Duizend bommen en castraten
RECENSIE - Alle populaire cultuur heeft in de loop der eeuwen te maken gehad met afkeuring, minachting, en openlijke censuur. Striptekenaars kunnen er over meepraten. Sinds het genre eind negentiende eeuw doorbrak zijn velen achtervolgd met verboden omdat hun creaties niet in de smaak vielen bij de gegoede burgerij of de geestelijkheid die meenden te moeten waken over de geestelijke ontwikkeling van kinderen en jonge volwassenen. Hun uitgevers hielden er met het oog op de afzet rekening mee, maanden tot voorzichtigheid en eisten zo nodig aanpassing van tekst of tekening. En wanneer ze er toch in slaagden deze barrières te doorbreken waren er nog altijd ouders en opvoeders die hun kroost stripboeken en -tijdschriften onthielden. Omdat er te veel bloot in voorkwam, of te veel geweld, of omdat hun stripfiguren dingen deden die kinderen op verkeerde gedachten zouden kunnen brengen, omdat de karikaturen beledigend waren voor bepaalde bevolkingsgroepen of omdat er sprake was van majesteitschennis.
Jan Smet, hoofdredacteur van de Vlaamse Stripgids, verzamelde jarenlang voorbeelden van censuur in stripverhalen. Hij geeft nu een overzicht van zijn collectie in Duizend Bommen en Castraten. Het boek is met meer dan 500 rijk geïllustreerde pagina’s op het formaat van een stripboek loodzwaar in gewicht, maar ongetwijfeld een groot genot voor de stripliefhebbers en -verzamelaars die geen genoeg kunnen krijgen van hun favoriete genre. Daarnaast is het een rijk gevulde etalage van omstreden beelden in de 20e eeuwse massacultuur: wat mocht niet gezien worden door kinderogen? Wat was strijdig met de heersende moraal? Welke tekenaars gingen te ver en waarom? Het zijn vragen die in deze eeuw een nieuwe actualiteit hebben gekregen door de groeiende invloed van politiek correct denken over ras en gender op taalgebruik en beeldvorming.
