Kunst op Zondag | Sun Yuan en Peng Yu
Het Chinese kunstenaarsduo Sun Yuan en Peng Yu.
Meer werk op hun website.
De langst lopende serie op Sargasso. De kunstredactie zorgt voor wat kunsteducatie op de vroege zondagochtend. Lezersbijdragen worden zeer gewaardeerd.
Het Chinese kunstenaarsduo Sun Yuan en Peng Yu.
Meer werk op hun website.
Kunstenaars worden meestal gezien als solisten, die in de eenzaamheid van hun atelier werk maken voor een immens collectief: het publiek. Kunstenaarscollectieven zijn vaak clubjes solisten die lid zijn van een lokale vereniging en samen ruimtes huren en tentoonstellingen organiseren.
Er zijn ook kunstenaarscollectieven van individuele kunstenaars die er voor kiezen gezamenlijk kunst te maken. Vandaag laten we werk zien van collectieven die de laatste jaren in Kunst op Zondag aan bod kwamen.
In ‘Surveillance’ zagen we het Spaanse collectief Luzinterruptus. Het donker is hun canvas en licht het ruwe materiaal, schrijven ze op hun website.
Literature versus traffic in Melbourne (tekening, voor foto’s van het resultaat op straat: klik de link).

Eveneens uit Spanje het collectief Boa Mistura (hier eerder in ‘Armoede’ en ‘WK Favela’). Zij werken vooral met verf en vrolijken troosteloze buurten op, in samenwerking met de bewoners.
Omdat ik droom, ben ik niet gek.

Het Franse collectief Claire Fontaine zagen we eerder in ‘Vrijheid’. Ook zij werken met licht. Behalve neon mag dat ook vuur zijn. Het collectief noemt zichzelf een “readymade artist”, die onder andere de politieke onmacht als terugkerend onderwerp op haar werklijstje heeft staan.
In het Van Goghjaar 2015 moeten we het ook eens hebben over valse Van Goghs. De staat van New York heeft een wetsvoorstel aangenomen die het grote aantal rechtszaken aan banden moet leggen, waarbij de rechter moet uitmaken of een kunstwerk authentiek is. Ook het Van Gogh Museum zegt veel tijd kwijt te zijn aan soortgelijke rechtszaken.
Het Van Gogh Museum geldt als de enige nationaal en internationaal erkende autoriteit, die vast kan stellen of een doekje zonnebloemen een echte Van Gogh is. Het museum zegt jaarlijks zo’n tweehonderd vragen te krijgen over de authenticiteit van een vermeende Van Gogh. Heeft u thuis een olieverfportretje van een man die zijn rechteroor mist? Van een beroemde schilder? Lees eerst de voorwaarden voor u het formulier op de website van het Van Goghmuseum invult. Het werk kan immers ook door uw opa of oma zijn gemaakt.
Expert of niet, het museum kan niet altijd volledige zekerheid geven over de echtheid van vermeende Van Goghs. Maar bij de beoordeling gaat het museum ook wel eens in de fout.
In 1991 werd het schilderij ‘Zonsondergang bij Montmajour’(1888) beoordeeld als ‘geen Van Gogh’. In 2013 erkende het Van Gogh Museum het schilderij wel als authentiek.
Als er één kunstvorm is waarvan met recht gezegd kan worden: ‘dat kan mijn kind ook’, dan is dat knippen en plakken (in het Engels: cut and paste). Deftig genoemd: de collage.
De kracht van ‘cut ’n paste’ is zo sterk dat bijkans het hele leven uit knippen en plakken bestaat. Het hele world wide web hangt er van aan elkaar en de aantrekkingskracht van dit scheppende werk is zo sterk, dat we nog gaan meemaken dat er geknipt en geplakte mensen op de aardkloot rondlopen. Daar is wel specifieke kennis voor nodig dus beperken veel mensen zich tot het verknippen van tijdschriften, kranten, papier en karton om vervolgens expressief aan het lijmen te slaan.
U herkent de bezigheid misschien uit uw kindertijd. De denigrerend bedoelde kunstrecensie ‘dat kan mijn kind ook’ is echter volledig misplaatst. Om te beginnen omdat denigreren meer zegt over het chagrijn van de recensent dan over de kunstenaar en haar werk. En voorts moet de denigreur zich eens afvragen of haar kind met plakken en knippen hetzelfde kan bereiken als de kunstenaars die de collages maakten die vandaag in onze virtuele kunstgalerie hangen.
Eén opmerking nog: dat een virtuele tentoonstelling weinig recht doet aan kunst, omdat het lang niet de impact geeft die een kunstwerk in werkelijkheid heeft, geldt zeker voor de collage. Alleen al de gelaagdheid en de structuur van de verschillende materialen die men in een collage verwerkt, kun je alleen in werkelijkheid zien.
Georg Baselitz, een van Duitslands beroemdste kunstenaars, protesteert tegen een voorgestelde wijziging van de wet voor cultuurbescherming. De export van kunst wordt aan strengere regels onderworpen.
Kunstwerken met een waarde boven de 150 duizend euro moeten gekeurd worden door een speciaal comité. Als deze oordeelt dat het werk van nationale waarde is, mag het alleen op de Duitse kunstmarkt worden verkocht. Naar verwachting zal de opbrengst dan aanzienlijk lager zijn dan wanneer het op de internationale kunstmarkt wordt aangeboden.
Uit protest vordert Baselitz nu enkele werken terug die hij in bruikleen had gegeven aan drie musea. U snapt de gedachte er achter. Baselitz kan nu, voor het wetsvoorstel worden aangenomen, de werken in het buitenland verpatsen, waar zijn werk op veilingen al aardige bedragen opleverde. Baselitz hoort qua veilingopbrengsten tot de top 15 van ’s werelds nog levende kunstenaars.
BDM Gruppe, 2012 (te zien op ArtZuid)

