Het Interbellum, maar dan met wifi

Ik heb me lang afgevraagd hoe het moet hebben gevoeld om in het interbellum te leven. Niet met de kennis van nu, met schoolboekwijsheid en pijlen op kaarten, maar echt, toen het gebeurde. Terwijl kranten nog deden alsof alles tijdelijk was, politici bezworen dat redelijkheid zou zegevieren en de meeste mensen vooral probeerden rond te komen. Hoe zag je de wereld afglijden zonder te weten dat hij werkelijk ging vallen? Het leek me altijd een fundamenteel andere ervaring dan de onze. Want wij zouden de patronen nu beter herkennen, en er makkelijker wat aan kunnen doen. Wat er toen gebeurde, dat had de wereld in die mate nog niet echt meegemaakt. Dat verschil voelt geruststellend, iets wat bescherming biedt. De luxe van achteraf Die geruststelling brokkelt af. Niet ineens, maar sluipend. Net zoals toen, vermoed ik. Geen klap, geen duidelijk moment waarop iemand had kunnen zeggen: dit is het kantelpunt. Alleen een reeks normalisaties. Autoritaire taal die eerst choqueert en daarna vermoeit. Afspraken die optioneel worden genoemd. Rechten die niet worden afgeschaft, maar ‘heroverwogen’. Steeds weer dat beroep op realisme, alsof morele grenzen een luxeproduct zijn. Wat me altijd fascineerde aan het interbellum was niet de opkomst van extremen, maar de traagheid van de reactie erop. Eigenlijk net als nu. De manier waarop redelijke mensen bleven doen alsof redelijkheid een natuurwet was. Alsof het genoeg was om gelijk te hebben. Alsof instituties zichzelf wel zouden verdedigen. Het heden als spiegel Ik denk steeds vaker dat ik nu begrijp hoe dat voelde. Niet omdat de situatie identiek is. Dat is ze niet. Geschiedenis herhaalt zich niet netjes. Dit is hooguit een rijm. De context is anders, de technologie agressiever, de schaal ergens nog groter. Helaas is dat geen geruststelling. Wat wel hetzelfde is, is het mentale landschap. De voortdurende twijfel of je zelf niet overdrijft. De interne correctie die zegt dat het vast meevalt. Dat het nu eenmaal rommelig is. Dat elke tijd zijn spanningen kent. En tegelijk dat knagende besef dat sommige dingen niet meer kloppen, dat bepaalde woorden te vaak worden gebruikt en andere juist verdwijnen. Normaliteit als valkuil Het gevaar zit niet in de schreeuwers. Die zijn herkenbaar. Het zit in de mensen die hun schouders ophalen, die zeggen dat het allemaal wel meevalt, dat je het grotere plaatje moet zien. Alsof het grotere plaatje niet juist bestaat uit al die kleine concessies. In het interbellum waren er ook genoeg mensen die geen fascist waren, maar wel vonden dat het allemaal te ingewikkeld was om je druk over te maken. Wat mij nu treft, is hoe comfortabel het voelt om niets te doen, waarschijnlijk net als toen. Hoe verleidelijk het is om conflict te vermijden, om passiviteit aan te zien voor nuance. Dat is geen individueel moreel falen, maar een systeemfout. Een samenleving die niks doen verwart met stabiliteit. Weten zonder zekerheid Speculatie, expliciet benoemd: misschien overschat ik de parallellen. Misschien is dit een van die periodes die achteraf een voetnoot blijkt. Dat kan. Maar ook dat is precies wat mensen toen waarschijnlijk dachten. Niemand leeft in een tijdperk met het label erop. Je leeft in een heden dat zich voordoet als tijdelijk en redelijk, tot het dat niet meer is. Het is vrede totdat het eerste schot klinkt. Vroeger dacht ik dat ik het wel zou hebben gezien. Dat ik al vroeg alarm had geslagen. Nu betrap ik mezelf erop hoe snel je went. Hoe het ondenkbare verandert in beleid, en beleid in routine. Geen conclusie, wel herkenning De vraag hoe het zou zijn om in het interbellum te leven voelt nu minder historisch dan vroeger. Niet omdat ik zeker weet waar dit naartoe gaat, maar omdat ik herken hoe het voelt om te leven in een tijd die zichzelf niet vertrouwt. Een tijd waarin de toekomst steeds kleiner wordt, onder andere door gebrek aan moed en de continue ontkenning van het mogelijk ondenkbare. Misschien is dat de echte overeenkomst. Niet de oorlogen, niet de uniformen, maar het moment waarop mensen beginnen te voelen dat de grond verschuift, terwijl iedereen blijft doen alsof het slechts een lichte trilling is.

