Thatcher, vrijheid en paternalisme

ACHTERGROND - Margaret Thatcher wordt tegenwoordig, net als Ronald Reagan en Milton Friedman, gezien als één van de praktische grondleggers van het moderne neoliberalisme. Maar hoe vrij is de neoliberale vrijheid nu eigenlijk?

Het overlijden van Margaret Thatcher maakte bij veel mensen de nodige emoties los. Daarnaast was Thatchers verscheiden een mooie gelegenheid om haar meest geruchtmakende uitspraken weer eens onder de aandacht te brengen, waaronder uiteraard de volgende:

And, you know, there is no such thing as society. There are individual men and women, and there are families.

Meestal wordt bovenstaande uitspraak opgevoerd om Thatchers vijandigheid ten opzichte van collectieve actie en verantwoordelijkheid te illustreren. Niettemin heeft Thatcher het hier behalve over individuen ook nadrukkelijk over gezinnen. En in die woorden weerklinkt – al dan niet bewust – de bewering van neoliberaal icoon Milton Friedman in zijn boek Capitalism and Freedom dat…

[t]he ultimate operative unit in our society is the family, not the individual.

Deze overeenkomst is niet toevallig. Bovendien verklaart het in bovenstaande uitspraken uitgedrukte sentiment waarom sommige voorvechters van ‘de vrijheid’, waaronder zelfverklaarde liberalen, neoliberalen en libertariërs, in de praktijk niet zelden onvervalste conservatieven zijn met een grote, diepgevoelde voorkeur voor autoritarisme en paternalisme.

Ieder gezin dat bestaat uit ouders plus kinderen is immers per definitie een hiërarchisch instituut. En nog niet eens zo heel lang geleden hoefden er niet eens kinderen te zijn om een gezin hiërarchisch te laten zijn: de man was namelijk als vanzelfsprekend ‘het hoofd’.

Daarnaast maken met name libertariërs graag onderscheid tussen positieve en negatieve vrijheid, dat wil zeggen: tussen de vrijheid om een verlangen te kunnen realiseren en de vrijheid om niet actief door een andere partij te worden belemmerd in het vervullen van een verlangen. Alleen die laatste, ‘negatieve’ vrijheid wordt écht van belang geacht: ‘Gelijke kansen, ongelijke uitkomsten,’ zeg maar.

Wanneer echter dergelijke ‘negatieve vrijheid’ wordt losgelaten op een situatie waarin individuen in een hiërarchische situatie tot elkaar verkeren, zoals een gezin of een arbeidsrelatie, blijft er van daadwerkelijke vrijheid voor het kind of de werknemer natuurlijk weinig over. Kinderen, net als werknemers (ZZP’ers niet uitgezonderd), worden in de dagelijkse praktijk namelijk wel degelijk belemmerd in het vervullen van hun verlangens. En hoewel zowel libertariërs als liberalen graag zullen wijzen op de ‘vrijheid’ om ontslag te nemen, is het onmiskenbaar dat hun argument rust op een volstrekt kunstmatig vrijheidsbegrip.

Met andere woorden, (neo)liberalen en libertariërs streven dus niet naar zoveel mogelijk individuele vrijheid, maar naar een maximale vrijheid voor de ‘waardigen’: patres familias, eigenaren en ‘producenten’. De rest kan het, praktisch gesproken, schudden.

Een extreme vorm van dit sentiment komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in de geschriften van Murray N. Rothbard, ‘een centraal figuur in de Amerikaanse libertarische beweging’, die meende dat ouders het volste recht hebben hun kinderen als slaven te verkopen (op de ‘free baby market’). De negatieve ‘vrijheid’ van de betreffende kinderen, zo vond hij, wordt daarbij immers niet wezenlijk aangetast.

