‘Polarisatie’ is niet het probleem

De term ‘polarisatie’ suggereert twee kampen die zich van elkaar verwijderen en daarmee ongeveer evenveel verantwoordelijkheid dragen voor de groeiende afstand. De remedie ligt dan voor de hand: matiging, dialoog, een stap naar elkaar toe Alleen beschrijft dat volgens politicoloog Petter Törnberg slecht wat er op dit moment werkelijk gebeurt. In een recente studie stelt hij dat de dominante ontwikkeling in westerse democratieën asymmetrisch is. Radicaal-rechts beweegt richting autoritarisme, normdoorbreking en uitsluiting, terwijl centrumrechtse en zelfs sociaaldemocratische partijen juist regelmatig naar rechts meebewegen in plaats van naar links. Wie die ontwikkeling toch als ‘polarisatie’ beschrijft, maakt van radicalisering een afstandsprobleem. En afstand kun je verminderen door beide kanten te laten bewegen. In theorie althans. In de praktijk is ook de druk om te bewegen asymmetrisch. Links moet de rechtse kiezer ‘begrijpen’, luisteren naar diens zorgen, de toon matigen, strenger worden op migratie en erkennen dat het op sommige onderwerpen misschien toch te ver naar links is doorgeschoten. De omgekeerde oproep klinkt aanzienlijk minder vaak. Radicaal-rechts wordt zelden gevraagd wat meer begrip op te brengen voor migranten, trans mensen of moslims om zo de polarisatie te verminderen. Blijkbaar is toenadering vooral de verantwoordelijkheid van degene van wie rechts verlangt dat hij opschuift. Als extreem- of radicaal rechts verder naar rechts schuift en links blijft staan, groeit de afstand. Wie vervolgens vooral van links verlangt die afstand te verkleinen, vraagt feitelijk om een beweging naar rechts. De oproep tot minder polarisatie is daarmee allerminst neutraal. Zij bevoordeelt degene die de afstand eerst heeft vergroot en legt vervolgens de verantwoordelijkheid voor herstel bij de ander. Daar zit bovendien een merkwaardige paradox in. Minder polarisatie tussen politieke partijen kan op deze manier juist méér polarisatie in de samenleving opleveren. Wanneer middenpartijen radicaal-rechtse ideeën over migranten, moslims, trans mensen of andere minderheden overnemen, komen de partijen onderling misschien dichter bij elkaar. Voor de mensen over wie die politiek gaat gebeurt het tegenovergestelde. Zij zien een steeds groter deel van het politieke spectrum tegenover zich komen te staan. Politieke convergentie is dus lang niet hetzelfde als maatschappelijke verbinding. Een parlement waarin vrijwel iedereen het eens is dat minderheden minder bescherming, minder rechten of minder plaats in de samenleving verdienen, zou je zelfs buitengewoon ‘ongepolariseerd’ kunnen noemen. Voor die  minderheden zal het vermoedelijk anders voelen. Dat sluit aan op wat ik eerder schreef over het verschuivende politieke midden. Ook dat midden is geen vast coördinaat. Zodra rechtse partijen opschuiven en hun nieuwe positie succesvol als redelijk of gematigd verkopen, verhuist het midden mee. Wie zelf nauwelijks beweegt, kan zo alsnog aan de rand terechtkomen, wat PRO de afgelopen verkiezingen overkwam. Daar komt nog iets bij. Er is weinig reden om aan te nemen dat de huidige positie van radicaal-rechts ook het gewenste eindpunt is. Politieke partijen formuleren doorgaans wat binnen het bestaande krachtenveld haalbaar is, niet noodzakelijk alles wat zij uiteindelijk zouden willen bereiken. Wie vandaag een stap naar rechts zet om de afstand te verkleinen, verandert daarmee dus ook het krachtenveld. Wat gisteren te radicaal was, wordt bespreekbaar; wat vandaag als compromis geldt, kan morgen het nieuwe vertrekpunt zijn. Rechts krijgt vervolgens ruimte voor de volgende stap, en de afgelopen decennia zijn daar het bewijs van. Precies daarin schuilt het gevaar van voortdurend tegemoetkomen. Het compromis sluit de discussie niet af, het verplaatst de grens waarover de volgende discussie begint. Wie steeds halverwege wil eindigen tussen zijn eigen positie en die van een tegenstander die daarna verder naar rechts beweegt, heeft uiteindelijk een vrij voorspelbare reisrichting. Törnbergs kritiek gaat daarom verder dan terminologie. Een verkeerde diagnose levert een verkeerde behandeling op. Dialoog en compromis kunnen nuttig zijn bij gewone politieke meningsverschillen. Ze zijn veel minder vanzelfsprekend wanneer één kant pluralisme, rechtsstaat of democratische spelregels ter discussie stelt. Dan kan ‘elkaar tegemoetkomen’ vooral betekenen dat de grens van het aanvaardbare opnieuw naar rechts wordt verlegd. Weigeren daarin mee te gaan is geen bewijs van polarisatie. Het kan simpelweg betekenen dat je vasthoudt aan dezelfde uitgangspunten terwijl een ander daarvan weg beweegt. De studie zal in bepaalde rechtse kringen vermoedelijk eenvoudig te weerleggen zijn: ze komt uit de academische wereld, en die is immers links. Dat scheelt weer het omslachtige gedoe met methode, data en argumenten. Een onderzoek dat constateert dat rechts radicaliseert, kan zo meteen worden opgevoerd als aanvullend bewijs dat onderzoekers links zijn. Het comfortabele aan het begrip polarisatie is uiteindelijk dat niemand meer hoeft te vragen wie er eigenlijk bewoog. Iedereen staat ver uit elkaar, dus iedereen moet matigen. Alleen blijkt bij de uitwerking opvallend vaak dezelfde partij te moeten bewegen. En zelfs als dat lukt, hebben we hooguit de polarisatie binnen de politiek verminderd. De rekening daarvan komt vervolgens onherroepelijk bij de samenleving terecht. Wij hoeven daar niet aan mee te doen.

