Schop de patatburger uit zijn luie stoel
De volgende gastbijdrage is van publicist Dylan van Rijsbergen. Dit opiniestuk verscheen deze week in Waterstof, de ‘krant’ van de ‘linksprogressieve denktank’ Waterland. Sargasso plaatst het hier met toestemming van Van Rijsbergen.
Ik zal niet de enige zijn die schrikt van het niveau van de reacties op internetfora zoals bijvoorbeeld dat van de Telegraaf. Of na het lezen van de interviews met Wilders-stemmers die recentelijk nog in het NRC Weekblad stonden. Veel aanhangers van populistisch rechts denken alleen nog in vormen van paranoïde rancune: in hun ogen hebben de allochtonen, de linkse kerk, de academici het allemaal op hen gemunt, zij, de ‘gewone’, ‘hardwerkende’ Nederlanders. De grote groep ‘kleine’ mannen lijkt aan collectieve grootheidswaanzin te lijden. Overal hebben ze oplossingen voor klaarliggen en de oorzaken van maatschappelijke problemen worden enkelvoudig bij de ‘elite’ neergelegd. Het geheel vormt een simpele, samenhangende ideologie waarin de gekrenkte burgerman zichzelf als slachtoffer van de wereld positioneert.
Het is het opgezwollen narcisme van de verwende consument, die gewend is als een vervelende, veel te dikke baby alles te krijgen zodra hij begint te brullen. Het is een fundamentele les van het leven dat je niet altijd alles naar je hand kan zetten, dat je niet altijd krijgt wat je hartje begeert. Maar voor de patserige patatburger van nu is elk ongemak een reden om de ander de schuld te geven en vervolgens met een lachwekkende oplossing naar voren te komen die ook nog serieus genomen moet worden. Politiek is dan een soort Idols-wedstrijd geworden, waarin mensen die duidelijk niet kunnen zingen hun valse tonen laten horen. Alleen ontbreekt hier een jury, die de kandidaten terecht op hun gebrek aan talent wijst en hun overmoed publiekelijk vernedert.
Potsierlijk is daarbij de houding van een partij als de PvdA. De PvdA concludeerde uit een reeks verkiezingsnederlagen dat zij nog beter naar ‘de’ burger moesten gaan luisteren. Dus gingen partijleden serieus op hurken zitten om te luisteren wat deze miskende frustratiepoepers allemaal te vertellen hadden. Sommige PvdA’ers concludeerden daarbij dat het hier om ‘globaliseringsverliezers’ ging. Deze arme mensen waren wel degelijk slachtoffers, van de mondialisering van markten, van privatiseringen, outsourcing, immigratie en schaalvergroting. Om deze onderdrukte onderlaag te bedienen moest de PvdA terug naar zijn oude sociaaldemocratische wortels. En luisteren natuurlijk naar die mensen, want er zijn nog steeds socialisten die geloven dat diegenen die uitgesloten zijn van de maatschappij de waarheid in pacht hebben. Er werd bij de PvdA zelfs gesproken over een ‘beschaafd nationalisme’ en er ontstond langzamerhand zelfs iets als euroscepsis bij de oude doorbraak-partij.
Het laatste dat een politieke partij echter moet doen is koning Burger naar de mond proberen te praten. De moderne consument ontbeert namelijk werkelijk originele ideeën. Hij bezit slechts een gapend gat, een rioolput, een rancuneuze honger die gestild moet worden. Zoals hij gewend is alles in de winkel te kopen waar hij een behoefte aan heeft, zo wil hij ook graag een politieke mening kopen die zijn behoefte voedt. Populistisch rechts heeft dat maar al te goed begrepen en voedt de verwende publieke opinie voortdurend met kant-en-klare meningen, ideologieën en oplossingen. Het Big Mac-menu van Wilders: kopvoddentax, voetbalsupporters die in hun benen geschoten moeten worden, Antillen uit het koninkrijk, euroscepsis. Ze smaken allemaal lekker gemakkelijk, lekker concreet en ze voeden de behoefte om te schoppen, even de kleine ongemakken van het leven op iets of iemand anders te projecteren.
Dat is dan ook misschien wel het grootste gevaar van populisme: dat het zo lekker voelt. De psychoanalyticus Jacques Lacan vroeg zich ooit af waarom neurotische patiënten soms zo moeilijk genezen van hun symptomen. Waarom bleven ze hun obsessies alsmaar herhalen terwijl ze er alleen maar ongelukkiger van werden? Zijn conclusie was dat ze blijkbaar een soort genot – jouissance – moesten ontlenen aan die symptomen. Jouissance is een vreemd woord: het is eigenlijk een combinatie van pijn en genot. Zo ontleent de anorexia-patiente die niet wil eten een genot aan haar controle over haar lichaam, een controle die ze in de werkelijke wereld ontbeert. Hoewel ze steeds weer vermagert en doodongelukkig wordt, kan ze toch niet stoppen met haar zelfvernietigende gedrag. De werkelijke kern van haar ziektebeeld confronteren is veel angstaanjagender dan het voortdurend herhalen van het symptoom.
Ook de verwende, narcistische patatburger blijft hangen in de klauwen van zijn eigen jouissance. Hij zal redelijke politieke oplossingen niet snel accepteren omdat ze hem niet het gewenste, schopperige genot verschaffen. Ze bevestigen niet voortdurend zijn eigen koninklijke burgerlijke troon en zijn slachtofferschap. Het is de PVV die catert voor de symptomen van hun neurose.
Wat blijft er dan nog over voor progressieve partijen? Mijns inziens staan de zaken er slecht voor. In een artikel in de vorige Waterstof sprak Merijn Oudenampsen over een nieuw links dat net als rechts ‘scheppend’ durft te handelen. Maar in zijn Gramsciaanse analyse ontbreekt een bespreking van het element van jouissance. Als er nog een hoop is voor links, dan is het wel een strategie van doelgerichte confrontatie. Links moet zijn als de Idols-jury. Niet fijnzinnig en subtiel, en zeker niet refererend aan enige slachtofferpositie, maar scherp, hard en direct. Progressieve partijen ‘verkopen’ iets wat de gemaksburger niet wil hebben. De enige oplossing is dan maar om hem uit zijn luie stoel te schoppen.






