Nederland exporteert te weinig. En teveel.

Nederland zit nu “officieel” in een recessie. Het Bruto Binnenlands Product (BBP) is nu al twee kwartalen licht aan het dalen. Oorzaak: Nederlanders geven minder uit, de overheid geeft minder uit, en het buitenland koopt minder bij ons.  Over 2011 als geheel groeide het BBP weliswaar met 1.2 procent en er zijn meer banen, maar in 2012 zal de gevreesde “double dip” een feit worden. Volgens “betrouwbare bronnen” rond VVD, CDA en PVV zal er wellicht dit jaar al moeten worden bezuinigd, met al het oeverloze politieke gezeur van dien. Gelukkig gaat het, als je iets verder kijkt, met Nederland, helemaal niet zo slecht. Het gaat misschien zelfs te goed.

Op de definitie van “recessie”, twee kwartalen BBP-krimp, valt veel af te dingen. Het kan een te rooskleurig beeld geven van de economie. Je kunt als economie jaren dooremmeren zonder ooit twee opeenvolgende kwartalen krimp te vertonen. Sowieso is ook het BBP, hoewel een geweldige uitvinding, een beperkt statistiekje. Het meet in zekere zin alleen de “omzet” van een land, en zegt niets over onze bezittingen en schulden, niets over alle activiteiten waar geen geld voor wordt betaald, laat staan over de vraag of we eigenlijk wel blij zijn met al die goederen en diensten.

Gelukkig is met de schuldencrisis in Europa het besef ingedaald dat een economie op veel meer punten beoordeeld moet worden. De Europese Commissie brengt nu dan ook de vele structurele “macro-economische onevenwichtigheden” van de EU landen in kaart. Gisteren verscheen een eerste overzicht, een scoreboard (p.4-5), waaruit blijkt dat naast de landen die nu al hulp krijgen en onder verscherpt toezicht staan (Griekenland, Ierland, Portugal en Roemenië) er nog twaalf EU landen in de gaten moeten worden gehouden. Nederland zit, voorlopig, nog goed.

Frankrijk, Italië, Verenigd Koninkrijk en België verloren teveel concurrentievermogen en kampen met te hoge particuliere en publiek schulden. Spanje deelt deze problemen, en kent ook nog een enorme werkloosheid. Denemarken heeft een te hoge schuld van vooral huishoudens. Bij Hongarije is het probleem dat de schulden in hoge mate extern zijn. Ook bij de rest van de zorgenkindjes, Finland, Zweden, Cyprus, Bulgarije en Slovenië, spelen min of meer dezelfde problemen.

Naar al deze landen zal de Commissie dus nader onderzoek gaan doen. Maar Eurocommissaris Olli Rehn geeft ook aan dat “riskante economische onevenwichtigheden”  moeten worden “gecorrigeerd”. Voorlopig valt Nederland hier buiten, en daardoor lijkt het gevaar dat verregaande bemoeienis van “Brussel” ook in Nederland verlies van soevereiniteit zou betekenen, even geweken.

Toch zou het de komende jaren zomaar kunnen dat Nederland wel wordt aangepakt. Nederland heeft bijvoorbeeld veel schulden (waar ook wel weer bezittingen tegenover staan, maar toch). Bovendien kan een “onevenwichigheid” ook inhouden dat je het te goed doet. In een tussenzin in het rapport staat dat ook de “implicaties” van “grote, aanhoudende handelsoverschotten” (lees: van Nederland en Duitsland) nader moeten worden onderzocht.  Het moment lijkt dichterbij te komen dat Nederland van Brussel het verzoek zal krijgen om eens wat minder concurrerend te worden. Niks nullijn, gewoon de lonen lekker omhoog.  De andere EU landen mogen toch ook wel eens wat verdienen?

 

  1. 1

    Frankrijk, Italië, Verenigd Koninkrijk en België verloren teveel concurrentievermogen en kampen met te hoge particuliere en publiek schulden. Spanje deelt deze problemen, en kent ook nog een enorme werkloosheid. Denemarken heeft een te hoge schuld van vooral huishoudens. Bij Hongarije is het probleem dat de schulden in hoge mate extern zijn. Ook bij de rest van de zorgenkindjes, Finland, Zweden, Cyprus, Bulgarije en Slovenië, spelen min of meer dezelfde problemen.

    Dus iedereen die geen Duitser is, of levert aan de Duitse economie (Nederland, Tsjechie, Polen) doet het slecht??? Wat is de definitie van “goed” dan?

  2. 2

    Je kunt niet te veel (met spatie) exporteren of het te goed doen.

    Het probleem is dat de zuidelijke landen niet concurrerend genoeg zijn en niet kunnen devalueren. Oorzaken van de tekorten (zonder spatie)? Corruptie, nepotisme, senioriteit en een ouderwetse, niet efficiënte economie. Zolang dat niet is opgelost (en dat los je niet 1,2,3 op) blijven de Nederlandse handelsoverschotten bestaan.

    @Paul Ik neem aan dat de laatste alinea ironisch is bedoeld?

  3. 3

    @2 ja

    Maar ik ben het niet helemaal met je eens: “concurrerend” is een relatief begrip. Als “wij” duurder worden, worden “zij” goedkoper. We exporteren, bijvoorbeeld elk jaar voor 10 miljard euro meer naar Italie dan dat we importeren – is dat niet “onevenwichtig” van beide kanten? Het is maar een vraag overigens…

  4. 4

    Paul Teule: “We exporteren, bijvoorbeeld elk jaar voor 10 miljard euro meer naar Italie dan dat we importeren – is dat niet “onevenwichtig” van beide kanten? Het is maar een vraag overigens…”

    – Nee, die zogenaamde ‘onevenwichtigheid’ heeft niks met de overheidstekorten maken. De Europese Unie is één economische ruimte met grotendeels één munt, en derhalve zijn de nationale export- of importoverschotten niet meer dan een statisch gegeven—irrelevant dus. Het zijn individuele bedrijven exporteren, en niet de staat (laat staan staatsondernemingen).

  5. 5

    @4 ik snap niet wat je zegt. Ik had het niet over overheidstekorten, maar nu je er over begint: handelstekorten en overheidstekorten hebben alles met elkaar te maken… Als overheid en particuliere sector samen meer willen uitgeven dan wat er in het binnenland (aan waarde) wordt gemaakt, moet het buitenland leveren, en moet er worden geleend om dat te betalen…

  6. 6

    Paul Teule: “Als overheid en particuliere sector samen meer willen uitgeven dan wat er in het binnenland (aan waarde) wordt gemaakt, moet het buitenland leveren, en moet er worden geleend om dat te betalen…”

    – Kijk, daarom wijs ik je er dus ook op, aangezien de enige ‘onevenwichtigheid’ die van relevantie kan zijn, is dat je dan de gevolgtrekking dat het op de pof zal zijn moet maken—wat je nu dan ook doet. Want anders zou ‘onevenwichtigheid’ voor hetzelfde geld net zo goed een oordeel kunnen zijn uit de esthetiek.

    Als de EU, als de central planner, echter denkt dat de economie binnen de EU een zero-sum game moet zijn, waarbij alle landen evenwichtig dezelfde (wan)prestaties moeten leveren, dan gaat dat een vrij hilarische boel worden.