Lees verder voor meer Baselitz.
Meine Mutter, Madame Cézanne,1996

Orange-esser IV et I, 1981 en 1982

Het is dat het wettelijk niet mogelijk is, maar de altijd provocatieve Georg Baselitz (‘vrouwen missen de ambitie om topkunstenaar te zijn’) kan beter zijn werken opeisen die voor bedragen variërend van 716 duizend tot 1,6 miljoen euro zijn geveild. Die kunsthandel gaat niet over kunst en onttrekt wel miljarden aan de economie.
De Griekse crisis gaat nu nog over maar één ding: gezichtsverlies. De schoolmeester heeft het stoute jongetje in de klas zo vaak de duimschroeven aangedraaid, dat er geen weg meer terug is. De schoolmeester gelooft er heilig in dat enig mededogen nu ten koste van zijn gezag zal gaan.
Het gezicht wordt echter zwaar overschat als primair kenmerk van iemands wezen, van iemands identiteit en derhalve ook van iemands imago. De kleren, zelfs die van de keizer, de houding, de lichaamstaal zijn even wezenlijk. Er is, als iemand zijn gezicht verliest, dus nog geen man overboord. (Hoe dat bij vrouwen werkt gaat mijn expertise te boven).
Kunstenaars laten zien dat ook zonder gezicht indruk gemaakt kan worden. Ongetwijfeld een heel andere indruk dan de Europese schoolmeesters op de Griekse dwarsligger willen maken.
Henri Vidal – Kain op weg om zijn broer Abel te doden, 1896.

Shadi Ghadirian – portretten uit de Like Everyday Series, 2000-2001.

Patty Maher – I wear many hats, 2011.

Muriel Castanis – Spirit of Freedom, 1992.

KatBee Photography – Ever Changing Mood, 2010.

Adrian Ghenie – The Trial, 2010.

Joep van Lieshout – Twee groetende mannen, 2000.

