Boekrecensie | Maar dat mag je niet zeggen – Nikki Sterkenburg

Ja, dat wordt toch een dingetje bij mijn boekrecensies – hoe lang na het verschijnen van een boek kun je nog aan komen kakken met je recensie? In dit geval is het wel erg gortig, ook omdat 'Maar dat mag je niet zeggen' van Nikki Sterkenburg zo goed verkoopt dat het inmiddels in de derde druk zit (hoop ik – het zou inmiddels ook de vierde of vijfde kunnen zijn). En dat terwijl de uitgever me niet alleen een mooi recensie-exemplaar toestuurde, maar zelfs één van de gesigneerde versies! De leesbare versie van het proefschrift Met enige blosjes van schaamte op de wangen dan nu maar naar het boek (want dat is een stuk interessanter dan gezwatel over mijn non-existente planningsvaardigheden). 'Maar dat mag je niet zeggen' is een publieksversie van het proefschrift (2021) van Sterkenburg, dat ze schreef bij het Institute of Security and Global Affairs van de Universiteit Leiden. Ze is van huis uit journalist en dat leidt tot de prettige combinatie van enerzijds een wetenschappelijk stevig gefundeerd verhaal, dat vervolgens ook nog vlot en leesbaar is opgeschreven. Ze duikt in de wereld van radicaal- en extreemrechtse activisten, door middel van veldonderzoek, waaronder het bezoeken van bijeenkomsten en het houden van vele interviews met de activisten zelf. Dat geeft een wonderlijk kijkje in wat de mensen drijft en waar ze in geloven. Sterkenburg classificeert radicaal en extreemrechts, en de mensen die ze heeft geïnterviewd, in 5 groepen (typen). ‘Rechtvaardigheidszoekers’, die boos zijn op de overheid, ‘politieke zoekers’ op zoek naar bredere steun voor het extreemrechtse gedachtegoed, ‘spanningszoekers’ die vooral willen provoceren, ‘sociale zoekers’ die de rechtsextremistische beweging vooral gebruiken voor sociale contacten en ten slotte ‘ideologische zoekers’, op ideologische queeste en op zoek naar ‘ultieme zelfverwezenlijking’ (p24). Haar boek is opgedeeld in drie stromingen: straatactivisten, neonazi’s en de alt-right. Sommige 'typen' zijn vooral verbonden aan een bepaalde stroming (Ideologische zoekers zie je bijvoorbeeld veel bij de alt-right). Tegelijkertijd is het goed om in het achterhoofd te houden dat elke indeling (ook in stromingen en typen) ook maar een abstractie is en er in werkelijkheid de nodige overlap is en tussenvormen bestaan. De teloorgang van de cancelcultuur Ik ga het u besparen om een samenvatting te maken van de inhoud van het boek. Samenvattingen lezen is niet leuk, en zo goed als het boek zelf wordt het toch niet. Wat ik hieronder ga doen is een aantal rode draden aanhalen die ik er in zie, en die me boeien. Dat zijn de cancel culture, de treurigheid die er af en toe van af straalt, het verlies van vertrouwen in de overheid, het sektarische karakter van (een deel van) de extreemrechtse beweging, en tot slot random interessante losse dingen. Om te beginnen de cancelcultuur. Want daar gaat het tegenwoordig vaak over, op Twitter en op de media. “Je mag tegenwoordig ook helemaal niets meer zeggen” (de titel van Sterkenburg haar boek verwijst er naar), want voor je het weet wordt je ‘gecanceld’, klagen mensen bij je werkgever, word je in een verdomhoekje zet. En dat is helemaal schandalig en is een bedreiging voor de