Zoekresultaten voor

'stikstof'

Foto: Schernafbeelding Nieuwsuur met Henk Kamp

Gênant stukje Nieuwsuur na val kabinet

ANALYSE - Na de val van een kabinet is het altijd even afwachten welke partij de Zwarte Piet krijgt toegespeeld. Dat diverse partijen daarbij aan framing doen is logisch. Het moet of de schuld van anderen zijn terwijl jij zelf echt naar een oplossing zocht om door te kunnen, of het moet zijn omdat jij je rug recht hield op een principieel standpunt en de anderen geen compromis wilde sluiten.

Vervolgens is het aan de pers om er chocolade van te maken, door de framing heen te prikken en goed uit te leggen hoe de vork aan de steel zit. Maar dat was even buiten Nieuwsuur gerekend.

In onderstaand fragment van Nieuwsuur laat Mariëlle Tweebeeke oud-minister en VVD’er Henk Kamp aan het woord over de val van Rutte IV. Bekijk het vooral zelf ook even.

Na de vraag van Tweebeeke over wie we het kunnen “verwijten” dat het kabinet is gevallen, begint Kamp over 400.000 migranten (“een stad zo groot als Utrecht”) die naar Nederland zijn gekomen. Volgens hem een onhoudbare situatie, we “moeten de immigratie onder controle krijgen” en “een belangrijk deel is asielmigratie” die “uit de hand is gelopen”, aldus Kamp. We schrijven even mee…

Foto: Movilh Chile (cc)

De opmars van extreemrechts in Europa

In Griekenland is premier Kyriakos Mitsotakis er in tweede instantie in geslaagd een meerderheid in het parlement te veroveren. Hij kan nu in z’n eentje verder regeren met zijn conservatieve partij Nea Dimokratia. Opvallend is de winst van extreemrechtse partijen. Spartiates, de opvolger van de verboden fascistische partij Gouden Dageraad, kreeg 5% van de stemmen. Samen met twee kleine uiterst rechtse partijtjes die ook de kiesdrempel wisten te halen is extreemrechts in Griekenland goed voor bijna 13% van de stemmen.

Vorige week schreef ik hier over Finland waar de radicale Finnenpartij nu deelneemt aan een nieuwe rechtse regering. Twee weken geleden ging het over Oostenrijk waar de FPÖ in de peilingen de grootste is geworden. In Duitsland is volgens recente peilingen de AfD nu de tweede partij. Zondag heeft voor het eerst een politicus van de extreemrechtse partij een regionale verkiezing gewonnen.

Moeten we ons zorgen maken? Owen Jones waarschuwde in The Guardian na het recente succes van de Spaanse extreemrechtse partij Vox bij de gemeenteraadsverkiezingen eind mei voor een ‘griezelige normalisering’ van extreem rechts in de Europese politiek. Hij wijst daarvoor ook op het grote aantal stemmen dat Marine Le Pen vorig jaar in Frankrijk wist te halen. En natuurlijk op Italië met de nieuwe premier Giorgia Meloni van de uiterst rechtse partij Fratelli d’Italia. In Zweden hebben we vorig jaar gezien hoe centrum-rechts de ban op de Zweden Democraten heeft opgeheven en deze partij als gedoogpartij indirect regeringsmacht heeft gegeven. Met alle gevolgen van dien. En dan hebben we het nog niet gehad over Polen, Hongarije en de andere Oost-Europese staten.

Foto: SP (cc)

Het verschil tussen ‘democratisch’ en ‘antidemocratisch’ wantrouwen

COLUMN - De AIVD maakt zich grote zorgen om het ‘anti-institutioneel extremisme’ in Nederland, nu het aantal aanhangers van complotdenkers blijft groeien. Volgens de veiligheidsdienst zouden meer dan honderdduizend mensen in mindere of meerdere mate geloven dat er internationaal en in Nederland een ‘kwaadaardige elite’ aan de macht is die bezit heeft genomen van de overheid, de media en de wetenschap. Dergelijk extremisme kan als het zich verder uitbreidt een gevaar opleveren voor de democratische rechtsorde, volgens de dienst.

In De Groene van vorige week merkt inlichtingenexpert Jelle van Buuren op dat de AIVD anderzijds ook van mening is dat anti-institutionele kritiek wel degelijk hoort in een gezonde democratie:  ‘Het zich uitspreken tegen overheidsbeleid, het betwisten van de rechtvaardigheid van een rechterlijke uitspraak, politici bestempelen als elitair en de waarheid in twijfel trekken van een journalistiek of wetenschappelijk artikel, of de wet overtreden bij protesten, is niet extremistisch’. Erkend wordt dat ‘instabiliteit bij een democratische rechtsorde hoort’, dat tegenspraak en kritiek gestimuleerd moeten worden, dat felle meningsverschillen en polarisatie legitiem zijn, zolang de ander maar niet wordt gedehumaniseerd.

