Doorbreek monopolies met open standaarden

COLUMN - door Jaap-Henk Hoepman, directeur van het Privacy & Identity Lab van de Radboud Universiteit.

We staan er zelden bij stil. Maar e-mail is een wereldwonder. Een voorbeeld van hoe de rest van het internet eigenlijk zou moeten zijn.

Het is een van de meest ouderwetse toepassingen van het internet, en het is geweldig: e-mail. Het enige dat je ervoor nodig hebt is een e-mailprogramma en een e-mailadres om je bericht naartoe te sturen. E-mail is een heel open, egalitaire toepassing: iedereen kan er gebruik van maken. Je mag helemaal zelf kiezen welk programma je gebruikt om je e-mail te versturen: Outlook, Gmail, of een app op je smartphone. Hetzelfde geldt voor de ontvanger van jouw e-mail: die mag dat ook zelf bepalen. Dankzij e-mail kan iedereen met een internetaansluiting met elkaar communiceren.

Dat is hoe het internet bedoeld is. Hoe het ooit begonnen is. Open. En hoe de rest van het internet eigenlijk zou moeten zijn. Gebaseerd op open standaarden. Alles met alles verbindend. En nergens een poortwachter die bepaalde gebruikers of applicaties buitensluit.

Hoe anders is dat voor nieuwere internettoepassingen, zoals sociale netwerken of berichtendiensten.

Als ik een Whatsapp-gebruiker een bericht wil sturen, heb ik zijn of haar telefoonnummer nodig, en moet ik zelf ook Whatsapp geïnstalleerd hebben. Apple’s iMessage werkt alleen maar tussen Apple-telefoons. En als mijn vrienden of collega’s Skype gebruiken… U raadt het al: ik heb een groot aantal apps op mijn smartphone.

Vijf grote bedrijven hebben de droom van het internet om zeep geholpen

Hetzelfde geldt voor Twitter, Facebook, LinkedIn en Instagram. Dat zijn netwerken die op elkaar lijken maar niet met elkaar in verbinding staan. Dat is te gek voor woorden. Het is alsof je e-mails voor Outlook-gebruikers altijd in Outlook zou moeten schrijven. Of iemand met een Nokia-telefoon alleen maar kunt sms’en als je zelf ook een Nokia hebt, of alleen als je allebei een abonnement bij KPN hebt.

Het open internet van weleer wordt inmiddels gedomineerd door vijf grote bedrijven: Apple, Microsoft, Google, Amazon en Facebook. Deze ‘big five’ hebben ieder op hun eigen manier de oorspronkelijke droom van het internet om zeep geholpen.

Zijn de big five wel zo monopolistisch?

Dat hebben ze gedaan omdat de diensten die deze bedrijven aanbieden monopolistisch van aard zijn. Of moet ik zeggen: omdat we dénken dat deze diensten monopolistisch van aard zijn?

In eerste instantie lijkt die gedachte logisch: hoe meer gebruikers op Facebook of Whatsapp zitten, hoe aantrekkelijker het wordt om ook Facebook en Whatsapp te gebruiken. Al je vrienden, kennissen en collega’s zitten er immers al. Door dit netwerkeffect neemt de waarde van een dienst exponentieel toe met het aantal gebruikers. En daarmee lijkt een monopolie haast onvermijdelijk.

We kunnen overleven zonder Microsoft Word

Maar datzelfde argument zou dan ook moeten gelden voor, zeg, tekstverwerkers. Als op een gegeven moment een grote meerderheid van de computergebruikers een bepaalde tekstverwerker met een specifiek documentformaat gebruikt, dan wordt het bijna onmogelijk om samen te werken met anderen als je niet zelf ook diezelfde tekstverwerker gebruikt.

Toch is het mogelijk om te overleven zonder Microsoft Word, de dominante tekstverwerker. We kunnen Word-documenten openen in andere toepassingen omdat het ‘open’ documentformaten zijn. Na lang verzet heeft Microsoft het mogelijk gemaakt dat iedereen gewoon kan samenwerken met een Word-gebruiker zonder zelf het programma zelf te hoeven aanschaffen.

Bij een gesloten formaat is dit onmogelijk, omdat:
a. het lastig is te achterhalen wat een document allemaal kan bevatten en hoe dat gecodeerd is; en
b. de maker op een willekeurig moment kan beslissen om het allemaal anders te doen.

