TiSA: bijl aan de wortel van de democratie?

ACHTERGROND - TTIP staat onder druk. Verschillende Europese regeringen hebben aangegeven geen heil te zien in het handelsverdrag tussen de EU en de VS. Goed nieuws voor tegenstanders? Misschien, maar het zou ook een pyrrhusoverwinning kunnen zijn. Er is namelijk in de luwte van TTIP nog een ander handelsverdrag in de maak: Trade in Services Agreement, oftewel TiSA.

De onderhandelingen hiervoor zijn tot nu toe zorgvuldig buiten het zicht gehouden. Toch grijpt TiSA nog dieper dan TTIP in op het leven van burgers. Het legt landen dwingend liberalisering van openbare diensten op en bevat bovendien een clausule die het onmogelijk maakt om, indien blijkt dat dit niet werkt, die liberalisering terug te draaien. Daarmee legt het de bijl aan de wortel van de parlementaire democratie.

Laten we er niet omheen draaien en het beest benoemen: TiSA is de ultieme machtsgreep van het multinationale bedrijfsleven op het zelfbeschikkingsrecht van nationale staten.

Wat houdt TiSA in?

In dit handelsverdrag ligt de dienstensector onder vuur. Kern is het uitbreiden en vastleggen van marktwerking en verregaande privatisering te introduceren voor diensten die tot nu toe vanwege hun publieke karakter waren beschermd tegen concurrentie.

Aan de onderhandelingen doen 23 partijen mee die gezamenlijk 50 landen vertegenwoordigen. Naast de EU en de VS zijn dit onder andere Australië, Canada, Japan, Noorwegen en Zwitserland. Ook minder rijke landen als Colombia, Costa-Rica, Mexico, Pakistan en Turkije maken deel uit van het overleg. De onderhandelingen vinden uiteraard steun bij grote banken en multinationale ondernemingen in de dienstensector.

De deelnemende landen zijn goed voor een aandeel van 70 procent in de wereldwijde dienstensector en vertegenwoordigen ruim twee derde van het mondiale Bruto Binnenlands Product.

Tot zover de cijfers, nu de inhoud

Bij diensten kunnen we denken aan publieke zaken als zorg en onderwijs, maar ook energie, openbaar vervoer, communicatie, dataverkeer, juridische en financiële dienstverlening, water en nog veel meer.

Het bedrijfsleven vat ze op als een product waarmee geld te verdienen valt. Maar zo simpel ligt het natuurlijk niet. Publieke diensten hebben ook een maatschappelijk doel. De vraag is of we die over kunnen laten aan het bedrijfsleven of de vrije markt.

Myriam Vander Stichele, werkzaam bij onderzoeksorganisatie SOMO zegt er het volgende over: ‘Kijk, als je vanuit het bedrijfsleven redeneert, dan wil je dat de hele wereld dezelfde regels heeft. Nu is het zo dat als je als bedrijf een land binnenkomt, je je aan bepaalde regels moet houden. En in weer een ander land zijn er weer andere regels. En dat wordt als een extra kostenpost gezien. Die kosten eruit krijgen is waar het bij TiSA om gaat. Door middel van TiSA kunnen nieuwe markten worden geopend in andere landen en dat zou moeten leiden tot grotere winsten, economische groei en werkgelegenheid.’

Bij die onderhandelingen gaat men echter voorbij aan de vraag, aldus Vander Stichele, ‘of deze “barrières” regels kunnen zijn waar een samenleving juist baat bij heeft: bijvoorbeeld de garantie dat een dienst als gezondheidszorg, onderwijs, water of telecommunicatie voor iedereen toegankelijk en betaalbaar is. Of dat een land de groei van een lokaal bedrijf dat duurzame energie produceert stimuleert, omdat het tegengaan van klimaatverandering in het publieke belang is. Deze garanties en mogelijkheden staan de laatste jaren onder grote druk. Door TiSA komen ze verder in de knel.’

Bedrijfslobby van bovenaf

TiSA komt niet uit de lucht vallen. Maar in plaats van het ‘normale’ lobbyen waarbij het bedrijfsleven op bezoek gaat bij de Europese Commissie, gebeurt het hier andersom. De EU zoekt actief de samenwerking met het bedrijfsleven. Volgens Vander Stichele is het een ‘lobby van bovenaf’.

