Het scorebord van het gesprek

Een van de taalkundige ontdekkingen van de afgelopen vijftig jaar is die van de common ground, de ‘gemeenschappelijke basis’. Tijdens ieder gesprek moeten de deelnemers wel een soort scorebord bijhouden van waar ze het beiden over eens zijn. Dat is nodig zodat ze elkaar niet allerlei dingen vertellen die al eerder aan de orde zijn gekomen, maar ook omdat ze elkaar aan het gezegde kunnen houden. Als ik tegen jou zeg dat er geen brood in huis is, en jij komt terug met een halfje bruin, mag je mij erop aanspreken als de broodtrommel vol zit. En zo moeten we allebei een lijst bijhouden van zaken die we waarschijnlijk samen weten. Belangrijk voor die gemeenschappelijke basis is het begrip ’taaldaad’. Een verse wethouder die zegt ‘Dat verklaar en beloof ik’, gaat daarmee juridische verplichtingen aan, en als hij vervolgens zegt ‘hiermee open ik de vergadering’ is de bijeenkomst van karakter veranderd. Met elke zin die je uitspreekt doe je iets, verander je de wereld een klein beetje. Als ik beloof jou 10.000 euro te geven voor dat oude schuurtje, haal ik me verplichtingen op de hals. Als ik zeg dat het een lekker weertje is, leg ik contact. Weg smijten In het tijdschrift Theoretical Linguistics schrijft Stephen Levinson een mooi overzichtsartikel over de materie. Hij laat zien dat er nog veel open vragen zijn over de structuur van dat interne scorebord. Er moeten bijvoorbeeld heel veel verschillende dingen op worden bijgehouden: of iemand wel of niet iets verboden heeft, of we in dit gesprek verwijzen naar Rob of naar ‘de minister-president’, over welk deelonderwerp we het op dit moment precies hebben, gedane beloftes, beweringen over wat er wel of niet waar zou zijn volgens de verschillende gesprekspartners, in wat voor emotionele staat de gesprekspartners ongeveer verkeren. In een bijeenkomst met de paus kan deze je van al je zonden vrijspreken, schrijft Levinson, en dan moet ook dát worden bijgehouden op het gigantische scorebord dat we in ons hoofd meedragen. Een belangrijke observatie van Levinson is dat het scorebord bovendien een ingewikkelde, gelaagde, structuur moet hebben. Hij bespreekt bijvoorbeeld het volgende gesprekje tussen Virginie en haar moeder, door mij vertaald en een beetje bewerkt. Virginie wil meer zakgeld: Virginie: maar weet je, een mens moet genoeg geld hebben, 10 euro lijkt me redelijk Moeder: 10 euro per week? Virginie: mmm Moeder: om maar wat rond te smijten? Virginie: Nee, niet om weg te smijten, maar om uit te geven. Moeder: Maar waaraan? Dat probeer ik uit te vinden. In een alledaags gesprekje zoals dit gebeurt van alles. Als mensen robots waren, was het gesprekje als volgt gegaan: Virginie: ik wil 10 euro zakgeld Moeder: Dat krijg je niet Indirect Maar mensen voeren allerlei deelgesprekjes binnen zo’n gesprek, zo zijn 3 en 5 een soort vragen om opheldering, is het mmm in 4 een uitnodiging om verder te gaan. Tijdens de vragen om opheldering wordt het geven van een antwoord op de oorspronkelijke vraag even opgeschort, en in ander werk heeft Levinson laten dien dat er binnen zo’n tussengesprekje om opheldering zich nieuwe onduidelijkheden kunnen voordoen die dan zelf eerst uit de weg moeten worden geruimd voor de opheldering kan worden opgelost. Gesprekken zijn zo matroesjka-poppetjes, waarin steeds weer nieuwe matroesjka’s verstopt kunnen zitten. En dan geldt ook nog eens dat een heleboel van wat er gezegd wordt een vermomming is voor iets anders. De mededeling in 1 over ‘een mens’ is feitelijk een inleiding tot het verzoek in 2. Maar dat verzoek wordt ook niet rechtstreeks gedaan, in plaats daarvan doet Virginie oppervlakkig gezien alleen een mededeling over wat haar redelijk lijkt, zoals de afwijzing van de moeder in 7 ook komt op een heel indirecte manier. Dat moet allemaal op het scorebord, maar de wetenschap heeft nog niet precies vastgelegd hoe dat er dan uit zou moeten zien. Er staan ons op dit vlak interessante tijden te wachten.