Maar ook minder extreme figuren uit het liberale pantheon hielden er de mening op na dat de waardigen macht mogen uitoefenen (eventueel via de staat) over de minderwaardigen. Milton Friedman drukt het als volgt uit:

Freedom is a tenable objective only for responsible individuals. We do not believe in freedom for madmen or children. The necessity of drawing a line between responsible individuals and others is inescapable, yet it means that there is an essential ambiguity in our ultimate objective of freedom. Paternalism is inescapable for those whom we designate as not responsible.

Maar wie beschouwen we als ‘verantwoordelijk’? Kinderen en geestelijk gestoorden vanzelfsprekend niet. Maar datzelfde gold eeuwenlang voor vrouwen. En volgens veel libertarische tea partiers kun je vrouwen nog steeds niet op hun woord geloven als het bijvoorbeeld op zaken als verkrachting aankomt.

Ook zwarte Amerikanen met hun schier onverbeterlijke culture of poverty kunnen natuurlijk nauwelijks als verantwoordelijke burgers worden aangemerkt. En hoe zit het met Marokkanen in Nederland? Hebben zij eigenlijk niet de straffe hand van een streng corrigerende overheid nodig?

Kortom: zolang er redenen kunnen worden gevonden om een bepaalde groep op basis van inkomen, geslacht of cultuur als ‘onverantwoordelijk’ aan te merken, gaan liberalisme en paternalisme prima samen.

Zodoende zal het nauwelijks toeval zijn dat het gros van de libertariërs – nominaal de meest vrijheidslievende figuren in onze samenleving – bestaat uit (blanke) mannen. Ook tegenwoordig heeft juist deze categorie nog steeds de meeste reden zichzelf als (potentiële) patres familias, eigenaren en, meer algemeen, als een natuurlijke elite te beschouwen. Paternalisme zal dus geen inperking van hún vrijheid opleveren.

Al met al is het niet onredelijk te veronderstellen dat veel varianten van het liberalisme worden gedomineerd door het sentiment ‘Freedom for me, but not for thee.’ En daarover althans, waren Thatcher, Friedman en de adepten van Ayn Rand het altijd al roerend eens.

  1. 2

    Het 4e stuk over Thatcher, nu zelfs als “één van de praktische grondleggers van het moderne neoliberalisme”.
    Een verborgen kwaliteit, maar over de doden niets dan goeds.

  2. 3

    het 4de stuk over Thatcher maar niet één stuk over het oordeel dat ze straks zal ondergaan na de opstanding uit de dood, over waar ze nu is en wanneer die opstanding ongeveer zal zijn. Over 1000 jaar dus.

    Sargasso, hopeloos genuanceerd.

  3. 5

    @4 Het mag wel eens gezegd worden.

    En nu ik toch bezig ben: Sargasso is naar mijn mening beter geworden, in ieder geval ten opzichte van ongeveer 2 jaar geleden. Er is minder ruimte voor ‘de waan van de dag’ (wat uiteraard nooit geheel moet verdwijnen) en er is meer ruimte voor achtergrond, verdieping, journalistiek en gewoon leuke luchtige artikelen over het aangename, het nutteloze en al het andere. De kwaliteit van het gemiddelde artikel is ook toegenomen. Er is nu een goed clubje schrijvers dat hier mooie dingen laat zien.

    Gaat zo door.

  4. 6

    Lezend over de pater familias, waardigen en zelfs iemand die het heeft over de opstanding. HPax lezend in alle draadjes over libertariers en rechtse vrijheden enz… doet mij weer herinneren dat ik ooit een stokpaardje had dat ik hier nog wel eens bereed. U weet wel: Romeinse beschaving die via de katholieke kerk naar onze tijd was gekomen en in het neo-conservatisme zijn wederopstanding vond.

    Ik ben benieuwd. Ik ben zeker benieuwd hoe lang het duurt voordat men het christelijke element er uit heeft gefilterd en een echt objectief libertarier heeft gevonden.

    Om dan vervolgens te concluderen dat er wel degelijk iets is als een samenleving.
    Dat het niet enkelen zijn met slaven om hen te dienen.
    Dat vrijheid bestaat.

