Closing Time | Rïcïnn
Gister kwam Igorrrs Laure Le Prunenec langs met Corpo Mente, vandaag haar eigen project Rïcïnn. Uiteraard staat de stem voorop…
De dagelijkse afsluiter met muziek en heel soms wat anders
Gister kwam Igorrrs Laure Le Prunenec langs met Corpo Mente, vandaag haar eigen project Rïcïnn. Uiteraard staat de stem voorop…
Franse kabaalmaker Igorrr is al meermalen langsgekomen in Closing Time, hier voor het eerst gesignaleerd door ondergetekende. Corpo-Mente is een zijproject, met dit keer de hoofdrol voor de huiveringwekkende stem van Igorrr-zangeres Laure Le Prunenec. De grote man achter Igorrr zelf, Gautier Serre, is ook weer van de partij. Ondanks dat alles klinkt het heel anders dan Igorrr. Maar de opera-stem van Le Prunenec is desondanks uit duizenden te herkennen.
Nee maar, de Cocteau Twins zijn nog nooit langsgekomen in Closing Time. Daar moet iets aan gedaan worden.
In de jaren 80 waren de Cocteau Twins een bijzonder hippe band, vooral voor mensen die vonden dat ze er verstand van hadden. Het was helemaal geen tweeling: de band bestond uit Robin Guthrie op gitaar en mevrouw Vibrato Elizabeth Fraser, (die we nog kennen van hier en hier), later aangevuld met Simon Raymonde.
Gated Reverb: een technische term uit de productiewereld, waarvan de meeste mensen niet weten wat het is. Maar iedereen kent en herkent het: de allerbekendste Gated Reverb is dit:
om precies te wezen, om 3:16 exact.
Het nummer in de muziekhistorie waarbij Gated Reverb uitgevonden is is bovenstaand nummer van Peter Gabriel. Het is het knallende geluid van de drums van Phil Collins. Je hoort het heel duidelijk op het moment dat het drum-thema voor het eerst eindigt.
Wat een prachtig nummer is Dark Child van de Nieuw Zeelandse singer-songwriter Marlon Williams toch. Loom gezongen, een paar mooie uithalen, relaxed tempo. Maar wel met een broeierige ondertoon. En dan dat filmpje. Een crime-scene met Marlon zelf in de rol van de dader. Tot zover niet heel raar. Maar dan worden het geschokte oudere stel op de trap van het huis met een bezem weggeduwd en begint het verhaaltje opnieuw en opnieuw, met telkens weer een andere vreemde draai.
Fontaines D.C is die Ierse punkachtige sensatie die er ineens was, anderhalf jaar geleden.
Lekker onbekommerd raggen met drums, bas en gitaar. En een zanger met een Iers accent. Deze song stond tot mijn verbazing niet op hun debuutplaat Dogrel. Het werd een b-kantje, van de single Too Real. Wat mij betreft een single met twee a-kanten. The Cuckoo Is A-Callin’ is een song van 2 minuut en 11 seconden. Lekker kort en duidelijk.
Tja, de titel zegt het eigenlijk al: Dream Theater, absolute grootheden in de progressieve metal, spelen een deuntje met Barney Greenway, gerenomeerd vocalist bij verschillende grindcore en death metal ensembles, waaronder Napalm Death en Benediction. O ja, ze spelen Metallica. Meer woorden hoeven er denk ik niet aan te worden gewijd.
Hè, wat een aanstekelijk dansplezier:thuis, in de sportschool, op de trappen in de stad, op het plein in de stad, allemaal samen met Jackie Chan in een traditioneel India’s decor, met lampjes in je sneakers, naast een piano, onder een overkapping op een station of ergens op een laadperron, in een kunstgalerie, geïmproviseerd of juist gechoreografeerd, wat onwennig of professioneel – alles komt even energiek en met plezier voorbij. De Brits-Indiase band Cornershop had een hit met dit nummer, maar in de remix van Fat Boy Slim (Norman Cook voor zijn moeder), werd de song echt populair.
The smell of hospitals in winter. Beetje sinistere tekst. Waar komt dat ziekenhuis ineens vandaan? Wat is er gebeurd? Zijn vriendin weg? De liefde voorbij? En dat hij blijft zitten met al die overdrachtelijke oesters waar misschien ergens een parel in verborgen zit? Maar dan moet hij eerst die lange, donkere december door zien te komen. Met al die herinneringen. Misschien wordt het komende jaar beter dan dit. Ja, hopen mag altijd, makker, jezelf moed inspreken, maar ik denk niet dat ze terug komt. Ach, laat die tekst maar zitten. Wie interesseert dat nou. Het geluid van de song is mooi. En wat wordt die weemoed fijn uit de harmonica getrokken. En wie weet wordt volgend jaar wel beter.
Even een persoonlijke herinnering om mee te beginnen. Een jaar of tien geleden had ik een nachtdienst die niet zo lekker liep. En dan ga je na de overdracht toch vervelend naar je lockertje toe om je jas te pakken en naar de uitgang te lopen. Maar…
toen ik door die gang liep, beetje bedrukt, beetje de hele bliksemse boel binnensmonds lopen te vervloeken, op weg naar het grauwe ochtendlicht, kwam ik langs een keuken waar een transistorradio was aangezet door een ontbijtmedewerker. En daar schalde Des’ree uit, met Life. En om nou te zeggen dat ik me gelijk had verzoend met de hele situatie, nou nee, maar de Lebensjahung die uit die song sprak, toen tenminste, dat optimisme, was onweerstaanbaar. Ik rechtte mijn rug, mijn mondhoeken gingen omhoog en mijn pas werd stevig. En leek het nou al lichter buiten? En als ik niet zo’n houten klaas was, had ik gebouw met een danspasje verlaten.
The Feelies maken al meer dan dan veertig jaar muziek. Steeds dezelfde muziek eigenlijk. Er zit geen ontwikkeling in.
Of je nou naar Crazy Rythms, The Good Earth, Here Before, Only Life, luistert, of naar In Between – het is overal even strak, nerveus haastig en hypnotiserend. The Feelies van 1980 zijn ook The Feelies van nu. Die gitaarpartijen veranderen niet. Die drums blijven stuwen. En wat ben ik daar blij om. Wie moet er anders die Velvet Underground song coveren? Wie kan dat beter dan zij?
Een goeie cover? Nou, dit is een goeie cover.Hier wordt een zwart drama van ongekende proporties vertolkt. Hier wordt gesmeekt, gepleit, onderhandeld, bitter verzucht, gejankt, gehuild, rauw gerouwd tot het bot, hier is een hart verscheurd, hier breekt een stem, hier speelt een bekraste, smartelijke, gepijnigde ziel gitaar. En kloppen de drums van Meg White natuurlijk.