Door: Foto: Illustratie uit het besproken artikel
Foto: Honore Daumier Le Ventre Legislatif The Legislative Belly Google Art Project

Survival of the grappigste

ONDERZOEK - Er zijn zoals bekend eindeloos veel wetenschappelijke artikelen. Een mens kan er iedere minuut van haar leven twee lezen, en dan heeft ze nog niets gelezen. Als ik eerlijk ben kun je de meeste ook meteen weer vergeten als je niet toevallig nét zelf met dat onderwerp bezig bent.

Maar er verschijnen gelukkig ook nog altijd wetenschappelijke artikelen die sprankelen van de ideeën. Zoals het artikel ‘Survival of the wittiest (not friendliest)’ dat de Servisch-Amerikaanse taalkundige Ljiljana Progovac onlangs publiceerde in het tijdschrift PNAS Nexus (gratis toegang). Dat is een tijdschrift waarin geleerden worden uitgenodigd ideeën uit verschillende domeinen aan elkaar te verbinden, en dat doet Progovac dan ook naar hartelust.

De kern van het idee zit al in de titel van het stuk, een idee uit de biologie: dat het geen toeval is dat mensen in allerlei culturen mensen die geestig en ad rem zijn enorm waarderen. Dat we daar weleens biologisch op geselecteerd zouden kunnen zijn: de geestigste en de meest ad remme liet zien hoeveel hersenen hij of zij had, en dat is uiteraard een aantrekkelijke eigenschap voor een individu. Mensen schijnen, schrijft Progovac ook doorgaans meer geestigheden te debiteren als er aantrekkelijke leden van de andere sekse óf potentiële rivalen aanwezig zijn.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: "Bloggers hard at work at Youth For Change" by DFID - UK Department for International Development is licensed under CC BY 2.0

Bloggers parodiëren met kunstmatige intelligentie

Een tijdje geleden bezweek Neerlandistiek bijna onder de belangstelling van kunstmatige intelligentie. Zoveel chatbots kwamen ons bezoeken dat de mensen er af en toe niet meer doorheen kwamen. Ondertussen zijn er wat maatregelen genomen waardoor het wat rustiger is, in ieder geval voor de mensen, maar ik bleef zitten met de vraag: wat leren die chatbots er eigenlijk van?

Dus vroeg ik zelf aan kunstmatige intelligentie (Claude) om op basis van een stuk of vijftig blogposts – sommige van Neerlandistiek, andere van de eigen blogs, maar allemaal openbaar toegankelijk – rapporten te maken over enkele van mijn favoriete bloggende neerlandici. Hier is een korte karakterisering van sommige van hen. Ik geef het ongewijzigd weer (ook de volgorde heb ik door de chatbot laten bepalen):

Louise Cornelis — Nuchtere tekstvakvrouw die hardop nadenkt over haar vak en daar altijd een praktische les uit trekt. Kort, conversationeel, Zeeuws-onderkoeld, met een scherp oog voor taal in het wild.

Robbert-Jan Henkes — Vertaler die hardop twijfelt over het ene woord dat niet mee wil. Associatief, geestig, met een zwak voor het onvertaalbare.

Marc Kregting — Melancholische essayist die elke zin laat vertakken tot hij verdwaalt, en dat verdwalen tot methode verheft. Lang, erudit, cultuurkritisch, met een ondertoon van weemoed.