Laat monopolisten gebruikmaken van open standaarden en API’s

Iets vergelijkbaars kunnen we ook doen om de monopoliepositie van de internetdiensten te doorbreken. Door af te dwingen dat ze gebruik maken van open standaarden en een open Application Programming Interface, een API. De API van een internetdienst beschrijft welke opdrachten je naar die dienst kunt sturen, hoe je dat moet doen, en welk resultaat je daarvan kunt verwachten. Bij e-mail is dat bijvoorbeeld de opdracht ‘stuur dit bericht naar dit e-mailadres’, waarna je ervan uit kunt gaan dat dit ook gebeurt.

Een API is een beetje te vergelijken met het invullen en opsturen van een standaardformulier naar een overheidsinstantie, bijvoorbeeld om een nieuwe parkeervergunning aan te vragen, of om een verhuizing door te geven. Alle populaire diensten op het internet, zoals Facebook en Twitter, hebben zo’n API. Die laten je browser of de app op je smartphone gebruikmaken van die dienst.

Maar vaak is die dienst niet open: omdat nergens beschreven is hoe je van die API gebruik kunt maken (het formaat van het ‘formulier’ is geheim). Of omdat je een zogenoemde API- sleutel nodig hebt om gebruik te mogen maken van de API (alleen gewaarmerkte ‘formulieren’ worden in behandeling genomen). Door de API van een dienst open te maken, stel je derden in staat om hun diensten of smartphone apps gebruik te laten maken van die API, en dus van die dienst.

Zet een rem op het opdelen van het internet

Als bijvoorbeeld de API van WhatsApp open zou zijn, dan zou iMessage weten hoe een bericht aan een WhatsApp-gebruiker verstuurd zou moeten worden. Dan zou een iMessage-gebruiker dus zonder problemen een bericht aan een WhatsApp-gebruiker kunnen sturen. Sterker nog: dan hoeven we helemaal niet meer van elkaar te weten welke app we gebruiken.

Dat zou een zegen zijn. Niet alleen wordt er zo een belangrijke rem gezet op het opdelen van het internet. Zo wordt ook de gebruikerservaring van veel diensten aanzienlijk verbeterd. Want bij deze oplossing kun je zelf je favoriete sociale netwerk-app of berichten-app kiezen, zonder een deel van je vrienden buiten te sluiten.

Deze indirecte lofzang op e-mail voelt wat ongemakkelijk. Mailen is eigenlijk een ongelooflijk gebruikersonvriendelijke en ouderwetse manier van communiceren. Maar de basisprincipes waarop e-mail ontworpen is, zijn tijdloos en nog steeds van onschatbare waarde. Tijd om ze ook toe te passen op andere internetdiensten.

Dit artikel van Jaap-Henk Hoepman, directeur van het Privacy & Identity Lab van de Radboud Universiteit, verscheen eerder op het blog van het Rathenau Instituut.

  1. 1

    “mailen is ongelooflijk gebruikersonvriendelijke en ouderwetse manier van communiceren.” Dat hoor ik steeds vaker.
    Wie kan mij nu eens uitleggen wat er zo gebruikersonvriendelijk aan is?

  2. 3

    1. Je kunt je afvragen of de verborgen premisse die hier wordt gehanteerd, namelijk dat het (altijd) handig zou zijn om gescheiden netwerken met elkaar te verbinden of sterker, van het begin af aan met slechts één netwerk te opereren, wel zo ‘handig’ is. In ieder geval voorzie ik wel wat problemen vanuit een veiligheidsstandpunt. Bijvoorbeeld, wie in de voorgestelde situatie een account hackt, heeft dan ook meteen overal toegang en anderzijds wordt de basisregel om nooit één en hetzelfde wachtwoord voor al je online accounts te gebruiken uit zicht verloren. Single Point of Entries zijn een natte droom voor iedere hacker.

    2. Hoewel ik een groot voorstander ben van open standaarden en in algemenere zin een open-source-evangelist, waak ik ervoor mijn standaard op te willen leggen aan alles en iedereen in het bedrijfsleven. Er komt namelijk ook heel veel innovatiefs uit die wereld. Bovendien komen er ook zoveel economische overwegingen kijken bij jouw voorstel dat de techniek an sich al snel een ondergeschikte rol gaat spelen in de discussie. Een ander aspect is dat verschillende initiatieven die zich op hetzelfde onderwerp richten tot verrassend verschillende resultaten kunnen komen.

    3. Tot slot zijn het óók de media, de techneuten en de eindgebruikers die invloed kunnen uitoefenen. We kunnen wel net doen alsof de macht van die grote bedrijven uit de lucht is komen vallen maar al die bedrijven zijn begonnen met een gebruikersgroep die ver onder de kritische grens lag dat er geen weg terug meer was. Nokia had bijvoorbeeld een superieur (grotendeels) open source besturingssysteem (Maemo) voor smartphones maar aangezien er alleen nerds op afkwamen is dat een vroege dood gestorven. Het restant, Sailfish OS, is nooit uit een bestaan in de marge gekomen.