vrijheid van meningsuiting en komt, uiteraard en net als al het andere kwaad, van links - net als de kogel. Behalve dat het boek van Sterkenburg duidelijk en goed (historisch) onderbouwd laat zien dat het geklaag over die cancelcultuur van tegenwoordig veelal gelul in de ruimte is. Vróeger, toen had je nog een cancelcultuur. Sterkenburg refereert aan het laatste onderzoek van haar, waarin extreemrechtse activisten werden geïnterviewd, in de jaren negentig. Die zaten allemaal in een sociaal isolement vanwege hun denkbeelden, hadden moeite met het vinden van werk en werden uitgekotst door de maatschappij. Daarnaast laat ze zien dat het momenteel totaal anders is: niemand die ze gesproken heeft zit echt in een sociaal isolement. De omgeving van extreemrechtse activisten negeert dit, of moedigt het zelfs aan. Werkgevers moeten er om lachen wanneer een winkelmedewerker af en toe wordt opgepakt bij een extreemrechtse rel, of vinden het goed dat iemand buitenlanders in zijn team intimideert omdat hij een racist is. De huidige harde kern van extreemrechtse activisten is zo’n 150-250 man groot, schat ze, maar ze lijken veel talrijker. Door hun online invloed, waar ze goed georganiseerd zijn, maar ook omdat ze volop samenwerken met hooligans, boze burgers, en complotdenkers. Dat was twintig jaar geleden ondenkbaar, en illustreert hoe mainstream extreemrechts inmiddels geworden is. Sterkenburg verwoordt het als  volgt: “We zijn als samenleving meer gewend geraakt aan radicaal- en extreemrechtse standpunten omdat de retoriek de afgelopen twintig jaar op dagelijkse basis onze levens is binnengedrongen.” Daarbij geeft ze voorbeelden van landelijke politici van de PVV, FvD maar ook de VVD. In haar eigen omgeving ziet ze een onverschilligheid van mensen voor extreem- en radicaalrechts, en gebrek aan vermogen het gedachtegoed te herkennen. Extreemrechts is er in geslaagd om eigen ideeën te verkopen als normaal standpunt. Treurigheid Een andere rode draad is de treurigheid van de extreemscene die het boek oproept. Sterkenburg beschrijft onder andere hoe men aan de extreme rechterkant tegen elkaar pocht, stoere verhalen uitwisselt over bijvoorbeeld het plakken van racistische stickers: “’Ik heb er zelfs eentje bij de moskee in de bus gedaan’, glundert ze”. Tja. De neonazi’s die ze spreekt vechten voor een sterke staat gebaseerd op tucht en orde - maar ze hebben zelf moeite om hun bed uit te komen in de ochtend, en vechten voor een systeem waarin ze zelf niet in zouden kunnen gedijen. Ook illustratief is het volgende citaat: “Een ander, bekend om zijn jarenvijftigstandpunten als het gaat om de positie van de vrouw, besluit te stoppen [met actief zijn in de rechtse beweging] omdat zijn vriendin niet wil dat hij er mee doorgaat.” De onderlinge solidariteit onder radicaal rechts lijkt te wensen over te laten. Zodra iets voor de rechter moet komen is het ieder voor zich. In het boek staan vele voorbeelden over onderlinge ruzies, afgunst en bedreigingen. En dan zijn er de etnonationalisten, die uren per dag filmpjes zitten te kijken op het internet bij wijze van ‘zelfpurificatie’ en ‘zelfstudie’. Ook die lijken er, op basis van de gesprekken die Sterkenburg beschrijft, zelf niet gelukkig van te worden. Al met al schept het niet