Wie wat woke

Ongelijkheid, achterstelling, discriminatie en vernedering zijn al eeuwenlang centrale drijfveren van emancipatiebewegingen. Het draait eigenlijk steeds om macht. De onderdrukte en achtergestelde betwist de macht van de onderdrukker. Die moet macht delen, op z’n minst, of geheel afstaan ten gunste van degenen die al eeuwenlang zijn vernederd, klein gehouden en niet konden delen in alle rijkdommen op aarde. We kennen uit de vorige eeuw socialisten, feministen, antikoloniale bewegingen, bewegingen voor gelijke burgerrechten en voor de emancipatie van homoseksuelen. In de nieuwe eeuw is daar vanuit de Angelsaksische wereld een allesomvattende beweging voor sociale rechtvaardigheid bijgekomen die met scherpe en principiële standpunten oproept alert te zijn voor alle vormen van sociale onrechtvaardigheid tegelijk. Ontwaakt! Een beweging kun je het eigenlijk niet noemen, schrijft de socioloog Walter Weyns in Wie Wat Woke. Er is geen sprake van een organisatie met leiders, noch van een gemeenschappelijk programma of zelfs een gemeenschappelijke ideologie. Afgaand op de beschikbare literatuur en de uitingen in de media noemt Weyns de woke cultuur een rommeltje met vele paradoxen. Toch probeert hij welwillend, soms ironisch, maar vooral kritisch grip te krijgen op de achtergronden en denkbeelden van die nieuwe emancipatiestromingen die het ‘Ontwaakt verworpenen der aarde…’ een 21e eeuwse inhoud proberen te geven. En hij is daar wat mij betreft zeker in geslaagd. Wie op een afstand de uitingen van de woke cultuur heeft gevolgd en moe is van de oppervlakkigheid en polarisatie in het debat krijgt van Weyns de nodige uitleg om een standpunt te kunnen bepalen. Het hedendaagse ‘Ontwaakt..’ is beslist een radicaal geluid. De verkondigers van het ‘woke geloof’ nemen geen genoegen met compromissen. In de Black Lives Matter beweging sluiten ze eerder aan bij de radicale ideeën van Stokely Carmichael dan bij de burgerrechtenbeweging van Martin Luther King. Die radicaliteit van BLM wordt overgenomen in alle strijdperken tegen alle onrechtvaardigheid jegens welke minderheidsgroep dan ook. Een veelkleurige strijd die geconcentreerd wordt op ‘de witte man’, ‘niet door de witte huid of de  mannelijkheid op zich’, schrijft Weyns, ‘maar door zijn destructieve macht’.  Hij maakt de vergelijking met een prisma: veel kleuren die samenkomen in het wit. ‘De macht van de witte man kan enkel worden gebroken als er een grote coalitie wordt gesloten [van] allen [die] te lijden hebben gehad onder de bekrompenheid en imperialistische heerszucht van de witte man (…) Racisme, seksisme, dierenleed en homohaat zijn heel verschillende zaken, en altijd ligt het gevaar op de loer dat een slachtoffergroep enkel zijn eigen wonden likt, of erger: dat de slachtoffergroepen zich tegen elkaar keren. Daar is niemand mee gebaat, behalve de witte man die een lange ervaring heeft in verdelen en heersen.’ Want, hoewel aan de onderdrukte kant van de maatschappelijke machtsbalans allerlei groepen staan bevindt zich aan de machtige kant steeds dezelfde groep: de witte heteroman. Cultuur Om die witte heteroman een toontje lager te laten zingen zet de woke beweging vooral culturele instrumenten in: taal, kunst, geschiedschrijving. In de cultuur verbergt zich de macht die gebroken moet worden. De machtsverhoudingen zijn sociaal geconstrueerd en worden van generatie op generatie gereproduceerd (Michel Foucault). Daarom moet er gewerkt worden aan een nieuw bewustzijn, de ‘witte man’ en iedereen die zijn macht heeft geïnternaliseerd moet als het ware ontgift worden, heropgevoed. De schaamte van de achtergestelden moet worden omgesmolten, eerst in woede, daarna in trots. Daarmee zijn we beland in een therapeutische, moralistische beweging, een ‘bourgeoisbeweging’, volgens de Britse linkse criticus van woke Andrew Doyle, zonder enige interesse voor de klassieke, maar nog steeds bestaande klassentegenstellingen. De onrechtvaardigheden die daaruit voortkomen krijgen in deze nieuwe 21e eeuwse beweging tegen onrecht opvallend weinig aandacht. ‘De gele hesjes waren niet het slachtoffer van witheid’, schrijft Weyns. Economische ongelijkheid lijkt minder van belang te zijn dan psychische kwetsuren: gevoelens van vernedering en minderwaardigheid, daar liggen de triggers voor een opstand. Het is waar dat voor deze aspecten van ongelijkheid binnen de oude arbeidersbeweging weinig aandacht was. Maar nu lijkt in de nieuwe beweging tegen onrechtvaardigheid het omgekeerde te gebeuren. Taal In de heropvoeding van de ‘witte man’ is de taal cruciaal. De taal is het instrument voor de sociale constructie van de werkelijkheid. ‘Hoe kun je de wereld veranderen? Door op een andere manier te praten.’ Alle taal wordt daarmee ‘performatief’ gemaakt, alle woorden hebben een directe consequentie voor je handelen. ‘Zelfs als ik iets beschrijf stel ik niet zomaar vast wat er is. Ook beschrijven is performatief. Ik maak immers een keuze om het zo en niet anders te zeggen. Eigenlijk maak ik de werkelijkheid waarover ik spreek.’ Je moet dus goed op je woorden letten, want het risico is groot dat je bijdraagt aan een werkelijkheid waarin ongelijkheid, achterstelling en vernedering worden gehandhaafd. Met taal kunnen op deze manier dus ook sociale constructies als machtsverhoudingen worden gereproduceerd - of onderuit gehaald. Het is duidelijk dat met dit inzicht de aanval kan worden ingezet op de uitingsvrijheid die in de afgelopen eeuwen zo zwaar bevochten is en nog steeds onder druk staat. Maar dat moet dan maar, zo interpreteert Weyns de Code Diversiteit & Inclusie voor de Nederlandse culturele instellingen. ‘Eeuwenlang was de witte heteroman het centrum van waaruit werd gesproken, geschreven, geschilderd, gecomponeerd, gedirigeerd, gemaakt, gewerkt en gekeken’. Hij concludeert dan: ‘In naam van de sociale rechtvaardigheid moet de taal dus binnenstebuiten worden gekeerd, gereinigd en waar nodig hervormd’. Beetje overdreven misschien, maar toch. Het misverstand zit wat mij betreft in het ongeduld dat de woke beweging ten toon spreidt ten aanzien van het tempo waarin sociale en culturele veranderingen, mentale aanpassingen van mensen en veranderingen in het taalgebruik kunnen plaatsvinden. Spelen de gepolariseerde politieke verhoudingen in de Verenigde Staten, de bron van woke, hier misschien een rol? Niet alle ‘common sense’ kan worden weggezet als bewijs van ‘white supremacy’. En met een alerte kritische reactie valt meer te bereiken dan met de delete-knop of het ‘cancelen’ van omstreden sprekers. Kennis Zowel in het taalgebruik als in de waardering van wetenschap van woke-auteurs ziet Weyns sporen van het post-modernisme. Zoals van de Franse filosoof Lyotard die kennis en waarheid ziet als resultaat van een taalspel. Alle kennis is relatief en belangengeboden. Objectiviteit en universaliteit van kennis worden ingewisseld voor particularisme en subjectivisme. De waarheid is identiteitsgebonden. Ook in hun kennis en wijze van kennisvergaring zijn bepaalde groepen onderdrukt door de dominante stroming van westerse, witte, heteroseksuele wetenschapsbeoefening. Met enige verbazing noteert Weyns de beginselen van de woke wiskunde, ontdaan van witte invloeden. Anderzijds is er de terechte dekolonisatie van de geschiedenis. ‘Misschien was de dekolonisatie staatsrechtelijk een feit, maar economisch, cultureel en vooral psychisch moest er nog een hele weg worden afgelegd. Ook en vooral door de voormalige kolonisatoren, die in hun hoofd nog altijd de heersers van de wereld waren gebleven. Zo werd dekolonisatie een toekomstproject in plaats van een omgedraaide bladzijde uit het verleden.’ Wie Wat Woke is een inzichtelijk boek over de wending die de strijd voor emancipatie van onderdrukte groepen aan het begin van deze eeuw heeft genomen. Het is bovendien een heel vlot geschreven en goed leesbaar boek. Walter Weyns is kritisch en neemt sommige absurde consequenties van het woke denken met veel ironie op de hak. Maar hij neemt de strijd tegen ongelijkheid en onrechtvaardige maatschappelijke verhoudingen uiteindelijk wel volledig serieus. En dat kun je niet van alle woke-critici zeggen. [boeklink]9789464014440[/boeklink]

Door: Foto: LAD0T (cc)
Foto: Jym Dyer (cc)

Wat moeten we met plaagdieren in de stad?