Het is niet overdreven te zeggen dat de onderhandelingsagenda van TiSA afstamt van het wensenlijstje van grote dienstenmultinationals. Deze hebben uiteraard veel meer invloed op de onderhandelingen dan maatschappelijke organisaties.

Sterker nog: die maatschappelijke organisaties worden buiten de deur gehouden. Er is vanaf het begin weinig ruchtbaarheid gegeven aan de onderhandelingen die al sinds februari 2012 lopen. Maar achter gesloten deuren — buiten het bereik van vakbonden, parlementsleden, maatschappelijke organisaties en met de nodige ‘hulp’ van multinationals — wordt in deze verdragen wel de toekomst van onze economie en samenleving vastgelegd.

Geheimzinnigheid

Die geheimzinnigheid komt misschien voort uit de gedachte dat je een broedende kip niet moet storen, maar het lijkt meer voor de hand te liggen dat de onderhandelaars in alle stilte een verdrag in elkaar willen knutselen waarvan zij op voorhand weten dat het op veel maatschappelijke weerstand zal stuiten.

Pas nadat Wikileaks het onderhandelingsdocument had gelekt, publiceerde de EU een maand later haar voorstellen voor TiSA. Zogenaamd omdat transparantie zo belangrijk zou zijn voor de Europese Commissie. Waarlijk een fraai staaltje planning!

Wie doen er mee aan de gesprekken?

De landen die aan TiSA meedoen, noemen zichzelf de ‘really good friends of services’; de heel goede vrienden van diensten. Als je niet beter zou weten, zou je denken dat het om een parodie gaat.

Daarnaast gaat het om multinationaal opererende dienstverleners die zich veelal hebben verenigd in coalities zoals het European Services Forum (ESF) en de Amerikaanse Coalition of Service Industries (CSI). Deze clubs zijn mondiaal weer verenigd in de Global Services Coalition (GSC).

Over zichzelf verklaart deze GSC: ‘The GSC has a shared interest in the continuing liberalisation of trade and investment in services and in modernizing rules on services, which will benefit economic growth, job creation, the servicification of the manufacturing and agriculture sector, as well as consumer choice.’

Enfin, u herkent ongetwijfeld de mantra’s van de Ruttes en Dijsselbloemen in deze wereld.

Ideologisch eenrichtingsverkeer

Alles hierboven klonk nog enigszins als het zoveelste handelsverdrag dat in de alfabetische letterdiarree (CETA, TTIP, TTP en noem maar op) van verdragen de laatste tijd de revue passeert en als zodanig past in het huidige neoliberale tijdsgewricht.

TiSA heeft echter een interessante clausule ingebouwd. Zodra het verdrag ingaat, worden namelijk alle op dat moment geliberaliseerde diensten permanent geliberaliseerd: landen verplichten zich het bestaande niveau van liberalisering vast te houden. Dit is de standstill clausule. Maar als privébedrijven falen, mag de overheid het beheer van deze diensten niet terug overnemen. Dat heet de ratchet provision, want landen mogen alleen maar méér marktwerking invoeren.

Dit lijkt op een catch-22. Daarom ga ik dit in een vierpuntenprogramma herhalen, zodat u zeker weet dat u het goed gelezen heeft:

  1. Als het verdrag ingaat, worden alle bestaande geliberaliseerde diensten permanent geliberaliseerd.
  2. Landen verplichten zich daarmee het dan bestaande niveau van liberalisering vast te houden.
  3. Ook als privébedrijven falen, mag de overheid het beheer van deze diensten niet terug overnemen.
  4. Landen mogen alleen maar méér marktwerking invoeren.

Wat betekent dit voor burgers, werknemers en consumenten?

Het voert te ver om hier alle consequenties te behandelen. Daarom vier losse voorbeelden uit verschillende landen om een divers beeld te schetsen.

1. Nationaal zorgfonds?

We hebben in Nederland al ruim tien jaar een experiment met marktwerking in de zorg. Een weinig gelukkig experiment, zoals steeds meer blijkt. De zorg zou, zo werd ons beloofd, door marktwerking efficiënter, transparanter en goedkoper worden. Resultaat: de kosten zijn met 45 procent gestegen en de zorguitgaven van een gemiddeld gezin zijn verveelvoudigd. De zorg wordt steeds duurder; voor sommige chronisch zieke mensen zelfs onbetaalbaar. Niet ten onrechte is het een belangrijk onderwerp bij de komende verkiezingen. Er zijn initiatieven voor een nationaal zorgfonds.

