De prijs van 530 grensweigeringen

Even een nabrander. Een nieuwsbericht dat me een tijdje geleden al opviel, en recent opnieuw actueel werd. Het draait om één getal: 530. Zoveel mensen werden in een jaar tijd geweigerd aan de Nederlandse landgrens. Het getal werd bijna gepresenteerd als bewijs dat de grens "weer werkt", en dat dat de verlenging van de controles met een half jaar rechtvaardigde. Ondertussen doen we alsof dit het Schengenverdrag niet raakt. Alleen werkt het Schengenakkoord vanuit precies het tegenovergestelde uitgangspunt. Vrij verkeer is de norm. Grenscontroles vormen de uitzondering, bedoeld voor tijdelijke en concrete dreigingen. Geen structureel instrument, geen permanent politiek signaal. Met deze verlenging zetten we weer een stap in de richting van permanente controles. Sinds eind 2024 controleerde de Koninklijke Marechaussee aan de grenzen met België en Duitsland bijna 144.000 mensen. Daarvan werden er 530 geweigerd. Meer dan 99,6 procent mocht simpelweg door. Dat plaatst het succesverhaal meteen in perspectief. Het getal 530 klinkt substantieel zolang de rest van de zin ontbreekt. Zodra die zichtbaar wordt, blijft vooral een enorme controleoperatie over met een zeer beperkte opbrengst. En zelfs over die opbrengst kan je vragen stellen. Want wat weten we eigenlijk over die 530? Weinig dat wijst op kwaadwillendheid. Weigeringen ontstaan vaak door administratieve kwesties: iemand heeft geen geldig document bij zich, kan geen helder verhaal geven over verblijfsduur, of beantwoordt vragen op een manier die niet netjes in het formulier past. Dat zijn geen veiligheidsdreigingen. Dat zijn mensen die vastlopen in bureaucratie. De kans dat het overgrote deel geen enkele kwade intentie had is dan ook simpelweg statistisch groot. Daar staat tegenover wat deze controles wél hebben veroorzaakt. Tienduizenden extra staandehoudingen. Voertuigen die uit het verkeer worden gehaald. Wachtrijen bij grensovergangen waar dagelijks woon‑werkverkeer passeert. En soms loopt dat verkeerd af. Toegegeven, in dit geval niet bij een Nederlandse controle, maar toch. Recent veroorzaakte een Duitse grenscontrole opnieuw een zwaar verkeersongeval in Nederland. De door de controle resulterende file, die de grens over ging, had drie gewonden tot gevolg. Eerder leidde eenzelfde controle al tot twee doden. Zulke incidenten verdwijnen snel uit beeld, alsof het een ongelukkige voetnoot betreft. Toch horen ze bij de rekensom. Controles veranderen de verkeerssituatie abrupt: auto's die plots moeten afremmen, rijstroken die worden versmald, onverwachte files op plekken waar verkeer normaal doorstroomt. Wanneer beleid meer ontwrichtend werkt dan iets oplevert en gewonden en levens kost, dan hoort dat geen detail te zijn maar onderdeel van de afweging. Hoeveel risico is acceptabel om 530 mensen te weigeren? Hoeveel verkeersingrepen, hoeveel files, hoeveel incidenten? Binnen Schengen wringt dat extra. Het systeem is gebouwd op wederzijds vertrouwen tussen staten. Structurele controles knagen daar langzaam aan. Wat een noodinstrument was, dreigt zo in routine te veranderen. Iedereen eerst verdachte, daarna pas reiziger. Het resultaat blijft paradoxaal. Om 530 mensen te weren wordt een infrastructuur opgetuigd die honderdduizenden reizigers behandelt als potentieel probleem. Dat is de logica van een sleepnet: groot genoeg uitwerpen en je vangt altijd iets. Alleen zegt de vangst weinig over de effectiviteit van het net. 530 lijkt daarmee minder op een succesverhaal dan op een bijzin. Pas wanneer je de hele zin leest, inclusief de controles, de files, de gewonden en de doden, wordt duidelijk wat hier werkelijk verdedigd wordt: vooral het idee van veiligheid.

Door: Foto: Koushik Pal on Unsplash
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Rechters zullen minimumstraffen omzeilen

Met zijn wetsvoorstel voor minimumstraffen zegt het kabinet tegemoet te komen aan de roep uit de samenleving om strengere straffen. De vraag is of die roep wel zo luid klinkt als de regering beweert.  En of het wetsvoorstel niet meer is dan symboolpolitiek. De rechterlijke macht ziet er in ieder geval niets in, stelt Nico Kwakman, universitair docent aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen.

Onlangs heeft het kabinet het ‘wetsvoorstel minimumstraffen’ ingediend bij de Tweede Kamer. De Raad van State, de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming en de Vereniging voor Rechtspraak: allemaal adviseerden ze het kabinet de wet niet in te voeren. Maar het kabinet zet haar plannen door. Die plannen houden kort gezegd in dat daders die binnen tien jaar voor de tweede keer een ernstig gewelds-, levens- of zedenmisdrijf plegen (waar ten minste een maximum straf van 8 jaar op staat en dat een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer met zich mee brengt), een minimumstraf opgelegd krijgen oftewel minstens de helft van de wettelijke maximumstraf waarmee het vergrijp wordt bedreigd.

