De rechten van de mens in het museum

GC heeft ruimte voor gastloggers. Hier het maandelijkse gastlogje van P.J. Cokema, die onze mailbox toch weer heeft gevonden. Hij schreef al eerder over dit onderwerp op zijn eigen blog.

Mensenworst (Foto: Flickr/sherrivokey)

Dat het niet overal bijster goed is gesteld met de rechten van de mens, weten we wel. Maar dat in vele musea wordt geworsteld met de vraag of de resten van de mens wel rechten hebben is minder bekend. In het Teylers Museum in Haarlem wordt vandaag een symposium gehouden met als centrale vraag hoe musea moeten omgaan met de beladen onderwerpen uit het verleden. Het symposium borduurt voort op eerdere discussies over het tentoonstellen en bewaren van mummies, botten en schedels. In 1998 liet de Kunsthal Rotterdam met de tentoonstelling “Botje bij botje“, al eens zien wat er zoal aan veenlijken, scalpen en menselijke rariteiten op sterk water in de Nederlandse collecties voorkomen. Twee jaar geleden leidde de rondreizende expositie “Bodies“, die hier te zien was in de Beurs van Berlage, tot ophef wegens het gebruik van geplastificeerde lijken.

Het Teylers Museum heeft sinds januari een expositie lopen, waar het museum zelf blijkbaar wat ethische vragen bij wenst te stellen. Tot 10 mei kun je daar nog kijken naar “De exotische mens, andere culturen als amusement“. Met vele affiches en foto’s van zo’n 70 jaar geleden, waarop te zien is hoe mensen uit verre streken werden geëxploiteerd als kermisattractie of bezienswaardigheid in een dierentuin. Maar ook een ontleed gezicht van een Afrikaan en een stukje huid, die een Amsterdamse arts overhield na het ontleden van lichamen van overleden vreemdelingen. Zowel voor vermaak als voor wetenschappelijke studie hoefde men niet naar exotische oorden af te reizen. Dankzij kermisexploitanten en circussen kwam de exotische mens hier binnen handbereik. In het AD van 22 januari zegt conservator Bert Sliggers dat het exposeren van de exotische mens een belangrijk stempel heeft gedrukt op het denken van de Europese mens. Ook al behoort het uitbaten van vreemdelingen als bezienswaardigheid tot het verleden, de invloed van dat soort presentaties gaat door tot op vandaag de dag. “Wellicht zou er minder racisme zijn geweest dan nu het geval is“, stelt Sliggers in het AD.

Is het de nobele doelstelling van deze tentoonstelling ons die spiegel voor te houden? Dat vraagt de schrijver en universitair docent Koulsy Lamko zich ook af. Is de Teylers tentoonstelling louter vermaak over stereotypische opvattingen uit een verleden? Of nodigt de expositie uit tot “een blik die zich richt op de afkeurenswaardige, hiërarchisch indelende, destructieve blik op de Ander“? Wie de de expositie zelf bezoekt, vindt misschien een dubbel antwoord op die vragen. Enerzijds de schok van herkenning: toen was er een wel erg denigrerende kijk op “achterlijke zwartjes”, nu worden nog hele bevolkingsgroepen in die context geplaatst. Anderzijds slaagt het museum er niet echt in die context te doorbreken. Hoewel het een goed bedoelde poging doet door ook plaats in te ruimen voor “moderne zwarte kunstenaars die op het thema reflecteren” (citaat uit aankondiging van het museum zelf).

En daar wringt het een beetje. Met termen als “de exotische mens” en “zwarte kunstenaars”, maakt het museum meteen duidelijk dat er nog een lange weg te gaan is voor we onszelf niet meer onderscheiden in gewone mensen (wijzelf natuurlijk) en exoten die goed zijn voor een kunstje. Nu houden musea er tegenwoordig ook een ethische code op na. Daarin staat ook een passage over het tentoonstellen van gevoelig materiaal. De “belangen en overtuigingen van de gemeenschap, etnische of religieuze groep, waartoe de voorwerpen behoorden, geëerbiedigd. Zij worden getoond met omzichtigheid en met respect voor de algemene gevoelens van menselijke waardigheid“.

Wat denkt u? Toont deze expositie respect voor die algemene gevoelens van menselijke waardigheid?

Reacties zijn uitgeschakeld