Rutte IV graait in gemeentekas

Een gastbijdrage van David Rietveld. Het gemeentefonds is voor gemeenten de belangrijkste bron van inkomsten, onder andere omdat gemeenten zelf nauwelijks belasting mogen heffen. En de startnota is de financiële vertaling van het regeerakkoord. Daar zitten namelijk toch wel wat opvallende dingen in, zeker als het over het gemeentefonds gaat. Allereerst valt de reeks voor het gemeentefonds zelf op. Die loopt niet op, maar af. In 2026 krijgen de gemeenten veel minder dan nu. Dat is gek, want de afgelopen jaren hebben we vooral gehoord over financiële problemen bij gemeenten. Medio vorig jaar stuurde Minister Ollongren nog het rapport ‘Gemeenten in de knel’ naar de Kamer. Conclusie uit dat rapport was dat gemeenten investeringen uitstellen en voorzieningen sluiten door tekorten. Dit leidt volgens het rapport 'tot een sluipende uitholling van het gemeentelijke voorzieningenniveau'. Belangrijke boosdoeners voor het feit dat gemeenten in de knel zitten zijn de opschalingskorting en de tekorten jeugdzorg, maar eerst iets over het ‘accres’. Dit zegt de startnota erover: De jaarlijkse indexatie van het Gemeentefonds, Provinciefonds en Btw-compensatiefonds heet het accres. Dit accres is bij het coalitieakkoord tot en met 2025 grotendeels berekend op basis van de bestaande afspraken. Dit wil zeggen dat de stijging van de rijksuitgaven ook leidt tot een hogere algemene uitkering aan gemeenten en provincies. Voor 2026 en verder is het accres niet berekend, maar vastgezet op een plus van 1 miljard euro ten opzichte van de stand bij miljoenennota 2022. Meer precies: met het accres moeten gemeenten gestegen prijzen, lonen én aantal inwoners betalen. Afspraak is dat als het Rijk meer gaat uitgeven, gemeenten (en provincies) evenredig meedoen. En andersom ook. ‘Trap-op, trap-af’ wordt dat genoemd. Dit is de reeks in de startnota: Voor 2026 en verder heeft het kabinet nu bepaald dat het € 840 miljoen is voor gemeenten. Merk op dat dit betekent dat het accres in 2026 nauwelijks hoger is dan in 2025 - kom ik hieronder op terug. Er wordt verder geen onderbouwing voor deze keus gegeven. Omdat er - het wordt eentonig - geen overleg over is geweest tasten gemeenten volledig in het duister. Eenzijdige invulling accresafspraken Dit staat er ook nog over het accres in de startnota: Verder is er in het coalitieakkoord voor gekozen om de uitvoeringskosten van medeoverheden voor investeringspakketten (klimaat, ontsluiten nieuwbouwwoningen en stikstof) specifiek te verstrekken. In samenhang hiermee is besloten om de middelen voor het Stikstoffonds, het Klimaatfonds, het budget voor ontsluiting van nieuwe woningen in het Mobiliteitsfonds en het Nationaal Groeifonds uit te zonderen van de berekening van het accres. Ook dit is een eenzijdige invulling van de accresafspraken: een heleboel uitgaven worden buiten beschouwing gelaten. En wat betekent 'specifiek verstrekken' dan? Ruwweg dat het Rijk ook bepalen wat gemeenten gaan doen en hoe ze dat precies moeten doen. Gemeenten krijgen dan alleen geld als de accountant zegt dat ze het volgens de regels (van het Rijk) hebben gedaan.  Je kunt dit allemaal prima afspreken met elkaar, maar het eenzijdig afkondigen is eh... gek. Maar het kan nog gekker - en dat heeft ook al voor flink wat onrust gezorgd: Daarnaast zijn in het coalitieakkoord middelen voor de woningbouwimpuls (10x100 mln.) en volkshuisvesting (4x150 mln.) opgenomen. Deze middelen zijn onttrokken aan het accres en worden via een specifieke uitkering uitgekeerd. Er wordt dus geld uit het gemeentefonds gehaald (want het accres is gewoon geld uit het gemeentefonds) en dat wordt onder voorwaarden weer aan gemeenten uitgekeerd. Ook dit is ongekend, en gebeurt ook weer zonder enig overleg. Het gaat deels wel om nieuwe of extra taken, dus de in totaal € 1,6 miljard gaat af van bestaande taken. Dat is bijna €100 per inwoner. Voor Nijmegen is dat bijvoorbeeld € 16-17 miljoen minder. Lang niet alle gemeenten zullen geld uit deze fondsen krijgen, dus voor de meeste gemeenten betekent dit per saldo minder geld. Intermezzo: maak kennis met de Aanvullende post. In de startnota is ook een Aanvullende post opgenomen: 8 Aanvullende Post De overheveling van de middelen die gereserveerd staan op de Aanvullende post van het ministerie van Financiën naar de begrotingen vindt plaats nadat concrete en doelmatige bestedingsvoorstellen zijn uitgewerkt. Invulling