Door: Foto: "Circular Polarisation difference" by nikozz is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Quote du Jour | Normalisering

QUOTE - Prof. Carla Hoetink, politiek historica en directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen, schreef een rake column over de normalisering van extreem en radicaal rechts in de Nederlandse politiek.

Het Kamervoorzitterschap van PVV-ideoloog Martin Bosma is geen voetnoot in de parlementaire geschiedenis. Het is een onuitwisbaar teken van normalisering van radicaal en extreemrechts gedachtegoed als ‘gewoon een politieke mening’.

Waarom gebeurt dit? De aantrekkingskracht van populistische retoriek op kiezers en media speelt een cruciale rol. Middenpartijen imiteren standpunten uit competitie- en overlevingsdrang, om relevant te blijven en kiezers te behouden. Bij regeringssamenwerking speelt machtsbehoud en coalitiedynamiek. Uitvergroting in het publieke debat van bepaalde thema’s, zoals nationale identiteit, immigratie en economische bedreigingen, versterkt de normalisering

Steun ons!

(Bewerk) De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Eugene Chystiakov on Unsplash

Waarom zo veel pessimisme over patstellingen?

INTERVIEW, OPINIE - door Martin Jansen

Zet radicaal-rechts schaakmat!

Twee weken geleden bleek uit een onderzoek onder een representatief panel van 11 duizend respondenten, dat nog maar 4 procent van de bevolking vertrouwen heeft in de politiek. RTL berichtte:

Na de val van het kabinet in juni, bleek al dat een kwart van de kiezers (24 procent) het vertrouwen in alle politieke partijen kwijt was. Dat gevoel was vooral sterk bij kiezers die bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen in 2023 nog op Nieuw Sociaal Contract stemden (32 procent), maar ook bij mensen die toen voor de BBB (28 procent) of PVV (26 procent) kozen.