een beeld van groepen waar de gemiddelde mens graag bij zou willen horen. (Maar then again, ze willen natuurlijk ook niet de gemiddelde mens, maar de übermens). Een ander soort treurigheid: in de steek gelaten mensen Een terugkerend thema is dat de verschillende rechtsextremisten die Sterkenburg spreekt hun vertrouwen hebben verloren. Ze zijn, of in ieder geval voelen, zich in de steek gelaten door de overheid. Ze leven in armoede, of hebben vrienden of familie die dat doen, en zien zichzelf als de ‘hardwerkende Nederlanders’ die er slachtoffer van zijn dat het ‘eigen volk’ wordt achtergesteld ten opzichte van nieuwkomers. Sterkenburg signaleert haarscherp dat er wel meer mensen in de steek worden gelaten door de overheid, die vervolgens niet (al dan niet bij wijze van spreken) siegheilend door de straten gaan marcheren. Maar tegelijkertijd ziet ze ook dat een deel van de mensen die ze spreekt het slachtoffer zijn van een terugtrekkende overheid, waardoor allerlei noodzakelijke diensten (UWV, gemeente, Belastingdienst) slecht bereikbaar zijn, en het soms nauwelijks mogelijk is een mens te spreken te krijgen omdat alle communicatie digitaal of via de post moet. Veel mensen kunnen de ‘eigen verantwoordelijkheid’ die ze zouden moeten dragen niet aan, en daarmee verliest men ook vertrouwen in en sympathie voor de overheid. “Onbekend maakt onbemind, ook als het de verzorgingsstaat betreft” schrijft ze, en daar heeft ze een punt. Het is geen excuses voor het aanhangen van verwerpelijk gedachtegoed, maar voor sommigen wel een duw in die richting. Een soort van sekte Wat mooi naar voren komt in 'Maar dat mag je niet zeggen' is het sektarische karakter van extreemrechts. Het wordt geïllustreerd aan de hand van het “red pillen”: zij hebben de ‘red pill’ geslikt, zijn de enige die door alle leugens heen kijken en zien hoe de wereld écht in elkaar zit, zij zijn de uitverkorenen. Het zijn vooral de ‘ideologische zoekers’ (denk aan Erkenbrand en FvD) uit Sterkenburgs theoretisch concept die hier vatbaar voor zijn. Zij zien wél het complot van de Joden, de cultuurmarxisten, et cetera, vaak aangelengd met wat rassenleer. De eigendunk van de mensen die Sterkenburg spreekt steekt wat schril af tegen de intellectuele luiheid en leegte die blijkt uit de antwoorden. Iemand weet te vertellen dat de Joden zelf achter de holocaust zitten. Die is in scene gezet, want zo wordt een deuk geslagen in het ego van ‘de witte man’. Het is zo, want het stond op Youtube. Ook andere fragmenten laten een absolutistisch wereldbeeld zien waarin iets wit is of zwart, en geen tussenvormen bestaan. Eén gesprekspartner heeft het idee dat door een beetje mee te lullen en te kletsen over haar kinderen Sterkenburg vanzelf wel naar hun kant komt, en dat wordt haar ook meegedeeld. Men is Heel Zeker Van Zichzelf. Sommige van de geïnterviewden zien zelf een parallel met religieuze fanatici: met de jihadistische beweging om precies te zijn. Daar doen ze immers ook aan ‘zelfpurificatie’, geloven ze in een gewapende ‘eindstrijd’, en is er een sterke online subcultuur. Wat random interessante dingen Tot slot wat random interessante dingen. Ten eerste: dit zijn enge clubs. Er zitten mensen bij die wachten op een burgeroorlog, en die daarvoor oefenen met