Natural Life in de VS: de langzame doodstraf

Laat ik beginnen met een vergelijking die je hoogstwaarschijnlijk versteld zal doen staan. In Nederland wonen 17 miljoen mensen, in de VS ongeveer 20 keer zoveel, 335 miljoen. In Nederland zaten in 2020 40 mensen levenslang uit. Zou je dat evenals het inwoneraantal met 20 vermenigvuldigen voor de VS, dan kom je op 800 levenslang gestraften. In werkelijkheid hebben de VS niet 800 maar 206.000 levenslang gestraften, ruim 5000(!) maal zoveel als bij ons. Dat bizarre aantal past natuurlijk bij hun extreem hoge totaal aantal gevangenen: meer dan 2,1 miljoen. Daarmee staat Amerika bovenaan de wereldranglijst, zelfs China heeft minder gevangenen: 1,7 miljoen op 1,4 miljard inwoners (ruim 4x aantal inwoners van de VS). Waar ging het mis in het Wilde Westen en, ging het wel mis? "Het strafrechtsysteem is gebroken", kun je vaak horen in hervormingsgezinde kringen en de cynici onder hen roepen dat het systeem juist op rolletjes loopt. Gebouwd op het fundament van de slavernij, zou Michelle Alexander zeggen, schrijfster van 'De nieuwe Jim Crow' waarin ze schrijft: "we have not ended racial caste in America; we have merely redesigned it". Of zoals anderen beamen, gebouwd op de War on Drugs die in 1971 door Nixon werd uitgeroepen en onder Ronald Reagan in de jaren '80 uitgroeide tot een driekoppig monster. 3 Strikes You're Out "Een rechter in Nederland kan in drie gevallen levenslang opleggen: voor moord, voor een aanslag op de koning of de regering, of voor een terroristisch misdrijf", aldus strafrechter Lieneke de Klerk. Daarbij zij vermeld dat een 'gewone' moord in Nederland meestal met max 30 jaar bestraft wordt in het geval van voorbedachte rade en met max 25 jaar indien iemand wel opzettelijk maar zonder voorbedachte een ander doodt. In de VS, schrik niet, kun je zelfs voor drie kleine overtredingen achter elkaar levenslang krijgen. 3 Strikes You're Out, was het motto dat tijdens president Clinton's ambtstermijn in de jaren '90 in meer dan de helft van alle Amerikaanse staten werd uitgerold. Vandalisme, stelen van eigendommen vanaf $500 Dollar (in sommige staten vanaf $1000), brandstichting, verkoop-, distributie- of trafficken van drugs, aanranding, verkrachting en ontvoering tellen stuk voor stuk mee. Maar in sommige staten tellen zelfs overtredingen mee waarvoor je in Nederland niet eens altijd een strafblad krijgt: verkeersovertredingen, lichte mishandeling, bezit van drugs, meineed, of obsceen gedrag. De beroemde advocaat Bryan Stevenson (wiens boek Just Mercy verfilmd is) schrijft: "Because of mandatory sentencing and “three strikes” laws, I’ve found myself representing clients sentenced to life without parole for stealing a bicycle or for simple possession of marijuana." Werkloosheid Terug naar Reagan: onder zijn leiding werd de zwaarte van de Amerikaanse industrieën verlegd van staal, auto's en textiel naar high-tech en wapens. Van 1980 tot 1985 daalde het aantal eenvoudige banen voor ongeschoolden in de VS met 15,9 procent. Industrieën vestigden zich daarbij in buitengebieden waardoor er in grote steden aanzienlijk minder productiewerk te verdelen was. "Gelukkig" was er crack, een afgeleide van cocaïne dat vele malen goedkoper én vele malen verslavender was. Elke werkloze, uitzichtloze jongere kon een straathoek claimen en zijn dealtjes beginnen; een beter uitzicht dan armoede, niet alleen voor hem maar vaak ook voor zijn moeder, broertjes en zusjes, soms tantes en buurvrouwen. Je zorgde immers voor elkaar in de wijk. Het toeval wilde dat juist