Europees vertrouwen

De moeilijkheden in de eurozone tonen niet alleen de gebreken van de Europese instituties, maar ook het gebrek aan vertrouwen tussen de verschillende Eurolanden. Hetzelfde kan worden gezegd naar aanleiding van het beschamende gebrek aan solidariteit  in de opvang van de migrantenstroom naar Italië, Griekenland en Spanje. Het vertrouwensprobleem volgt vaak een Noord-Zuid patroon, en is zelfs zichtbaar in een simpel laboratoriumexperiment met Europese deelnemers. Het experiment in kwestie vond plaats op het European University Institute (EUI), het instituut waar ik, alweer veel te lang geleden, mijn proefschrift heb geschreven. Het EUI verschaft beurzen aan beginnende academici uit alle landen van de EU, en is daarmee een kleine microkosmos van de EU zelf. Om het vertrouwen tussen die verschillende nationaliteiten te onderzoeken lieten de onderzoekers ongeveer honderd leden van het instituut meerdere ronden spelen van het zogenaamde “trust game” of “vertrouwensspel”.

Foto: Eric Heupel (cc)

Het failliet van de Doha-ronde

Een gastbijdrage van Steven Brakman en Arjen van Witteloostuijn, overgenomen van Me Judice.

De onderhandelingsronde tussen 153 landen (de zogenaamde Doha-ronde) georganiseerd door de WHO (wereldhandelsorganisatie) heeft als doel de handelsbarrières in de wereld op te heffen en vrijhandel mogelijk te maken. Deze ronde mist echter scherpte en wordt belemmerd door een tweedeling tussen arme en rijke landen. Het aantal onderwerpen, waarover onderhandeld wordt, moet sterk beperkt worden.

Aftakeling waakhond handel
Voor de mondiale welvaart is niets beter dan internationale vrijhandel. De praktijk is echter weerbarstig omdat het hemd nader is dan de rok. Bij interne economische tegenwind zoeken landen vaak hun toevlucht tot protectionistische en kortzichtige maatregelen. Onlangs beperkte China de uitvoer van zeldzame metalen onder het mom van milieumaatregelen, hierbij is de Chinese overheid vooral bezorgd over het milieu in het buitenland, terwijl Chinese producenten geen strobreed in de weg wordt gelegd. De Wereldhandelsorganisatie (WHO) is in het leven geroepen om dergelijk gedrag tegen te gaan. In zogenaamde handelsrondes doet de internationale WHO-gemeenschap pogingen om protectionistische maatregelen te identificeren en vervolgens aan te pakken, liefst in de vorm van afschaffing. De huidige Doha-ronde is echter uitgelopen op een drama. Door het steeds toenemende aantal leden – op dit moment 153 – duurt elke handelsronde weer langer dan de vorige omdat het steeds lastiger wordt om overeenstemming te bereiken. Dit jaar kan het tienjarig jubileum van de huidige ronde worden gevierd. En het einde is nog lang niet in zicht.

Steeds meer bilaterale overeenkomsten

Als reactie op deze stroperige eindeloosheid zijn veel landen overgegaan op het afsluiten van bilaterale overeenkomsten, met als gevolg dat veel landen met de rug naar de WHO zijn gaan staan. Deze landen sluiten zich zich in toenemende mate af van de uniforme en niet-discriminerende maatregelen die juist het fundament vormen van de WHO. Een bijkomend gevolg is dat steeds minder landen bereid zijn om zich neer te leggen bij algemeen geldende WHO-regels, en in plaats daarvan hun toevlucht nemen tot ad hoc regelgeving binnen de context van reeksen van bilaterale verdragen. Op deze manier wordt het bestaande WHO-bouwwerk, waaraan decennialang met man en macht is gewerkt, door de leden zelf van buitenaf ondermijnd.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Eric Heupel (cc)

Just give money to the poor

If you are a public policy wonk interested in development, Just Give Money to the Poor: The Development Revolution from the Global South by Joseph Hanlon, Armando Barrientos and David Hulme, is for you.

This book argues for the value and effectiveness of cash transfer programs in order to alleviate poverty in the Global South as opposed to programs based on the faulty and yet still used modernization theory and as opposed to the complicated and short-sighted programs offered by the multitude of NGOs based more on donors priorities than actual need.

The book is strongly data-driven and reviews in details the different programs that have been piloted or implemented in various countries of the global South but they all lead to four conclusions:

“These programs are affordable, recipients use the money well and do not waste it, cash grants are an efficient way to directly reduce current poverty, and they have the potential to prevent future poverty by facilitating economic growth and promoting human development.” (2)

That being said, reviews of these programs (especially in Brazil, Mexico, South Africa, Indonesia, India and Zambia, among others) reveal two problematic areas: targeting (who gets the cash payments) and conditions (should there be any? What kind?)