Scores rekentoets zeggen niet alles over prestaties school

ANALYSE, DATA - Op 6 mei publiceerde het Ministerie van OCW een lijst met de gemiddelde scores op de rekentoets. Dat ging niet zonder slag of stoot, er was een WOB-verzoek van onderwijsjournalisten Ronald Buitelaar en Anja Vink voor nodig om publicatie af te dwingen. De spreiding van deze schoolgemiddelden ziet er als volgt uit:

schoolgemiddelden

Zou het kunnen zijn dat de kwaliteit van de leerlingenpopulatie van invloed is? De verdeling, maar dan zonder de categorale gymnasia, laat zien dat het schooltype nogal wat uitmaakt:

schoolgemiddelden-excatgym

De rechteruitloper van de grafiek is flink korter geworden. Op zich niet gek dat de categorale gymnasia beter scoren op de rekentoets dan brede scholengemeenschappen. Ze halen immers de top-leerlingen van de basisschool binnen. Maar dit is een nogal grove benadering. Beter is om te kijken naar de verschillen per schooltype.

Verschillen per schooltype

Het ministerie heeft ook de data per schooltype beschikbaar gesteld. Deze kun je echter niet zomaar met elkaar vergelijken omdat de rekentoets verschillende niveaus kent. Havo en vwo leerlingen krijgen toetsen op 3F-niveau terwijl vmbo-leerlingen een toets krijgen op 2F-niveau. Binnen het vmbo wordt er nog eens gecompenseerd voor het niveau door leerlingen van de gemengde en theoretische leerwegen een punt aftrek te geven en de leerlingen van de basis-beroepsleerweg een punt extra.

De verdelingen voor het vwo en het havo (3F) en het vmbo (2F) zien er als volgt uit:

Scores rekentoets niveau 3F

Scores rekentoets niveau 2F

Duidelijk is te zien dat de havo-afdelingen het slechter doen dan de vwo-afdelingen. Op het eerste gezicht lijken de vmbo-gt afdelingen het beter te doen dan de havo-afdelingen, maar dat kan verklaard worden door het verschil in moeilijkheidsgraad van de toets.

Het gevaar ligt op de loer dat ouders dit cijfer gaan gebruiken als kwaliteitsmaatstaf. De kernvraag is of de score van de school iets zegt over de kwaliteit van de school. Het zou kunnen. De ene docent is beter dan de andere, dus verschil kwaliteit van rekenonderwijs zal er vast zijn. Maar de scholen zijn ook voor een belangrijk deel afhankelijk van de rekenvaardigheid van de instroom. Om één van de reacties op het blog van Ronald Buitelaar te citeren:

Wie doet alsof de gemiddelden per school iets controleerbaars over de kwalitet van het rekenonderwijs op de school zegt, en daarbij voorbijgaat aan de kwaliteit van de instroom (IQ van de kinderen, kwaliteit van het genoten basisonderwijs, opleidingsniveau ouders) houdt zichzelf voor de gek.

Analyse Jaap Dronkers

In de Volkskrant presenteert hoogleraar Jaap Dronkers zijn analyse van de scores op de rekentoets. Hij komt tot de conclusie dat er systematische verschillen zijn tussen scholen, die niet verklaard kunnen worden door verschillen in sociaal economische achtergrond. De ene school presteert dus volgens hem beter dan de andere.

Enige kanttekeningen zijn er wel te maken bij de methode van Dronkers. Hij relateert twee andere databronnen aan de behaalde scores op de rekentoets: het gemiddelde basisschooladvies en de gemiddelde sociaal-economische score. Zo gaat hij uit van de viercijferige postcode van de leerlingen om een schatting te maken van de gemiddelde sociaal-economische status. Een vrij grove benadering aangezien er binnen zo’n gebied nog behoorlijke verschillen in sociaal-economische status kunnen zijn. Daarnaast zegt het basisschooladvies niet direct iets over de kwaliteit van het rekenonderwijs op de betreffende basisschool.

Zijn aanpak komt voort uit de school van het meten van toegevoegde waarde. Een onderwerp waar Dick van Wateren onlangs nog een kritisch stuk over schreef op Sargasso. Om goede uitspraken te doen over systematische verschillen denken we dat er gedetailleerdere gegevens nodig zijn dan door Dronkers worden gebruikt. Gegevens die er waarschijnlijk wel zijn, maar in verband met privacy-aspecten mogelijk ook niet toegankelijk zijn. Een nadere analyse van de methode van Dronkers volgt hopelijk nog in een later stadium.