in die armere wijken met weinig arbeidsperspectief voornamelijk Afrikaans Amerikanen woonden. Criminaliseren druggebruikers De combinatie van de razende crackepidemie in de jaren '80 en de 3 Strikes wetgeving zorgde voor een enorme stijging van gevangenen én levenslang gevangenen. De angst voor het nieuwe geweld–volgens de media onmiskenbaar het gevolg van de de crackhandel–legitimeerde de invoering van zwaardere straffen voor drugsovertredingen. De straffen werden niet alleen verhoogd, er werden ook verplichte minimum straffen geïntroduceerd voor diverse overtredingen (mandatory minimum). Vijf gram crack-cocaïne in je bezit betekende in vele staten vijf jaar in de bak. Druggebruikers werden niet langer gezien als mensen die behandeling nodig hadden, druggebruikers werden gecriminaliseerd. Saillant detail: het bezit van gewone cocaïne leidde pas met vijfhonderd gram tot vijf jaar in de cel. Crackdealers en -gebruikers waren vooral jonge, zwarte mannen. Zij werden in deze nieuwe setting massaal gearresteerd waardoor het aantal gevangenen snel toenam. '3 Times Strike' zorgde voor een verdere toename van met name langgestraften. Van het totaal aantal gevangenen in de VS vandaag de dag is 40% van Afrikaans Amerikaanse komaf terwijl hun aandeel in de samenleving 13% bedraagt. Kijken we naar levenslange gevangenisstraffen, dan zijn de cijfers nog schever: 48% van alle mensen die levenslang uitzitten zijn Afrikaans Amerikanen. LWOP, onmenselijk alternatief Ofschoon de draconische wetten van de jaren tachtig inmiddels gedeeltelijk zijn of worden teruggedraaid, blijven de gevolgen wel degelijk bestaan. Het aantal levenslang gestraften is nog nooit zo hoog geweest als nu, vijf keer zoveel als in 1984. 162.000 mensen zitten levenslang uit en 44.000 hebben een straf van 50 jaar of meer–virtuele levenslang. In de VS bestaat er onderscheid tussen levenslang met een kans op voorwaardelijke vrijlating, Life With Parole (LWP) en levenslang zonder die optie, Life Without Parole (LWOP) ook vaak Natural Life genoemd. Ruim 50.000 mensen zijn tot LWOP veroordeeld, feitelijk een langzame doodstraf omdat deze mensen hun natuurlijke leven moeten uitzitten. En zoals we later zullen zien, betekent een kans op voorwaardelijke vrijlating (parole) bij LWP allerminst dat je ook daadwerkelijk vrijkomt. Velen in de VS juichen weliswaar de afname van de doodstraf toe, maar zien niet de toename van het even zo onmenselijke alternatief: de langzame doodstraf, levenslang zonder ooit vrij te komen. Prospect of Release In Nederland heeft levenslang zonder kans op vrijlating tot 2017 bestaan en juist vanwege die onherroepelijkheid werd hij uiterst zelden uitgesproken. Toch heeft Nederland de rechtspraak in 2017 aangepast, voorafgegaan door jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Het hof oordeelde dat een levenslange straf zonder de mogelijkheid van herbeoordeling en eventuele vrijlating in strijd is met artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Er dient enig uitzicht op vrijlating te bestaan, het zogenaamde Prospect of Release. Na uiterlijk 25 jaar moet worden onderzocht of er dermate significante veranderingen in de persoonlijkheid van de gedetineerde zijn ontstaan, dat detentie niet langer een legitiem doel dient. Hoop, dat is wat een Prospect of Release geeft, ook al opent dat de deur maar op een kiertje. Die hoop geeft op haar beurt reden het leven te omarmen en zich te willen beteren. Maar wanneer zijn persoonlijke heling, berouw en eigenaarschap van de daad genoeg? Wanneer is iemand voldoende