NSC

NSC houdt na 29 oktober mogelijk niet eens meer één zetel over (https://nos.nl/collectie/13999/artikel/2581100-peilingwijzer-vvd-zakt-verder-weg-cda-naast-groenlinks-pvda). Dan zouden we zelfs het zwakke verhaal van Eddy van Hijum niet meer hoeven aanhoren, die vindt dat het vooral aan politieke spelletjes ligt dat zijn partij niet heeft kunnen brengen wat zij in 2023 nog onder aanvoering van Pieter Omtzigt beloofde. Zijn introspectie beperkt zich vrijwel uitsluitend tot de constatering dat zijn mensen te weinig ervaring meebrachten om te kunnen omgaan met een kabinet zonder samenhang en wil tot samenwerken en met de tegenwerking door de coalitiegenoten in zowel de regering als de Kamer. Vooral anderen de schuld geven voor je échec als partij en bestuurders. Dag, NSC.

Foto: Mike Andrews (cc)

Wat als de democratie zelf op het stembiljet staat?

Op 5 november zijn de ogen van de wereld gericht op de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Voor tegenstanders van Trump is het niets minder dan een strijd om het voortbestaan van de democratie. Projectondersteuner Pien Barnas vraagt zich af hoe radicaal-rechts zo groot kon worden. En kan de geest weer in de fles?

Nu de autocratische neigingen van Trump steeds zichtbaarder worden, nemen de zorgen over de toekomst van de Amerikaanse democratie toe. Antidemocratische uitspraken zijn de laatste tijd eerder regel dan uitzondering voor de ex-president. Hij noemde de New Yorkse rechter die hem veroordeelde voor het vervalsen van documenten ‘corrupt’, kondigde aan tienduizenden ambtenaren te ontslaan die hij als tegenstanders ziet, en zei eind 2023 dat hij bij verkiezingswinst voor één dag dictator zou zijn, om zo aan de door hem zo gewilde muur aan de Amerikaanse zuidgrens te beginnen. Het is dan ook niet verrassend dat Biden zichzelf presenteerde als de keuze voor iedereen die wil voorkomen dat de VS afglijden naar een autocratie. “De democratie staat op het stembiljet,” stelde hij. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Van conservatief naar radicaal-rechts

In een recent interview in de Groene Amsterdammer beschrijft de Amerikaanse politicoloog Daniel Ziblatt hoe conservatieven een cruciale rol spelen in de afbraak van democratieën, ook in de VS. Conservatieve Republikeinen, die in 2016 nog waarschuwden voor Trump, hebben zich inmiddels allemaal achter hem geschaard. In zijn meest recente boek Tyranny of the Minority (2023) maakt Ziblatt een onderscheid tussen politici die loyaal of semi-loyaal zijn aan de democratie. Die laatste groep is niet per se autoritair, maar weigert – uit politiek gewin – om antidemocratisch gedrag van anderen te veroordelen. Dat zie je in de Republikeinse partij, maar ook bij rechts-conservatieve partijen in andere landen, zoals het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Ziblatt:

Slavoj Žižek analyseert opkomst nationalistisch rechts in Europa

Uit de oude doos maar nog steeds relevant, gezien de opkomst en blijvende aantrekkingskracht van populistische, xenofobe of zelfs ronduit fascistische partijen in de Oekraïne, Griekenland, Frankrijk, Groot-Britannië en Nederland.

De Sloveense filosoof, psychoanalyticus en communist Slavoj Žižek geeft zijn analyse van de Europabrede populariteit van radicaal en extreemrechtse partijen.

1. Dit soort partijen zijn niet enkel goed vertegenwoordigd in landen waar we dit zouden verwachten zoals Servië, Bulgarije etc, maar ook in landen die tolerantie en bescherming van minderheden altijd hoog in het vaandel hadden staan, zoals Nederland en Noorwegen.

2. Het zorgwekkende is dat dingen die je tien of vijftien jaar geleden absoluut niet kon zeggen zonder een paria te worden, inmiddels gemeengoed zijn. “Ware democratische tolerantie behelst ook dat je bepaalde dingen gewoon niet kunt zeggen.”

3. Radicaal rechts zet aldus de agenda, en bepaalt wat salonfähig wordt. Dat werkt in twee stappen: centrumpartijen (links en rechts) distantiëren zich weliswaar van radicaal rechts, maar voegen er dan aan toe: “Maar dat soort radicale partijen verwoorden wel de reële zorgen van de mensen.” Dus om verdere maatschappelijke onrust (of zelfs rellen) te voorkomen, moeten we daar gehoor aan geven.

4. Binding van allen aan de wet alleen is niet toereikend. We hebben inderdaad een Leitkultur nodig, van gedeelde waarden, maar dan niet een nationaal (chauvinistisch) gedefinieerde Leitkultur.

Foto: TeaMeister (cc)

Radicaal rechts is verre van eensgezind

Alsof er niets anders te melden was over de Europese verkiezingen bleven de media de afgelopen weken eenzelfde boodschap eindeloos herhalen: radicaal rechts gaat winnen. We zullen zondag zien in hoeverre dat een selffullfilling prophecy is geworden. In de berichtgeving stonden vooral de nationale leiders van radicaal rechts (Wilders, Le Pen) centraal en niet de Europese kandidaten (Stöteler, Bardella), laat staan de kiezers en hun motieven.

De opiniepeilingen wijzen onmiskenbaar in de richting van een conservatiever Europarlement. Van de middenpartijen die het in het vorige parlement voor het zeggen hadden kan alleen de centrumrechtse EPP op enige winst rekenen. Centrum-linkse en liberale partijen staan op verlies. Aan deze kant van het politieke spectrum mankeert een aantrekkelijk alternatief, zo constateert ook Politico:

Meestal stromen kiezers in tijden van instabiliteit – oorlogen, pandemieën, economische onzekerheid – massaal naar de traditionele machtspartijen. Tegenwoordig zijn deze partijen in veel landen uiteengevallen. Decennia lang hebben Europees rechts en links voor het centrum gevochten, en als twee dronken boksers zijn ze ingestort, waardoor de arena open is gebleven voor nieuwe uitdagers.

Het is nog steeds wachten op de nodige introspectie en reflectie van de machtspartijen in het midden die een opmaat kunnen bieden voor een nieuw elan en herstel van het vertrouwen.

Foto: Abhi Sharma (cc)

Boekrecensie | Maar dat mag je niet zeggen – Nikki Sterkenburg

RECENSIE - © Uitgeverij Das Mag. Boekomslag Maar dat mag je niet zeggen, auteur Nikki SterkenburgJa, dat wordt toch een dingetje bij mijn boekrecensies – hoe lang na het verschijnen van een boek kun je nog aan komen kakken met je recensie? In dit geval is het wel erg gortig, ook omdat ‘Maar dat mag je niet zeggen’ van Nikki Sterkenburg zo goed verkoopt dat het inmiddels in de derde druk zit (hoop ik – het zou inmiddels ook de vierde of vijfde kunnen zijn). En dat terwijl de uitgever me niet alleen een mooi recensie-exemplaar toestuurde, maar zelfs één van de gesigneerde versies!