Nationaal zorgfonds? Streng verboden: ratchet provision!

2. Alcohol

De Noorse regering overweegt om de verkoop van alcoholhoudende dranken te liberaliseren. Noorwegen heeft, zoals de meeste Scandinavische landen, een strikte beperking op het gebied van alcoholverkoop om schadelijke effecten van overmatig gebruik te beperken. Het gaat om een experiment. Het zou dus kunnen dat de Noorse regering op een bepaald moment tot de conclusie komt dat dit toch niet zo’n goed idee is. De economie lijdt bijvoorbeeld schade omdat Noorse werknemers zich ineens wat al te vaak overgeven aan dronkenschap.

Deze maatregelen terugdraaien? Streng verboden: ratchet provision!

3. Supermarkten

In de VS wil de National Retail Federation dat de vrienden van goede diensten ervoor zorgen dat lokale bepalingen betreffende de omvang van supermarkten en de uren dat ze open mogen zijn ongedaan gemaakt worden. Dit om de efficiency van bedrijven als Walmart te vergroten. Het lijkt vrij onschuldig, maar waar het op neerkomt is dat internationaal opererende bedrijven willen dat er geen enkele restrictie op vestiging en bedrijfsvoering is.

Om Public Services International te citeren:

Walmart has taken the position that TISA should prohibit restrictions not only on store size and hours of operation but also on the ‘geographic location’ of stores – a direct attack on all local government zoning authority. The public interest in walkable neighbourhoods, reducing the noise and negative impacts on workers caused by extended store hours, preservation of heritage areas and other considerations could end up being sacrificed by the Really Good Friends in favour of Walmart’s commercial interests.

4. Onderwijs

Onderwijs ten slotte; ook al zo’n heet hangijzer. Op educationincrisis.net schrijft Susan Robertson (Professor of Sociology of Education aan de University of Bristol):

All [daarmee bedoelt zij CETA, TTIP en TTP] have education in the frame as a services sector and not as a human right. If successful at securing their mission, all will remove education from the purview of people, electoral politics, and wider debates, as to the purpose of education, of how it is regulated, who gets what, and what regulatory and other devices are put into place that ensure that it creates the conditions for a more equal, respectful, socially-cohesive and socially-just society […]

If the Really Good Friends have their way with TISA, we will be delivered a set of regulations that will frame and shape education sectors into the future which we have not seen, not debated, not voted for, and not been consulted on, but which we cannot challenge and change. More than this, when interested parties like unions and their workers have asked about how they might be engaged as stakeholders, the doors have been kept firmly closed.

Tot besluit

Het hier bovenstaande zijn maar enkele voorbeelden om in zijn algemeenheid te schetsen waar TiSA voor zal staan en waar het zoal toe kan leiden.

Daarbij heb ik het nog niet eens gehad over de deregulering (opnieuw) van de financiële markten en het bankwezen (alsof de crisis van 2008 slechts een oppervlakkige en niet ter zake doende rimpeling in een verder gladde vijver was), of de mogelijke invloed van TiSA op dataprivacy.

Dat laatste alleen al zou een artikel op zich waard zijn.

Doorredenerend kun je stellen dat wat de ‘vrienden van goede diensten’ met dit alles willen bereiken, (vergeef me de Godwin) de vestiging van een duizendjarig rijk is waarin zij en zíj alleen de dienst (!) uitmaken op het gebied van publieke diensten. Het doel is het disciplineren van overheden, ten bate van volledige deregulering voor het multinationale bedrijfsleven.

Bronnen

https://www.fnv.nl/site/over-de-fnv/fnv-internationaal/1040331/TISA_brochure_def.pdf

https://en.wikipedia.org/wiki/Trade_in_Services_Agreement

https://servicescoalition.org/about-csi/csi-members

http://www.esf.be/new/who-we-are/members/companies/

http://www.world-psi.org/sites/default/files/documents/research/en_tisaresearchpaper_final_web.pdf

http://www.world-psi.org/sites/default/files/eng_the_really_good_friends_report_tisa.pdf

https://www.educationincrisis.net/blog/item/1347-who-needs-really-good-friends-when-this-is-what-they-are-up-to-trading-away-education-as-a-human-and-political-right

https://www.somo.nl/nl/

  1. 1

    Het is gewoon een bypass van de democratie. Zaken vastleggen zodat individuele landen of toekomstige regeringen niets meer kunnen terugdraaien. Zeer kwalijk.