beter, hoe meten we dat? In Nederland gebeurt dat door onafhankelijke experts: raadsheren (rechter bij de Hoge Raad), rechters, een psycholoog, een psychiater, een hoogleraar internationaal recht, een hoogleraar criminologie en een officier van justitie maken deel uit van een adviescommissie levenslang gestraften. Deze commissie weegt mate van rehabilitatie, publiek veiligheid, belang van (familie van) slachtoffers en adviseert vervolgens onze minister van Veiligheid en Justitie, die het uiteindelijke beslissingsrecht heeft inzake een eventuele vrijlating. Willekeur van commissies In de VS zijn vandaag de dag 16 staten (van de 50) die een vooraf vastgestelde datum voor voorwaardelijke vrijlating (parole) bij een vonnis insluiten, wat voorspelbaarheid in een voorwaardelijke vrijlating biedt. In de andere staten gebeurt de toetsing door zogenaamde parole boards. De samenstelling van die commissies verschilt enorm per staat. Hun handelwijze is vaak volstrekt willekeurig–en vrijwel altijd ondoorzichtig waardoor de toepassing van een voorwaardelijke vrijlating nooit zeker is. Dat betekent in de praktijk dat levenslang gestraften met parole (LWP) en zij die "virtueel" levenslang hebben, in feite ook een langzame dood achter de tralies sterven. Uit onderzoek van The Marshall Project naar het functioneren van de parole boards kwam naar voren dat slechts voor een fractie van de gevangenen die recht hebben op voorwaardelijke vrijlating ook inderdaad de poort opengaat–en vrijwel niemand van deze lucky ones heeft een geweldsdelict gepleegd. Reden voor de schroom levenslang gestraften een tweede kans te geven, is natuurlijk de angst voor herhaling van het delict. De algemene opinie is dat de veiligheid van de samenleving in gevaar komt als de "monsters" worden vrijgelaten. Maar een onderzoek van Stanford Universiteit waarin 860 moordenaars gevolgd werden na hun voorwaardelijke vrijlating, toont aan dat slecht vijf van hen opnieuw in de gevangenis belandden–en geen van hen voor moord–, een recidive van minder dan 1%. Ter vergelijking: het meest recente bekende percentage van 'teruggekeerde burgers' dat binnen drie jaar opnieuw in de gevangenis belandt ligt in Amerika op 39%. Een tweede reden waarom de parole boards erg terughoudend met vrijlatingen zijn, is hun verstrengeling met de politiek. De invulling van deze goed betaalde banen wordt in 44 van de 50 staten geheel door de gouverneur bepaald en dat is vaak de enige kwalificatie die nodig is. Er bestaat dus politieke druk en het grootste gevaar voor een politicus is een (vervroegd) vrijgelaten persoon die opnieuw een gewelddadige misdaad begaat. Ofschoon die kans heel klein is zoals we hiervoor zagen, is de media kastijding bij dergelijke zeldzame gebeurtenissen steevast zó groot dat de loopjongens van de politici het risico gewoonweg niet durven nemen. Subjectieve criteria In een onderzoek van Prison Policy naar de kwaliteit van het uitvoeren van parole in de gehele VS, krijgen slechts vijf staten een positieve beoordeling. Het vergroten van die kwaliteit is dringende noodzaak aldus de organisatie. Samenstellen van een beoordelingscommissie op basis van expertise zoals in Nederland en vaststaande, objectieve criteria voor beoordeling zouden al veel verschil maken. Onafhankelijkheid van de commissies evenals transparantie in hun handelen zouden standaard moeten zijn. Het voeren van een face-to-face gesprek tussen commissieleden en de gedetineerde zou verplicht moeten worden. Evenzo zou een gevangene goed begeleid moeten worden bij de voorbereidingen voor