De leesbare versie van het proefschrift

Met enige blosjes van schaamte op de wangen dan nu maar naar het boek (want dat is een stuk interessanter dan gezwatel over mijn non-existente planningsvaardigheden). ‘Maar dat mag je niet zeggen’ is een publieksversie van het proefschrift (2021) van Sterkenburg, dat ze schreef bij het Institute of Security and Global Affairs van de Universiteit Leiden. Ze is van huis uit journalist en dat leidt tot de prettige combinatie van enerzijds een wetenschappelijk stevig gefundeerd verhaal, dat vervolgens ook nog vlot en leesbaar is opgeschreven. Ze duikt in de wereld van radicaal- en extreemrechtse activisten, door middel van veldonderzoek, waaronder het bezoeken van bijeenkomsten en het houden van vele interviews met de activisten zelf. Dat geeft een wonderlijk kijkje in wat de mensen drijft en waar ze in geloven.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Flagmap of Wallonia (bron)

Het raadsel van Wallonië: Waarom radicaal rechts niet van de grond komt in Franstalig België

ANALYSE - Na bijna vijfhonderd dagen onderhandelen heeft België eindelijk een nieuwe federale regering. Dankzij een recente aflevering van ‘Zondag met Lubach’ weten de meeste Nederlanders dat onze zuiderburen een bijzonder complex politiek systeem hebben. Maar voor comparatief politicologisch onderzoek is België een ideale casus. Ondanks vergelijkbare omstandigheden (een identiek kiesstelsel, gelijktijdige verkiezingen etc.) vindt men in één land twee compleet verschillende partijsystemen.

Van oudsher zijn radicaal rechts-populistische partijen succesvoller in Vlaanderen dan in Wallonië. Al in het begin van de jaren 1990 wist het Vlaams Belang (VB, toenmalig Vlaams Blok) een groot aantal kiezers te overtuigen en boekt sindsdien regelmatig verkiezingswinsten. Wallonië kent daarentegen (nog) geen succesvolle radicaal rechts-populistische beweging. Hoe komt dat?

In een recent verschenen wetenschappelijk artikel onderzoek ik deze vraag. Vanuit een puur theoretisch perspectief is het electoraal succes van rechts-populistische partijen een kwestie van vraag en aanbod. Enerzijds moet er een voedingsbodem zijn, oftewel: er moeten voldoende kiezers zijn die zich aangetrokken voelen door radicaal rechts-populistische partijen. Anderzijds moet er ook een geloofwaardige rechts-populistische partij zijn die deze vraag in stemmen kan vertalen.

De vraagzijde

Uit bestaand onderzoek blijkt dat er wel degelijk een voedingsbodem bestaat voor radicaal rechts in Wallonië. De Franstalige regio van België presteert op economisch vlak ondermaats, en de werkeloosheid is er hoger dan in het noordelijke gedeelte. Bovendien doet migratie er de gemoederen net zo hoog oplopen als in Vlaanderen. Uit kiezersonderzoek blijkt telkens weer dat er nauwelijks verschillen zijn tussen Vlamingen en Walen. De mythe van een rechts Vlaanderen en een links Wallonië kan dan ook definitief worden begraven. Kortom: het potentiële electoraat voor een radicaal-rechtse partij is minstens even groot in Vlaanderen dan in Wallonië. Dat deze partijfamilie minder succes kent in Wallonië dan in Vlaanderen kan met andere woorden niet simpelweg worden toegeschreven aan de houding van de kiezers.

Foto: Prachatai (cc)

Corona en radicaal-rechts populisme: einde van een tijdperk?

ANALYSE - Het lijkt het erop dat verschillende radicaal-rechtse partijen in Europa in diverse peilingen flink zijn gezakt door de coronacrisis. In een eerder op Stuk Rood Vlees verschenen artikel zocht Matthijs Rooduijn het nader uit.

Betekent de coronacrisis het begin van het einde van het radicaal-rechtse populisme in Europa? Deze zomer hebben flink wat mensen zich over deze vraag gebogen. Maar helaas zijn de meeste analyses die ik de afgelopen maanden de revue heb zien passeren vooral gebaseerd op slechts enkele cases. Dat is problematisch, want een analyse van alleen Forum voor de Democratie (FVD) of de Alternative für Deutschland (AfD) leert ons niet zoveel over de algemene toestand van radicaal rechts in Europa.

Om een beter overzicht te krijgen heb ik van alle landen in Europa de peilingen van de afgelopen zes maanden onder de loep genomen aan de hand van de Poll of Polls van de krant Politico.