ACHTERGROND - door Nienke Floor.

Vieze ziek- en bangmakers, zo staan stadsratten bekend. Hoe onwrikbaar is dat beeld? Is diervriendelijk bestrijden de beste optie voor deze plaagdieren, of kan de mens de rat ooit omarmen?

Vijfentwintigduizend zwarte ratten in één gebouw. In het noorden van India, in het dorpje Deshnoke, staat de Karni Mata Tempel. Op deze plek vereert de Hindoestaanse gemeenschap de rat. De heilige dieren lopen er vrij rond en krijgen volop te eten en te drinken. De aangevreten restjes worden door pelgrims eerbiedig buit gemaakt. En loop je een witte rat tegen het lijf? Dan heb je pas echt geluk.

In Nederland ligt dat wel anders. De meesten mensen zullen niet van geluk spreken als ze een rat over straat zien lopen. De kans dat het gebeurt wordt echter steeds groter. Het aantal ratten in de stad neemt toe. Gewenst zijn de dieren meestal niet. Met gif of andere dieronvriendelijke middelen vind de bestrijding plaats. Hoe kan het dat ratten ons hier in Nederland zo tegen de haren instrijken? Is een andere omgang met het dier mogelijk, misschien niet aanbidding, maar dan toch tolerantie?

Plaag of geen plaag? De mens bepaalt

Gemeenten en inwoners spreken momenteel vaak van een rattenplaag. Wat zorgt ervoor dat het dier op die plekken een plaag gaat vormen? Hoeveel dieren is ‘te veel’? Dat bepaalt uiteindelijk de mens, zegt plaagdierexpert dr. Bastiaan Meerburg (WUR). Als de omstandigheden, zoals klimaat en voedselvoorziening voor een soort gunstig zijn, dan zal het aantal dieren van die soort toenemen. De populatie groeit, steeds sneller, maar niet onbeperkt. Zo treedt er voedselschaarste wanneer de dieren met teveel worden. Dan zal er altijd een moment komen dat de groei weer stopt. Het ecosysteem heeft zijn ‘draagkracht’ voor die soort bereikt. Het probleem is dat dat punt vaak pas komt bij een grotere populatie dan de mens in zijn leefomgeving wil accepteren. Pas als de mens een bepaalde hoeveelheid dieren niet meer wil verdragen, dan begint men te spreken van een plaag.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Foto: Charles Hackley (cc)

Wetenschap in poëzie

OPROEP - VWN, de Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en –communicatie Nederland bestaat 35 jaar. Dit najaar viert de vereniging dat door een gedichtenwedstrijd uit te schrijven. Ben je lyrisch over (iets van) de wetenschap? Dicht een vers en stuur het voor 28 november 2021 op.

De juryleden Anna Enquist, Ionica Smeets, Edward van de Vendel en Marlies ter Voorde “hopen een grote hoeveelheid originele, serieuze, ontroerende en grappige wetenschapsgedichten” tegemoet te zien.

De honderdtwintig best beoordeelde gedichten zullen worden gebundeld in een nieuw te verschijnen gedichtenbundel. Daarnaast zijn er prijzen van 100, 150 en 250 euro en  een wetenschappelijk verantwoord boekenpakket te winnen.

De redactie van VWN laat ons (en vooral jullie, beste lezers!) weten:

Ook jij kunt jouw bijdrage aan de wetenschap leveren. Een limerick over Einstein, een sonnet over culturele antropologie of een haiku over het lableven; laat je dichtersader stromen en doe mee.

Lees eerst het Reglement VWN Gedichtenwedstrijd 2021 voor alle spelregels. Goed om te weten: de deadline is 28 november 2021. En ook belangrijk: houd je gedicht(en) de komende maanden nog wel even voor jezelf, want ze mogen niet eerder zijn gepubliceerd.

