Goed volk | H.W. Heuvel, de meester van Laren

De volkskunde, net als de archeologie, leunt sterk op vrijwilligers en amateurs (in de zin van niet-professionals) die in de regel voor de wetenschappers het 'vuile werk' verrichten: het verzamelen van data en voorwerpen en het catalogiseren ervan, digitaliseren van analoge gegevens en dergelijke. Tegenwoordig heet zoiets met een mooi woord 'Citizen Science'. Het verschil tussen professionals en amateurs, met name bij empirische wetenschappen als archeologie, dateert pas uit het midden van de negentiende eeuw. De wereldberoemde ontdekker van het oude Troje, Heinrich Schliemann (1822-1890), was archeologisch gezien een amateur (met heel veel geld). Dergelijke 'wetenschappen' waren in die tijd hobby's voor mensen die er tijd en geld voor hadden of op slimme wijze sponsoren wisten te vinden. Pas toen 'wetenschapper' een formeel beroep werd riep men de hulp in van liefhebbers zonder of met een andere academische opleiding om met name kale gegevens te verzamelen die vervolgens door de wetenschap werden gerubriceerd, gecatalogiseerd en geïnterpreteerd. Het duurde tot het midden van de 19e voordat archeologie een wetenschap werd, te beginnen met de publicaties van de geologen James Hutton en Charles Lyell. Uiteraard liggen geologie en archeologie in elkaars verlengde. Eenzelfde ontwikkeling is waar te nemen bij de volkskunde en de bestudering van folk-lore.

Door: Foto: © Sargasso logo Goed volk

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.