    Maar dat dat alles moeilijk is.
    Te moeilijk voor de simpelen die men christenen noemt.
    Te moeilijk voor de HPax-en.

    En herinnert u zich Blair die katholiek werd?

    Het enige wat ik lees is een continue herhaling van het christelijk adagio : het gezin als hoeksteen van de samenleving. De beste constructie om iedereen zijn vrijheid te ontnemen en de worst voor te houden (of de peen in geval van een ezel) dat men in de toekomst het helemaal gaat maken. De american dream from the Vatican.

    Friedman zelf had een Joodse achtergrond uit het katholieke keizerrijk Oostenrijk/Hongarije. De bronnen wijzen zich vanzelf.

    De geschiedenis sleept zich voort en het houdt niet op.

  5. 7

    Zodoende zal het nauwelijks toeval zijn dat het gros van de libertariërs – nominaal de meest vrijheidslievende figuren in onze samenleving – bestaat uit (blanke) mannen.

    ???
    Dit hoort toch helemaal niet thuis in een stuk over Thatcher? Ik bedoel: ik verwacht dan toch minstens één zin, desnoods een bijzin, over waarom Thatcher (nota bene de eerste en enige vrouwelijke premier van het VK) en Rand het op zich hebben genomen om de belangen van het patriarchaat te vertegenwoordigen. Dat blijft nu toch wel behoorlijk in de lucht hangen.

    Edit: Hier ook nog even de visie van iemand van de BBC:

    If [Thatcher] had fallen under a bus in 1978, would Britain today be so different? Her champions and her critics would answer with a firm yes. But I doubt it.

    In the end, you are left with the woman herself. Indeed, the very fact that she was a woman may well have been the most remarkable thing about her.

    It is astonishing to think that when Margaret Thatcher first joined the cabinet in 1970, the Wimpy hamburger chain still banned women from coming in late on their own on the bizarre grounds that only prostitutes would be out at that time of night.

    Indeed, there is a supreme irony in the fact that Thatcher, who loathed feminism, came to embody the extraordinary expansion in the horizons of Britain’s women, which was arguably the single biggest social change of the 20th Century.

    And in several centuries’ time, when the minutiae of the Falklands War or the poll tax have been forgotten, I suspect that what Britain will remember about Margaret Thatcher is the simple fact of her femininity.

    Thatcher herself might not agree, but in the end, the interesting thing about the Iron Lady was not that she was made of iron. It was that she was a lady.

  6. 8

    liberalen, neoliberalen en libertariërs

    Thatcher noemde zichzelf libertarian. Misschien omdat liberal voor haar een scheldwoord was. Waarschijnlijk noemde ze zichzelf daarom ook niet neoliberal. Friedman benadrukte dat ze classic liberal was om maar de indruk weg te nemen dat ze liberal zou zijn, maar ook om uit te leggen dat ze geen gewone Tory was.

    Al met al is het niet onredelijk te veronderstellen dat veel varianten van het liberalisme worden gedomineerd door het sentiment

    Het is wel onredelijk te veronderstellen dat veel varianten van het liberalisme worden gedomineerd door een sentiment. Rare zin. Moeizame constructie bedoeld om een populistische slogan in te kwijt te kunnen.

  7. 11

    @7:

    Ik bedoel: ik verwacht dan toch minstens één zin, desnoods een bijzin, over waarom Thatcher (nota bene de eerste en enige vrouwelijke premier van het VK) en Rand het op zich hadden genomen om de belangen van het patriarchaat te vertegenwoordigen.

    Dat je vrouw bent wil natuurlijk niet zeggen dat je ook het beste voor hebt met andere vrouwen.

    Thatcher vond het klaarblijkelijk belangrijker om het (bezittende) patriarchaat te vertegenwoordigen dan haar seksegenoten.

    En dat heeft haar persoonlijk natuurlijk geen windeieren gelegd. Ze is er zelfs barones mee geworden.

    Jij bent toch ook niet boven alle andere dingen man (gok ik zo)?