van de manier van uitwerking vindt plaats in afstemming met het ministerie van Financiën. Dit vraagt om een gedegen beleidsvoorbereiding en ordentelijke besluitvorming. De overheveling vanaf de Aanvullende post vindt plaats op de reguliere begrotingsmomenten. Hiertoe zal op die momenten tevens een begrotingswet worden voorgelegd aan het parlement. Waarom is de Aanvullende post relevant? Omdat de extra middelen voor gemeenten hier te vinden zijn. Het gaat om incidenteel geld om de opschalingskorting te dempen en om compensatie voor de tekorten Jeugdzorg. De vraag is waarom dit op de Aanvullende post moet staan. De opschalingskorting is een generieke korting, dus die middelen hadden gewoon aan het gemeentefonds kunnen worden toegevoegd. Is de suggestie nou dat gemeenten hier eerst nog iets voor moeten doen? Voor Jeugdzorg is al lang bewezen dat gemeenten extra geld nodig hebben. Ik vrees dat het Rijk hier gaat zeggen dat gemeenten eerst moeten instemmen met de Hervormingsagenda waarmee de kosten van de Jeugdzorg moeten worden beteugeld. Maar gemeenten zullen tijdens de ledenvergadering van de VNG juist zeggen dat niet gaan doen, omdat het Rijk eenzijdig € 500 miljoen heeft gekort op de gearbitreerde reeks voor Jeugdzorg. Omdat gemeenten willen dat het Rijk zich aan de uitkomst van arbitrage houdt, dreigt het Rijk straks te gaan zeggen dat ze dan de rest ook niet krijgen. Belangrijk: vergeet in al dit gesteggel ondertussen niet dat het over (wettelijk verplichte) jeugdzorg - en dus kwetsbare kinderen - gaat! Alle ballen op het accres? Als over bovenstaande - bijvoorbeeld in een Kamerdebat -vragen worden gesteld zal ongetwijfeld worden gewezen op het accres. Dat loopt op tot wel € 5 miljard - zie de reeks hierboven! ‘Er gaat echt heel veel geld naar gemeenten’ heet het dan. Maar u weet inmiddels dat met het accres de lonen, prijzen en bevolkingsgroei moet worden betaald. Hoe doet het Rijk dat zelf eigenlijk? Staat ook keurig in de startnota: . Hee, maar wacht eens even. Deze reeksen lopen wel gewoon op in 2026! Inderdaad. Het Rijk reserveert wel geld voor de eigen gestegen kosten in 2026, maar voor gemeenten niet. Ik heb het even in een grafiekje gezet: Die knik betekent dus bezuinigen voor gemeenten. Ja, maar dat is pas in 2026 denkt u misschien. En in de startnota staat ook dat het allemaal nog een keer goed uitgerekend gaat worden. Ergens in juni. Niets aan de hand dus? Integendeel! Het accres voor 2026 is (taakstellend?) vastgesteld en wordt zo verwerkt in de Rijksbegroting. Dus daar moeten gemeenten hun meerjarenbegroting op baseren. Zijn ze wettelijk verplicht, door hetzelfde Rijk.  Pas ná de Voorjaarsnota wordt duidelijk waar gemeenten tot die tijd echt rekening kunnen houden. Dat is in juni, als zo’n 80% van de gemeenten een nieuw college hebben als het goed is (bron: NRC). Ruim na de raadsverkiezingen weten colleges nog steeds niet waar ze financieel precies aan toe zijn. Het definitieve accres is dan nog niet bekend. De middelen voor Jeugdzorg en opschalingskorting misschien nog niet eens vrijgegeven. Nou ja één ding weten ze wel: structureel komt er geen geld bij. Vanaf 2026 moet er waarschijnlijk weer bezuinigd worden. Dat betekent dat dit al in de eerste meerjarenbegroting van de nieuwe colleges (2023-2026) en in de coalitieakkoorden moet zijn verwerkt. Structureel kan er dus eigenlijk niets. Geen bibliotheken of zwembaden heropenen, geen renovatie van schoolgebouwen (ventilatie!), geen inhaalslag beheer en onderhoud. Het huidige voorzieningenniveau (ook voor WMO, jeugdzorg, re-integratie, etc.) is dan wel zo’n beetje het maximum. Tot slot Mijn grootste verbazing is misschien wel dat van alle betrokkenen bij de formatie - waaronder 2 (oud-)ministers van Binnenlandse Zaken! - niemand heeft gezegd dat dit allemaal misschien niet zo handig is. Of gewoon tegen bestaande afspraken indruist. Van gemeenten wordt ondertussen wel verwacht dat ze een beetje leuk meedoen heb ik het idee. Volgende week zal het er tijdens het debat over de regeringsverklaring niet over gaan vrees ik. Want gemeenten krijgen immers al 'heel veel' geld. En het is geen 'sexy' onderwerp. Maar dit grijpt harder in op het leven van mensen dan een bezuiniging van € 5,4 miljard op zorg in 2050. Dit is over drie maanden de keiharde realiteit voor alle nieuwe gemeentebestuurders. En daarmee de realiteit voor iedereen die in een gemeente woont. Oh wacht, dat zijn we allemaal!