Marita Mathijsen — Enthousiaste geleerde die bij een glas wijn vertelt wat ze in het archief vond. Verhalend, warm, precies, met de spanning van een detective en de ontroering van iemand die van haar onderwerp houdt.

Nicoline van der Sijs — Etymoloog die woorden laag voor laag afpelt, van het heden terug naar de zeventiende eeuw en verder, met uitstapjes naar het Koreaans en het Russisch. Encyclopedisch, precies, licht verwonderd, nooit uitverteld.

Foto: Alex Knight on Unsplash

Chatbots gebruiken meer naamwoorden

COLUMN - Kun je herkennen of een tekst geschreven is door een computer? Ja, zegt een groep onderzoekers in een recent online geplaatst artikel. Tenminste, als je een computer hebt die het herkennen voor je kan doen.

De onderzoekers lieten mensen en chatbots een aantal taalopdrachten doen. Zo moesten ze teksten herschrijven in de stijl van een schoolopstel of een Wikipedia-artikel. Hoe succesvol waren ze erin? Chatbots bleken hun teksten wel licht aan te passen aan het genre, maar veel minder dan de mensen deden. Dat valt in ieder geval op een statistische manier vast te stellen: als je kijkt naar wat voor woorden er gebruikt worden, dan zit er bij de teksten van chatbots minder variatie.

Een belangrijk verschil tussen mensen en chatbots was, los van het gekozen genre, dat chatbots een veel ‘naamwoordelijker stijl’ hadden. Ze gebruikten meer zelfstandig naamwoorden (‘huis, genre, chatbot’), meer zogeheten nominalisaties (‘werken is een genot’ in plaats van ‘ik werk graag’) en bijvoeglijk naamwoorden werden vaker bij een zelfstandig naamwoord gezet (‘het mooie huis’) dan in het gezegde (‘het huis is mooi’). Mensen deden veel meer met werkwoorden (‘het huis schittert in de zon’).

Simuleren

Wat verklaart nu dit verschil? Die chatbots hebben de taal immers van ons geleerd, wat verklaart dan dat ze dingen op zo’n specifieke manier anders doen? De onderzoekers wijzen erop dat het gebruik van veel zelfstandig naamwoorden een tekst erg rijk aan informatie maakt: ieder zelfstandig naamwoord benoemt een zaak of een idee, hoe meer je daarvan geeft, hoe meer informatie in de tekst. Werkwoorden geven je zin wat dat betreft meer lucht.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: XxXddddddddd, via Pixabay

Begrijpt de chatbot dit of doorgrondt hij het slechts?

COLUMN - Soms worden filosofische vragen na vele jaren ineens praktisch. Zoiets beleven we nu met het woord begrip. Filosofen hebben baden met bloed gevuld tijdens hun discussies over de vraag wat het precies wil zeggen dat we een bepaalde tekst begrijpen, en nu wordt de mensheid ineens geconfronteerd met een apparaat waarvan je je concreet kunt afvragen wat het begrijpt. De chatbot.

Neem dit artikel dat onlangs verscheen op de taalkunde-site LingBuzz. Een groep Amerikaanse taalkundigen laat er zien dat chatbots testjes zoals de volgende uitstekend kunnen doorstaan:

Flavia en Jack ontweken Mary en Franck werd ontweken door Lucy en Flavia. Heeft Franck in deze context iemand ontweken?

Het antwoord op deze vraag is natuurlijk nee. Een jaar geleden deden chatbots het niet altijd goed. Als ik het nu aan ChatGPT vraag, antwoordt deze:

Nee.
Er staat dat Franck werd ontweken door Lucy en Flavia — hij is dus het object van het ontwijken, niet degene die iemand anders ontweek.

Zelfs de fouten die de bots maakten lijken op die van mensen. Zo zeiden ze vaker ten onrechte ja op de volgende variant van deze vraag:

Cleo kuste Alice en Alice werd gekust door Mary. Cleo en Alice werden gekust door Mary. Werd Mary in deze context gekust?

