Steeds minder hardwerkende Nederlanders?

Als argument voor zijn plan om meer mensen uit de bijstand aan het werk te krijgen droeg staatssecretaris de Krom het volgende aan: "Het ondergraaft volgens de staatssecretaris ook de solidariteit bij de steeds kleiner wordende groep mensen die wel werken en de uitkeringen betalen." Nu doelt hij daarvoor deels op de toekomst (2040), maar tegelijk wekt hij ook de indruk dat dit een trend is die reeds gaande is. Tijd om in de data te duiken dus. Hieronder het resultaat op basis van de gegevens van het CBS:

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

VVD’er De Krom: “Bijstandstrekker kan best werken. Maar niet bij ons.”

Paul de Krom: "Mijn plan is briljant!"Ongeveer de helft van de mensen die nu in de bijstand zitten, kunnen gewoon aan het werk. Dat stelt VVD-bewindsman Paul de Krom, van Sociale Zaken. “Tenminste zolang ze maar niet bij de overheid gaan werken. Want wij hoeven die lui niet.”

De staatssecretaris werkt op dit moment samen met de sociale partners aan plannen om de bijstandstrekkers bij het bedrijfsleven aan het werk te krijgen. Opmerkelijk is dat de VVD-bewindsman daarin ook nadrukkelijk samenwerkt met partijen buiten de coalitie. Volgens het geniale consultancybureau McKinsey een goede strategie. “Wil je iets van de grond krijgen, dan zul je eerst bruggen moeten bouwen. Maar bij ons hoeven mensen uit de bijstand ook niet te solliciteren.” McKinsey berekende onlangs dat het ontbreken van een baan de belangrijkste oorzaak is van werkloosheid.

Staatssecretaris De Krom heeft het zomerreces gebruikt om met belangrijke partijen een krachtig plan van aanpak te ontwikkelen om de kwakkelende economie uit het slop te halen. “Nederland doet het nog redelijk, in vergelijking met bijvoorbeeld landen in Afrika. Terwijl ze daar nauwelijks bijstandstrekkers hebben. Kamerbreed wordt de zorg gedeeld dat steeds meer mensen zijn uitgesloten van het sociale en economisch verkeer. Dat is ernstig. Want dat kan uiteindelijk leiden tot Londonse toestanden. Willen we dat voorkomen, dan zullen we juist de zwakkeren weer sociaaleconomisch persectief moeten geven. Ofwel: een vaste baan met perspectief.” Aldus de bewindsman. “Mijn plan is ronduit briljant!”

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De Europese schuldencrisis bezien vanuit Down Under

John Clarke en Bryan Dawe zijn een Australisch duo dat al vanaf 1989 in de ABC-actualiteitenprogramma’s “A Current Affair”, “The 7:30 Report” en “7:30” regelmatig hun satirische blik werpen op het nieuws in de vorm van een kort interview van 2 à 3 minuten. Dawe is altijd de interviewer, Clarke speelt doorgaans een prominent figuur.

De oplettende internetter is onderstaand filmpje wellicht al eerder tegengekomen. Het fragment is immers al uit mei 2010, doch gezien de huidige crisis is het onverminderd actueel. En vlijmscherp. De Europese schuldencrisis in een notendopje van 2½ minuut voor u uitgelegd door Clarke en Dawe:

Meer Clarke en Dawe via hun Youtube-kanaal.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Fuck de beurs

Hemeltergend, de manier waarop zo ongeveer alle media de beurzen blijven gebruiken als graadmeter van economisch succes. Ze laten zich vooral de laatste dagen enorm meeslepen door de hypernerveuze beurzen en doen verslag van iedere scheet, zonder te vragen wat al die stijgingen en dalingen werkelijk te betekenen hebben.