diens commissie verhoor. Andere voorstellen ter verbetering van de kwaliteit van Prison Policy zijn: de optie voor degene die gehoord wordt om onjuiste informatie waarop de commissie haar keuzes maakt, aan te kaarten; uitsluiting van deelname aan het proces tot besluitvorming voor zowel openbaar aanklagers als slachtoffers–of familieleden– van de misdaad; het actief aanmoedigen van spreektijd voor hen die positief kunnen getuigen over degene waarover beslist wordt. Last but not least pleit de organisatie ervoor dat alle gevangenen in aanmerking komen voor een voorwaardelijke vrijlating. Max 20 jaar Veel critici van het strafsysteem in de VS roepen op tot hervorming van parole en parole commissies. Een minder vaak gehoord geluid is dat van Marc Mauer, de directeur van actiegroep The Sentencing Project. Geïnspireerd door het strafrecht in Europa pleitte Mauer een aantal jaren geleden voor een maximum straf van 20 jaar voor welke misdaad dan ook, met de optie voor een parole commissie of rechter de straf zonodig te verlengen. Mauer onderbouwde zijn voorstel met stellingen zoals dat mensen die misdaden plegen vrijwel allemaal 'uit de misdaad groeien' wanneer ze eenmaal ouder worden–lange straffen doen dus weinig om misdaad te voorkomen. Maar veroordelingen gaan niet alleen over het voorkomen van misdaad, veroordelingen gaan ook over straf. "Hoeveel straf is genoeg? Wat proberen we te bereiken en waar komt aflossing van de schuld in beeld?", vraagt Mauer zich af. Tweede kans Mauers 20 jaar plafond is voor de meeste Amerikanen veel te radicaal. Maar het idee dat iedere veroordeelde recht heeft op een tweede kans, is inmiddels een veelgehoorde roep. Dat zou betekenen dat ook mensen met een LWOP veroordeling voor geweldszaken, recht hebben op een objectieve, kwalitatieve review van hun straf. Voor sommigen gaat ook dat te ver. En toch... Florida is een van de meest conservatieve staten zonder enige vorm van parole–er bestaat wel de mogelijkheid bij goed gedrag na 85% van de tijd vrij te komen. Voor levenslang gestraften (lifers) in Florida betekent life dan ook echt natural life. Maar zelfs in Florida klinken tegenwoordig stemmen om een tweede kans voor de LWOP gestraften in te bouwen. Senator Jeff Brandes heeft tot twee maal toe een wetsvoorstel voor een Second Look voorgesteld–Bill 1308 in 2020 en Bill 662 in 2021–waarin onder andere opgenomen was dat geweldplegers die ten tijde van hun misdaad jonger dan 25 jaar waren, na 20 jaar gevangenisstraf recht op een herbeoordeling zouden krijgen. Hoewel de senator geen voet aan de grond kreeg binnen de conservatieve Senate en House van Florida, gaat er een duidelijke boodschap uit van zijn werk: het is tijd voor structurele hervormingen. Brandes weet zich gesteund door elke pro-hervorming groep in de staat; hun acties zijn minstens even belangrijk. De non profit Society First organiseerde 23 januari jongstleden een drukbezocht symposium met als titel The Road to Restauration. Centraal in hun roep om hervorming staat het afschaffen van LWOP in de staat. Zoals Wayne Almy in de introductie van het symposium zei: "Een menselijker oplossing is hard nodig." In Europa moet iedereen een realistisch vooruitzicht op vrijlating krijgen bij zijn veroordeling, zo oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. In Amerika is zo'n opening er nauwelijks voor de 203.000 mensen met een levenslange gevangenisstraf. Kwestie van tijd. Tot het zover is, zullen velen van hen achter de tralies doodgaan.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: nico1959 (cc)

