1. 12

    Een virus leeft in een cel een bacterie ertussen. Als een cel leegloopt is er voldoende voedsel aanwezig zodat de bacterien zich exponentieel kunnen vermeerderen. Aangezien onze lichamen wandelende zoutwaterzakken vol microorganismen zijn kan het na een paar uur al sporen vormen of gewoon uitlekken en de epidemie is begonnen.