Kamer neemt burgerinitiatief “ons geld” in behandeling.

Het is burgerinitiatief “ons geld” gelukt om genoeg handtekeningen op te halen, en de vaste kamercommissie financien neemt het initiatief binnenkort in behandeling.

De organisaties achter het initiatief willen een serieuze discussie over de gebreken van ons geldstelsel: “Geldschepping door particuliere commerciële banken zorgt voor een instabiel geldsysteem.”

Eindelijk gaat de discussie waar die over moet gaan, zou ik zeggen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: copyright ok. Gecheckt 26-10-2022

Recensie | Diep in het zwarte gat van de Masters of the Universe

RECENSIE - Okto las het nieuwste boek van Joris Luyendijk over de financiële wereld, en werd er niet vrolijk van. Desondanks is het een boek dat u niet missen mag.

Jaren geleden hadden we Griekenland geadviseerd hoe het land met derivaten de eigen schuldenlast kon verbergen. Nu waren de rapen gaar en adviseerden we hedge funds hoe ze munt konden slaan uit de chaos in Griekenland. [..] Intussen probeerden onze zakenbankiers contracten binnen te halen bij Europese overheden om hen te adviseren hoe de rotzooi kon worden opgeruimd.

(Greg Smith, ex-bankier bij Goldman Sachs)

Het is een van de vele ten hemel schreiende uitspraken in het nieuwste boek van Joris Luyendijk, Dit kan niet waar zijn – onder bankiers. Het verhaal is waarschijnlijk wel bekend: in opdracht van The Guardian interviewde hij 200 bankiers werkzaam in de City, het financiële hart van Londen.

Nog tekenender dan bovenstaande uitspraak, was de reactie er op vanuit de financiële wereld. De sector reageerde opgelucht. “Nou en?” was de algemene toon, ook vanuit een groot deel van de financiële pers, “Het was toch allemaal volkomen legaal?” Not particularly revealing…, oordeelde de belangrijkste financieel journalist van de New York Times.

Totale implosie

Het is typerend voor de immuniteit van de sector. We weten het allang, maar er gebeurt niets. Sinds 2008 is er nog geen bankier vervolgd, terwijl de wereld door het oog van de naald is gegaan toen met de val van Lehman Brothers de financiële crisis begon. Bankiers gingen met pistolen onder hun kussens naar bed – waar ze geen oog dicht deden; velen sloegen voorraden in, uit angst dat al het betalingsverkeer compleet vast zou lopen en de bevolking scheel van de honger al relschoppend de straat op zou gaan. Van Rompuy, voorzitter van de Europese Raad, deed later de uitspraak dat we enkele millimeters van een totale implosie hebben verkeerd.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Meer geld naar onderwijs altijd goed

ANALYSE - Voor de zomervakantie verscheen een rapport van de Algemene Rekenkamer, met de titel ‘Kunnen basisscholen passend onderwijs aan?‘ Die titel dekt de lading eigenlijk niet. Na lezing heb ik het gevoel dat er een passender titel is: ‘Kan het onderwijs met geld omgaan?’