  8. 12

    @7: Maar Thatcher was toch sterk patriachaal? Geen enkele vrouw liet ze toe binnen haar machtskringen. En haar aversie tegen feministen stak ze niet onder stoelen of banken. Het is ook de mythe van de sterke vrouw die de mannenwereld waardig is – zoals Boudicca en Elisabeth I – die hier als rolmodel fungeert.

  9. 13

    Dat je vrouw bent wil natuurlijk niet zeggen dat je ook het beste voor hebt met andere vrouwen.

    Het zal wel, en dat kun je zelfs volhouden voor een gehandicapte lesbische bijstandstrekkende negerin die neoliberale ideeën aanhangt. Wat ik frappant vind is de structuur van je stukje: dat je hebt besloten om een opmerking over dat neoliberalen eigenlijk vooral een stelletje patriarchale mannen zijn op te hangen aan een schreeuwend tegenvoorbeeld van je eigen stelling. Het is als een stuk over waarom negers maar niet weten door te dringen tot de populaire wetenschap dat is opgehangen aan een lezing van Neil deGrasse Tyson. En dat je vervolgens die ironie niet eens opmerkt in je eigen stukje; dat is gewoon vreemd.

  10. 14

    @13:

    Wat ik frappant vind is de structuur van je stukje: dat je hebt besloten om een opmerking over dat neoliberalen eigenlijk vooral een stelletje patriarchale mannen zijn op te hangen aan een schreeuwend tegenvoorbeeld van je eigen stelling.

    Vervang het woord ‘mannen’ door ‘personen’ en pas dan klopt het bovenstaande min of meer.

    Zoals ik in #11 al opmerkte, kunnen ook vrouwen pro-patriarchaat zijn. Vooral als dat zo in hun persoonlijke straatje past.

    Denk bijvoorbeeld aan Turkse moeders die meedoen of instemmen met eerwraak omdat dochterlief niet als maagd het huwelijk ingaat.

    Of wat dacht je van Phyllis Schlaffly die in de jaren zeventig carrière maakte door mordicus tegen het zogenaamde Equal Rights Amendment op de Amerikaanse grondwet te zijn?

  11. 16

    @6: De door ‘libertariërs’ erkende relatie tussen het moderne ‘libertarisme’ en de 16e eeuwse Spaanse scholastiek zal u zeker interesseren.

    (Of Hayek daaromtrent: “The basic principles of the theory of the competitive market were worked out by the Spanish scholastics of the 16th century and that economic liberalism was not designed by the Calvinists but by the Spanish Jesuits!”

    http://archive.mises.org/10930/hayek-on-the-school-of-salamanca/)

  12. 17

    @14: We praten langs elkaar heen; het gaat me er niet om of het theoretisch gezien mogelijk is om als vrouw het patriarchaat te steunen, het gaat me om de zin die ik in #7 citeerde en dan vooral de plek van die zin in de context van je stukje. Je stukje is als een artikel waarin wordt betoogd dat SP-stemmers veelal bijstandstrekkers zijn of i.h.a. mensen die verwachten meer uit het collectief te nemen dan ze ooit terug zullen geven, opgehangen aan de dood van een met de SP sympathiserende hoogleraar of bekende filmacteur, en waarin vervolgens niets wordt gezegd over de toch wel opvallende discrepantie tussen bewering en voorbeeld. Het is de stijl waar het me om gaat.

  13. 18

    Alleen mensen die het al goed hebben zijn libertarier.

    Libertarisme en in iets mindere mate liberalisme houden nooit rekening met de factor macht. Zogenaamd heeft iedereen dezelfde kansen, maar in de praktijk regeert het recht van de sterkste.

  14. 19

    @17 Dat is eigenlijk wel iets anders dan je in je eerste post in dit draadje beweert:

    Zodoende zal het nauwelijks toeval zijn dat het gros van de libertariërs – nominaal de meest vrijheidslievende figuren in onze samenleving – bestaat uit (blanke) mannen.
    ???
    Dit hoort toch helemaal niet thuis in een stuk over Thatcher?