De op- en neergang van beurzen geven een goed beeld van het sentiment van handelaren, speculanten en institutionele beleggers, bijvoorbeeld pensioenfondsen. Ze tonen hoe investeerders de toekomst inschatten (rooskleurig of niet). Maar als je het reduceert tot waar het op neerkomt, geven die investeerders vooral een thumbs up of down op de vraag of er geld verdiend gaat worden door de beursgenoteerde bedrijven. We moeten daarom niet naar ‘de markten’ kijken als we de toestand van een economie of voorgenomen overheidsbeleid willen beoordelen. Niet de juiste scheidsrechter.

Daar komt nog bij dat beurskoersen gekaapt kunnen worden door de jongens van het snelle geld of door computers op zoek naar winst. Dat doet de representatieve waarde van beurzen voor de economie als geheel verder kelderen.

De Volkskrant opende vanochtend met het enorme bedrag dat in twee weken op de beurzen was vervlogen (5 biljoen). Los van het feit dat ik niets met zo’n getal kan, is de suggestie dat er iets verschrikkelijks is gebeurd. Is dat ook zo? Een deel van dat verdwenen geld maakt sowieso deel uit van een onthechte speculanteneconomie die weinig van doen heeft met het dagelijks leven, met de bakker op de hoek. Was dat geld er om te beginnen wel echt? Wat voegen de beurzen en investeringsbanken eigenlijk toe aan de economie?

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Waar blijft onze minister-president?

Onze oh zo ontspannen minister-president -wat een verademing, he?- is heerlijk aan het relaxen. Politici gaan niet 2 weken op vakantie, zijn gaan een seizoen lang met reces. Geert Wilders zaait weer eens wat meningen met zijn uitspraken over ´haatpaleizen´. Mark glimlacht. Nu even niet. Nu geniet hij van zijn welverdiende reces. Grotere problemen. De euro dreigt ten onder te gaan. De ECB grijpt in, onze minister-president zwijgt. Beter geformuleerd: de vrolijke vrijgezel waagt een dansje op een jongerenfestijn.

De problemen verdiepen zich. Een kredietbeoordelaar verlaagt de rating van nu nog supermacht Verenigde Staten. Beurzen kelderen, pensioengelden verdampen, het CPB moet de economische vooruitzichten bijstellen. Moet er geen actie worden ondernomen? Hoe gaan we de totale apocalyps vermijden? De premier slaapt liever uit. Is een woordje van de premier voor alle Nederlanders te veel gevraagd? Doet hij deze baan soms vrijwillig? Niemand mag verwachten dat de minister-president de mondiale crisis even oplost. Niets doen is echter te makkelijk. Hallo: waar is de premier van alle hardwekkende Nederlanders? Vort: naar de Kamer! Meteen. Nu! Crisis? Nu niet. Niet tijdens ons heilige reces.

STELLETJE ZAKKENVULLERS!!!

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

S&P: Standaard en Armoedig of meten is weten, als je weet wat je meet

Nobelprijs-laureaat, econoom en NYT-columnist Paul Krugman is het zat dat zijn land gebukt gaat onder de willekeur van S&P. Ze zouden begrotingen niet kunnen interpreteren en wanneer heeft S&P ooit een rating bijgesteld zonder voorafgaande onrust op de markt? Nooit, denkt Krugman. De Verenigde Staten maken er een potje van, geeft ook Krugman grif toe. S&P spant wat hem betreft de kroon en de markt loopt er blind achteraan. De crisis wordt gevoed door amateurs. Hij citeert in een primaire reactie op de ‘bijstelling’ van ‘die amateurs’:

Apparently we’re supposed to care about what some idiots at some corrupt organization think about anything.

Een reactie op zijn column herinnerde lezers er fijntjes aan dat S&p de toxic assets (sub-prime leningen) een AAA gaf. Die geschiedenis is gevoegelijk bekend en volgens Krugman zitten we nog midden in de bankencrisis die daaruit voortvloeide. Krugman leest die reacties en schreef

… it’s hard to think of anyone less qualified to pass judgment on America than the rating agencies. The people who rated subprime-backed securities are now declaring that they are the judges of fiscal policy? Really?