  2. 2

    Beste redactie, kan aub eens gestopt worden met het keer op keer weer spreken van handelsverdragen? Noch TTIP, noch TISA zijn (alleen) handelsverdragen. Door in dat frame mee te gaan, geef je meteen een slag toe in de propagandaoorlog.

  3. 5

    Waarom wordt door de diverse overheden zoiets serieus genomen. Elke mafkees snapt toch dat dit niet de manier is. Aangezien ze tóch aan het onderhandelen zijn moet daar een diepere drijfveer achter zitten. Daarbij wordt dit soort ellende altijd geheim gehouden tot het niet anders kan. Dan snap je toch zelf ook wel dat je verkeerd bezig bent?
    @2: de term doet er niet toe. Wat er achter zit wel.

  4. 6

    @4 De negatieve framing ligt er in jouw alternatief wel erg dik bovenop.

    Maar het oogmerk van dit soort verdragen lijkt me niet:

    ‘Goh, laten we ons een inspannen om de nationale soevereiniteit uit handen te geven aan internationale corporaties’,

    maar:

    ‘Laten we eens kijken of we de regels voor bedrijven gelijk kunnen trekken zodat internationale handel en bedrijvigheid vereenvoudigd wordt.’

  5. 8

    je stelt dat het geen handelsverdragen zijn, omdat je het niet zo ziet, maar alles kan verhandeld worden, ook diensten.. dus klopt het gewoon.. dat het effect van deze verdragen iets heel anders beoogt, is een tweede..

  6. 9

    @6: Laten we eens kijken of we de regels voor bedrijven gelijk kunnen trekken zodat internationale handel en bedrijvigheid vereenvoudigd wordt.’ dat is ook niet de insteek. de insteek is gewoon: “hoe zorgen wij als handel en industrie dat we weer de addelijke rechten van voor de franse revolutie kunnen herpakken” want daar gaat het om. de absolute macht voor het kapitaal.

  7. 10

    @5: de overheden werken volgens hun eigen agenda en die heeft met ons, het gepeupel, niets op. onze MP heeft verklaard dat hij grote plannen heeft met de EU, terwijl hij weet dat de helft van Nederland juist schreeuwt om een pas op de plaats. de democratie is al een tijdje dood en begraven. wie niet op de zelfde koers ligt als het kabinet, kammen we af en zetten we te kijk als rechtspopulistisch, dan houden de mensen hun mond wel..

  8. 11

    @6:

    ‘Laten we eens kijken of we de regels voor bedrijven gelijk kunnen trekken zodat internationale handel en bedrijvigheid vereenvoudigd wordt.’

    Sommige mensen geloven blijkbaar in (moderne) sprookjes.
    :-)

  9. 12

    @6: Je zou gelijk hebben als het bleef bij regels gelijktrekken. Bismarck heeft wel een punt, want het is niet alleen het gelijktrekken van regels, maar ook garanties inbouwen dat regels nooit meer ongelijk getrokken kunnen worden. En dat is wel degelijk een inbreuk op democratie en onafhankelijkheid.

    Misschien is muntinationaliseringsverdragen een aardige term.

  10. 13

    @6: “De negatieve framing ligt er in jouw alternatief wel erg dik bovenop”
    Alleen als je het weggeven van soevereiniteit per definitie slecht vindt (en dat vind ik bijvoorbeeld helemaal niet zo, er zijn best situaties waarin dat nuttig of zelfs noodzakelijk is). Ik vind het wel belangrijk dat men er eerlijk over is, als men dat doet.

    ‘Laten we eens kijken of we de regels voor bedrijven gelijk kunnen trekken zodat internationale handel en bedrijvigheid vereenvoudigd wordt.’
    Ik heb dat nog uit geen enkel van de verdragen kunnen halen. Elke keer weer zie ik dat de verdragen clausules bevatten waarin de overheden buiten spel worden gezet en/of tot bepaalde wetgeving worden gedwongen. Ik kom dus toch steeds uit op het hoofddoel: ‘Goh, laten we ons een inspannen om de nationale soevereiniteit uit handen te geven aan internationale corporaties en dat in een vorm gieten die we verkopen als handelsverdrag’.