    Hier gebruik je het tegenvoorbeeld van Thatcher om te ontkrachten dat de meeste conservatieven blanke mannen zijn. Geen wonder dat je zoveel wind vangt: die redenering snijdt geen hout.

    “Het gaat me slechts over stijl” doet daar niets aan af. De oorspronkelijke bewering is gewoon geldig en hoort wél thuis in een stukje over het conservatisme, ook als de aanleiding het overlijden van een vrouwelijke conservatieve is.

  15. 20

    @19:

    Hier gebruik je het tegenvoorbeeld van Thatcher om te ontkrachten dat de meeste conservatieven blanke mannen zijn.

    De fuck? Als ik zeg “in deze tuin hoort geen fontein”, probeer ik volgens jou dan te beweren dat fonteinen niet (zouden moeten) bestaan?

    En wat zou het trouwens als de meeste libertariërs (blanke) mannen zijn; ik durf te gokken dat het merendeel van de bezoekers hier die het met Laemers eens zijn ook (blanke) mannen zijn.

  16. 21

    @20 Je beweert dat een stukje over conservatisme niet zou moeten vermelden dat diens voornamelijke aanhangers uit patriarchaal bevoorrechte groepen komen. Zelfs als de aanleiding tot het stukje een uitzondering op die regel is, blijft dat gewoon hartstikke waar. Waarom zou dat hier niet passen? Ten eerste gaat dit stukje vrijwel niet over Thatcher als persoon, ten tweede geeft nadruk op Thatcher’s geslacht teveel gewicht aan haar uitzonderlijke status in dat opzicht: Thatcher is een outlier.

  17. 22

    @21: Stel dat de SP onder bijstandstrekkers de grootste partij is. Zou dit moeten worden vermeld in elk stukje over de SP? Zou dit moeten worden vermeld in een stukje over de SP dat is opgehangen aan de dood van een met de SP sympathiserende hoogleraar of bekend filmacteur?

  18. 26

    @22

    Stel dat de SP onder bijstandstrekkers de grootste partij is. Zou dit moeten worden vermeld in elk stukje over de SP? Zou dit moeten worden vermeld in een stukje over de SP dat is opgehangen aan de dood van een met de SP sympathiserende hoogleraar of bekend filmacteur?

    Het hoeft niet te worden vermeld, maar er is niets op tegen in beide gevallen. Wat mij betreft hoeft de uitzonderlijkheid van die SP-sympathisant helemaal niet expliciet te worden vermeld, vooropgesteld dat hij of zij geen substantiële minderheid vertegenwoordigt. Daarnaast is het overdreven te stellen dat @0 ‘opgehangen is aan’ de dood van Thatcher. Het is beperkt tot de twee beginalinea’s.

  19. 27

    over waarom Thatcher (nota bene de eerste en enige vrouwelijke premier van het VK) en Rand het op zich hebben genomen om de belangen van het patriarchaat te vertegenwoordigen.

    Sommige vrouwen houden van sterke mannen. De vrouwen die Mussolini bewonderden zou je ook een patrichiale ideologie kunnen toedienen, ondanks hun vrouw-zijn.

  20. 28

    Ik denk dat dit artikel libertarisme verwart met traditioneel conservatisme. Ik ben geen libertariër en een conservatief ben ik evenmin, maar het moet gezegd worden dat het libertarisme privaat eigendom voorop stelt, terwijl conservatisme de samenleving ziet als een organisch geheel.
    Er zijn zeker wel figuren die allebei deze visies aanhangen (Ron Paul, bijvoorbeeld) – en dus ook niet persée met elkaar strijdig zijn – maar libertarisme en traditioneel conservatisme hebben elkaar strikt gesproken niet nodig. In tegenstelling tot wat dit artikel beweert was Ayn Rand bijvoorbeeld zeer vijandig tegenover conservatieve stokpaardjes als “de familie”. Je kunt zelfs privaat-eigendom libertarisme vanuit een linkse inslag argumenteren zoals Karl Hess dat deed: Hij beschouwde zichzelf als onderdeel van de ‘New Left’, en verdedigde het libertarisme met typisch linkse argumenten (overheden veroorzaken economische ongelijkheid(!), zijn slecht voor het milieu, etc). Als onderdeel van de ‘New Left’ had Karl Hess dan ook simpelweg de standpunten van de Hippie-beweging overgenomen. Libertarisch was hij zeker, maar paternalistisch is nog wel het laatste waar je hem van kunt beschuldigen.