Kunst verzacht pijn. En kunst draagt bij aan genezing. In 2014 kregen drie Italiaanse wetenschappers de IG Nobelprijs voor hun onderzoek waarmee ze aantoonden dat de pijndrempel lager wordt als mensen naar kunst kijken, die door hen als mooi wordt gezien.
Het Jeroen Bosch Ziekenhuis stelt dat kunst een belangrijk onderdeel van de healing environment is. De filosofen Alan Botton en John Armstrong kregen vorig jaar in het Rijksmuseum de gelegenheid aan te tonen dat kunst als therapie werkt.
Verder zie je in de literatuur ‘pijn’ alleen nog in verband met kunst gebracht, als het gaat om getormenteerde kunstenaars en kunstenaars die vinden dat kunst pijn moet doen. Vandaag willen we weten of kunst u pijn doet.
En dan bedoelen we niet de performance kunstenaars die heel wat pijn kunnen verdragen om hun boodschap uit te dragen. Bijvoorbeeld de Israëlische kunstenares Sigalit Landau met haar “Barbed Hula”.
We bedoelen ook niet de plastische kunstwerken, die sneller tot de verbeelding spreken, dan het platte canvas. Bijvoorbeeld de beelden van Berlinde de Bruyckere.

En we bedoelen ook niet de installaties, die een veel fysieker impact hebben dan tweedimensionale plaatjes. Hoe leuk het ook is dat Yoko Ono een schilderij bedenkt waar je een spijker in kan slaan. A painting to hammer a nail in.

Gisteren werd ze 85 jaar. Magdalena Abakanowicz, beeldhouwster en textielkunstenares. Hier meer over haar leven en carrière.
In de laatste zestiger jaren begon ze ‘Abakans’ te maken. Grote, abstracte driedimensionale figuren, geweven van sisal, vaak touw dat ze in havens verzamelde.
Vanaf de tachtiger jaren ging ze ook werken met metaal, brons, steen, klei, hout en jute. Eén van haar recente werken is gemaakt van staal, jute en hars.
Zonder meer indrukwekkend zijn de groepen die ze heeft gemaakt. Beeldengroepen van vijf tot ruim honderd figuren, die op het eerste gezicht uniform lijken, maar in de groep is geen enkel figuur precies hetzelfde. Sommige groepen zijn gegoten in brons, andere groepen zijn gemaakt van jute en hars.
Red Abakan, 1969.

Sarcophagi in Glass Houses, hout, glas, ijzer, 1983/1989.

Bronze crowd, 1990/91.

Puellae, brons, 1992.

Space of Becalmed Beings, brons, 1992/93.

Space of Unknown Growth, 22 betonnen vormen, 1998.

Sitting Figure on a Short Bench, brons, 2000.

20 Walking Figures, iron cast figures, 2006.

Ten Seated Figures, brons, 2010.

Veel meer Magdalena Abakanowicz uiteraard hier achter.
Zonder tekst, kunst over conflict.
Jerzy Kalina – The Anonymous Pedestrians, 2005.

Fernando Arias. video Humanos Derechos, 2007.
Martha Rosler, uit de serie House Beautiful: Bringing the War Home: Cleaning the Drapes, 2008.

Mircea Cantor, video Tracking Happiness, 2009.
Virgile Ittah – Regarding the Pain of the Other, 2013.

Alexandra Bircken, uit de installatie Eskalation, Deflated bodies, 2014.

Folkert de Jong, installatie The Holy Land, 2014.