Discutabele kwaliteit rekentoets

De kwaliteit van de instroom is één mogelijke verklaring. Een andere, zeer plausibele, verklaring is te vinden in de kwaliteit van de rekentoets. Vanuit verschillende kanten is er zeer stevige kritiek op de kwaliteit van de opgaven gekomen. Hoogleraar Paul Kirschner hierover:

Het is vooral een leestoets waar je een rekenmachine bij mag gebruiken.

Hij is niet de enige. Hoogleraar Jan van de Craats is in de Brandpunt reportage “Een dure misrekening” dezelfde mening toegedaan. Als je tweederde van de opgaven met een rekenmachine uit mag rekenen, dan toets je geen rekenvaardigheden maar knoppenvaardigheid.En dat terwijl in het oorspronkelijke wetsvoorstel en het advies van de commissie Meijerink vooral is uitgegaan van het toetsen van rekenen zonder gebruik van de rekenmachine.

Rode lijn van alle kritiek: de rekentoets toetst meer tekstverklaren dan rekenen. Die taligheid van de opgaven zou daardoor voor kinderen met taalproblemen wel eens behoorlijk verkeerd uit kunnen pakken.

Op de tegenvraag “zonder rekenrekenmachine?” van de verslaggever in de Brandpunt reportage op zijn stelling dat kinderen moeten kunnen rekenen in dagelijkse situaties, gaat Sander Dekker in de tegenaanval: “u legt mij woorden in de mond” en “u heeft uw script al klaar liggen“. Daarmee de aandacht afleidend van de eigenlijke vraag.

In de titel van ons stuk zeggen we dat de scores op de rekentoets niet veel zegt over de prestaties van de school. Naast de hiervoor genoemde redenen, is er ook nog eens verschil in voorbereiding per school. Waar de ene school gelijk aan de slag is gegaan, dachten andere scholen wellicht dat het zo’n vaart niet zou lopen. Die gaan nu als een haas aan de slag. Al met al meer dan voldoende redenen om de uitslag van deze scores niet al te serieus te nemen. Maar we vermoeden dat dit tegen dovemansoren is gezegd.

  1. 1

    Score rekentoets zegt niet alles over prestatie school. Ik vind rekenen en taal eigenlijk helemaal niet belangrijk, zou niet begrijpen waarom dat nou belangrijk is. Belangrijk is dat het kind zich creatief kan ontplooien en lekker net als bij ons Dalton heel de dag buiten kan spelen als hij of zij dat nou graag doet. En ik geloof niet in toetsen, een kind kan daar vervelende herinneringen aan overhouden. Is niet goed voor het kind.

  2. 7

    @1: Volgens mij leren kinderen in het Dalton onderwijs ook lezen en rekenen.

    Maar het artikel gaat over de vraag of de rekentoets iets zegt over de kwaliteit van de school.

    Hij gaat niet over de vraag of rekenen nuttig is.
    Ik denk dat we daarover geen disucssie hoeven te hebben.

  3. 8

    Het artikel citeert Hoogleraar Paul Paul Kirschner

    Het is vooral een leestoets waar je een rekenmachine bij mag gebruiken.

    Op zich vind ik dit niet verkeerd.
    Woekerpolissen worden ook verpakt in een hoop tekst.

    En zelfs een simpel sommetje als
    132 x 7,04 /100 x 1,625
    wordt in het dagelijks leven gepresenteerd als
    “Hoeveel kost de benzine voor een ritje van Heerenveen naar Amersfoort in een Ford Ka ?”

    Maar iemand die hiervoor al een rekenmachine nodig heeft, snapt ook niet waarom het volgende sommetje niet het goede antwoord geeft.
    132 x 100/7,04 x 1,625

  4. 9

    N.a.v. het citaat van Ronald Buitelaar

    Wie doet alsof de gemiddelden per school iets controleerbaars over de kwalitet van het rekenonderwijs op de school zegt, en daarbij voorbijgaat aan de kwaliteit van de instroom (IQ van de kinderen, kwaliteit van het genoten basisonderwijs, opleidingsniveau ouders) houdt zichzelf voor de gek.

    De rekentoets is dus geen nuttig instrument voor de overheid.

    Voor ouders zou het resultaat wel een handige indicatie kunnen zijn, want er is een aardige kans dat hun kind meer leren zal als de klasgenootjes een hoog IQ, goed basisonderwijs of hoog-opgeleide ouders hebben.