    Ook denk ik dat de familie quote van Friedman uit zijn context is gehaald. Als zelf-benoemde liberaal (waarvoor hij in het artikel genoemde boek refereerde naar de Verlichting) zag hij uiteindelijk het individu wel als het eind van het moraal. Ook het punt waarin hij het paternalisme naar voren haalt is in feite niet veel anders dan het sociaal liberale standpunt dat de overheid soms juist moet ingrijpen om vrijheden te beschermen. Vergeet niet dat Milton Friedman wel degelijk vond dat overheidsingrijpen onder bepaalde voorwaarden goed kon zijn, wat onder meer blijkt uit zijn steun voor het basis inkomen en zijn kritiek op stijf monetair beleid, wat hij onder meer zag als de veroorzaker van de Grote Depressie. De ironie hierbij is dat Thatcher juist een zeer stijf monetair beleid voerde wat leidde tot werkloosheid, en daarmee ook de woede die haar naam bij veel mensen nog oproept.

    Ten slot, het woord “neoliberalisme” beschrijft min of meer een fantoom-ideologie. Oorspronkelijk werd de term als zelf-beschrijving gebruikt door Duitse liberalen die opriepen tot wederopstanding van het liberale gedachtegoed in de nasleep van het Nazisme en de Tweede Wereldoorlog. Tegenwoordig is het meer een scheldwoord om bepaalde economische standpunten te bekritiseren zonder substantiële argumenten te geven. Een term die – in zijn huidige gebruik – Milton Friedman op één hoop gooit met Pinochet zoals Geert Wilders de gemiddelde Marokkaan op één hoop gooit met Al-Qaida kan ook niet serieus worden genomen.

  21. 29

    @28 De term “neoliberalisme” is inderdaad problematisch. Zoals ik het begrijp, omvat het een aantal verschillende stromingen waarin de keuzevrijheid van een rationeel individu op een voetstuk wordt geplaatst, ook als dat tegen het algemene belang indruist, en dat private ondernemingen eigenlijk overal beter in zijn dan overheden. Hoewel we inderdaad moeten waken niet teveel op één hoop te gooien, zijn het die aspecten waar volgens mij de kritiek zich op toespitst.

  22. 30

    @28 & #29:

    Ik vind de term niet zo’n probleem eigenlijk, zoals het op de engelstalige wiki staat vind ik de term juist erg werkbaar: een neoliberaal beleid is een beleid gericht op het verkleinen van de publieke sector en het vergroten van de private sector d.m.v. privatiseringen en dereguleringen (los v.d. vraag of dit rücksichtslos gebeurt & los van de mate waarin het succesvol is in het introduceren van een gezonde marktwerking). Een dergelijk beleid zie je zo vaak de kop opsteken dat er gerust gesproken kan worden van een stroming, het lijkt mij dan handig daar ook een naam voor te hebben.

    Liberalisme zonder meer is dan ongeschikt, dat is gewoon te kort door de bocht. Liberalen zijn bijvoorbeeld traditioneel een voorstander van (min of meer) gelijke kansen. De vrijheid en verantwoordelijkheid om zelf iets van je leven te maken impliceren immers ook de mogelijkheid iets van je leven te maken. Ga je snijden in die mogelijkheden, bijvoorbeeld door het hoger onderwijs duurder en dus minder toegankelijk te maken voor studenten met een kleiner budget, is dat dus niet zonder meer liberaal te noemen, terwijl een dergelijke maatregel wel uitstekend past in het beleid dat nu vaak ‘neoliberaal’ genoemd wordt.

