zijn en er alles aan doen om die dreiging uit Rusland af te slaan."
Natuurlijk was dat aanleiding voor de heer De Winther om de minister-president te bevragen over de politiek-militaire implicaties van de wel erg korte analyse die hij zojuist de pers had voorgeschoteld. De Winther haalde eens diep adem en zei:
Wist u dat ze dit ging zeggen gisteren in het debat?
En zo emmerde dat door, tot aan journalist Wester (RTL) toe (“Had u niet van tevoren willen weten dat ze dat zou gaan zeggen? Ik snap dat u niet alle teksten van tevoren inziet, maar u wordt hier ook op aangesproken straks.”)
Toen ook heer Wester doorkreeg dat de minister-president zich niet op liet juinen, leek hij eindelijk een veel relevantere vraag te stellen:
Maar Nederland wil dan toch ook graag weten, wat is dan precies die dreiging? Waarom moet ik Rusland ineens zien als de vijand?
Met dat “ineens” bleek de journalist wel een stukje geschiedenis en heel wat context vergeten te zijn. De minister-president kon dus op zijn gemak verwijzen naar inmiddels alom bekende zaken: “sabotageacties op Europees grondgebied, ondermijnen van onze samenleving, waarschuwingen van veiligheidsdiensten dat Rusland niet per se gaat stoppen bij Oekraïne, in bijvoorbeeld Polen is een aantal keren sprake geweest van schending van het luchtruim, een mislukte droneaanval op een Duitse luchthaven.”
Wester gaf het verder op, maar had eén messcherpe vraag:
Als we een vijand hebben, moeten we dan ook rekening houden met een oorlog?
De minister-president herhaalde in iets andere bewoordingen wat de minister van Defensie donderdag ook al had gezegd:
Nee, daar is in die zin geen acuut risico op een grootschalige oorlog of een directe confrontatie.
Mooi, fijn, ik ben gerustgesteld. Ik ga gewoon weer boodschappen doen.