Jan Soldaat vervangt Bromsnor niet

COLUMN - Er dient nadrukkelijk een bijdrage in operationele capaciteit gevraagd te worden aan het ministerie van Defensie om het stelsel bewaken en beveiligen op korte termijn te versterken.

Deze opdracht kreeg het bestuur van de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) afgelopen vrijdag mee toen een motie van de burgemeesters van De Bilt, Utrechtse Heuvelrug en Veenendaal met een dikke meerderheid werd aangenomen.

De pers pikte deze bijzonder motie op en repte van inzet van militairen. Minister van Justitie en Veiligheid, Ferdinand Grapperhaus ziet daar niets in. Natuurlijk snapt hij de zorgen over de personeelstekorten bij de politie, aan empathie ontbreekt het hedendaagse bewindslieden niet, en ja, er gaat hard aan gewerkt worden, maar dat kost wat tijd.

Dat is logisch, het kabinet haalt het te laat zijn met maatregelen niet in door binnen een paar weken nieuwe politieagenten te rekruteren, op te leiden  en inzetbaar te maken.

Maar de minister is de beroerdste niet.

Hij draagt ook oplossingen aan voor de korte termijn. Bijvoorbeeld  `mensen zonder politieopleiding inzetten voor werk waarvoor die scholing niet vereist is`.

“Daar moeten we mee beginnen, dan kunnen we altijd nog zien of er wellicht een noodgreep nodig is. Maar zover ben ik nog niet.”
(citaat uit RTL Nieuws bericht).

Foto: Vincent Truchseß (cc)

Een achterdeur in Whatsapp

Mensen doen soms een envelop om hun e-mailtje of hun appje, zodat alleen zijzelf en de geadresseerden dat kunnen lezen. Omdat inbraken op andermens’ berichtenverkeer akelige consequenties kunnen hebben en mensen aan hun privacy hechten, bouwen applicatiebouwers zulke versleuteling vaker in. Whatsapp versleutelt automatisch alle berichten, net als Signal en Telegram; ook Facebook Messenger wil versleuteling tot standaard verheffen.

Evenredig aan de behoefte van gebruikers aan veiligheid en versleuteling groeit de wens van overheden om achterdeurtjes in te bouwen: wegen om die encryptie te breken. Zonder die achterdeurtjes zou de overheid machteloos staan tegen criminelen, is het verhaal.

Al in 1988 fileerde Intel-techneut Timothy C. May die retoriek: hij destilleerde de doembeelden van toen en noemde die, met een klassieke verwijzing, de Vier Ruiters van de Infocalyps: terroristen, pedofielen, drugsdealers en witwassers.

Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid bepleitte onlangs in navolging van zijn Amerikaanse collega William Barr dat internetplatforms de sleutels van hun gebruikers aan justitie moesten kunnen overhandigen, om opsporingsdiensten toegang te verschaffen tot berichten- en chatverkeer. Heel Bijbelvast legde Grapperhaus de nadruk op kinderporno als argument om zijn ‘sleutelrecht’ op te eisen: ‘Wat ik graag zou willen is met grote internetpartijen om de tafel en zeggen: luister, we gaan het nu zo regelen dat wij in ieder geval als er sprake is van verdacht verkeer toch een toegang kunnen krijgen om te kunnen zien wat zich er precies afspeelt.’

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Taakstraf voor Robert Oey

NIEUWS - Filmmaker Robert Oey heeft een taakstaf van 40 uur gekregen voor verboden wapenbezit.

Het wapenbezit kwam aan het licht toen de zoon van burgemeester Halsema werd aangehouden door de politie toen hij met vrienden ongein uithaalde op een verlaten woonboot. Bij de aanhouding gooide de jongen het wapen weg.

Het was een onklaar gemaakte revolver, die documentairemaker Robert Oey voor een van zijn producties had gebruikt.

Foto: nyghtowl (cc)

Tussen schild en wapen

COLUMN - Door misdaad sneuvelt er veel – maar criminelen zijn niet de enigen die zich gedragen als een olifant in de porseleinkast, vertrappelend wat hun in de weg staat. Ook de wethandhavers en beleidsmakers mogen graag een potje breken.

Begin deze maand opperde de Amsterdamse hoofdcommissaris Frank Paauw, in reactie op het flinterdunne onderzoek van Trips & Tromp over ondermijning van de rechtsstaat door drugscriminelen, dat het maar beter was om de rechtsstaat nog een stukje verder af te breken: de privacy moet overboord. De privacywetten moeten ‘op een andere leest worden geschoeid’, zei Paauw tegen Het Parool. ‘We laten onszelf nu de handen op de rug binden.’

