Té veel online contact zorgt voor vereenzaming

Wat is de wetenschap achter vriendschap? Student-assistent Iris Korvemaker gaat op zoek naar de veranderingen in vriendschap door de tijd heen. Veranderen onze vriendschappen door de opkomst van Facebook en andere digitale communicatiemiddelen? Iris laat het internet zo min mogelijk haar vriendschappen beïnvloeden. Technologie komt van pas bij alle facetten in het leven. De NS-app helpt mij om de snelste verbinding te vinden tussen Utrecht en de woonplaats van mijn ouders, de Runkeeper-app houdt mij tijdens het rennen op de hoogte van mijn gemiddelde tempo, met NU.nl mis ik geen nieuws en Tinder koppelt mij aan de eventuele liefde van mijn leven. Waarom heb ik dan geen app die mij helpt met het kiezen van de juiste vrienden? Nou ja, nóg niet, want sinds dit jaar is er de app Pplkpr (peoplekeeper). Ik kan opgelucht ademhalen. Voor wie klopt jouw hart sneller? Pplkpr analyseert je vriendschappen door je hartslag te meten wanneer je met je vrienden aan het kletsen bent. Heb je een snelle hartslag, dan ben je misschien wel opgewonden of juist boos, terwijl een rustige hartslag aangeeft dat je heel relaxt bent met die vriendin of vriend. De app geeft advies over welke mensen je vaker zou moeten zien, en met wie je beter het contact kan verbreken. Ik ben nog sceptisch over deze nieuwe app. Voor mij is vriendschap iets wat vooral draait om gevoel. Door het ‘meten’ van vriendschap gaan we ons misschien minder focussen op het gevoel en gaat een stukje authenticiteit van vriendschap verloren. Toch rijst de vraag hoe technologie en internet onze vriendschappen veranderen.

Foto: Steve Cohen (cc)

De oprechtheid van een verontschuldiging

COLUMN - Hoe ga je als goede collega’s met elkaar om? Naarmate we inniger relaties met mensen hebben, horen daar cultuureigen opvattingen bij over hoe we dat doen. Gevoelsmatig kan dat wel eens heel verrassend zijn, legt Yvonne van der Pol uit.

Aan het eind van een lange week hard werken, hadden de leden van ons internationale consultancyteam elkaar goed leren kennen. Voordat iedereen weer terug zou vliegen naar huis, zouden we nog een keer met elkaar gaan dineren in de stad. Allen gingen zich even opfrissen in het hotel, om elkaar over een uurtje weer te treffen op het centrale plein. En wat schetst onze verbazing: de helft komt niet opdagen! Sms’jes blijven onbeantwoord en we gaan dus met een kleine groep eten en blikken terug op de afgelopen week. Maar het is een beetje onbevredigend. Waar zijn ze en waarom komen ze niet? Er is toch niets gebeurd?

Uitleggen of zwijgen?

En het gekste komt nog: de volgende dag op het vliegveld loop ik een van die collega’s tegen het lijf. “Hallo, hoe is het? Hoe laat is jouw vlucht?” Blabla, koetjes en kalfjes en geen woord over gisterenavond! Hier is iets aan de hand. Ik verwacht duidelijk iets anders dan hij.

Een prachtig artikel van Roger Baumgarte over cultuurverschillen en vriendschap geeft opheldering. Naarmate we inniger relaties met mensen hebben, horen daar cultuureigen opvattingen bij over hoe we met goede vrienden en nabije collega’s omgaan. Een van de vriendschapsdimensies waarin we verschillen gaat over hoe we omgaan met overtredingen of nalatigheid. Geef je een gedetailleerde uitleg met een oprechte verontschuldiging? Of verwacht je dat de goede vriend of collega het wel begrijpt, juist omdat je elkaar zo goed kent? In dat geval zouden excuses zelfs misplaatst zijn en wantrouwen creëren!

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Brett Davies (cc)

Vriendschap: altruïsme of egoïsme?