Aan Krugmans keiharde oordeel over de S&P’s van deze wereld gaat mijn inziens nog een vraag vooraf: hoe kun je in vredesnaam de Amerikaanse economie, ‘s werelds grootste en complextste ter wereld reduceren tot AAA of AA+? Met andere woorden: wat zegt die ‘+’ ten opzichte van die derde ‘A’ als je het tegen de gehele Amerikaanse economie afzet? Statistieken zijn vooral bedoeld om data te comprimeren om er zo mee te kunnen rekenen. Er is echter een grens waarna je dat niet meer moet doen. S&P lijkt mij ver over die grens te zijn gegaan.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Weekendquote | Links moet gaan voor Cold Turkey

Wenn die Linken darauf warten, dass die Welt endlich die Ungerechtigkeit erkenne, die darin besteht, dass die Rechten die Schulden (mit) machen, für die die Linken dann (allein) verantwortlich gemacht werden, so kann sie lange warten. Ihre einzige Chance besteht darin, die eigene Einstellung zum Schuldenmachen zu revolutionieren. Wer einen starken Staat erhalten, wer das Primat der Politik gegenüber Wirtschaft und Börsen schaffen will, für den ist Haushaltsdisziplin kein notwendiges Übel, sondern zentrales Ziel, eine Herzenssache. Die Linke muss begreifen: Schulden sind rechts, Schulden sind reaktionär, Schulden zerstören den Staat und füttern die Broker.

Volgens Marc Brost en Bernd Ulrich moet links maximaal inzetten op Cold Turkey. Afkicken van onze schuldenverslaving is het doel. Aan rechts kan je dat kennelijk niet overlaten, want die hebben er geen belang bij.
Hoewel het betoog wat warig is, kan ik me in de conclusie vinden.
Sterker nog, misschien moeten we in dat proces ook maar even stevig stellen dat we op alle lopen de leningen alleen nog de administratiekosten zullen betalen terwijl we ze aflossen. Immers, dealers die je jarenlang geholpen hebben met het steeds verslaafder worden en die nu zeggen dat je niet langer betrouwbaar bent, verdienen geen winst.

Artikel stond ook in de papieren NRC, maar die begrijpen nog steeds niet helemaal wat internet is.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Chinese robots

<Webwereld column>

Afgelopen weekend deed een nieuwsbericht de ronde dat elektronicafabrikant Foxconn een plan heeft om een flink deel van haar 1 miljoen Chinese werknemers te vervangen door robots. Foxconn maakt een flink deel van de lezers- en comments trekkende merkgadgets waar Webwereld bezoekers graag over sparren.

De afgelopen 15 jaar hebben westerse landen in hoog tempo hun industriële infrastructuren naar China verplaatst. Dat was in eerste instantie nog niet zo zichtbaar maar vandaag de dag staat op ieder i-device ‘designed in California – made in China’. Iedereen vindt het wel prima om die fabrieken neer te zetten in een land dat 20 jaar geleden nog met tanks over studenten heen reed omdat de loonkosten zo prettig laag zijn. Dat betekent betaalbare gadgets en toch fijne winstmarges voor westerse bedrijven die onze pensioenfondsen op peil moeten houden.

Foxconn en haar veel kleinere concurrenten voeren een constante en moordende concurrentie om tegen lagere kosten heel snel te produceren. Mensen, zelfs hele goedkope mensen, worden dan al snel een bottleneck. Die werken maar 12-14 uur per dag en maximaal 26 dagen per maand. Robots werken 24×7 (minus wat downtime voor onderhoud). Ook in andere sectoren rukt robotisering op: van offshore olie platformen tot PIN automaten, zelfscan-kassa’s en ticketverkoop in het OV. Een robot hoeft er niet uit te zien als een mens om een mens te vervangen. Mooi voor ons gadget liefhebbers dus dat Foxconn zo de prijzen laag houdt zou je denken. Maar er is wel een probleem.