Afgelopen week nam de minister van Justitie en Veiligheid het stokje van Paauw over.

De moord op advocaat Derk Wiersum liet volgens Grapperhaus zien dat het de hoogste tijd was om iets aan beknellende privacyregels te veranderen. Ja, er stond inderdaad al allerlei wetgeving in de steigers, maar de minister was de beroerdste niet en wilde van harte pleiten voor meer bevoegdheden op het vlak van opsporing en surveillance: ‘Privacy mag geen schild worden.’

Opmerkelijk. Er zijn de laatste twintig jaar absurd veel maatregelen genomen die massasurveillance, bestandskoppelingen, gegevensuitwisseling, profilering en ‘hinderlijk volgen’ mogelijk maken: van de sleepwet tot aan nummerbordherkenning, van overal camera’s plaatsen tot aan het vergemakkelijken van gegevens opvragen door de politie toe. Zelfs patiëntgegevens verliezen stukje bij beetje hun uitzonderingspositie. Maar het is kennelijk nooit genoeg: er kan volgens de beleidsmakers en wethandhavers altijd wel weer een beetje meer, maar een klein beetje hoor, van onze privacy af. Voor onze eigen veiligheid, immers.

Foto: fortheloveofcc (cc)

Overheid, stop met stigmatiserende rapporten over criminaliteit en etnische herkomst

Stichting Ocan (belangenvereniging voor Caribische Nederlanders), Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN) en het Inspraakorgaan Turken in Nederland (IOT) roepen de overheid op hun communicatie over criminaliteit en etnische herkomst aan te passen.

De drie belangenverenigingen doen deze oproep omdat zij zien dat al sinds de jaren negentig op een onvolledige en stigmatiserende wijze wordt gerapporteerd over verschillen in criminaliteitscijfers tussen groepen. Onder andere het CBS, het SCP en het WODC publiceren met regelmaat rapporten waarin criminaliteitscijfers worden uitgesplitst naar een selectie van herkomstlanden (waaronder meestal de ‘klassieke’ migratielanden: Marokko, Turkije, Caribisch Nederland). Het gaat om jaarlijkse overzichtsrapporten zoals Criminaliteit en Rechtshandhaving maar ook om andere jaarlijkse publicaties zoals het Jaarrapport Integratie en De sociale Staat van Nederland.

John Leerdam, voorzitter van Stichting Ocan:

“Wat is daarvan de toegevoegde waarde? Dat blijft nog altijd vaag! Overheidsonderzoek over criminaliteit gaat over het blootleggen van achterliggende factoren, zoals economische positie, opleidingsniveau of opvoeding. Dan zijn die uitsplitsingen naar herkomst niet nodig. Het kan bijna niet anders dan dat dit soort communicatie schadelijk is geweest voor Caribische-Nederlanders, bijvoorbeeld voor de positie op de arbeidsmarkt. Het is daarom tijd om ons hierover uit te spreken in een samenleving die inclusie voorstaat. Vooral met het oog op gelijke kansen voor onze opgroeiende jeugd vinden wij dat herkomst er niet telkens moet worden bijgehaald als wordt gepraat over criminaliteit.” (bron: persbericht SMN, IOT en OCAN)

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Ondermijningsbeleid Grapperhaus ‘heel reactief’

In een artikel op Binnenlands Bestuur betwijfelt Machteld Busz, directeur van stichting Mainline en bestuurder van het Poppi Drugs Museum Amsterdam, of de 110 miljoen euro die minister Grapperhaus inzet om de georganiseerde criminaliteit aan te pakken wel effectief besteed gaat worden.

Die investering is o.a. bedoeld voor de beveiliging van rechters en advocaten. Een ander deel wil de minister besteden om gemeenten te ondersteunen bij et tegengaan van normalisering van drugsgebruik n voor intensieve publiekscampagnes.