  11. 15

    Zo langzamerhand ben ik voor een gewelddadige revolutie om de huidige generatie multi’s en poli’s naar een andere planeet te sturen. Dat landen en unies zich daarmee bezig houden slaat echt alles. Tevens vraag ik me af of er niet nog meer in het geniep wordt onderhandelt. Je zou bijna een samenzwering tegen de menselijkheid gaan vermoeden.

  12. 16

    @13: Inderdaad gaan honderden pagina’s in het CETA verdrag alleen maar over het in stand houden van allerlei bizarre verschillen, van houtkap in een Canadese provincie tot begrafenisondernemerschap in Finland. Als de tekst van het CETA verdrag één ding aantoont is het wel hoe onaf de EU is. Ook met CETA kun je er als middelgroot Europees bedrijf helemaal niet van uit gaan dat wat in Nederland mag in Canada ook mag.

    Waarom grote bedrijven deze verdragen dan toch zo ontzettend belangrijk vinden:
    1. Omdat nu in de EU alles verboden is tot (min of meer) is bewezen dat het veilig is. Veel bedrijven zien dat graag andersom, alles toestaan tot (min of meer) is bewezen dat het onveilig is.
    2. Omdat nationale rechtbanken buitenspel worden gezet, waardoor het veel lastiger wordt voor regeringen om ongewenste wetten te veranderen.

    1. valt nog binnen een verdrag over handel, 2 echt niet, dat is puur democratie inleveren ten gunste van bedrijfsleven.

    Ik ben er op zich voorstander van dat democratische landen als VS, Canada, EU, Japan, Korea ed, afspraken maken om handel te vergemakkelijken, maar de genoemde verdragen gaan veel verder, terwijl allerlei laaghangend fruit onaangeroerd blijft. Als je tegen betaling iets over Picasso vertelt terwijl je voor de Guernica staat, overtreed je de wet. Maak je op het strand in Cannes een portret van iemand en je verkoopt dat, dan overtreed je de wet. Maak in Barcelona een foto waar per ongeluk een politieagent op staat en je overtreedt de wet, ook met CETATTIPTiSA ondertekend en ingevoerd.

  13. 18

    Ik begrijp die liberaliseringdrang niet zo goed. Na 20 jaar privatiseringen is nu wel duidelijk dat dit tot chaos leidt.
    Neem de telecomsector. Mensen roepen dan “Ja maar de PTT, die was heel duur !”. Of dat zo is, is maar de vraag. Mobiele operators lijken heel goedkoop, maar wie er eens voor gaat zitten ontdekt dat het vaak erg duur is door allerlei verborgen kosten en andere addertjes onder het gras. Het heeft de burger geen voordeel opgeleverd, afgezien van de beschikbaarheid van supermoderne technologie.
    Idem met internetproviders.
    In het begin waren er veel spelers op de markt. Tientallen zelfs. Die beconcurreerden elkaar op leven en dood, wat voor de burger bepaald niet ongunstig is. Maar zoals dat gaat met kapitalisme : de kleintjes werden opgeslokt door de grote en inmiddels is het aantal providers heel klein geworden en is het voordeel voor de burger vrijwel verdwenen.

    Hetzelfde zie je op de energiemarkt en in verzekeringsland.
    De concurrentie waar kapitalisten altijd mee schermen als zijnde “gunstig voor de burger” is altijd maar van tijdelijke aard, door het opkoopgedrag van de grote spelers.
    Een van de weinige branches waar dit systeem wél werkt is de detailhandel, waar het aantal spelers dusdanig groot is, dat de burger sterk profiteert van de concurrentieslag (oa supermarktoorlogen).
    Wat echter daar goed werkt, doet het niet goed in branches die traditioneel staatsmonopolie waren, zoals post, telecom en openbaar vervoer. Om van de zorg maar helemaal niet te spreken.