Maar ook die titel kan gemakkelijk verkeerd begrepen worden. Want met “het onderwijs” bedoel ik niet uitsluitend de schooldirecteuren, de besturen of het ministerie. Ik bedoel óók de samenleving, die onderwijs geniet, hoge verwachtingen heeft en eisen stelt. “Rupsje nooit genoeg” lijkt het, als het gaat om onderwijs.

In het glashelder geschreven rapport van de Algemene Rekenkamer staat dat de sector 18% meer uitgeeft dan er binnenkomt. De vele factoren die daartoe leiden, worden in het rapport beschreven. Die zijn ontzettend interessant. Duidelijk is dat er niet één partij is die hier “schuldig” is. Maar als je het van enige afstand bekijkt, lijkt het gehele stelsel niet 100% “in control.” Dan wordt het lastig om extra geld te krijgen, zou je denken.


Bron: Algemene Rekenkamer (2013). Kunnen basisscholen passend onderwijs aan? Deze grafiek lijkt heel precies weer te geven hoe flexibilisering in het onderwijs plaatsvindt. Maar wie de voetnoot leest in het rapport ziet dat heel veel informatie niet beschikbaar is. Zo ontbreken gegevens van oproepkrachten (medewerkers in vaste of tijdelijke dienst bij het schoolbestuur met een nulurencontract) en gegevens over payroll contracten, waarbij men in dienst is van een andere organisatie. Dat is toch een belangrijke ontwikkeling in het onderwijs, die veel jonge leerkrachten ervaren.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-11-2022

KSTn | Risico’s voor de overheidsfinanciën

Het blijkt dat de overheid geen goed zicht heeft op haar eigen financiële risico’s, terwijl die sterk groeiende zijn. De Rekenkamer heeft deze in kaart gebracht en aanbevelingen gedaan over hoe de risico’s structureel te volgen.

Het was maar kort in het nieuws, maar niet minder schokkend. Het risico dat de Nederlandse overheid loopt is €465 miljard groot. En dat is bijna twee maal zoveel als vijf jaar geleden.
Maar schokkender vind ik de constatering van de Rekenkamer dat de overheid geen integraal inzicht heeft in de risico’s. Dat betekent dat iedere keer als er een nieuwe vraag komt, deze los wordt beoordeelt.
Inzicht in lange termijn consequenties van het totaal aan risico’s en alle factoren die daarbij een rol spelen ontbreekt.

Ik mag hopen dat het rapport snel tot een kamerdebat leidt en dat er snel actie op ondernomen wordt.
Maar lees het vooral ook zelf. Het zou een verkiezingsthema moeten zijn.

Hier een paar citaten:
Expliciete overheidsgaranties zijn, na het uitbreken van de kredietcri-sis, vanaf 2008 tot en met 2011 in omvang bijna verdubbeld: van 42% van het bbp in 2008 naar 77% van het bbp in 2011 (ongeveer € 465 miljard) (zie figuur 1). In deze periode zijn bestaande garanties uitgebreid (zoals op de woningmarkt) en zijn nieuwe garanties afgegeven (vooral in het kader van de Europese schuldencrisis). Wij merken op dat het Rijk hiernaast ook nog impliciet garant staat, vooral binnen de financiële sector. De interventies van het Rijk tijdens de kredietcrisis hebben bijvoorbeeld aangetoond dat het Rijk garant staat voor financiële instellingen die zo groot of complex zijn dat ze het hele financiële systeem in gevaar brengen als ze om (dreigen te) vallen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Scholen teren in op reserves

DATA - Het CBS liet vorige week weten dat scholen interen op hun reserves. In de periode 2006-2010 stegen de lasten van basis- en middelbare scholen harder dan de baten. Hoewel scholen de laatste jaren gemiddeld meer geld uitgeven dan dat er binnenkomt, heeft een groot aantal nog veel geld in kas.

Dat de lasten van scholen in de periode 2006-2010 harder stegen dan de baten, komt voornamelijk door een toename van de uitgaven aan personeel. De personeelskosten groeiden met 21 procent. Het aantal voltijdbanen nam met 2,5 procent toe; daarnaast kwamen veel leraren in hogere salarisschalen terecht. Ten slotte stegen de cao-lonen met 11 procent. De cao-loonstijging was hoger dan de inflatie in deze periode (7 procent).

Doordat scholen de laatste jaren meer geld uitgeven dan dat er binnenkomt, is het aandeel scholen met veel geld in kas gedaald. Bij goed financieel management ligt de liquiditeit van een school tussen de zogenoemde signaleringswaarden van 0,5 en 1,5. In 2010 had 73 procent van de scholen een liquiditeit boven de 1,5; een jaar eerder was dat nog 77 procent.