Conflictloze zondag gewenst.
In de vorige Kunst op Zondag (hartelijk dank heer Molovich!) nam een reaguurder het op voor de slak. Hij vond dat de slak in de kunst “toch wel erg gedemoniseerd wordt”.
De werkelijkheid is erger. Ik zag afgelopen week een advertentie die meedeelde dat het slakkentijd is en met welke middelen je de beestjes kan bestrijden. Ik ga daar dus niet naar linken, want ik wil het risico niet lopen chemisch verpeste slakken als voorgerecht bij mijn Bourgondische maaltijd te krijgen.
Gek wel dat je nu nergens leest hoe een woedende dierenbescherming actie onderneemt tegen de wrede slakkenbestrijdingsmiddelen. Terwijl in 2012 men nog flink over de rooie ging omdat een kunstenares de huisjes van levende slakken met kraaltjes had versierd. De kunstenares legde hier uit hoe die woede is ontstaan.
De versierde slakken, die de kunstenares gered heeft van een pijnlijke dood, waren symbool voor de hypocrisie die sommigen aan de dag leggen als het om dierenleed gaat.
Werd in de vorige KoZ de slak verbonden met luiheid, één van de zeven hoofdzonden, de slak is symbool voor veel meer dan luiheid, traagheid of geslijm.
Illustratie uit het Gorleston psalmboek – ridder in strijd met een slak, 1310 – 1324.

Kenners van middeleeuwse kunst geven uiteenlopende interpretaties van slakkensymboliek. De ridder die een slak bevecht zou een illustratie zijn van een vers uit psalm 58, waarin David corrupte rechters veroordeelt: Laat hem henengaan, als een smeltende slak.
COLUMN - Momenteel ben ik aan het lezen in Boek (256 blz.) van Robert van Eijden. U kent ‘m wellicht van zijn website [maar wat is het], alwaar hij onder de naam Oxysept immer verkwikkende verhalen schrijft over zijn (gebrek aan) avonturen in het Utrechtse stadje U. Als u ‘m nog niet kent, dan moet u daar als de wiedeweerga verandering in brengen. Bijvoorbeeld door het lezen van Boek (256 blz.).
Boek (256 blz.) heeft ongeveer hetzelfde onderwerp als [maar wat is het]: het leven van een eeuwige jongeman die ten doel heeft het leven met zo min mogelijk inspanningen tot een goed einde te brengen. Voor zover je van een goed einde kan spreken natuurlijk. Van Eijden slijt zijn dagen met niet veel meer dan slapen, op de bank hangen, naar documentaires over de Tweede Wereldoorlog op National Geographic kijken, mijmeren, uit het raam staren, katten aaien, wandelen en naar het café gaan om Witte Trapist te drinken. In zijn eigen woorden: “Zonder veel hoogte- of dieptepunten kalmpjes op weg naar het einde. De enige ambitie die ik heb, niet aan mijn kop gezeurd worden, had ik al tot op een redelijk hoog niveau weten te verwezenlijken.” Hij is zelfs te lui om De Eerste Vereniging voor Onderpresteerders op te richten.
COLUMN - Ik denk dat het 2006 was en ik zat met de vrouw die nu mijn vrouw is in de trein naar Geneve. In de restauratiewagon spraken we met een jonge Zwitser die samen met zijn klas een weekje in Amsterdam was geweest. Wat hem het meest had verwonderd waren de fietsers. Niet alleen de enorme hoeveelheden, maar vooral de macht die de fietser hier had. “The bike is king”, zei hij.
Daar moest ik aan denken toen ik afgelopen week de bijzonder fijne documentaire ‘Het Nieuwe Rijksmuseum: de Film’ zag, over de moeizame verbouwing van het belangrijkste museum van Nederland. Onbetwiste hoofdrolspeler van de film en grootste pain in the ass van de betrokkenen: het fietstunneltje.
Als kijker van de documentaire leef je met de mensen van het Rijks mee. Je kunt die kleinburgerlijke ijdele gekken van stadsdeel Oud-Zuid wel door het scherm trekken als ze weigeren hun goedkeuring over de plannen te geven omdat ze het redden van dat fietstunneltje tot hun belangrijkste reden van bestaan hebben gebombardeerd.
Aan de andere kant: volgens mij vond ik het destijds ook belachelijk dat het Rijks het fietstunneltje wilde dichtgooien. Zoals iemand het in de documentaire verwoordde: hoe durf je, als je beweert dat het je allemaal om de cultuur te doen is, het mooiste fietstunneltje ter wereld de nek om te draaien.