Kunst op Zondag | Dieren

Behalve van god, zijn mensen ook aardig van dieren los. Om dat te repareren versierde Tinkebell (het alias voor Katinka Simonse) slakken. Het resultaat is dat haar buurman geen slakkenkorrels meer strooit en kinderen ineens een bijzondere belangstelling voor de slijmdiertjes hebben. Ze redt slakken, maar wordt beschuldigd van dierenleed. 

Dat beweert Tinkebell in haar artikel op Joop.nl. Zo bekeken brengt de kunstenaar de dieren dus dichter bij de mensen. TV Rijmond, het AD en de Dierenbescherming denken daar anders over en zo was er op de laatste Werelddierendag een relletje dierenleed.

Een verslaggever van TV Rijmond jatte twee slakken van Tinkebells installatie ‘Save the snails”, onderdeel van de tentoonstelling “Ah, wat lief!” in museum Villa Zebra. Hij bracht ze bij de Dierenbescherming die gaat onderzoeken hoeveel leed er de slakken is aangedaan.

In Kunst op Zondag hadden we al slakken in de aflevering over miniatuurkunst: de inner city snail van Slinkachu. Geen haan die er naar kraaide. Hanen en kraaien hoor je nooit over kunst. Mensen wel. Zeker zodra het dier geen afbeelding, maar dood of levend basismateriaal van de kunstenaar is. En dat gaat dan niet over kwasten en penselen van paarden-, marter-, of eekhoornhaar.

Het ‘diergebruik’ is in de kunst enorm veranderd. Dode beesten bleven in het atelier, levende beesten werden op boerenerven of in het veld geschetst en alvorens ze op het doek werden gesmeten. Slechts enkele uitzonderingen in het genre, deden de wenkbrauwen fronsen.      

Dode beesten kwamen vanzelfsprekend op stillevens voor. Rembrandt schilderde twee dode pauwen, maar opvallende afwijking is het meisje dat de jachtopbrengst bekijkt. Wat had dat in godsnaam te betekenen, vraagt het Rijksmuseum zich in een toelichting af. Wie weet dacht het kind: “Ah, wat lief”.

Uit de tijd van de  grote meesters komt de bekende anekdote van ‘Het Boerenerf’ van Paulus Potter, van wiens vele dierenschilderijen ‘De Stier’ wereldberoemd is geworden. Hij schilderde in opdracht van Amalia van Solms een boerenerf vol dieren. Het werd mevrouw sterk afgeraden het doek te kopen vanwege een pissende koe in het midden van het schilderij. Zulk onbetamelijk werk behoorde de Oranjes niet te kopen.

De moderne kunst had aan verf en doek niet langer genoeg en breidde het materiaalarsenaal uit met levende dieren   Rianne Groen, freelance kunstcriticus en curator, beschreef in haar masterthesis ‘Het artistieke dier’ (2010 Universiteit Utrecht, pdf) heel helder de ethische implicaties van het werken met levende dieren in de hedendaagse kunst.

In dit onderzoek komen de klassiekers onder de moderne dierenkunst aan de orde. Zoals de installatie Helena van Marco Evaristti. Een opstelling van tien met water en goudvissen gevulde blenders. En jawel hoor, natuurlijk waren er museumbezoekers die op de knop drukten. Uiteraard kregen kunstenaar en museum de schuld van deze provocatie.

In 2008 werd een tentoonstelling afgeblazen omdat er de video Don’t Trust Me van Adel Abdessemed te zien was. Zes dieren werden met één klap van een hamer van hun leven verlost, gefilmd op een Mexicaanse boerderij (te zien in deze korte reportage over de kunstenaar). Na de commotie besloot het San Francisco Art Institute nooit meer kunst met dieren te exposeren.

Wim Delvoye redde varkens van de slacht door ze te tattoeëren. Ook al stelt de kunstenaar hoge eisen aan de wijze waarop de varkens geëxposeerd mogen worden, werd ook hij van dierenleed beschuldigd.

En dode dieren, die in hun opgezette ‘leven na de dood’ worden gebruikt, vallen niet altijd in goede aarde. Dat gold voor de vliegende kat van Bart Jansen en ook met de paarden van Maurico Cattalan hebben sommige mensen moeite.

In alle werken wordt de relatie tussen mens en dier aan de orde gesteld. Dat is een bizarre relatie geworden, maar dat willen veel mensen niet weten en al helemaal niet zien. Dat gaat zelfs zo ver dat als er geen dierlijk materiaal wordt gebruikt, om verwijdering van kunst wordt gevraagd.

