serie

Klimaatcriminelen

Foto: Michael Coghlan (cc)

Hoe moeten we klimaatcriminelen straffen?

Stel dat we het veroorzaken van klimaatverandering en de schade die daaruit volgt criminaliseren, wat voor straffen willen we dat de rechter gaat opleggen? En met criminaliseren bedoel ik het langs democratische weg strafbaar maken met inachtneming van de rechtsstatelijke beginselen. Dat moet ik blijkbaar expliciet zeggen, want op Twitter schijnen sommigen te denken dat ik in mijn serie over klimaatcriminelen opriep tot een volksgericht of een dictatuur. Bij Climategate lijken ze te denken dat mensen die klimaatontkenning willen criminaliseren het normaal vinden dat er bij ‘sceptische’ wetenschappers zeven kogels door de kantoorruit gaan.

Ik had toch iets anders in gedachten. Als schade de basis is voor criminalisering, zoals groene criminologen bepleiten, dan lijkt me een goed uitgangspunt dat schade ook de basis is voor de bestraffing. In het huidige Nederlandse strafrecht staat vergelding centraal, waarbinnen ook ruimte kan zijn voor resocialisatie. Maar er zijn meer opties, zoals het herstellen van schade. Nu kan een rechter in het kader van de straf al opleggen dat een veroordeelde (rechts)persoon een schadevergoeding betaalt, maar in plaats van een bijkomstigheid zou dat ook juist centraal kunnen staan in het strafrechtelijk proces.

Restorative justice

In de criminologische literatuur wordt gesproken over restorative justice, in Nederland spreken we ook wel over herstelrecht. Kern van deze aanpak is dat dader en slachtoffer met elkaar om de tafel zitten en samen beslissen wat er moet gebeuren na een delict. Het is belangrijk dat de dader schuldbewust is en dat het slachtoffer in staat is tot het accepteren van excuses. Wat er vervolgens moet gebeuren hangt mede af van de mogelijkheden die de dader heeft en de behoeften van het slachtoffer.

Foto: George Jisho Robertson (cc)

Klimaatcriminelen (4): individuen

Wie zijn de klimaatcriminelen? Een korte serie over overheden, bedrijven en individuen.

Wellicht is dit de lastigste categorie klimaatcriminelen: individuen. De activiteiten van bedrijven en nalatigheid van overheden leveren enorme schade op, maar wij dragen allemaal een beetje bij aan de CO2-uitstoot, opwarming en klimaatverandering wanneer we op gas koken, een auto op benzine rijden, vlees eten, het vliegtuig nemen, ons huis niet verduurzamen, kopen bij niet-duurzame winkels, grijze stroom afnemen en op niet-groene politieke partijen stemmen.

De superrijken

De ecologische voetafdruk van de meeste mensen in rijke landen is te groot. Maar vooral de mensen die overduidelijk welvarend genoeg zijn om klimaatbewust te leven – zelfs zonder in te leveren op comfort – valt iets aan te rekenen. Een deel van de superrijken kiest er echter voor dat niet te doen en leveren met hun luxe levensstijl zelfs een bijdrage aan milieuvervuiling en opwarming van de aarde. Enkele criminologen (pdf) berekende onlangs dat de superrijken met hun villa’s, superjachten, luxe auto’s en privéjets meer CO2 uitstoten dan hele landen.

Zo zijn er ongeveer 300 superjachten (langer dan 24 meter, sommige zijn wel 180 meter lang) in de wereld die samen ongeveer even veel uitstoten als de 10,6 miljoen bewoners van Burundi bij elkaar. Alleen in de V.S. al zijn zo’n 15 duizend privévliegtuigen geregistreerd die elk jaar 17 miljoen uur in de lucht zijn, goed voor een jaarlijkse CO2-uitstoot van 56 miljoen ton – meer dan twee keer Burundi’s uitstoot. Ook de enorme villa’s – mede vanwege de bomen die gekapt moeten worden – en de vele kilometers die gereden worden met meerdere auto’s belasten milieu en klimaat.

Foto: George Jisho Robertson (cc)

Klimaatcriminelen (3): bedrijven

Wie zijn de klimaatcriminelen? Een korte serie over overheden, bedrijven en individuen.

In het vorige deel van deze serie over klimaatcriminelen besprak ik hoe overheden in interactie met bedrijven klimaatcriminaliteit plegen, door activiteiten die klimaatschade veroorzaken te initiëren of te faciliteren. Bedrijven kunnen daarnaast ook op zichzelf van klimaatcriminaliteit worden beschuldigd vanwege hun schadelijke activiteiten. Onlangs is uitgerekend dat honderd fossiele brandstofbedrijven verantwoordelijk zijn voor 70 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen sinds 1988.