COLUMN - Een bekende Utrechtse volkszanger caféhouder en politicus is, zoals bekend, al jaren geleden teleurgesteld geraakt in vriendschap; het is volgens hem niets meer dan een illusie of een droom. Hij is bepaald niet de enige die een dergelijke teleurstelling verwoord heeft; denk bijvoorbeeld aan Voskuils Bij nader inzien, dat uiteindelijk hetzelfde zegt, maar daar iets meer woorden voor nodig heeft.
Eigenbelang

Het gesignaleerde probleem zal voor een ieder herkenbaar zijn: vriendschap (dat wil zeggen: stil en ongedwongen alles voor een ander doen), dat klinkt leuk, maar kan uiteindelijk niet op tegen de fundamenteel egoïstische krachten in ons. Als puntje bij paaltje komt, kiezen wij allemaal toch voor het eigen genot, het eigen voordeel, het eigen geluk.

Met andere woorden, vriendschap heeft slechts een instrumentele waarde – als het bijdraagt aan ons geluk, prima, maar als dat geluk op een andere manier bereikt kan worden, laten we onze vrienden direct vallen. We kunnen natuurlijk zeggen: dat is dan helemaal geen vriendschap, want echte vrienden cijferen juist zichzelf weg ten bate van de ander. Ware vriendschap zou zich dan kenmerken door altruïsme, waarbij we de belangen van de vriend dus zwaarder laten wegen dan ons eigenbelang.

Maar bestaat zoiets eigenlijk wel? Zijn wij werkelijk in staat om het goed van de ander te verkiezen boven ons eigen goed? Velen zijn hier sceptisch of zelf cynisch over, en zien zogenaamd altruïsme als niets anders dan beter of slechter verholen eigenbelang. Ik geef aan giro 555, maar toch vooral om mij goed over mezelf te voelen (en om daar op filosofische avonden goede sier mee te kunnen maken), en ik help mijn vriend met het verplaatsen van z’n koelkast opdat hij daarna niet kan weigeren mij te helpen verhuizen.

Foto: Alireza Teimoury (cc)

Bepalen je genen met wie je bevriend raakt?

ANALYSE - Met wie we bevriend raken, hangt af van een complexe wisselwerking tussen genen en omgeving.

Vertederd aanschouw ik hoe mijn peuterzoontje zijn vriendinnetje een knuffel geeft als we bij de crèche aankomen. Zo jong als hij is, heeft hij al een duidelijk voorkeur. Toch zullen de twee peuters zich waarschijnlijk niet verbonden voelen door hun muziekstijl of politieke kleur. Dit zette mij aan het denken: wat bepaalt eigenlijk wie onze vrienden worden? Het antwoord ligt mogelijk in de complexe wisselwerking tussen genen en omgeving, aldus een zojuist verschenen artikel in de Proceedings of the National Academy of Sciences.

Het principe “soort zoekt soort”, of de mooiere Engelse uitdrukking “birds of a feather flock together”  wordt vaak gebruikt om sociale connecties tussen mensen te verklaren. Gelijksoortige mensen zoeken elkaar op. Dit kan betrekking hebben op uiteenlopende aspecten: leeftijd, ras, geslacht, religie, politieke voorkeur, etcetera.

Er is nu ook bewijs voor een biologische basis van vriendschap: vrienden vertonen overeenkomsten in genetische opmaak – ook wel genotype genoemd.

Drinking buddy

Met name het dopamine-receptorgen DRD2 blijkt van belang. Interessant genoeg is dit gen ook in verband gebracht met rook- en drinkgedrag. Een “drinking buddy” is misschien dus wel een heel natuurlijke vorm van vriendschap.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Aantallen huilende mensen