VWN gedichtenwedstijdZend hier je gedichten (los van elkaar) in. Vergeet daarbij de titel niet en de eventuele vertaling. Per dichter zijn maximaal drie gedichten toegestaan. Let op: dit is geen contactformulier. Als je vragen of ideeën hebt of het project wilt steunen, neem dan contact met ons op via [email protected]

Foto: ☼☼Jo Zimny Photos☼☼ (cc)

Troostwetenschap

COLUMN - In de discussies over het nut van lezen mis ik één factor. Het gaat in zulke discussies over hoe je een beter burger wordt met alle empathie die je opdoet uit de lectuur van romans of over hoe je cognitief beter functioneert omdat je woordenschat en je concentratie groeien. Maar zelden wordt genoemd wat misschien wel dé functie is van literatuur, van kunst. Troost.

Misschien is het omdat troost als een nutteloos nut wordt gezien. Getrooste burgers zijn geen bruikbaardere burgers, en het individu verbetert er zijn positie op de arbeidsmarkt niet mee als hij getroost wordt. Bovendien kun je ook troost vinden in allerlei vormen van kunst waar je niks voor hoeft te leren, zogeheten ‘lagere’ kunst, popliedjes bijvoorbeeld, of pulpromans. En dan is er nog het bezwaar dat volgens sommigen ‘echte’ kunst niet troost, maar je juist wakker schudt en verontrust. Troost is niet sjiek.

Vaderlijkheid

Tegelijkertijd is troosten, je verzoenen met de onvolkomenheden van het bestaan, iets wat kunst, laag of hoog, misschien wel beter kan dan wat dan ook. Ik denk dat zogenaamd verontrustende kunst ook vaak stiekem in de eerste plaats troostend is: iemand anders voelt mijn onrust.

Ik voel me de laatste tijd wat melancholiek. Dat stelt niet veel voor: de blaadjes worden geel en vallen, ik moet van wat mensen afscheid nemen, ik word door andere mensen geplaagd omdat je in het leven nu eenmaal af en toe door mensen geplaagd wordt, en hoewel er genoeg andere mensen zijn die juist heel aardig voor me zijn, wegen die dan niet op tegen het plagen. Niet op de manier waarop een liedje zoals dat van Kommil Foo dat wel doet.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Sleestak (cc)

Reality? Het is de schuld van fiction

Waarom denken sommige mensen dat achter de werkelijkheid de meest fantastische surrealiteit schuilt? Dat, hooggeëerd publiek, is de schuld van fictie.

Ik kwam op dat idee toen uit het stof van Sargasso’s archief een rubriek opdwarrelde, die precies tien jaar geleden ophield te bestaan. Woensdag 31 augustus 2011 stopte Victor (a.k.a.pokeythecat) met de Wondere Woensdagmiddag, een wekelijkse rubriek “met extra aandacht voor de nieuwste ontwikkelingen in Wetenschap- en Techniekland”.

De serie begon in 2007 met een stukje over “een idee dat dusdanig bizar was dat het tot dan toe alleen in SF-werk voorkwam”. En “de relatie tussen wetenschap en science fiction”, schreef Victor, “bleef niet alleen hem, maar veel uitvinders en onderzoekers fascineren”.

Voilà! Zowel voor- als tegenstanders van wetenschap zouden kunnen denken: ‘zie je wel, science is fiction’. De voorstanders menen dat uit fantasie een betere wereld kan worden geschapen. De tegenstanders zien er monsterachtige uitvindingen in, die van de mens roboteske zombies maken.
Om maar wat te noemen: Van Jules Verne naar de hedendaagse realiteit was al een kleine stap, van nu naar een Stars Wars-achtige toekomst is dichterbij dan we willen weten.

De bewijzen? In tachtig dagen de wereld rond met trein en stoomboot? Achterhaald! Het kan tegenwoordig in 56 dagen met de trein. Maar, teleurstelling, de aanbieder speelt vals. Het laatste stukje gaat per vliegtuig!

Foto: © Sargasso logo Quack?!

De betekenis en de grenzen van de academische vrijheid

‘Academische vrijheid is essentieel voor goede wetenschap, maar niet onbegrensd: wetenschappers moeten steeds een goed evenwicht zoeken tussen academische vrijheid en onafhankelijkheid aan de ene kant, en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid aan de andere kant.’ Dat schrijft de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) bij een vorige week verschenen rapport dat bedoeld is als voorzet voor nadere discussie over dit onderwerp.