Door: Foto: "Haags Interbellum" by Roel Wijnants is licensed under CC BY-NC 2.0

Closing Time | Everybody Ought to Treat a Stranger Right

Dat de tijd vliegt is meer een gevoel dan waarheid, want wat gaat de geschiedenis traag. Dat een dertiger jaren liedje nog steeds actueel kan zijn, hoezo ontwikkeling?

‘Everybody Ought To Treat A Stranger Right’, oorspronkelijk van Blind Willie Johnson, is door Ry Cooder opgenomen op het afgelopen voorjaar uitgekomen album The Prodigal Son, op de websdite aangekondigd met: “This is music for these times (…) a deft commentary on our ailing moral state.”

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Minister-president Rutte (cc)

Het VVD-tijdperk en iets met een olifant

COLUMN - In deze gastbijdrage reflecteert Karin van der Stoop op het huidige tijdsgewricht. Hoe kijken mensen in de toekomst terug op ons tijdperk? Wij noemen het meestal het informatietijdperk, maar ik kan me voorstellen dat zij er hele andere benamingen voor zullen bedenken. Bijvoorbeeld: Het VVD-tijdperk.

De Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. Ik schrijf het maar even voluit, want ik vergeet zelf vaak wat de afkorting betekent. Sinds 2010 is de VVD de regerende partij in Nederland. En wat heeft dat zoal opgeleverd?

Rutte-I

Iedereen herinnert zich het eerste kabinet Rutte nog wel, met CDA en gedoogsteun van PVV. De worsteling van het CDA met dat laatste, de tenenkrommende conferentie die ze daarover hadden. En de arme CDA-er Gerd Leers die de positie van minister van Immigratie in werd gerommeld, terwijl hij als burgemeester van Maastricht nog zo begaan was met asielzoekers in zijn stad. Nog geen anderhalf jaar later liet de PVV de begrotingsonderhandelingen klappen. En dat was dan Rutte-I.

De koude kermis en de visie van Rutte-II

De daaropvolgende verkiezingen waren zo spannend dat velen een strategische stem uitbrachten, om ofwel de VVD, of de PvdA uit de regering te houden. Kwamen die even van een koude kermis thuis.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Pleidooi voor een nieuwe mens

De nieuwe mensRECENSIE – Dat er iets unieks gaande was, dat had iedere burger rond 1900 wel in de gaten. De vraag was: wát gebeurde er? Waar ging de samenleving naartoe? Als er inderdaad een nieuwe tijdperk aanbrak, wélk dan wel? Er leek geen richting te zijn. Het leek wel alsof vrijheid de enige norm was, en afwijken van wat er al was, het enige ideaal. Een lezer van het keurige blad ‘Vragen van den dag’ formuleerde het op de volgende theatrale wijze:

‘De maatschappelijke beweging van het einde onzer eeuw! Welk een chaos! Nooit komt men gereed met het vormen van een oordeel; hoe vlijtig ook onderzoekend, steeds zal men in het scheppen van een definitieve meening verhinderd worden door het ontdekken van nieuwe idealen die aandacht vragen, die belangrijker weer schijnen dan veel die voorafgingen.’

Het waren ‘Vertigo Years’, zoals de auteur Philipp Blom zijn boek over dit tijdvak noemde. De wetenschap werd oppermachtig; de welvaart steeg enorm; de steden barstten uit hun voegen; het in eeuwen niet veranderde platteland viel ten prooi aan een agrarische revolutie.