Van de basisscholen had 80 procent in 2010 een liquiditeit boven de 1,5, tegen 47 procent van de middelbare scholen. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat basisscholen doorgaans kleiner zijn dan middelbare scholen. Kleinere scholen houden vaak grotere reserves aan omdat ze meer risico lopen, bijvoorbeeld bij teruglopende leerlingaantallen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

En toen was er nog maar 1 over: Bernanke

Met het mogelijke vertrek van Timothy Geithner (Amerikaans minister van Financiën) is Ben Bernanke de laatste van de Grote Drie die in 2008-2009 het puin na de ineenstorting van de Lehman Brothers Bank ruimden. Deze week werd al bekend dat Geithners voorganger en toenmalige baas Hank Paulson gaat lesgeven aan de John Hopkins Universiteit. Voor zijn politieke loopbaan was Paulson CEO van Goldman Sachs – een van de grootste investeringsbanken op Wall Street.

Als een van Geithners opvolgers is onder meer Jamie Dimon (CEO bij JPMorgen Chase & Co) genoemd. Geithner en Dimon kennen elkaar goed. Tijdens het hoogtepunt van de crisis hebben ze regelmatig met elkaar de degens gekruist. Geithner, is de overlevering (onder andere in Too Big To Fail), ging daar weinig zachtzinnig en volgens de geldende mos tekeer tegen de verzamelde top van bancair Amerika. Daarbij zaten veel schofferende telefoontjes en zelfs weinig onthullende opdrachten om fusiegesprekken met andere banken te beginnen. Geithner was in 2008-2009 de luitenant van Paulson. Na zijn promotie tot minster heeft hij weinig in de melk kunnen brokkelen. Zeggen vooral de Amerikaanse post mortems die vandaag verschenen.

Niet vreemd ook. Geithners macht is hopeloos versnipperd. De President, Senaat en Congres, het stelsel van Centrale Banken onder leiding van Bernanke, de bestuurskamers van het Hele Grote Geld (Wall Street), beleggers, hedge funds en de publieke opinie (die hun buik vol hebben van de bonussen en bail outs) zetten het vak van minister van Financiën in Amerika onder grote druk. De gigantische staatsschuld en economische malaise (hoge werkloosheid) voert die druk alleen maar op. Druk waar zelfs Paulson, CEO van een grote bank en toch wat gewend, meermalen aan onderdoor ging. Hij hing van oure ellende en oververmoeidheid tijdens het redden van Lehman (wat mislukte) en AIG (wat is gelukt) kotsend boven een prullenbak.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Is geld geven aan PSV een goed plan?

DATA - Plots is ook PSV in acute nood gekomen. Onduidelijk is wat men ziet als de oorzaak. Maar gemeente Eindhoven wil wel bijspringen door de grond onder het stadion en het trainingscomplex te kopen. Maar is dat wel verstandig? CDA wenst een onafhankelijk financieel onderzoek. Lijkt me normaal gegeven de omstandigheden. Maar de meeste partijen geven liever blind steun.
Nu wil het geval dat alle jaarrekeningen van PSV van 2003/2004 tot en met 2009/2010 in bezit zijn. Wellicht helpt het als ik daar wat cijfers uit haal om de discussie nog wat aan te scherpen.

Eerst maar even de winst en verliesrekening:


Daar valt eigenlijk niet zo heel veel uit te lezen behalve dat het in het seizoen 2009/2010 al goed fout ging. Kennelijk nog niet fout genoeg om in te grijpen.
Een van de belangrijke punten die naar voren komen in het verhaal over de steun, is dat PSV in de begroting niet mag uitgaan van het geld uit de Champions League. Dat lijkt me verstandig. De vaste wedstrijdopbrengsten uit de overige competities (dus inclusief kaartverkoop) schommelt rond de 7,5 miljoen euro. Zie hier het grafiekje voor de totale wedstrijdopbrengsten en trek uw conclusie:

Maar dan wordt het verhaal wat waziger. Want als daar geen rekening mee gehouden kan worden, wat zijn dan de eisen aan de rest van de begroting? Die worden niet vermeld bij de berichten van de gemeente. PSV zelf zegt wel de lonen aan te pakken, maar dat valt niet onder de eisen. En de afgelopen jaren hebben ze daar in ieder geval niet op gestuurd. Hier de lonen en vervolgens het aantal werknemers:

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Volgende