    We hadden de keus met zijn allen te kiezen voor Windows95 of voor mijn part Windows3.10, Solaris, of iets opens als Unix of Slackware. We hebben de keus om Pidgin of Telepathy te gebruiken in plaats van gesloten clients voor gesloten chat-protocollen. En zelfs voor Windows zijn er oplossingen voor het woud aan protocollen. (Ik geloof dat Trillian nog altijd bestaat.) Er is alleen geen hond die die keuzes maken wil. Men is achter de media aangehobbeld, heeft toegestaan te worden afgescheept met inferieure software (Internet Explorer, bijvoorbeeld) en trapt massaal in de reclames die de treurbuis ze voorschotelt (Apple die de mensen wijsmaakt dat ze uniek zijn als ze die eenheidsworsten van Apple komen afnemen…).

    Nog één ‘tot-slot’ dan, ter illustratie dat verandering bij onszelf begint; Want neem nu de sargasso site. Één blik op de w3c code validator site leert dat de code zich niet houdt aan de standaarden en daarmee dus niet voldoet aan jouw open ideaal.

    http://validator.w3.org/nu/?doc=http://sargasso.nl/

    Als het kleine en makkelijk realiseerbare al zo blijft liggen, wat verwacht je dan op grote schaal?

  3. 6

    In eerste instantie lijkt die gedachte logisch: hoe meer gebruikers op Facebook of Whatsapp zitten, hoe aantrekkelijker het wordt om ook Facebook en Whatsapp te gebruiken. Al je vrienden, kennissen en collega’s zitten er immers al. Door dit netwerkeffect neemt de waarde van een dienst exponentieel toe met het aantal gebruikers. En daarmee lijkt een monopolie haast onvermijdelijk.

    wordt vaak gezegd maar wie gebruikt er nu nog MySpace? Of internet explorer? Hyves? Anders dan bij fysieke infrastructuur (trein, water, telefonie) zijn er geen hoge vaste kosten verbonden aan het initiele gebruik van Facebook of Whatsapp. Net zoals de Iranieers kunnen wij vrij makkelijk communiceren via Telegram ipv Whatsapp.

    https://nos.nl/artikel/2210244-in-iran-weet-je-meer-als-je-telegram-volgt-dan-als-je-de-krant-leest.html

    Die app is in Iran ontzettend populair. Meer dan 40 miljoen Iraniërs gebruiken Telegram. 48 miljoen inwoners (op een bevolking van 80 miljoen) van het land hebben een smartphone. Ter vergelijking: in januari 2017 had de app wereldwijd zo’n 100 miljoen maandelijks actieve gebruikers. “Zonder de chat-app waren er geen demonstraties geweest”, analyseert correspondent Thomas Erdbrink.

    Alles gaat via Telegram
    Telegram kon zo groot worden omdat de app in het land wordt toegestaan. “Eerder gebruikten Iraniërs WeChat of WhatsApp, maar die apps werkten niet zo goed of werden geblokkeerd.” Telegram wordt ook gebruikt door de (semi)overheid, waardoor de app niet werd geblokkeerd.

    Tsja, Whatsapp lijkt in dit geval weinig monopoliemacht te bezitten.

  4. 7

    @1: Inderdaad … ik vind e-mail juist uitermate gebruikersvriendelijk. Ik zie ook niet in wat er ouderwets aan zou zijn, eigenlijk.

    Het grote voordeel is dat je er zelf controle over hebt. Je bepaalt zelf wanneer je je inbox checkt, je bepaalt zelf wanneer je een mailtje leest, en je bepaalt zelf wanneer je reageert en hoe lang je erover doet om je reactie te formuleren. Daarbij wordt het ook nog eens automatisch gearchiveerd, en heb je allerlei mogelijkheden om extra informatie of lay-out te gebruiken om je boodschap te versterken. Dat maakt e-mail, mijns insziens, veel prettiger en handiger dan chats.

  5. 8

    @3:
    Dat de Sargasso-site niet aan de w3-standaard voldoet, geeft al aan hoe groot de invloed van private partijen is.
    Het toepassen van de standaarden vergt soms meer moeite.
    Hoeveel moeite, hangt natuurlijk af van de kennis van de toepasser, en de grootte van het project.

  6. 10

    @4: @5: @7: Dank. Pfff, en ik maar denken dat ik hopeloos achterloop;-) Vooral ook omdat sommigen zeggen dat email veel te veel tijd zou kosten…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren