Over de intenties en strategieën van Israël en Hamas wordt hevig gespeculeerd in de media. Wat willen Israël en Hamas bereiken met deze gewelddadigheden? Hoe gaat dit verder? Ik zal trachten – voorzover dat kan – de strategische intenties van beide partijen te doorgronden. De titel van deze bijdrage zou er op kunnen wijzen dat dit geen objectieve analyse is, maar vooral een oordeel over het Israëlische optreden. Dat klopt, ik sluit deze analyse af met een oordeel.
Veelal wordt een zekere rationaliteit verondersteld bij strijdende partijen. Maar ‘rationaliteit’ is ook in deze een betrekkelijk begrip. Zijn zelfmoordaanslagen logisch? Niet helemaal een willekeurige vraag in deze context. Ja, deze blijken inderdaad logisch volgens een analyse van Robert Pape “The strategic Logic of Suicide Terrorism” (een paper kan worden gedownload). Zelfmoordaanslagen blijken vooral bruikbaar om “moderne liberale democratieën” tot territoriale concessies te dwingen. It pays to die, volgens Pape.
Startpunt voor deze analyse is het (rationele) uitgangspunt door Clausewitz geformuleerd (vrij vertaald): dat oorlog – en wat mij betreft ook terrorisme – de voortzetting zijn van politiek, maar dan met andere middelen. Oorlog en terrorisme ‘zijn’ politiek. Zowel Israël als Hamas streven (uiteindelijk) politieke doelstellingen na. Althans dat zou je dan (moeten) denken. Hier valt namelijk nog wel wat op af te dingen, zonder nu mijn eigen analyse meteen te willen ondermijnen. Geweld en oorlog zijn in beide ‘landen’ namelijk in in hoge mate onderdeel van beide samenlevingen geworden, en genereren een eigen vaak destructieve dynamiek. Organisaties en personen ontlenen in belangrijke mate hun bestaansrecht en prestige aan de toepassing van geweld. Deze vicieuze cirkel zal voor een duurzame oplossing van het conflict moeten worden doorbroken.
Allison heeft naar aanleiding van de Cubacrisis (1962) een bruikbaar denkmodel ontwikkeld om intenties en strategieën van strijdende partijen te analyseren: “Essence of Decision, Explaining the Cuban Missile Crisis” heet deze analyse. Hij onderscheidt drie analyseniveaus als het over besluitvorming gaat: (1) Het rationele-actor model, uitgangspunt van deze benadering is dat partijen rationeel (verstandig) handelen om hun strategische doelstellingen te realiseren. (2) Het organisatie-proces model, waarbij ervan uit wordt gegaan dat organisatie(onderdelen) die betrokken zijn bij het conflict eigen belangen en een eigen dynamiek hebben. En (3), het laatste analyseniveau, het bureaucratische strijdmodel, waarbij de strijd tussen individuen (van dezelfde partij) de besluitvorming beïnvloedt. Overigens wordt het eigen optreden (in de media) altijd beargumenteerd aan de hand van het rationele actor model. Elke partij zegt – en denkt vaak – rationeel te handelen.