En toch spreken historici niet van een nieuw tijdperk. Soms lijken ze daarover te speculeren: een halve eeuw geleden schreef historicus Jan Romein een boek over deze jaren, getiteld ‘Op het breukvlak van twee eeuwen’. Maar meer dan een chronologische breuk was dat bij Romein niet. Alles en iedereen raakte gevangen in een geweldige versnelling – maar breuk – nee. Als er een breuk aangewezen moet worden, dan plaatsen historici die veel eerder, bij de Franse Revolutie, of juist vlak daarna, bij de Eerste Wereldoorlog. Daartussen lag die lange negentiende eeuw.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De invloed van de tijdgeest

Waarom stemmen mensen links of rechts? Je zou denken dat het uitmaakt wat politici zeggen of doen. Dat valt tegen. Zo blijkt een flink deel van de gedogers van dit kabinet crimineel te zijn. Voor het rechtse blok als geheel maakt dat niets uit. Integendeel: dit gedoogkabinet had in juni 76 zetels en heeft er nu virtueel een paar bijgekregen. De linkse partijen kwartetten onderling wat met virtuele zetels, de rechtse partijen doen hetzelfde. Dat is ook niet zo vreemd, omdat mensen links of rechts zijn. Wij leren van onze ouders, omgeving, genen of wat dan ook een voorkeur voor een rechtse of voor een linkse politiek. Is die voorkeur eenmaal vastgelegd, dan zijn wij koppiger dan ezels. Die opvattingen kunnen in de loop der jaren wel wat verschuiven, maar niet teveel. Van GroenLinks naar PvdA of van PVV naar VVD. Links stemt links, rechts stemt rechts. Bent u een uitzondering? Gefeliciteerd, dan bent u de uitzondering op de bekende regel. Grosso modo verandert er in de Nederlandse politiek al een eeuwlang namelijk helemaal niets. Geen bal. Al vanaf de invoering van het algemeen kiesrecht heeft links net wat minder stemmen dan rechts.

Kortom: echt rigoreuze veranderingen vinden hier nooit plaats. Daarin zijn we overigens niet uniek. Ook de meeste buitenlanden kennen een vrijwel onveranderlijke links-rechts verdeling. In Duitsland rolt het balletje bijvoorbeeld vaak naar rechts, in Spanje meestal naar links. Opvallend is wel dat er door de Westerse wereld altijd een linkse of rechtse wind waait. Anders geformuleerd: het is de tijdgeest die bepaalt waar de stemmen van de doorslaggevende zwevende kiezers naar gaan. In de jaren ´80 was dat rechts. Denk aan: Kohl, Thatcher, Reagan en Lubbers. Tien jaar later woei de wind uit de andere hoek met Schröder, Blair, Clinton en Kok. Nu is het weer tijd voor een rechtse wind, vul zelf de namen maar in. Ok, Obama zit er nog, maar die had het geluk dat er vorige maand geen presidentsverkiezingen waren.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Darwinjaar | The trains that never shall meet

darwinIk had er meer van verwacht. Van het Darwinjaar, bedoel ik. Alle publiciteit tot nu toe beperkt zich voornamelijk tot een eindeloos herkauwen. Het leukste vind ik de open brieven aan Darwin in de Volkskrant. Ik heb ze niet allemaal gelezen, maar ik heb nu wel de indruk dat ieder zijn eigen obsessie met de evolutietheorie heeft. Aan de grens van dit obsessieve spectrum bevinden zich de creationisten. Een aanhanger van deze stroming uit Urk deed een foldertje het licht zien dat hun zaak mijns inziens geen goed deed, zo knullig was de argumentatie.

Wat uit de talrijke historische beschouwingen duidelijk naar voren komt, is hoezeer Darwin midden in de tijdgeest stond. Dat blijkt niet alleen uit het feit dat Wallace een vrijwel identieke theorie opstelde, maar ook uit de talrijke discussies die in die tijd gevoerd werden over bijvoorbeeld de overeenkomsten tussen fossielen en levende dieren, over het idee van een selectieproces en over het concept van mutaties als oorzaak van de waargenomen variatie binnen populaties. Darwin was degene die het allemaal met elkaar verbond. Het aardige van die tijdgeest is echter dat we ook zonder Darwin nu de evolutietheorie zouden hebben. In die zin is de ophemeling van Darwin een tikkie overdreven. Maar ik geef onmiddellijk toe: Darwinjaar klinkt een stuk beter dan Evolutietheoriejaar.