De Islam en afbeeldingen
In het licht van de Heilige Cartoonoorlog, die nu al flink over zijn hoogtepunt heen is, ontving de redactie een ingezonden stuk waarin we attent worden gemaakt op hoe de Islam staat tegenover afbeeldingen van de Profeet.
Waar het op neerkomt is dat de Koran afbeeldingen van wie of wat dan ook niet verbiedt. Het dichtste wat er in de buurt komt is vers 48 uit het boek “De vrouwen” (“an-Nisa”):
Waarlijk, God vergeeft niet dat men iets met Hem vereenzelvigt, maar Hij zal al hetgeen daarbuiten staat vergeven, wie Hij wil. En wie iets met God vereenzelvigt, heeft inderdaad een zeer grote zonde begaan.
Een afbeelding maken van iemand is dus niet zondig, als de afbeelding maar niet bedoeld is als (af)god. Daarmee lijkt het standpunt van de Koran op gebod twee van de tien geboden uit de bijbel:
Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is.
Tot zover geen probleem dus en kunnen Christenen, Joden en Moslims door dezelfde deur. Echter, de Moslims hebben nog meerdere boeken. Deze boeken, de Ahadith, beschrijven in minutieus detail de handelingen van de Profeet. Tijdens zijn leven was hij namelijk al een beroemd man en had vele volgelingen die in hun doen en laten zoveel mogelijk op hun grote voorbeeld wilden lijken. Uit een samenstelling van deze boeken komt de Soenna, oftewel “de manier van de profeet Mohammed”. Als twee of meer van deze Ahadith het over een bepaalde eigenschap eens zijn dan hoort deze eigenschap bij de Islam.