wapens. Sommige rechtsradicalen hebben connecties met voetbalhooligans, zo is de harde kern van Utrecht ooit Pegida komen verdedigen toen er een tegendemonstratie was. Sommige rechtsextremisten lijken  overigens erg op de hooligans - alleen dan zonder het voetbal, maar mét ‘vechten op afspraak voor de kick’. Een deel van die mensen die Sterkenburg sprak is groot voorstander van deportaties. Verschillende groepen kunnen immers niet vreedzaam samenleven, dus moeten we ‘deporteren voor de vrede’. Enigszins geruststellend is dat het lijkt alsof de AIVD de mensen waar het om gaat wel in beeld heeft. In de categorie ‘dat hadden we totaal niet aan zien komen’ blijkt Kusters van de NVU fan van Cliteur. De NVU is van mening dat hun programma momenteel wordt uitgevoerd, zowel in de VS als in Nederland (lekker gewerkt Mark & co.!). Erkenbrand is een ‘mars door de instituties’ aan het maken, onder andere bij Elsevier (wat niet echt verbaast als je ziet wat daar af en toe verschijt tegenwoordig). [*] Zeer interessant is een stukje over het trollen en de digitale intimidatietechnieken die extreemrechts gebruikt. Het bevestigt dat er volk rondloopt met tientallen accounts op Twitter die dit misbruiken, of in de woorden van Sterkenburg: “Wat voelt als een enorme digitale lynchpartij is soms niet meer dan een vooraf afgesproken tijdverdrijf van een tiental mensen die op dat moment jou als doelwit uitkiezen.” Een troost voor iedereen van wie opeens de moeder wordt gescholden door ‘150’ boze rechtsradicalen: dikke kans dat het gewoon 5 toetsenbordhelden met te veel tijd op een zolderkamer zijn. Nog één laatste ding wat ik erg interessant vind aan Sterkenburgs boek is het onderscheid tussen radicaal en extreem rechts. Ze legt dat uit in haar boek, waarbij het onderscheid is dat ‘radicaal rechts’ zich aan de democratische spelregels houdt om haar verwerpelijke gedachtegoed te realiseren, terwijl extreemrechts ronduit antidemocratisch is. De discussie hierover zie ik vaak terug in het publieke debat: iemand noemt een enge club extreemrechts, en wordt vervolgens op de vingers getikt dat dat toch echt niet kan want deze is ‘slechts’ radicaal rechts. Sterkenburg laat zien dat het onderscheid tussen die twee flinterdun is (“een papieren werkelijkheid”) en dat ook bij een groep die  bekend staat als ‘radicaal’ het gesprek op een discussieavond toch heel snel kan gaan over rechtvaardiging en gebruik van geweld. Ik denk dat ze hier een uitermate relevant punt te pakken heeft, omdat veel mensen en organisaties er nou eenmaal niet ronduit voor uit zullen komen geweld goed te keuren en de democratie af te schaffen. Je wéét niet vooraf wat een radicaalrechtse groepering doet mocht ze onverhoopt ooit aan de macht komen. Als dat dan toch ‘de democratie afschaffen en de dictatuur vestigen’ is, dan weet je achteraf dat ze tóch extreemrechts waren (oeps) maar ben je wel te laat. Conclusie Erg boeiend boek, aanrader, ga dat kopen! [*] Dit was eigenlijk een typefout want ik bedoelde ‘verschijnt’ maar ik laat ‘em gewoon staan Boek: 'Maar dat mag je niet zeggen', Nikki Sterkenburg, bij uitgeverij Das Mag. Voor het proefschrift: Sterkenburg, N. (2021, May 19). Van actie tot zelfverwezenlijking: routes van toetreding tot radicaal- en extreemrechts.