Henry Ford had dik 100 jaar geleden al door hoe je succesvol massaproductie van complexe consumenten producten realiseert. De truc volgens Ford was om de producten door efficiency zo goedkoop mogelijk te maken met behoud van kwaliteit en daarbij de fabrieksarbeiders zo goed te betalen dat deze naast werknemer ook klant konden worden. Want als je massaal dingen maakt heb je ook massa’s klanten nodig. Als een steeds groter deel van het productieve werk uitgevoerd wordt door robots wie zijn dan je klanten? Het klassieke antwoord hierop is dat werkloze fabrieksarbeiders dan nieuwe, betere, banen krijgen als gemeenteambtenaar, verkoper van verzekeringen of webdesigner. Dit was inderdaad grotendeels zo tijdens de switch van een industriële naar een informatie- en diensten economie. Fysiek hebben machines ons al lang ingehaald maar nu zijn ze op weg om ook steeds meer post-industriële banen over te nemen. Ze doen dat in een tempo dat even hoog of hoger is dan banen door economische groei gecreëerd worden. Zelfs Chinese bijna-slaven-arbeiders zijn dus niet immuun voor dit proces. Menselijke arbeid kan alleen maar duurder worden, robots alleen maar goedkoper. De uitkomst is duidelijk.

Een Amerikaans onderzoek uit 2010 laat zien dat er inderdaad een polarisatie aan de gang is op de arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt valt uiteen in hoogwaardig werk voor een klein deel van de bevolking en laagwaardige diensten-die-vandaag-nog-niet-geautomatiseerd-zijn voor de rest (vrijwel alle industrie is naar Azië verdwenen). Deze laatste categorie wordt door voortschrijdende techniek steeds verder uitgehold. Nederland komt er dankzij een grote publieke sector, gezondheidszorg, onderwijs en honderdduizenden ‘arbeidsongeschikten’ nog redelijk goed vanaf.

Marshall Brain (zo heet ie echt!), man achter howstuffworks.com schreef er in 2002 een boek over dat hier te lezen is. Dat verhaal klonk destijds voor velen ongeloofwaardig alarmerend. Maar kijkend naar de huidige situatie in de VS met 45 miljoen mensen die van voedselbonnen leven en een echte werkloosheid van meer dan 20% (volgens de meetmethode zoals wij die in Europa gebruiken) lijkt het plotseling niet zo gek meer. Het feit dat de rijkste 400 Amerikanen evenveel bezit hebben als de armste 150 miljoen bij elkaar en 0,1% van de bevolking feitelijk de dienst uit maakt is ook in lijn met Marshall’s scenario van extreme welvaartsconcentratie.

De roman van Marshall Brain geeft ook een uitweg om te ontsnappen aan deze bladerunner-achtige wereld. In het boek is Australie een egalitaire samenleving waar verregaande robotisering alle eerste levensbehoeften gratis, of bijna gratis maakt. Er zijn geen betaalde banen maar omdat alles gratis is hoeft dat geen probleem te zijn zolang iedereen genoeg heeft voor een menswaardig bestaan. Zijn meeste landgenoten zouden het ‘communisme’ noemen. Hier in Europa hebben we daar wellicht een wat genuanceerdere kijk op.

Robotisering + 3D printers + opensource software maakt extreme decentralisatie van productie, en daarmee welvaart en macht, mogelijk. Veel van het werk uit China en India kan weer naar Europa terug komen, maar niet noodzakelijk als betaalde baan. Tenzij Chinese robots veel goedkoper werken dan Europese robots. Maar aangezien de belangrijkste inputs: materiaal- en energieprijzen wereldwijd hetzelfde zijn is daar geen reden voor. In de ultieme kenniseconomie hebben we bijna allemaal permanent vakantie, handig met die zomers die in mei in september vallen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Vorige Volgende