Foto: Abhi Sharma (cc)

Ze sprak haar naam uit als Fleuj

RECENSIE - Zeg mij welke taal je spreekt, en ik zeg je wie je bent. Geen twee mensen op de wereld spreken precies hetzelfde, en die verschillen laten altijd iets zien over een verschillende geschiedenis, een verschillende identiteit, een verschillende plaats in de samenleving. Dat je in Rotterdam geboren bent, maar in Den Bosch opgegroeid, dat je een man bent, en theoretisch opgeleid, dat je getrouwd bent met een Italiaanse, dat je bovengemiddeld gefascineerd bent door hoe andere mensen praten: het heeft allemaal invloed op je taalgebruik.

Dat is een waarheid waarnaar al heel veel onderzoek is gedaan, een waarheid bovendien die door verschillende geleerden op een verschillende manieren is uitgewerkt, maar een waarheid waarover nog niet zo heel veel geschreven is. De sociolinguïstiek, de tak van de taalwetenschap die zich met deze waarheid bezighoudt, is altijd populair onder studenten, juist omdat ze zoveel te zeggen heeft over de onvermoede rol van taal in het eigen leven. Maar in heel veel publieksboeken heeft dat niet geresulteerd.

Milieu

De schrijver en taalkundige Khalid Mourigh brengt daar nu verandering in met zijn boek Denkend aan Hollands. De ondertitel van het boek luidt: Wat taal zegt over wie we zijn.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Elvin (cc)

Doe eens wat voor het Nederlands

Mensen vragen me in deze duistere tijden weleens of ik, hoogleraar Nederlands, nu niet aan de goede kant zit. Nationalisme tiert welig en de regering bindt de strijd aan met het Engelstalige onderwijs.

Nu valt het leven aan de goede kant nogal tegen. Ik heb er 8 jaar geleden al op gewezen dat de leider van inmiddels de grootste partij in het Nederlandse parlement waarschijnlijk de parlementariër is die het vaakst Engels gebruikt in de socialemedia (‘Fantastic speech by US Vice-President @JDVance!’). Bovendien richt de regering zich momenteel wel tegen het Engels – maar het maakt er nauwelijks een geheim van dat het hier gaat om een bezuinigingsmaatregel – iets constructiefs wordt er niet mee beoogd, zeker ook niet voor het Nederlands.

Afgelopen donderdag was het ‘dag van de moedertaal’, en de acteur en bestuurder Boris van der Ham greep de gelegenheid aan om hier bij het tv-programma Goedemorgen Nederland ook op te wijzen. De Nederlandse regering steekt geen vinger uit voor onze taal. Dat betreft bijvoorbeeld Van der Hams eigen sector, de podiumkunsten:

Je ziet daar in het klein wat er met het Nederlands aan de hand is. Het is veel minder risicovol om bijvoorbeeld een Engelstalige musical naar Nederland te halen, te vertalen en uit te gaan voeren. Als je een nieuwe Nederlandse voorstelling wilt gaan maken voor een groot publiek, dan is het heel ingewikkeld om de financiering rond te krijgen. Als dit steeds meer onder druk komt te staan, wordt het minder gemaakt. Dan hebben we straks alleen maar Amerikaanse en Engelse voorstellingen en films. Dus daar moet iets aan gebeuren!

Foto: The Lowry (cc)

Kreupeltaalkunde

Er is in de taalkunde, en in veel menswetenschappen, de laatste decennia betrekkelijk veel aandacht voor het feit dat mensen een lichaam hebben. Mensen verzetten zich tegen de gedachte dat ons denken zich in een platoonse abstracte wereld bevindt, ver weg van ons vlees en bloed. Toch heeft in ieder geval in wat ik allemaal gelezen heb, het idee van embodied cognition (denken in een lichaam) weinig interessante inzichten opgeleverd – het blijft vooral bij de stelling dat het naïef is om in navolging van Descartes lichaam en geest uit elkaar te trekken, zonder dat mensen zich vervolgens bekreunen om bewijzen voor de omgekeerde stelling.