‘Academische vrijheid definieert de KNAW als het beginsel dat medewerkers aan wetenschappelijke instellingen in vrijheid hun wetenschappelijk onderzoek kunnen doen, hun bevindingen naar buiten kunnen brengen en onderwijs kunnen geven. Dat gaat dan onder meer over:  de keuze van te onderzoeken thema’s, de keuze en toepassing van de eigen onderzoeksvragen en -methoden, de toegang tot informatiebronnen, het publiceren en delen van informatie via conferenties, lezingen en lidmaatschap van wetenschappelijke groepen, de keuze om samenwerking met wetenschappelijke partners aan te gaan, en de invulling van het wetenschappelijk onderwijs. De wetenschappers zelf en de instellingen waar zij werken zijn als eerste verantwoordelijk voor de academische vrijheid. Maar ook de overheid, als opdrachtgever en financierder, en de samenleving, inclusief het bedrijfsleven, dragen bij hun betrokkenheid met wetenschap verantwoordelijkheid. De grenzen van academische vrijheid worden in belangrijke mate bepaald door professionele normen van wetenschapsbeoefening. Deze zijn voor het wetenschappelijk onderzoek vastgelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit. Daar vinden we dan ook de criteria voor het onderscheid tussen integere wetenschapsbeoefening en pseudowetenschap.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: Chris Devers (cc)

Kan de computer wetenschappelijke artikelen beoordelen?

COLUMN - Het aantal wetenschappelijke publicaties groeit volgens sommige beweringen – op hun beurt ook weer vervat in wetenschappelijke publicaties – exponentieel, en een wetenschappelijke lockdown is nog lang niet in zicht. Toch is het eigenlijk niet duidelijk of zo’n enorme groei de wetenschap nu vooruit helpt of juist remt. De vele vaccins binnen korte tijd hebben we ongetwijfeld te danken aan deze wetenschappelijke ijver – praktische oplossingen kunnen zo snel worden gegenereerd – maar het is de vraag of in deze brij van gelijkvormige detailstudies uiteindelijk nog wel echt diepere inzichten naar boven kunnen komen.

Een tamelijk bizarre gedeeltelijke oplossing is voorgesteld in een recent artikel – ook weer een wetenschappelijke publicatie – van drie Amerikaanse onderzoekers. Zij stellen voor om artikelen voor publicatie voortaan te laten beoordelen door computers. Op die manier worden onderzoekers van een zeer tijdrovende en vrijwel onzichtbare taak ontlast: het uitgebreid doornemen van de artikelen van hun collega’s op foutjes.

Primitieve taal

De onderzoekers zijn vrij kritisch over hun eigen resultaten. Het computersysteem dat ze hebben gebouwd beweert bijvoorbeeld nogal veel onzin (‘it generates non-factual statements’ noemen ze dat zelf eufemistisch) in de leesverslagen die het opstelt. We zijn er dus nog niet zeggen ze, al kan het systeem dat ze gebouwd hebben proeflezers wel helpen met een ruwe versie van hun rapport, bijvoorbeeld om een samenvatting te maken.

Foto: jborsboom (cc)

Voortgezet onderwijs: te veel, onnuttig en achterhaald

COLUMN - Meermalen klinkt de laatste tijd de roep om onze toetsneiging in het onderwijs wat meer in te dammen. Niet alleen vanwege corona, maar ook omdat het inzicht dat al dit toetsen geeft beperkt is. Die oproep is terecht, maar onvolledig.

Hoewel inderdaad doorgeslagen, is met toetsen an sich niet zo veel mis. Meten is weten en toetsen geeft inzicht, zelfs al is het niet zaligmakend. Mij lijkt het daarom zinniger om niet zozeer te kijken naar hoe vaak we de stof toetsen, maar vooral wat de stof zelf is die er getoetst wordt. Daarbij focus ik op het VWO. Om de simpele reden dat ik daar het meest inzicht in heb. Zelf heb ik VWO gedaan, en nu heb ik een zoon in de VWO-eindexamenklas. In tijden van corona, waarin het onderwijs aan eindexamenkandidaten noodgedwongen tekort schiet, is het bij uitstek zaak te focussen op kernvaardigheden, en om nutteloze ballast uit het curriculum te schrappen.

Nutteloze bagage

Want het curriculum bevat nogal veel elementen waarvan je je af kunt vragen in hoeverre dat bijdraagt aan nuttige bagage op het carrièrepad van de examenkandidaat. Van sommige elementen is het nut zo ver te zoeken, dat je de indruk krijgt dat het in het curriculum geplaatst is enkel om te toetsen of een leerling snugger genoeg is om door te stromen naar het volgende toetsingsniveau, met als ultieme doel aan het eind van de rit een papiertje als “bewijs van snuggerheid”. De landelijke invoering van het fenomeen toetsweken versterkt deze indruk, want daardoor gaan leerlingen vooral leren voor de toetsen, en niet om kennis op te doen. Daarnaast is het curriculum zo overduidelijk opgesteld door alpha’s dat je je afvraagt of de afkorting VWO nog enige betekenis heeft.