Lawful but awful

Het grootste obstakel om bedrijven strafrechtelijk aan te pakken is dat veel van hun schadelijke activiteiten ‘lawful but awful’ zijn. De fossiele brandstofindustrie is natuurlijk grotendeels legaal, voor zover bedrijven zich houden aan uitstootnormen en milieuwetten. Er zijn strafbepalingen die strafrechtelijke vervolging mogelijk maken op grond van milieucriminaliteit die bijdraagt aan opwarming zoals het illegaal kappen van bossen of het overschrijden van uitstootnormen van broeikasgassen.

Vaker zijn wetten en beleidsmaatregelen die direct gericht zijn op het tegengaan van opwarming van niet-strafrechtelijke aard, zoals het invoeren van een CO2-belasting. Het sjoemelen met zo’n belasting zou natuurlijk wel als fraude kunnen worden vervolgd.

Vanuit groen-criminologisch oogpunt (pdf) maakt het echter niet uit of het gaat om legale activiteiten: op grond van het schadebeginsel kunnen klimaatschadelijke activiteiten toch als criminaliteit bestempeld worden. En omdat overheden geen striktere normen opleggen is sprake van ‘state-corporate crime’, schreef ik in het vorige deel: de overheid faciliteert of stimuleert dat bedrijven legaal broeikasgassen uitstoten die leiden tot opwarming.

Foto: George Jisho Robertson (cc)

Klimaatcriminelen (2): overheden

Wie zijn de klimaatcriminelen? Een korte serie over overheden, bedrijven en individuen.

Overheden hebben mogelijkheden om CO2-uitstotende en andere klimaatbedreigende activiteiten te verminderen via wetten en beleid. Het aantal wetten en beleidsplannen rondom klimaat neemt wereldwijd toe. Tussen 2009 en 2015, het jaar van het Parijsakkoord, kwamen er jaarlijks 100 tot 143 wetten bij. Het betreft echter zelden strafrechtelijke maatregelen.

Nu wordt – zoals ik uitlegde in deel 1 van deze serie – binnen de groene criminologie criminaliteit niet op basis van de wet gedefinieerd maar op basis van schade. Een overheid die klimaatschadelijke activiteiten van bedrijven en burgers laat voortduren – of zelfs stimuleert – kan dan ook aangewezen worden als klimaatcrimineel.

De staat en organisatiecriminaliteit

Volgens socioloog Ronald Kramer, een bekende binnen de groene criminologie, moeten we de opwarming van de aarde en de daaruit volgende klimaatverandering zien als ‘state-corporate crime’ (pdf). Van state-corporate crime is sprake wanneer de schadelijke activiteiten vanwege de economische belangen van overheden en bedrijven grotendeels verweven zijn. Overheden zijn voor een groot deel afhankelijk van bedrijven die een grote economische rol hebben. Het staatsbeleid reflecteert daarom vaak de economische belangen van de machtigste corporaties (denk aan Shell, ING). Vanuit economische oogpunt zou het immers contraproductief zijn om de schade van economische activiteiten aan te merken als criminaliteit.

Foto: George Jisho Robertson (cc)

Klimaatcriminelen (1): inleiding

Wie zijn de klimaatcriminelen? Een korte serie over overheden, bedrijven en individuen.

Klimaatcriminelen komen in soorten en maten. We kunnen, zoals Joost hier laatst schreef, klimaatontkenners beter klimaatcriminelen noemen. En er zijn klimaatcriminelen die klimaatverandering niet ontkennen en ook niet per se de menselijke rol daarin, maar willens en wetens de gevolgen ervan niet serieus nemen en doorgaan met activiteiten waardoor de aarde verder opwarmt. Deze laatste categorie is groot: we weten al sinds 1979 dat de aarde opwarmt door broeikasgassen en dat dit zal uitmonden in enorme schade voor mens, natuur en planeet.

Klimaat en criminaliteit

De term ‘klimaatcriminelen’ horen we vooral van klimaatactivisten en kritische journalisten, maar we vinden de koppeling van klimaat en criminaliteit ook terug bij criminologen. Binnen de stroming ‘groene criminologie’ houden criminologen zich steeds meer bezig met klimaatverandering. In 2012 stelde groene criminoloog Rob White het boek Climate Change from a Criminological Perspective samen en recent schreef hij een boek getiteld Climate Change Criminology (2018) waarin hij de term ‘carbon criminals’ gebruikt.

Andersom gebruiken ook klimaatwetenschappers soms criminologische termen om de problematiek te duiden. In 2014 zei klimaatwetenschapper David Suzuki:

Onze politici moeten in de bak gegooid worden voor opzettelijke blindheid. Ik denk dat we opzettelijk blind zijn voor de consequenties voor onze kinderen en kleinkinderen. Dit is een intergenerationele misdaad.