Door: Foto: Abhi Sharma (cc)
Foto: Flagmap of Wallonia (bron)

Het raadsel van Wallonië: Waarom radicaal rechts niet van de grond komt in Franstalig België

ANALYSE - Na bijna vijfhonderd dagen onderhandelen heeft België eindelijk een nieuwe federale regering. Dankzij een recente aflevering van ‘Zondag met Lubach’ weten de meeste Nederlanders dat onze zuiderburen een bijzonder complex politiek systeem hebben. Maar voor comparatief politicologisch onderzoek is België een ideale casus. Ondanks vergelijkbare omstandigheden (een identiek kiesstelsel, gelijktijdige verkiezingen etc.) vindt men in één land twee compleet verschillende partijsystemen.

Van oudsher zijn radicaal rechts-populistische partijen succesvoller in Vlaanderen dan in Wallonië. Al in het begin van de jaren 1990 wist het Vlaams Belang (VB, toenmalig Vlaams Blok) een groot aantal kiezers te overtuigen en boekt sindsdien regelmatig verkiezingswinsten. Wallonië kent daarentegen (nog) geen succesvolle radicaal rechts-populistische beweging. Hoe komt dat?

In een recent verschenen wetenschappelijk artikel onderzoek ik deze vraag. Vanuit een puur theoretisch perspectief is het electoraal succes van rechts-populistische partijen een kwestie van vraag en aanbod. Enerzijds moet er een voedingsbodem zijn, oftewel: er moeten voldoende kiezers zijn die zich aangetrokken voelen door radicaal rechts-populistische partijen. Anderzijds moet er ook een geloofwaardige rechts-populistische partij zijn die deze vraag in stemmen kan vertalen.

De vraagzijde

Uit bestaand onderzoek blijkt dat er wel degelijk een voedingsbodem bestaat voor radicaal rechts in Wallonië. De Franstalige regio van België presteert op economisch vlak ondermaats, en de werkeloosheid is er hoger dan in het noordelijke gedeelte. Bovendien doet migratie er de gemoederen net zo hoog oplopen als in Vlaanderen. Uit kiezersonderzoek blijkt telkens weer dat er nauwelijks verschillen zijn tussen Vlamingen en Walen. De mythe van een rechts Vlaanderen en een links Wallonië kan dan ook definitief worden begraven. Kortom: het potentiële electoraat voor een radicaal-rechtse partij is minstens even groot in Vlaanderen dan in Wallonië. Dat deze partijfamilie minder succes kent in Wallonië dan in Vlaanderen kan met andere woorden niet simpelweg worden toegeschreven aan de houding van de kiezers.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Slavoj Žižek analyseert opkomst nationalistisch rechts in Europa

Uit de oude doos maar nog steeds relevant, gezien de opkomst en blijvende aantrekkingskracht van populistische, xenofobe of zelfs ronduit fascistische partijen in de Oekraïne, Griekenland, Frankrijk, Groot-Britannië en Nederland.

De Sloveense filosoof, psychoanalyticus en communist Slavoj Žižek geeft zijn analyse van de Europabrede populariteit van radicaal en extreemrechtse partijen.

1. Dit soort partijen zijn niet enkel goed vertegenwoordigd in landen waar we dit zouden verwachten zoals Servië, Bulgarije etc, maar ook in landen die tolerantie en bescherming van minderheden altijd hoog in het vaandel hadden staan, zoals Nederland en Noorwegen.

2. Het zorgwekkende is dat dingen die je tien of vijftien jaar geleden absoluut niet kon zeggen zonder een paria te worden, inmiddels gemeengoed zijn. “Ware democratische tolerantie behelst ook dat je bepaalde dingen gewoon niet kunt zeggen.”

3. Radicaal rechts zet aldus de agenda, en bepaalt wat salonfähig wordt. Dat werkt in twee stappen: centrumpartijen (links en rechts) distantiëren zich weliswaar van radicaal rechts, maar voegen er dan aan toe: “Maar dat soort radicale partijen verwoorden wel de reële zorgen van de mensen.” Dus om verdere maatschappelijke onrust (of zelfs rellen) te voorkomen, moeten we daar gehoor aan geven.

4. Binding van allen aan de wet alleen is niet toereikend. We hebben inderdaad een Leitkultur nodig, van gedeelde waarden, maar dan niet een nationaal (chauvinistisch) gedefinieerde Leitkultur.

Foto: Prachatai (cc)

Corona en radicaal-rechts populisme: einde van een tijdperk?

ANALYSE - Het lijkt het erop dat verschillende radicaal-rechtse partijen in Europa in diverse peilingen flink zijn gezakt door de coronacrisis. In een eerder op Stuk Rood Vlees verschenen artikel zocht Matthijs Rooduijn het nader uit.

Betekent de coronacrisis het begin van het einde van het radicaal-rechtse populisme in Europa? Deze zomer hebben flink wat mensen zich over deze vraag gebogen. Maar helaas zijn de meeste analyses die ik de afgelopen maanden de revue heb zien passeren vooral gebaseerd op slechts enkele cases. Dat is problematisch, want een analyse van alleen Forum voor de Democratie (FVD) of de Alternative für Deutschland (AfD) leert ons niet zoveel over de algemene toestand van radicaal rechts in Europa.