Deze Poll of Polls combineert per land verschillende opiniepeilingen. Hierdoor kan een betrouwbaardere schatting gemaakt worden van de electorale steun voor partijen. Deze gegevens heb ik gecombineerd met de PopuList, een overzicht van welke partijen in Europa als populistisch en radicaal rechts kunnen worden geclassificeerd.

Zijn Europese radicaal-rechtse partijen massaal in een neerwaartse electorale spiraal terechtgekomen? In de figuur hieronder heb ik van de 31 radicaal-rechtse partijen waar ik voldoende gegevens over heb kunnen vinden weergegeven hoe ze er in de peilingen voorstonden op 3 momenten: vlak voor de crisis uitbrak (1 maart), vlak na de heftigste fase van de crisis (1 juni), en nu (of althans, op het moment van de meest recente peiling). Dit geeft een mooi overzicht van de ontwikkelingen in het afgelopen half jaar (klik voor groter beeld).

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Metro Centric (cc)

Kiezer steeds meer radicaal-rechts?

ANALYSE - Kiezers die al negatief waren over immigratie lijken beter hun weg te hebben gevonden naar partijen die op dat thema dicht bij ze staan. Een analyse van Matthijs Rooduijn, eerder gepubliceerd op Stuk Rood Vlees.

Eén van de (vele) in het oog springende politieke ontwikkelingen van de jaren nul en tien is het succes van radicaal-rechts. Donald Trump won de verkiezingen in de VS, Jair Bolsonaro in Brazilië, en Narendra Modi in India. In Europa is de steun voor radicaal-rechtse partijen toegenomen van minder dan 5% twee decennia geleden tot ongeveer 15% nu.

Maar het succes van radicaal-rechts uit zich niet alleen in de verkiezingsoverwinningen van deze partijen. Hun gedachtegoed is ook steeds meer wijdverspreid geraakt doordat gevestigde middenpartijen steeds dichter tegen radicaal-rechts zijn aangekropen (met name op het gebied van immigratie).

Worden kiezers nu ook steeds meer radicaal-rechts? Is de publieke opinie langzaam maar zeker steeds negatiever geworden over immigratie en de multiculturele samenleving (het hoofdthema van radicaal-rechtse partijen)? Het antwoord is nee.

Figuur 1 hieronder laat voor 28 Europese landen zien hoe de gemiddelde opvatting over immigratie zich heeft ontwikkeld tussen 2002 en 2018. De gegevens komen van de European Social Survey. Een lage score staat voor een zeer negatieve opvatting over immigratie en een hoge score voor een heel positieve. Zie voor meer informatie over de data de methodologische verantwoording onder deze tekst.
© European Social Survey graph1-1024x683 via Stuk Rood Vlees
Figuur 1: Gemiddelde opvatting over immigratie (0 = zeer negatief; 10 = zeer positief) per land-jaar

Foto: European Parliament (cc)

Onder welke omstandigheden stemmen mensen op radicaal-links?

ANALYSE - Over immigratie en risicomijdend gedrag van mensen die het financieel moeilijk hebben. Door Matthijs Rooduijn en Brian Burgoon.

Het Grote Verhaal na de afgelopen verkiezingen in Duitsland en Oostenrijk is het volgende: veel kiezers, met name degenen die het economisch zwaar hebben, zijn ontevreden met het functioneren van de gevestigde middenpartijen, en stemmen daarom en masse op radicaal-rechtse partijen als AfD (Duitsland) en FPÖ (Oostenrijk). Hoewel deze lezing klopt, is het belangrijk te benadrukken dat dit slechts een gedeelte van het verhaal is. Het zijn niet alleen radicaal-rechtse partijen zijn die het goed doen als alternatief voor het gevestigde midden. In Zuid-Europese landen als Spanje en Griekenland weten ook radicaal-linkse partijen zoals Podemos en Syriza veel kiezers te mobiliseren. En ook in bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland deed radicaal-links het met respectievelijk Jean-Luc Mélenchon en Die Linke het lang niet slecht. Welke maatschappelijke omstandigheden vormen nu een vruchtbare voedingsbodem vormen voor radicaal-links?

