RECENSIE - Voor Alfred Rosenberg bestond er geen weg terug. Terwijl een onvervalste schoft als Hans Frank, die als gouverneur van het Generalgouvernement (het hart van het vernielde Polen) een waar schrikbewind had uitgeoefend, in Neurenberg berouw toonde en jammerde dat Duitsland nooit verlost zou worden van de schande van het nationaalsocialisme, hield Rosenberg tot op het allerlaatste moment zijn poot stijf.
Hij had zijn leven lang gestreden voor het Arische ras – daar was niets mis mee. Het enige dat mis was gegaan, was dat Duitsland de oorlog had verloren. En dat was, zo schreef hij in zijn cel, kort voor zijn executie, de schuld van Adolf Hitler. De door hem altijd verafgode Führer was zijn historische taak onwaardig gebleken.
Hitler had geluisterd naar ‘kleine mensen’ als de intrigant Joseph Goebbels, en naar Heinrich Himmler. ‘de Mefisto van onze ooit oprechte beweging.’ Alleen hij, Rosenberg, was de zaak van het nationaalsocialisme tot het eind toe trouw gebleven.
Propagandist aan de zijlijn
In de geschiedenis van het derde Rijk is Alfred Rosenberg altijd een man op de achtergrond geweest. Hij was de gerespecteerde partij-ideoloog van een partij die eigenlijk geen ideologie nodig had. Want men had immers de Führer.