Om een beter overzicht te krijgen heb ik van alle landen in Europa de peilingen van de afgelopen zes maanden onder de loep genomen aan de hand van de Poll of Polls van de krant Politico.

Deze Poll of Polls combineert per land verschillende opiniepeilingen. Hierdoor kan een betrouwbaardere schatting gemaakt worden van de electorale steun voor partijen. Deze gegevens heb ik gecombineerd met de PopuList, een overzicht van welke partijen in Europa als populistisch en radicaal rechts kunnen worden geclassificeerd.

Zijn Europese radicaal-rechtse partijen massaal in een neerwaartse electorale spiraal terechtgekomen? In de figuur hieronder heb ik van de 31 radicaal-rechtse partijen waar ik voldoende gegevens over heb kunnen vinden weergegeven hoe ze er in de peilingen voorstonden op 3 momenten: vlak voor de crisis uitbrak (1 maart), vlak na de heftigste fase van de crisis (1 juni), en nu (of althans, op het moment van de meest recente peiling). Dit geeft een mooi overzicht van de ontwikkelingen in het afgelopen half jaar (klik voor groter beeld).

Foto: Metro Centric (cc)

Kiezer steeds meer radicaal-rechts?

ANALYSE - Kiezers die al negatief waren over immigratie lijken beter hun weg te hebben gevonden naar partijen die op dat thema dicht bij ze staan. Een analyse van Matthijs Rooduijn, eerder gepubliceerd op Stuk Rood Vlees.

Eén van de (vele) in het oog springende politieke ontwikkelingen van de jaren nul en tien is het succes van radicaal-rechts. Donald Trump won de verkiezingen in de VS, Jair Bolsonaro in Brazilië, en Narendra Modi in India. In Europa is de steun voor radicaal-rechtse partijen toegenomen van minder dan 5% twee decennia geleden tot ongeveer 15% nu.

Maar het succes van radicaal-rechts uit zich niet alleen in de verkiezingsoverwinningen van deze partijen. Hun gedachtegoed is ook steeds meer wijdverspreid geraakt doordat gevestigde middenpartijen steeds dichter tegen radicaal-rechts zijn aangekropen (met name op het gebied van immigratie).

Worden kiezers nu ook steeds meer radicaal-rechts? Is de publieke opinie langzaam maar zeker steeds negatiever geworden over immigratie en de multiculturele samenleving (het hoofdthema van radicaal-rechtse partijen)? Het antwoord is nee.

Figuur 1 hieronder laat voor 28 Europese landen zien hoe de gemiddelde opvatting over immigratie zich heeft ontwikkeld tussen 2002 en 2018. De gegevens komen van de European Social Survey. Een lage score staat voor een zeer negatieve opvatting over immigratie en een hoge score voor een heel positieve. Zie voor meer informatie over de data de methodologische verantwoording onder deze tekst.
© European Social Survey graph1-1024x683 via Stuk Rood Vlees
Figuur 1: Gemiddelde opvatting over immigratie (0 = zeer negatief; 10 = zeer positief) per land-jaar

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: European Parliament (cc)

Onder welke omstandigheden stemmen mensen op radicaal-links?

ANALYSE - Over immigratie en risicomijdend gedrag van mensen die het financieel moeilijk hebben. Door Matthijs Rooduijn en Brian Burgoon.

Het Grote Verhaal na de afgelopen verkiezingen in Duitsland en Oostenrijk is het volgende: veel kiezers, met name degenen die het economisch zwaar hebben, zijn ontevreden met het functioneren van de gevestigde middenpartijen, en stemmen daarom en masse op radicaal-rechtse partijen als AfD (Duitsland) en FPÖ (Oostenrijk). Hoewel deze lezing klopt, is het belangrijk te benadrukken dat dit slechts een gedeelte van het verhaal is. Het zijn niet alleen radicaal-rechtse partijen zijn die het goed doen als alternatief voor het gevestigde midden. In Zuid-Europese landen als Spanje en Griekenland weten ook radicaal-linkse partijen zoals Podemos en Syriza veel kiezers te mobiliseren. En ook in bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland deed radicaal-links het met respectievelijk Jean-Luc Mélenchon en Die Linke het lang niet slecht. Welke maatschappelijke omstandigheden vormen nu een vruchtbare voedingsbodem vormen voor radicaal-links?