Zoals in Oudewater, waar uit de opengereten buik van een paard een motor te voorschijn komt. Een kunstwerk van Ingrid Mol, die er de verschrikkingen van de oorlog tegen de Spanjaarden mee verbeeldde.

Kritiek kreeg ook Gijs Assman, wiens dans van jager en wild in slechte aarde viel bij de omwonenden.
 Maar waarom vinden mensen het zo verschrikkelijk als ze hun relatie tot het dier in essentie uitgebeeld zien?

  1. 3

    “Maar waarom vinden mensen het zo verschrikkelijk als ze hun relatie tot het dier in essentie uitgebeeld zien?”

    Te confronterend?

    Overigens denk ik dat die stadsbewoners zich helemaal niet kunnen identificeren met jagers, hen als gemene boeven zien en het daarom ‘fout’ vinden dat jager en prooidier in een frivool dansje worden afgebeeld; en dat die motor uit de opengereten buik van dat paard gewoon als ‘gruwelijk’ wordt ervaren. Als je een beeld van Cherso-Barbie die een monsterlijk kind ter wereld brengt, in een park plaatst, krijg je ook gezeik.

    Het gaat dus over wat ‘hoort’ en wat ‘niet hoort’. Een hertenkop aan de muur in een kasteel is oké, een heel paardenlijf aan een muur is macaber en eng. Mannelijke kuikentjes die massaal worden vergast in een eierfabriek is oké, Jamie Oliver die op publieke tv laat zien hoe dat in zijn werk gaat en er uitziet, wekt afschuw op.

    Een leren tas of jas dragen van de huid van een anoniem dier uit een anonieme fabriek is oké, zolang het slachten, villen, looien en vervaardigen maar verborgen blijft en dus als het ware niet heeft plaatsgevonden, maar je eigen (doodzieke) kat afmaken, villen en tot een tas vervaardigen, dát is dierenbeulerij.

    Je zieke dier een spuitje laten geven en daarna op laten zetten omdat je ‘m bij je wilt houden, dat kan dan weer net wel.

  2. 4

    “We are what we pretend to be, so we should be careful about what we pretend to be.” – Kurt Vonnegut,

    Tinkebel speelt ermee alsof het proefballonnetjes zijn. O, wacht.

  3. 8

    @1 Bedoelde je deze?

    @3 “Het gaat dus over wat ‘hoort’ en wat ‘niet hoort’”.
    Juist. Blijft toch de vraag waarom “veel mensen het gevoel hebben dat kunst mensen wel aan het denken mag zetten, zolang kunstenaars maar uit de buurt blijven van de grenzen van onze moraal en goede smaak”. (uit de genoemde masterthesis van Rianne Groen. Kun je mensen wel aan het denken zetten zonder het ook over moraal en goede smaak te hebben?

    @7 Klopt. Damien Hirst. het koe en kalf onder de link onder jouw “werk” heet mother and child divided.

  4. 9

    Die vissen in blenders blijven mijn favoriet. Prachtig uitgebeeld hoe mensen zelfs hun ethische grenzen verleggen uit nieuwsgierigheid en hoe mensen vinden dat de bekende altijd verantwoording moet afleggen ook al is dat niet de werkelijke dader. Dat laatste zie je ook in ‘Don’t Trust Me’: de daders blijven buiten schot omdat ze anoniem zijn; de boodschapper krijgt de volle lading. Bij die vissen is er verder geen enkel nut van de dood. Het onrecht is gigantisch en de dader is de bezoeker zelf. Kunst blijft een mooi ding. Al die kunst met dieren, gaat niet over dieren, maar over mensen. Natuurlijk is dat confronterend. Zonde dat mensen dan liever de kunst de schuld geven dan hun eigen schuldgevoel aan te pakken of zelfs onder ogen te zien.

  5. 10

    @8 P.J. Cokema, ja, die doorboorde aap bedoelde ik, die heb ik gezien. Alleen toen was hij gekleed in een witte ziekenhuis/laboratoriumjas.

  6. 11

    Nog een toevoeging: de Dierenbescherming beweert dat de saalkken wel degelijk leed ondergaan omdat de opgeplakte kraaltjes soms meer wegen dan het huisje of de slak zelf.

    Slakken lijken heel wat te kunnen hebben. In Amerika heeft iemand de kinderen kunstzinnig vermaak met slakken geleerd. Je dipt ze in voedselkleurstof en laat ze over een vel papier slijmen. Dagen later vond ze de gebruikte slakken nog levend terug in de tuin, nu met verkleurde huisjes.