Enige tijd geleden vroeg mijn vrouw me welke muziek er op mijn begrafenis gedraaid moet worden. Er was een aanleiding voor de vraag, maar die kan ik me niet meer herinneren. Ik geloof niet dat ik de dood ter sprake had gebracht.
      Er is een periode geweest, een jaar of tien geleden, dat ik vrienden schoffeerde door hun persoonlijk kwesties samen te vatten in vier woorden: angst voor de dood. Ik deed overigens hetzelfde voor mijn eigen persoonlijke kwesties. Ik had de dood ontdekt en hij bleek een handzame verklaring te bieden voor allerlei zaken waar ik mezelf mee kwelde op dat moment. Anderen waren er minder van gecharmeerd. Ze meenden dat ik hun vragen niet serieus nam. Ik geef toe dat mijn antwoorden wat eentonig werden, maar wat ernst betreft is de dood moeilijk te overtreffen – hooguit door de verloren WK-finale van 2010 of de metafysische vragen die mijn kinderen stellen. Zoals: wat is een gat?
      Bovendien gaf het verwijzen naar doodsangst  een zweem van diepgang aan de narcistische kwesties die ons als jonge dertigers bezig hielden. De beste rechtvaardiging voor een obsessie met jezelf is het feit dat je binnenkort ophoudt te bestaan.
      Laat ik zeggen dat mijn vriendendienst niet op waarde werd geschat. Het kwam zover dat gesprekspartners mij, nog voor ik iets had kunnen zeggen, interrumpeerden met de opmerking: ‘Ja ja, jij vind dat weer angst voor de dood, natuurlijk.’
      Dat was meestal zo, maar door hun vroegtijdige onderbreking kon ik veinzen dat ik een ander antwoord in gedachten had gehad. Dat antwoord wenste ik niet langer mede te delen.
      Het is een wonder dat ik vrienden heb overgehouden uit die tijd. Twee, om precies te zijn.
      Het leed is hardnekkig. Vorige week nog, betichtte een van hen me ervan doodsangst te gaan opvoeren als verklaring voor zijn persoonlijke ongemak. Voor zover ik weet, heb ik dat al jaren niet gedaan. Maar het kan zijn dat hij daar anders over denkt.
      Afijn.
      Mijn vrouw vroeg dus naar muziek voor mijn begrafenis. Ik had meteen een antwoord, hetgeen verraadde dat ik hier vaker over nagedacht moest hebben. Vermoedelijk bezondigen de meeste mensen zich wel eens aan fantasieën over de eigen begrafenis, maar dat maakt het niet minder pathetisch. De eigenwaarde meten in aantallen huilende mensen. Aantallen verzonnen huilende mensen.
      Toen ik dit vorige week bij vrienden ter sprake bracht – inderdaad, dezelfde twee vrienden – kreeg ik prompt allerlei Youtube-filmpje toegestuurd. Nog net geen draaiboeken.
      Ik stelde me voor hoe de heren op tochtige perrons hadden gestaan of op de bank hadden gezeten naast een wrokkige geliefde en hoe ze kortstondig troost hadden gezocht in het beeld van hun eigen begrafenis. Als het om troost gaat, zijn veel middelen geoorloofd. Zo niet alle.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Vrijheid

Israel. Vaak heb ik op het punt gestaan een stukje te schrijven. Soms ben ik begonnen. Nooit heb ik het afgemaakt, laat staan gepubliceerd. Je kan het namelijk nooit goed doen: een verkeerd woord, één verkeerd leesteken en de horden vallen van onder en boven, van links en rechts over je heen. Het is een van die onderwerpen waarover zoveel feiten, feitjes en factoïden rondzweven dat niemand het volledige overzicht heeft en dat iedereen het schijnbaar overtuigende betoog van de ander kan verstoren door een ontbrekend gebeurtenisje, schandaaltje, complotje of cijfertje op te lepelen. Feiten die geen waarheid vormen, en waarheden die elkaar tegenspreken. Meningen dus. En gevoelens. Je bent intuïtief vóór, of je bent intuïtief tegen, en op basis van die intuïtie lezen wij de gebeurtenissen en vormen wij allen persoonlijke onze mening. Instinctief.

Voordat u mij vanuit uw pro-Israelische of pro-Palestijnse bunker begint te bestoken met allerlei feitjes die naar uw mening absoluut van doorslaggevend belang zijn om de huidige situatie te begrijpen daarom het volgende: ik weet het niet. Ik ken niet al uw feiten, en ik heb moeite genoeg met de mijne. Intuïtief voel ik mee met de verdrevenen. Verdrevenen, dat zijn die mensen die hun hebben en houden, hun land en huis hebben verloren of op moesten geven. Of ze dat nou deden omdat er iemand met een geweer en een nationalistische ideologie stond om hen van hun land richting de woestijn te drijven, of omdat men in het naoorlogse Europa geen toekomst meer zag na de genocide in het Derde Rijk, maakt wat mij betreft niet uit. Verdrevenen zijn verdrevenen, en blijven dat vaak generaties lang. Niet voor de wet, wel in het hoofd, en in het hart. Met alle frustraties en gevoeligheden van dien. Zie ook: Molukkers.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.