ACHTERGROND - De bescherming van klokkenluiders blijft een lastig onderwerp.
De Gemeente Rotterdam heeft een eerder ontslagen klokkenluider weer in dienst genomen. Er moest wel eerst een kort geding en vervolgens een bezwaarschriftencommissie aan te pas komen. Maar nu geeft wethouder Moti (PvdA) toe dat door de uitspraken van de voorzieningenrechter en de bezwaarschriftencommissie de jurisprudentie veranderd is ten aanzien van klokkenluiders. Er kan nu geen sprake meer zijn van automatisch ontslag voor een klokkenluider. De ambtenaar in kwestie had misstanden bij een moskee-internaat aan de kaak gesteld nadat hij de zaak intern tevergeefs had aangekaart.
Meestal loopt het met klokkenluiders minder goed af. In het jaarverslag van het Adviespunt Klokkenluiders staat: “Drie op de vier klokkenluiders heeft negatieve gevolgen ondervonden als gevolg van zijn melding. Dat zeggen klokkenluiders die het afgelopen jaar een misstand aan de kaak hebben gesteld en in contact stonden met het adviespunt.
Angst voor baanverlies vormde voor veel klokkenluiders bovendien een belangrijke reden om ofwel lang te wachten een misstand aan te kaarten ofwel uiteindelijk geen melding te doen. Onder negatieve gevolgen wordt onder meer verstaan: pesten, buiten sluiten, het moeten ziekmelden, overplaatsing, demotie, het niet verlengen van een contract of ontslag.” De geschiedenis van de NZa medewerker Gotlieb heeft deze problemen van klokkenluiders opnieuw op pijnlijke wijze aan het licht gebracht.
De bescherming van klokkenluiders is in Nederland net als in veel andere Europese landen slecht geregeld. Alleen het Verenigd Koninkrijk, Luxemburg, Roemenië en Slovenië hebben een regeling die volgens Transparency International door de beugel kan. Hoe die regelingen in de praktijk werken is nog de vraag. In Nederland is er voor ambtenaren op papier ook bescherming. Maar het Rotterdamse voorbeeld laat zien dat de praktijk er anders uitziet.