Een hoofdstuk van de betreurde Amerikaanse taalkundige Jon Henner (1982-2023) in het onlangs verschenen boek Inclusion in linguistics (gratis raadpleegbaar) bespreekt de kwestie uit een interessant perspectief: wordt taal die uit lichamen komt die maatschappelijk op de een of andere manier als minderwaardig worden gezien in de taalwetenschap wel voldoende serieus genomen?

Henner had zelf te maken met twee ‘handicaps’: hij kon niet horen en hij was autistisch. Zowel gebarentaal als de taal van autisten werden al langer onderzocht, maar volgens Henner gebeurde dat nog altijd te zeer in termen van ‘achterstand’. Hij wilde dat we alle taal van iedereen (uit ieder lichaam) zouden zien als volwaardige taal. Hij stond een vorm van taalkunde voor die hij crip linguistics noemde. Crip is van oorsprong een scheldwoord voor gehandicapten (kreupele), dat inmiddels door sommigen als een geuzenterm wordt gebruikt. In een vorig jaar gepubliceerd ‘crip linguistics manifesto’ schreef Henner, samen met zijn collega Octavian Robinson:

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Sagaru9535, CC BY-SA 4.0 , via Wikimedia Commons.

Python en poëzie

Een van de interessantste Nederlanders op dit moment is ongetwijfeld Guido van Rossum, de ontwerper van de programmeertaal Python. Het is niet overdreven om te zeggen dat dit inmiddels wereldwijd de populairste programmeertaal is – een taal die vrijwel iedere programmeur wel een beetje kent. Hij is bovendien iemand die over heel veel onderwerpen goed heeft nagedacht en zijn mening daarover eloquent kan verwoorden, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het onderstaandre interview met Lex Fridman.

Dat soort interviews kom je in het Nederlands niet tegen. Ik vraag me af of Van Rossum ooit serieus in de Nederlandse media aan het woord is gekomen. Dat geldt zelfs niet voor podcasts of YouTube-kanalen of andere alternatieve kanalen. Wat zijn we toch ook een armoedige cultuur. Voor 99% procent van de Nederlanders bestaat Van Rossum helemaal niet.

(Even een rant. Het is in sommige kringen nog altijd sjiek om af te geven op de verengelsing: in zo’n vreemde taal kun je toch nooit een diepe gedachte uitdrukken? Wat die mensen nooit in de beschouwing betrekken is dat je in het Nederlands maar zelden een diepe gedachte hoort uitdrukken. Wie interessante hedendaagse intellectuele discussies wil horen, moet wel Engels leren. De verarming van het Nederlands komt niet door het Engels, maar door het gebrek aan intellectuele cultuur. Einde rant.)

Foto: Vox España (cc)

Genderneutrale sjwa na het fascisme

Giorgia Meloni, een politica die wel ‘postfascistisch’ genoemd wordt, is de nieuwe premier van Italië, en een van haar eerste daden was dat ze aankondigde niet als ‘la presidente’ te willen worden benoemd, met een vrouwelijk lidwoord la, maar als ‘il presidente’. Het Italiaans telt traditioneel slechts twee grammaticale geslachten, en daarbij geldt de mannelijke vorm als neutraal, ongeveer zoals bakker in het Nederlands traditioneel als mannelijk en neutraal geldt.

Het leverde Meloni kritische commentaren op, bijvoorbeeld op Twitter:

(Meloni wil ‘il’ presidente genoemd worden. Nou, nee, mijn beste: alleen pronouns die corresponderen met wat je tussen je benen hebt, wij wijken niet voor gender-ideologie!)

