Dooie meisjes en virtueel ramptoerisme
GeenCommentaar heeft plaats voor gastlogs. Vandaag is dat een stuk van Martin Swinkels, die het per mail instuurde.

Erg he, van dat dooie meisje en die politieman? Ja, inderdaad heel erg. Voor de ouders, om precies te zijn. En natuurlijk voor broers of zussen. En voor opa en oma. En ook wel schokkend voor de klasgenootjes. Nou goed dan, voor de buren is het ook niet leuk. Maar verder valt het toch wel mee? Het feit dat het verlies van een kind het allerergste is want een ouder kan overkomen, schijnt vandaag de dag te betekenen dat half Nederland een paar dagen over moeten mee-jammeren over hoe zielig het is.
Je kunt dat positief zien. We zijn blijkbaar een volkje van vriendelijke gevoelige en meelevende mensen (op een enkele geschifte politieman na). Het hele land wordt één grote rouwende familie als er iets ergs gebeurt.
Hartverwarmend toch?
Of helemaal niet hartverwarmend, wat mij betreft. Wat is eigenlijk het verschil tussen de ramptoerist die met zijn auto naar de smeulende resten van een vuurwerkfabriek rijdt, en de ramptoerist die aan de buis gekluisterd zit om elk detail op te zuigen over een bizarre moord, ergens in het land. Het oppervlakkige verschil is dat de TV-ramptoerist niemand last valt. Op het eerste gezicht althans. Dat lastig vallen is namelijk gedelegeerd aan de mensen van de pers. Maar het mooie van het verhaal is, dat de pers er ook niks aan kan doen. Want de perst doet dit alleen maar omdat er vraag naar is. Als er al een schuld is, dan legt de journalist die probleemloos terug bij de rampkijker. De journalisten zijn namelijk helden voor wie geen moeite te veel is om de onstilbare, maar o zo gerechtvaardigde sensatiehonger van de de rampkijker te stillen. U vraagt, wij draaien. En de schoorsteen moet ook roken.
Afgelopen maandag vroegen wij u om bij te dragen aan een 