Foto: Minister Grapperhaus tijdens het begrotingsdebat Justitie en Veiligheid op 22 november 2018

Minister Grapperhaus: principes versus praktijk

Minister Grapperhaus denkt als man van principes “elke dag na over de rechtsstaat” en schreef een pleidooi voor een rechtvaardige samenleving. In de praktijk is hij als minister nou niet bepaald een hoeder van die principes.

Vlak voor zijn ministerschap schreef minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid een boek getiteld Rafels aan de rechtsstaat (2017) waarin hij sombert over toenemende ongelijkheid in de samenleving en pleit voor meer gemeenschap en rechtvaardigheid. In een van zijn eerste Kamerdebatten deed hij de uitspraak dat hij “als kind in een ketel met rechtsstatelijkheid is gevallen”. En afgelopen november tijdens het begrotingsdebat verzekerde de minister kritische Kamerleden dat hij “elke dag” nadenkt over de rechtsstaat.

Deze mooie uitspraken staan in schril contrast met zijn acties tot nu toe als minister. Met zijn wetsvoorstellen zoekt Grapperhaus vooral de grenzen op van de rechtsstaat en blijkt hij soms over die grenzen heen te willen gaan. Zijn beleid draait grotendeels om de harde aanpak van ‘ondermijnende drugscriminaliteit’. Van zijn zorgen over de rechten van kwetsbare groepen burgers en over machtige bedrijven die zich onttrekken aan regels zien we in zijn veiligheidsbeleid niets terug.

Lastige mensenrechten

De rechtsstaat beschermt burgers tegen een overijverige overheid. Natuurlijk, grondrechten bemoeilijken de opsporing en vervolging, en dat heeft een reden. Als jurist weet Grapperhaus dat natuurlijk heel goed, maar in de strijd tegen de fundamentalistische islam bleek hij ver te willen gaan (in zijn boek heeft hij het over “een van de meest bedreigende fenomenen van onze samenleving”). Om ‘haat-imams’ die nét de wet niet overtreden te kunnen aanpakken speelde hij even met het idee de vrijheid van meningsuiting voor alle burgers in te perken. Dat idee stierf gelukkig een snelle dood, maar de minister verlengde in de tussentijd wel het gebiedsverbod voor imam Jneid – een maatregel die een jurist met hart voor de rechtstaat zou moeten verontrusten.

Foto: Roberto Trombetta (cc)

Professioneel omgaan met intieme relaties op de werkvloer

Verontrustend zijn niet de geile verlangens van twee hoofdofficieren van justitie, maar de krachteloze inspanningen van hun collega’s om tegenspraak te leveren, stelt Aart G. Broek.

COLUMN – In zijn editie van 15 mei jl. onthulde NRC een vermeend schokkend gebeuren. ‘In de top van het Openbaar Ministerie zijn de onderlinge verhoudingen ernstig verstoord geraakt als gevolg van een intieme relatie tussen twee hoofdofficieren van justitie, die jarenlang verzwegen zou zijn.’ De betrokkenen, Marianne Bloos en Marc van Nimwegen, zeggen desgevraagd zich ‘bewust te zijn van de verantwoordelijkheden om onderscheid te maken tussen onze partnerrelatie en de werkrelatie. Daar gaan we professioneel mee om’.

In zijn column in het NRC van zaterdag 26 mei besmeurt Youp van ’t Hek het OM en de ‘hitsige officieren van justitie in Van der Valk-bedjes’ met pek. Het is ook niet aannemelijk dat een dergelijke wederzijdse betrokkenheid geen verlokkelijke bijwerkingen heeft. Al werd enig onderzoek van de sociaal-psycholoog Dan Ariely recentelijk in twijfel getrokken, met de volgende uitspraak kan hij geen uitglijder maken en krijgt Van ’t Hek alle gelijk.

‘Sexual arousal is familiar, personal, very human, and utterly commonplace. Even so, we all systematically underpredict the degree to which arousal completely negates our superego, and the way emotions can take control of our behavior.

[Dan Ariely, Predictably Irrational; The Hidden Forces that Shape Our Decisions. London, 2009, pp. 99]

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Volgende