De beslissing valt natuurlijk ook niet anders te zien dan als onderdeel van de discussie over genderneutrale taal die in grote delen van de wereld woedt, en zeker ook in Italië. Het is een eigenaardig kenmerk van al die discussies dat men nauwelijks over de taalgrenzen heen kijkt. Naar de discussie in Amerika wordt nog wel verwezen, maar dat overal in Europa over dit onderwerp gesproken wordt, daarvan lijkt vrijwel niemand zich bewust. Terwijl het, zou je zeggen, zowel voor voor- als tegenstanders interessant kan zijn kennis te nemen van wat er elders te berde wordt gebracht. (Voor de Italianen is het bijvoorbeeld potentieel interessant dat de Académie française enkele jaren geleden besloot dat naar vrouwelijke ministers verwezen moet worden met le ministre omdat ‘functie voor persoon gaat’; maar dat zelfs de Franse regering zich daar niet aan houdt.)

Foto: Elizabeth Hahn (cc)

Hoe uit taalcontact nieuwe taal ontstaat

COLUMN - Er is de laatste jaren in de taalkundige literatuur veel aandacht voor de gevolgen van taalcontact: wat gebeurt er als groepen sprekers van verschillende talen bij elkaar komen, bijvoorbeeld door migratie? Of wanneer sprekers meer dan één taal beheersen? Die talen beïnvloeden dan elkaar, en dit soort contact is waarschijnlijk een drijvende kracht achter veel taalveranderingen. Vooral als we in beschouwing nemen dat zulk contact zich ook kan afspelen tussen sprekers van sterk op elkaar lijkende taalsystemen, zoals dialecten. In dat geval spreken we wel van koinè-vorming, maar het is feitelijk hetzelfde verschijnsel op een kleinere schaal.

In een net verschenen artikel in de Language and Linguistic Compass geeft de Puertoricaanse auteur Cristopher Font-Santiago samen met twee Amerikaanse collega’s een overzicht over een verschijnsel in koinè-vorming dat pas de laatste jaren is opgemerkt. Zij noemen dat reallocatie: variatie die eerst puur regionaal was (in het ene dorp zei men iks in het andere eks) verdwijnt niet altijd per se als de sprekers uit die dorpen naar elkaar toe groeien en gaandeweg één taal of dialect spreken. Zowel iks als eks blijven bestaan, maar ze krijgen een verschillende functie: iks is bijvoorbeeld voortaan de deftige, geleerde vorm en eks de platte, boerse. De variatie is dus sociaal gemotiveerd geworden.

Boers Nederlands

Foto: Foto Giammarco op Unsplash.

Zijn denken en communiceren hetzelfde?

Een van de vele discussies die de taalwetenschap al eeuwen splijt is die van de functie van taal. Dat de mens taal heeft, kost op zijn minst moeite – moeite om de taal te leren, moeite om de hersenen te pijnigen bij het zoeken van woorden, het plaatsen van die woorden in zinnen enzovoort. Waarom doen we dat?

Er zijn twee belangrijke kampen: taal is om in te denken, en taal is om te communiceren. De eerste school heeft evident het probleem dat we veel taal niet binnen in ons hoofd laten omgaan, maar dat we ook onze tong en lippen bewegen (of onze handen, in het geval van gebarentaal). De tweede school heeft het probleem dat er is aangetoond dat de structuur van taal minstens voor een deel lijkt te bepalen hoe we denken (zie bijvoorbeeld hier).

De Oostenrijkse taalkundige Martina Wiltschko komt nu in het tijdschrift Glossa met een mogelijke oplossing: taal is er zowel voor taal als voor denken.

Dat klinkt op het eerste oor wat flauw: de ene groep zegt A, de andere zegt B, en jij komt en zegt ‘het is allebei een beetje waar’. Maar Wiltschko biedt interessante argumenten. Ze laat bijvoorbeeld zien dat er in een zin vaak twee elementen zitten: elementen die een gedachte uitdrukken en elementen die gaan over de interactie met de gesprekspartner:

Volgende