Bestel je boeken bij Bazarow

Bazarow is een verkopende boekensite, waar je ook recensies, nieuws, een agenda en een digitaal magazine kan vinden. Nog niet alles is af, maar veel boeken zijn al te vinden en er komt de komende maanden steeds meer bij.

Het doel van Bazarow is om een site te vormen die evenveel gemak biedt als de online giganten maar die wél teruggeeft aan de boekensector. Tegen roofkapitalisme, en voor teruggeefkapitalisme, bijvoorbeeld door te zorgen dat een flink deel van de opbrengst terug naar de sector gaat en door boekhandels te steunen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: © Sargasso logo Quack?!

Quack?! Hoe te reageren op pseudowetenschap: enkele vuistregels

Een dikke tien jaar geleden begon ik, heel argeloos, te reageren op de desinformatie die door pseudosceptici werd en wordt verspreid over klimaatwetenschap. Ik heb niet de pretentie dat ik het perfecte recept tegen desinformatie heb gevonden. Maar ik heb, met vallen en opstaan, wel wat geleerd. Dit zijn de vuistregels waar ik me, met wisselend succes, aan probeer te houden.

Een pragmatische aanpak

Het is geen diepgravende analyse, want die zijn er al genoeg. Ik vraag me wel eens af of die diepgravende analyses veel bijdragen aan een oplossing. Misschien is een pragmatische aanpak wel beter. Pseudowetenschap en wetenschapsontkenning zijn er altijd geweest en ze zullen waarschijnlijk nooit verdwijnen. Wat er is veranderd is de omgeving: social media, de opkomst van populistische partijen, de toenemende onvrede in de maatschappij. De allerbelangrijkste regel voor communicatie blijft, in welke omgeving dan ook: houd rekening met je publiek. Ik weet dat ik daarmee een open deur intrap, maar dat kan geen kwaad omdat die basisregel nogal eensover het hoofd wordt gezien. Hoe interessant en diepgravend een analyse van het fenomeen ook is, je legt er je buurman niet mee uit waarom die meer waarde zou moeten hechten aan het standpunt van een grote meerderheid van de virologen en epidemiologen danaan de praatjes van Maurice de Hond. Daarom wat tips voor een pragmatische aanpak. Wie weet zijn ze bruikbaar, tijdens de zoom-bedrijfsborrel, of een online-discussie, of in een talkshow op de nationale tv, mocht iemand daar ooit in belanden.

Foto: © Sargasso logo Quack?!

Quack?! De wetenschappelijke methode

ANALYSE - Beste Jona, beste Marcel,

Met belangstelling heb ik jullie gedachtenwisseling gelezen over nepnieuws. Misschien, dacht ik, kan ik daar ook iets aan bijdragen, waarbij ik mij van tevoren verontschuldig voor de lengte van mijn bijdrage, want ik had geen tijd om een korter stuk te schrijven.

Bij het lezen van jullie discussie viel mij het volgende in: Een belangrijke reden voor het welig tieren van nepnieuws, is wellicht dat het voor de ‘gewone burger’ nog helemaal niet zo gemakkelijk is om te bepalen wat wetenschappelijke informatie is, en wat niet.

En dat kunnen we die gewone burger volgens mij ook niet verwijten. Het komt omdat hem op scholen nooit geleerd is wat een onderzoek nu eigenlijk “wetenschappelijk” maakt. Misschien is het nuttig daar eens aandacht aan te besteden?

Doe je eigen onderzoek

Valt het jullie ook niet op dat de term “je eigen onderzoek doen” juist in zwang is bij mensen die blijken te zijn gevallen voor berichtgeving die doorgaans totaal niet voldoet aan de eisen voor het wetenschappelijk onderbouwen van informatie? De grap is: als je die berichtgeving echt gaat bestuderen, blijkt dat die complotsites zoals we ze noemen juist heel erg goed zijn in het doen alsof ze heel gedegen en kritisch ‘wetenschappelijk’ onderzoek doen. Vandaar de populariteit van die term.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Volgende