Inhoudelijk valt er veel op het wetsvoorstel af te dingen en bovendien mist het zijn doel. In de eerste plaats laat wetenschappelijk onderzoek zien dat zware straffen de kans op recidive niet of nauwelijks verkleinen. Ook is nog nooit aangetoond dat zware straffen leiden tot een daling van de misdaadcijfers.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Symboolpolitiek wérkt!

Politie, reclassering en hulpverlening dragen allemaal hun steentje bij om de criminaliteit terug te dringen. Maar wat zet nu echt zoden aan de dijk? Hoe voorkom je dat een eenzame Alphenaar realiteit en spel door elkaar haalt? Er is maar 1 radicale oplossing die werkt: verminder het aantal jongvolwassen mannen in een maatschappij. Jonge mannen zijn namelijk dé veroorzakers van het gros van de (overlastgevende) criminaliteit. Het relatieve lage aantal jongeren, is dan ook de belangrijkste reden dat we sinds de jaren 1990 te maken hebben met relatief lage criminaliteitscijfers.

Dan de werkloosheid. Natuurlijk hebben overheidsmaatregelen invloed op het aantal werklozen. Maar welke schommelingen volgt het werkloosheidscijfer? Die volgen, met enige vertraging, de conjuncturele golven van de wereldeconomie. Kortom: de invloed van de binnenlandse politiek op belangrijke kwesties als veiligheid of economie is beperkt. Daar hoor je politici nooit over en dat is ook heel begrijpelijk. Wie stemt er nu op een politicus die zegt dat hij het verschil niet zal maken?

Preventief fouilleren, kindertwitteraars opsluiten en hard rijden op 1 snelweg zijn de maatregelen anno nu. Criticasters noemen dit symboolpolitiek. Toch zijn veel mensen dik tevreden over de oplossingen van de huidige gedoogcoalitie. Hoe kunnen schijnoplossingen nu zorgen voor echte tevredenheid? Simpel, ook symboolpolitiek lost echte problemen op. Natuurlijk helpen de maatregelen niet tegen de criminaliteit of misplaatste grappen. Het pakt wel de keihard onlustgevoelens bij de burger aan. Preventief fouilleren maakt mensen minder bang. Harder rijden geeft de burger het gevoel van vrijheid. Ferme taal geeft Nederlanders de indruk dat het land weer van hen is.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Gloeilampverbod is symboolpolitiek

Zonlicht door peertje (Foto: Flickr/Steffe)

Zelden grotere symboolpolitiek gezien dan het uitfaseren van de gloeilamp of, op z’n Brussels gezegd, het ‘opschalen van de efficiëntie-eisen van verlichting’. Op de opiniepagina’s proberen mensen zoals klimaatexpert Bas Eickhout in de NRC Next van afgelopen woensdag te redden wat er te redden valt en het te spinnen tot een nuttige maatregel. Tevergeefs. Ze hebben halve waarheden en kleine leugens nodig om hun gelijk aan te tonen.

Zo haalt Eickhout aan dat negentien procent van de elektriciteit in de wereld opgaat aan verlichting. En dus is het verbod een goed verbod. Ik hoop voor hem dat hij er zelf in gelooft, want anders zou ik hem betichten van moedwillig onvolledige informatie verspreiden. Maar goed, behalve klimaatexpert is Eickhout ook GroenLinks-europarlementariër. Helemaal klimaatneutraal kan je hem dus niet noemen.

Allereerst heeft die negentien procent slechts betrekking op het wereldwijde stroomverbruik, niet op het Europese. Het zou goed kunnen dat dat percentage in Europa anders is. Daarnaast is, met het oog op het milieu, het focussen op stroomverbruik zeer twijfelachtig. Daar gaat gaat het natuurlijk niet om, het gaat immers om het totale energieverbruik. Strikt genomen klopt het wat Eickhout zegt, maar door dat niet te benoemen schetst hij toch een onvolledig beeld.

In die negentien procent zit daarbij niet alleen het aandeel van huishoudens besloten, maar ook het aandeel van de industrie en de overheid. Denk aan het verlichten van kantoren, bedrijventerreinen, en – ook niet geheel onbelangrijk – straatverlichting. Deze nieuwe wetgeving gaat daar helemaal geen invloed op hebben, aangezien de overheid en het bedrijfsleven veel efficiëntere verlichting gebruiken. In Nederland is het aandeel van verlichting in het stroomverbruik per huishouden slechts vijftien procent. Nog steeds een aardige hap, maar wel flink minder dan geschetst.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Symboolpolitiek: het gloeilampverbod

Aanstaande maandag wordt er in Brussel waarschijnlijk besloten dat de ouderwetse gloeilamp verboden moet worden. Althans, niet direct verboden, maar de lamp is niet energiezuinig genoeg, waardoor hij vanzelf uit productie zal worden genomen.

Het CBS becijferde een jaar geleden al dat dit soort lampen een schokkende 0,3% van ons energieverbruik uitmaken. De overstap naar de zuiniger spaarlampen (en daarna led-lampen) zal dit flink terugbrengen, maar vooralsnog is het vooral symboolpolitiek.

Zeker als je kijkt naar wat de gloeilamp afscheidt als “onzuinig” bijverschijnsel: warmte. In de zomer niet zo nuttig inderdaad, maar in de winter dragen gloeilampen in bescheiden mate bij aan het verwarmen van huizen. En die warmte zal moeten worden gecompenseerd door cv-ketels.