Vaste verkeersboetes, variabele ellende

Het CJIB stelde recent dat verkeersboetes in Nederland te hoog zijn en niet meer in verhouding staan tot het vergrijp. Dat is een opvallende constatering uit de organisatie die ze dagelijks int. De uitspraak legt een ongemakkelijke realiteit bloot. Een verkeersboete heeft voor verschillende mensen een volledig andere betekenis. Dezelfde overtreding, totaal andere gevolgen Voor iemand met een hoog salaris vormt een boete hooguit een irritatie. Het bedrag wordt betaald, er volgt een schouderophalen en de dag gaat verder. Voor iemand met een krappe financiële situatie kan precies dezelfde overtreding het begin zijn van een keten van problemen. De boete blijft liggen omdat andere rekeningen eerst moeten. Daarna volgen verhogingen, aanmaningen en uiteindelijk een bedrag dat weinig relatie meer heeft met de oorspronkelijke overtreding. Daarmee verandert een verkeersboete van gedragsprikkel in een mechanisme dat bestaanszekerheid onder druk zet. De overtreding blijft identiek, de financiële impact verschilt radicaal. Het systeem accepteert dus impliciet dat dezelfde regel voor de ene burger nauwelijks betekenis heeft en voor de andere mogelijk een financiële valkuil vormt. Richting een eerlijker model Het ministerie verdedigt de huidige hoogte vanuit handhaving, en I kid you not, dat ze noodzakelijk zijn voor de begroting. Maar de kern van het probleem ligt elders. Een vaste geldboete werkt alleen rechtvaardig wanneer ieders financiële situatie vergelijkbaar is. Dat is in werkelijkheid uiteraard niet zo. De ChristenUnie stelde deze week wel een aantal concrete aanpassingen voor: verkeersboetes verlagen, automatische verhogingen stoppen, aanmaningskosten omlaag en gijzeling bij onbetaalde verkeersboetes schrappen. Dat zijn zinvolle stappen. Ze erkennen dat het huidige systeem mensen in financiële problemen kan duwen. Tegelijkertijd lossen ze de onderliggende ongelijkheid nog niet op. Zolang elke overtreding een vast bedrag heeft, blijft de impact radicaal verschillen tussen hoge en lage inkomens. Een model waarin boetes worden gekoppeld aan inkomen, zoals in Scandinavië, pakt die structurele oneerlijkheid wel aan. In landen als Finland en Zweden worden verkeersboetes gekoppeld aan inkomen. De sanctie blijft hetzelfde in morele zin, terwijl de financiële impact voor verschillende inkomensgroepen vergelijkbaar wordt. De prikkel blijft bestaan, de willekeur verdwijnt. De balans herstellen Een verkeersboete hoort gedrag te corrigeren. Het huidige Nederlandse systeem veroorzaakt vooral ongelijkheid. Voor de één vormt een overtreding een kleine administratieve tegenvaller, zonder enige prikkel om het gedrag te veranderen. Voor de ander kan dezelfde fout uitgroeien tot een langdurig financieel probleem en mogelijk opsluiting. Wanneer de ChristenUnie en zelfs het CJIB vraagtekens zetten bij de huidige hoogte van boetes, ontstaat ruimte voor een bredere discussie. Niet alleen over de hoogte van het bedrag, maar over de vraag wat een sanctie eigenlijk moet doen. Gedrag corrigeren, of financiële verschillen versterken. En als de overheid bang is dat het inkomsten misloopt: het Scandinavische model zou ook daar een uitkomst in kunnen zijn.

Door: Foto: "Kantoren overheid" by Marvin Jansen van der Sligte is licensed under CC BY 2.0
Foto: copyright ok. Gecheckt 11-02-2022

De VVD als schulden-koning

COLUMN - De pavlovreactie van de VVD inzake schulden legt haar eigen kortzichtigheid en inconsequentie pijnlijk bloot. Iedereen in de schulden, lijkt haar doel te zijn.

Vliegentharts idee

De Amsterdamse SP-wethouder Arjan Vliegenthart komt met het volgende idee: laat de gemeente de schulden van mensen in de financiële problemen overnemen van overheidsdiensten. De schuldenaar heeft vervolgens aan de gemeente de schulden af te betalen in plaats van aan de andere (verschillende) overheidsdiensten, zoals het Centraal Justitieel Incassobureua, DUO, het UWV en de belastingdienst.

Waarom? Volgens Vliegenthart kan de gemeente de schuldenaar veel meer maatwerk bieden. Er is dan sprake van één schuldeiser, één loket, en daarmee kan ze het geld beter terugvorderen, waarbij ook beter rekening gehouden wordt met de positie van de schuldenaar.

Vliegenthart in NRC: “Wij bieden ze één loket: voor de incasso’s, de hulpverlening en om mensen aan het werk te helpen. Als het nodig is, kunnen ze bijvoorbeeld een tijdje uitstel van betaling krijgen. Het wordt menselijker en je biedt perspectief. Daar krijg je minder huisuitzettingen van en minder kosten voor de maatschappelijke opvang.”

De VVD zegt Nee

Dit lijkt mij, in een samenleving waarin door overheidsbeleid het aantal huishoudens in de problematische schulden stijgt naar een miljoen, een briljante maatregel. Minder mensen komen in de problemen, en uiteindelijk is er zelfs meer kans dat het geld terugkomt. Maar de VVD is tegen. Waarom?

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Chriszwolle (cc)

Bordendiarree langs de snelwegen

Nu is het wel genoeg geweest, die absurde verwarring rond maximumsnelheden op de snelweg. Probeer je je telkens netjes aan de regels te houden, loop je tóch tegen bekeuringen op. Simpelweg omdat het volstrekt onduidelijk is hoe hard je op bepaalde stukken mag rijden. Je komt er pas achter dat je fout zat als twee weken later de bon in de bus valt.

Al langer loop ik met het idee om het bizarre woud aan snelheidsaanduidingen in kaart te brengen. Rijd je langs het ene bord ‘100 km’, staat honderd meter verder het volgende ’80 km’, en weer tweehonderd meter verderop is het ineens ‘120 km / 6-19 uur’.

Sukkel je rustig met 100 kilometer per uur langs ’s heren dreven, word je aan alle kanten voorbij gezoefd door glanzende leasebakken met bestuurders die je bozig aankijken alsof je een hoogbejaard gevaar op de weg bent. Kennelijk is de snelheid daar dus 120. Of 130.

Of andersom: het onbehaaglijke gevoel dat je ineens harder rijdt dan alle anderen en dat je dus binnenkort post kan verwachten van het CJIB. Terwijl de borden toch duidelijk meldden: 130. Althans, het laatste bord dat je hebt gezien. Maar misschien heb je er ééntje gemist omdat er net een vrachtwagen rechts naast je reed. Of hebben al die andere bestuurders er eentje gemist?