    De enige branche die tot nu toe aan volledige privatisering is ontkomen is de drinkwatervoorziening. Hoe lang dat nog duurt is evenwel de vraag. Vele landen hebben deze allang aan de markt verkocht, met hoge prijzen tot gevolg alsmede veel achterstallig onderhoud in de installaties en leidingen (zie onder meer UK).
    Ook de netbeheerders van de energievoorziening zijn (nog) in overheidshanden. Ook daarvan is de vraag : hoe lang nog.
    Amerikaanse toestanden, met langdurige uitval van grote stroomnetten ligt ook dan in het verschiet.

    Probleem is vooral dat politici zich makkelijk laten omkopen door lobbygroepen. “Zonder last of ruggespraak” is allang een inhoudsloze zaak geworden. Mooie baantjes in het verschiet, leuke extraatjes en traktaties, het zijn allemaal zaken die steeds weer zorgen dat de neoliberale bedrijfslobby alles voor elkaar krijgt.

  14. 19

    “Zonder last of ruggespraak” is allang een inhoudsloze zaak geworden.
    Zonder meer waar, maar de zonder ruggespraak is er inmiddels ook juridisch niet meer (het is al een jaar of 30 alleen nog stemmen zonder last).

  15. 20

    @19: Mee eens, het is uit de Grondwet gehaald. Maar de bedoeling is nog steeds dat Kamerleden zelf hun standpunten bepalen. De Grondwet zegt namelijk niets over partijen of fractiediscipline. Toch is het daardoor dat Kamerleden vrijwel volledig gebonden zijn en ook al de facto niet meer zonder last kunnen stemmen.
    De particratie is dodelijk voor de democratie. Lobby’s overigens ook……

  16. 21

    @20: Ik hou van fractiediscipline. Dat bewaart de eenheid van een partij en toetst – behalve bij gesloten compromissen – aan het verkiezingsprogramma op basis waarvan ik mijn stem heb uitgebracht.

  17. 22

    @21:

    @20: Ik hou van fractiediscipline. Dat bewaart de eenheid van een partij

    Is dat een doel op zich?

    en toetst – behalve bij gesloten compromissen

    Daar ga je al.

    – aan het verkiezingsprogramma op basis waarvan ik mijn stem heb uitgebracht.

    Nooit een kandidaat een voorkeursstem gegeven, juist omdat die persoon een eigen geluid liet horen?

    Ik wel.

  18. 23

    @21: Ik vind het niks. Door de particratie is het zo dat de oppositie feitelijk nutteloos is. De regeringspartijen kunnen werken zonder zich ook maar iets aan te trekken van de oppositie. Momenteel is dat bij uitzondering anders, omdat de senaat niet in handen is van de VVD/PvdA.
    Je zou kunnen zeggen dat de Tweede Kamer uit maar twee leden bestaat die de baas zijn, omdat de regeringspartijen als één blok optreden.

    Het zou voor de dynamiek veel beter zijn als de regering voor hun voorstellen steeds een meerderheid moeten zien te vinden. Dat is vele malen democratischer dan de situatie waarbij de regering vooraf weet dat hun voorstellen toch wel aangenomen worden en de kans dat de oppositie er iets aan kan doen nihil is.

  19. 24

    @23: Hear, hear.

    Een mogelijke systeemoplossing zou trouwens zijn om de wetgevende macht helemaal bij de regering weg te halen. Trias politica. Vereist wel aanpassing van de grondwet, met name artikel 81.

  20. 25

    @24: Mee eens ! Ik zou pleiten voor wetgevende macht volledig bij de Tweede Kamer te leggen en de regering als uitvoerder van de aldus aangenomen wetten. Dat zou de democratie zeer ten goede komen !

  21. 27

    @26:

    De wetgevende macht ligt bij de Tweede en Eerste Kamer.

    Dat is een misverstand. Zie Art. 81 GW.

    De regering kan geen beleid uitvoeren als ze geen wetsvoorstellen mogen maken.

    Het huidige systeem werkt inderdaad zo. Maar het punt is dat het ook anders zou kunnen. De regering c.q. een minister voert dan namelijk het beleid uit dat door het parlement wordt aangereikt in de vorm van wetten.

    Er zijn dan ook geen coalities, regeerakkoorden en andere ongrondwettelijke instrumenten (partijen, fractiediscipline) meer nodig. Het vereist wel een veel actievere/assertievere opstelling van het parlement.