Een paar weken geleden schreven wij hier dat mensen die moeilijk rond kunnen komen eerder geneigd zijn op radicaal-rechtse partijen te stemmen dan op middenpartijen. Opvallend genoeg doen zij dat echter vooral als de sociaaleconomische omstandigheden gunstig zijn (bij lage werkloosheid, weinig sociaaleconomische ongelijkheid, etc.). Eén van onze verklaringen is dat stemmen op radicaal-rechtse partijen een risico vormt voor mensen die het economisch minder hebben. Radicaal-rechtse partijen benadrukken namelijk sociaal-culturele thema’s in plaats van economische. Bovendien hebben deze partijen vaak weinig bestuurservaring en áls ze die al hebben is dat meestal in een coalitie met sociaaleconomisch rechtse middenpartijen – lees: partijen die de belangen van de minderbedeelden niet bepaald hoog op de agenda hebben staan. Het is dus maar zeer de vraag of radicaal-rechtse partijen als puntje bij paaltje komt ook daadwerkelijk de economische belangen van mensen die het financieel minder hebben zullen behartigen.

Foto: Rémi Noyon (cc)

Hoe succesvol worden Wilders en zijn vrienden in het Europees Parlement?

ANALYSE - Het is nog allesbehalve zeker of radicaal-rechts erin zal slagen vruchtbaar samen te werken in het Europees Parlement, meent Matthijs Rooduijn.

Radicaal-rechts zit in de lift, aldus veel West-Europese media naar aanleiding van de verkiezingen voor het Europees Parlement (EP) eergisteren. De aandacht gaat uit naar de winsten van partijen als het Front National (FN) in Frankrijk, de United Kingdom Independence Party (UKIP) in het Verenigd Koninkrijk en de Dansk Folkeparti (DF) in Denemarken. Volgens CNN (en veel andere media) zullen radicaal-rechtse partijen een sterkere positie krijgen in het EP. Maar klopt dat wel? Gaat radicaal-rechts Europa eens goed opschudden, zoals Wilders heeft gepropageerd? Of zal het zo’n vaart niet lopen?

Drie redenen voor een vruchtbare voedingsbodem voor radicaal-rechtse samenwerking

Er is de laatste maanden veel aandacht geweest voor de samenwerking tussen Wilders en zijn vrienden. Het pact dat de PVV sloot met partijen als het FN en Vlaams Belang (VB) was inderdaad opvallend, aangezien Wilders eerder ieder contact met deze partijen angstvallig uit de weg ging. Hij vreesde, tot eind vorig jaar, dat samenwerking met partijen met extremistische wortels negatief voor het beeld van de PVV zou uitpakken. Maar als gevolg van de veranderingen die Marine Le Pen heeft ingezet bij het FN (sterke matiging), en de wens om ook op Europees niveau van zich te laten horen, veranderde Wilders van gedachten. En hoewel dit niet de eerste keer is dat radicaal-rechtse partijen een alliantie smeden, zijn er redenen om aan te nemen dat de samenwerking deze keer vruchtbaarder zal zijn dan in het verleden.

Ten eerste zijn de radicaal-rechtse partijen nu flink minder radicaal. Ze stellen zich pragmatischer op en doen veel meer dan ooit hun best om associaties met extremisme uit de weg te gaan. Le Pen heeft een andere koers ingezet in de hoop het FN tot een salonfähige partij om te smeden. De PVV heeft überhaupt geen extremistisch verleden. Het is te verwachten dat Marine Le Pen en Wilders daarom makkelijker met elkaar door een deur kunnen dan bijvoorbeeld de veel extremistischere Vader Le Pen en Hans Janmaat van de Centrumdemocraten twee decennia geleden.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.