    Overigens, #28, de mensenrechtenschendingen van Pinochet op het bordje van Milton Friedman schuiven is uiteraard onterecht (al heb ik er wel moeite mee de openlijke lofuitingen van o.a. Friedman en Hayek in de richting van Pinochet destijds als fraai te beschouwen) maar vind je de associatie van Friedman met het economisch beleid van Pinochet (de term ‘neoliberaal’ slaat immers op een economisch beleid) werkelijk zo vergezocht en ‘niet serieus te nemen’?

  23. 31

    @30: Probleem is dat de relatieve dominantie van de private sector altijd een kenmerk is geweest van de meeste Liberale Democratieën, in Popperiaanse zin. We hebben door de geschiedenis heen meerdere “golven” van deregulatie gehad en vergroting van overheidsinvloed gehad. Soms wordt tegelijkertijd de invloed van de overheid op bepaalde gebieden vergroot en elders weer verkleint, zoals tijdens de New Deal, waarbij zowel de overheidsmaatregelen werden geintroduceerd waarmee het bekend is geworden, en tegelijkertijd internationale handels barrières weggenam. Of Bretton-Woods, waarbij wederom internationale handels barrières werden verkleint maar er een vrij stevige internationale regulering kwam op allerlei monetaire zaken. Er is dus geen duidelijke beweging voor het vergroten van de invloed van de private sector (los van de liberalen en libertariërs natuurlijk), en de markt hervormingen die werden geintroduceerd door Linkse regeringen als het cabinet Kok en het presidentschap van Clinton moeten meer gezien worden als zaken die het resultaat waren van de tijdsgeest dan van de druk van een “neoliberale” beweging.

    Alle liberalen en libertariërs beschouwen zichzelf als voorstanders van gelijkheid van kansen. Het is per definitie een liberaal standpunt. Dit geldt net zo goed voor libertariërs. Jij ziet een overheid die collegegeld – al dan niet gedeeltelijk – niet vergoed als een situatie waarin er geen sprake kan zijn van gelijkheid van kansen, maar veel libertariërs zullen daar anders over denken. Zij hebben een fundamenteel ander standpunt over gelijkheid van kansen dan sociaal liberalen. Ik heb het dan ook echt over de harde kern waartoe zelfs de klassieke “libertarische” namen als Hayek en Friedman niet tot gerekend kunnen worden. Ze zullen argumenteren dat er geen sprake kan zijn van gelijkheid van kansen omdat diegene die dichtbij de overheid staan fundamenteel meer kansen zullen hebben dan degenen die dat niet zijn. Ze beredeneren vanuit het perspectief van een van aantal basisprincipes die nooit geschonden mogen worden, in tegenstelling tot het perspectief van de mogelijkheden die individuen kunnen bereiken, zoals een beetje zelfomschreven liberaal in Europa zou doen. De meeste mensen die “neoliberaal” genoemd worden, zoals Thatcher, Reagan, maar ook Karl Bildt en – met enige fantasie – Wim Kok en Guy Verhofstadt, zouden gemakkelijker bij het sociaal liberale standpunt geplaatst kunnen worden dan het radicaal libertarische standpunt over gelijkheid van kansen. Overigens ben ik het met je eens dat echte gelijkheid van kansen wel ingrijpen van de overheid vergt.

    Om het economische beleid van Pinochet te omschrijven als “neoliberaal” doet tekort aan de motivaties achter datgene, alsmede het feit dat dergelijke hervormingen inmiddels alle Post-Pinochet regeringen zijn overgenomen en uitgebreid. Ten slotte was er geen ideologische drive voor Pinochet’s economische hervormingen, die er vooral waren om investeerders te lokken, in de hoop op legitimiteit in eigen land.