Een paar weken geleden schreven wij hier dat mensen die moeilijk rond kunnen komen eerder geneigd zijn op radicaal-rechtse partijen te stemmen dan op middenpartijen. Opvallend genoeg doen zij dat echter vooral als de sociaaleconomische omstandigheden gunstig zijn (bij lage werkloosheid, weinig sociaaleconomische ongelijkheid, etc.). Eén van onze verklaringen is dat stemmen op radicaal-rechtse partijen een risico vormt voor mensen die het economisch minder hebben. Radicaal-rechtse partijen benadrukken namelijk sociaal-culturele thema’s in plaats van economische. Bovendien hebben deze partijen vaak weinig bestuurservaring en áls ze die al hebben is dat meestal in een coalitie met sociaaleconomisch rechtse middenpartijen – lees: partijen die de belangen van de minderbedeelden niet bepaald hoog op de agenda hebben staan. Het is dus maar zeer de vraag of radicaal-rechtse partijen als puntje bij paaltje komt ook daadwerkelijk de economische belangen van mensen die het financieel minder hebben zullen behartigen.

Foto: Rémi Noyon (cc)

Hoe succesvol worden Wilders en zijn vrienden in het Europees Parlement?

ANALYSE - Het is nog allesbehalve zeker of radicaal-rechts erin zal slagen vruchtbaar samen te werken in het Europees Parlement, meent Matthijs Rooduijn.

Radicaal-rechts zit in de lift, aldus veel West-Europese media naar aanleiding van de verkiezingen voor het Europees Parlement (EP) eergisteren. De aandacht gaat uit naar de winsten van partijen als het Front National (FN) in Frankrijk, de United Kingdom Independence Party (UKIP) in het Verenigd Koninkrijk en de Dansk Folkeparti (DF) in Denemarken. Volgens CNN (en veel andere media) zullen radicaal-rechtse partijen een sterkere positie krijgen in het EP. Maar klopt dat wel? Gaat radicaal-rechts Europa eens goed opschudden, zoals Wilders heeft gepropageerd? Of zal het zo’n vaart niet lopen?

Drie redenen voor een vruchtbare voedingsbodem voor radicaal-rechtse samenwerking

Er is de laatste maanden veel aandacht geweest voor de samenwerking tussen Wilders en zijn vrienden. Het pact dat de PVV sloot met partijen als het FN en Vlaams Belang (VB) was inderdaad opvallend, aangezien Wilders eerder ieder contact met deze partijen angstvallig uit de weg ging. Hij vreesde, tot eind vorig jaar, dat samenwerking met partijen met extremistische wortels negatief voor het beeld van de PVV zou uitpakken. Maar als gevolg van de veranderingen die Marine Le Pen heeft ingezet bij het FN (sterke matiging), en de wens om ook op Europees niveau van zich te laten horen, veranderde Wilders van gedachten. En hoewel dit niet de eerste keer is dat radicaal-rechtse partijen een alliantie smeden, zijn er redenen om aan te nemen dat de samenwerking deze keer vruchtbaarder zal zijn dan in het verleden.

Ten eerste zijn de radicaal-rechtse partijen nu flink minder radicaal. Ze stellen zich pragmatischer op en doen veel meer dan ooit hun best om associaties met extremisme uit de weg te gaan. Le Pen heeft een andere koers ingezet in de hoop het FN tot een salonfähige partij om te smeden. De PVV heeft überhaupt geen extremistisch verleden. Het is te verwachten dat Marine Le Pen en Wilders daarom makkelijker met elkaar door een deur kunnen dan bijvoorbeeld de veel extremistischere Vader Le Pen en Hans Janmaat van de Centrumdemocraten twee decennia geleden.