Zomerserie | Poëet in de Provence

Sargasso duikt deze zomer in de letteren en bezoekt kleine literaire musea in Nederland en daarbuiten. Vandaag een bijdrage van Bram Zieck over het Petrarca-museum in Fontaine de Vaucluse.

In een betoverend mooie, goed verborgen vallei in de Provence, iets ten oosten van Avignon, kocht de Italiaanse dichter Francesco Petrarca (1304-1374) in het jaar 1337 een eenvoudig huis, nadat hij de pausen was gevolgd in hun zelfgekozen Franse ballingschap. Om te kunnen ontsnappen aan de drukte van het pauselijk Hof had hij een plek uitgezocht waar hij in alle rust kon werken aan zijn oeuvre.  Het verblijf in de Vaucluse zou één van de meest vruchtbare periodes worden in het leven van de Italiaanse humanist-dichter, die wordt beschouwd als de wegbereider van de Renaissance. De meeste van zijn Latijnstalige traktaten als de Africa en het Bucolicum carmen zagen er het licht, maar ook zijn hoofdwerk in het Italiaans, Il  Canzoniere, kreeg in deze periode vorm.

Onderwerp van veel gedichten in het Canzoniere is Laura, een jonge vrouw die hij in 1327 ontmoette in een kerk in Avignon. Zij zou voor altijd de muze voor zijn poëzie blijven.Nooit, Vrouwe, gaat u ongesluierd uit,

niet ’s avonds, niet bij dag,

sinds u in mij het fel begeren zag

waardoor mijn hart zich voor elk ander sluit.

Toen mijn gedachten nog verborgen waren

bij mijn begeerten, dodelijk voor mijn geest,

werd uw gezicht gesierd door mededogen.

Maar toen is Amor indiscreet geweest

en nu versluiert u uw blonde haren

en zie ik niet uw liefdevolle ogen.

Zo is in u mijn liefste wens bedrogen:

uw sluier laat mij lijden

die, dodelijk in heet of koud getijde,

die lichtglans van uw mooie ogen stuit.                                 (Canzoniere, XI. Vert. P. Verstegen).

Op de plek waar ooit het huis van Petrarca moet hebben gestaan is nu, in een eeuwenoud pand, het Musée-Bibliothèque François Pétrarque ingericht. Nadat je via de doorgang in een rots de hortus conclusus hebt bereikt, bevind je je in een vallei waar je niets anders dan het stromen van de beek en het tsjirpen van de krekels hoort. Met de idyllische, kraakheldere Sorgue, die hier vlakbij ontspringt en het terrein wild stromend doorkruist, is het zelfs de vraag of de contemplatie, die Petrarca in het drukke, middeleeuwse Avignon niet kon vinden, wel bereikt kon worden op deze paradijselijke plek vol natuurlijke verleidingen.

Het kleine museum belicht het leven van de dichter en illustreert zijn nauwelijks te overschatten bijdrage aan de vroege Italiaanse Renaissance. Een uitgebreide collectie antieke edities van zijn werk en kaarten en boeken over dit deel van de Vaucluse herinneren aan de oorspronkelijke bewoner, die 700 jaar geleden op deze plek één van de destijds meest omvangrijke seculiere collecties boeken bijeen wist te brengen. Naast de vaste collectie zijn in het museum diverse, wisselende tentoonstellingen te zien rondom de thema’s schilderkunst en schrijfkunst en de dialoog tussen tekst en afbeelding in de boekdrukkunst.

Niet alleen het museum zelf, maar ook de adembenemende tuin die het gebouw omringt, maken een bezoek aan deze plek zonder meer de moeite waard. Wie nog denkt dat de bakermat van de Renaissance in Italië lag, moet dit inspirerende oord eens bezoeken.

Musée-Bibliothèque F. Pétrarque
Rive gauche de la Sorgue
84800 Fontaine de Vaucluse
Tel. : 04 90 20 37 20
E-mail: Mail

Openingstijden:

Dagelijks, behalve dinsdag

– 1 april t/m 31 mei & 1 oktober t/m 15 oktober:  10.00 – 12.00 / 14.00 – 18.00
– 1 juni t/m 30 september : 10.00 – 12.30 / 13.30 – 18.00
– 16 oktober t/m  31 oktober : 10.00 – 12.00 / 14.00 – 17.00
– Gesloten:  1 mei en 25 december

Vorige afleveringen:

De gelukkige onderwijzer, door Kyra.

Die Graue Stadt am Meer, door G. Drios.

  1. 2

    Niet dat ik nou altijd stijf wil volhouden dat de bakermat van de Renaissance wel degelijk in Italië lag, maar … Volgens mijn naspeuringen was Petrarca wel een Italiaan, en is hij in 1341 op het Capitool gekroond tot ‘magnus poeta et historicus’. Dus. En (sic!) er zijn wel veel beroemde Italiaanse humanisten, maar met het humanisme in de rest van Europa schiet het nog niet zo erg op.