  24. 33

    @31:

    Daarover worden we het niet eens begrijp ik, maar ik denk nog steeds dat de term ‘neoliberalisme’ nuttig is om een beleidskoers aan te geven die niet zonder meer als ‘liberalisme’ te beschouwen valt en daarnaast ook zowel qua intentie als inhoud van ander en eerder regeringsbeleid (New Deal etc.) verschilt.

    ”Alle liberalen en libertariërs beschouwen zichzelf als voorstanders van gelijkheid van kansen. Het is per definitie een liberaal standpunt. Dit geldt net zo goed voor libertariërs.”

    Dit klopt niet. Er zijn uiteraard wel ‘libertariërs’ die menen dat het toepassen van hun principes zal leiden tot een min of meer rechtvaardige samenleving en waarin ook min of meer gelijkheid van kansen heerst (Friedmans zoon is daar bijvoorbeeld een van), maar zelfs voor hen zijn zulke gevolgen vaak ondergeschikt aan de principes (het verabsoluteren van eigendomsrechten gecombineerd met een uitgangspunt dat zij ‘non-agressie’ noemen) waar ze hun filosofie aan ophangen. Voor het gros van de ‘libertariërs’ staat de negatieve vrijheid ongeacht de gevolgen echter hoe dan ook voorop, de overheid mág zich gewoon niet bemoeien met dit of dat want ze hebben, eenvoudigweg, “het recht niet”. Zelfs geconfronteerd met de behandeling van werknemers in sweatshops of op fruitplantages en gevraagd of ze niet vrezen dat de toepassing van hun principes juist zal resulteren in méér in plaats van minder mensen in een dergelijke situatie, is het antwoord (in mijn ervaring althans) steevast dat dit voor hen geen enkel verschil maakt. Maar dit was allicht terzijde.

    ”Jij ziet een overheid die collegegeld – al dan niet gedeeltelijk – niet vergoed als een situatie waarin er geen sprake kan zijn van gelijkheid van kansen,”

    Dit is een misverstand, ik stel een overheid die collegegeld niet vergoedt niet per se gelijk aan een situatie waarin er geen sprake kan zijn van gelijkheid van kansen. Ik gebruikte het slechts als voorbeeld om te aan te geven dat ‘liberalisme’ niet per definitie hetzelfde is als wat verstaan wordt onder ‘neoliberalisme’.

    Overigens bestaat er bij mij geloof ik geen verwarring tussen neoliberalen en ‘libertariërs, dus dat hoef je me niet uit te leggen. (Mag natuurlijk wel, als je dat wilt, maar ik bedoel meer: volgens mij het is niet noodzakelijk.)

  25. 34

    Helaas net te laat om #33 te editten, maar wat ik precies wilde zeggen met die alinea over ‘libertariërs’ is dat het voorstander zijn van een gelijkheid van kansen helemaal geen definiërend kenmerk voor ‘libertariërs’ is (dus onafhankelijk van mijn eigen ervaringen met ze) terwijl dit bij liberalen wel het geval is.

    Oftewel, nog een keer maar dan heel kort: er zijn uiteraard wel ‘libertariërs’ die een voorstander zijn van gelijke kansen, maar je kan ook best een ‘libertariër’ zijn zónder een voorstander van gelijke kansen te zijn. Terwijl een liberaal dus per definitie voorstander is van (een bepaalde mate van) gelijke kansen.

  26. 36

    En deze natuurlijk voor de ontzettende OLO:

    How should we honour her? Let’s privatise her funeral. Put it out to competitive tender and accept the cheapest bid. It’s what she would have wanted.”

  27. 37

    Al met al is het niet onredelijk te veronderstellen dat veel varianten van het liberalisme worden gedomineerd door het sentiment ‘Freedom for me, but not for thee.’

    Dit zit ingebed in de betekenis van het woord vrijheid. De vrijheid van de een zal altijd strijd zijn met de vrijheid van de ander.

    Een absolutistische kijk op vrijheid kan dan ook nooit waargemaakt worden.