Extremistische varianten van deze op zichzelf nuttige tegenspraak worden helaas echter gevoed door het falen van de instituties. De veiligheidsdienst wijst op de toeslagenaffaire, de problemen met de gaswinning in Groningen en de stikstofcrisis. Bovendien kwam Rutte vorig jaar in opspraak omdat hij uit eigen beweging sms’jes van zijn telefoon had gewist, wat parlementaire controle onmogelijk maakte. De AIVD: “Het vergroten van de weerbaarheid vraagt vooral om betrouwbaarheid en eerlijk communiceren van instituties”. Een nogal versleten stellingname. De vraag waar het om draait is natuurlijk wanneer er nu eindelijk een adequaat antwoord van de politiek komt dat een verdere groei van het extremisme kan tegengaan.

Foto: Gerard Stolk (cc)

Rutte IV bezwijkt (niet) onder de erfenis van… Rutte, I, II en III

COLUMN - Voor de derde keer overleefde Mark Rutte, als MP van kabinet Rutte IV,  gisteravond een motie van wantrouwen. Dat is de achttiende keer sinds Rutte I.

De motie Klaver haalde het niet dankzij VVD, D66, CDA, CU en SGP.  De motie Van Haga sneuvelde omdat alleen zijn eigen groep en JA21 plus FVD voor stemden.

Hoelang kan je tegen een ballon porren voor-ie knapt? Rutte bewijst: behoorlijk lang. Zijn kabinetten, bewindslieden en hijzelf hebben nu, vanaf Rutte I, 96 moties van wantrouwen (in Tweede en Eerste Kamer) achter de rug. Slechts één keer dreigde een motie van wantrouwen een krappe meerderheid ter halen. Maar dat was een weinig effectieve motie omdat hij toen al demissionair was.

Hier de top-5 moties van wantrouwen naar aantal voorstemmen.

Kabinet Rutte IV is overigens (nog?) niet het meest door moties van wantrouwen getroffen Rutte-kabinet.

Maar de helft van alle 96 moties waren wel tegen zijn kabinet of persoon gericht.

Pas als de SGP en/of dissidenten binnen CDA, CU of D66 het een keer zat zijn, maakt een motie van wantrouwen tegen Rutte of het kabinet kans van slagen. Tot nu toe is een dergelijke stemming in de verste verte niet te bespeuren. Wat media ook denken te zien aan wrijving binnen de coalitie.

Foto: Jesterhat84, CC BY-SA 3.0. Departement van Justitie in Den Haag, via Wikimedia Commons.

Groeien vertegenwoordigen en verantwoordelijkheid nemen uit elkaar?

ANALYSE - een gastbijdrage van Simon Otjes, eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees

Er is in Nederland al twee jaar een discussie bezig over een nieuwe bestuurscultuur. Dat lijkt te gaan over de manier waarop Mark Rutte het land bestuurt. Echter, als je langer kijkt naar de elementen van die bestuurscultuur dan valt op dat deze verder teruggaan. Bovendien is verzet tegen de Nederlandse bestuurscultuur al eerder opgekomen.

In een recente podcast Het Spel en de Macht spreek ik hierover met bestuurskundige Caelesta Braun en student journalistiek Arend Viëtor. Het is de laatste in een reeks over de Nederlandse bestuurscultuur. Als we die langere lijnen volgen dat valt op dat het verschil tussen toen en nu is dat electorale positie van partijen die volgens de regels van het spel politiek bedrijven zwakker is dan in het verleden. Partijen die het primair als hun rol zien om onvrede te vertegenwoordigen sterker zijn geworden.

De Regels van Lijphart

De regels van het spel zijn eigenlijk opvallend constant in de afgelopen 70 jaar. De regels die politicoloog Arend Lijphart in 1968 formuleerde over de Nederlandse politiek in jaren ’50 zijn nog springlevend: als politici in Nederland een beslissing moeten nemen benaderen ze de materie zakelijk en niet ideologisch. Als ze er onderling niet uitkomen dan kijken ze naar experts en belangengroepen. De oplossingen komen van buiten de politieke arena. Als coalitiepartijen recht tegenover elkaar staan, dan stellen ze beslissingen uit. Moeten ze nu een oplossing vinden, proberen ze een compromis te formuleren waar iedereen zich in kan vinden. Zelfs een kleine coalitiegenoot kan dat vetoën. Zulke compromissen worden niet gesloten in de plenaire zaal van de Kamer maar achter dichte deuren.

Foto: U.S. Department of Agriculture (cc)

Is de stikstofwet ‘robuust, geloofwaardig en toekomstbestendig’?

COLUMN - van mr. Huub Linthorst

De stikstofwet is, zoals wel vaker bij bestuursrechtelijke wetgeving, erg ingewikkeld. Dat komt door de invloed van de bestuurskunde. Althans van de stroming daarin die ervan uit gaat dat de samenleving maakbaar is en dat wetten een uitstekend instrument zijn om daarin een heilzame transitie te realiseren. Mits daarbij gebruik wordt gemaakt van de nieuwste bestuurskundige inzichten. En dat betekent: het hele denk- en uitvoeringsproces in de wet regelen. Van visies en verkenningen, via doelen, programma’s en plannen, tot concrete maatregelen. En dat alles gejuridificeerd met behulp van het bestuursrecht. Want als je dat handig aanpakt, kun je soms tegen een burger die een probleem heeft met een beschikking zeggen dat hij dat probleem eerder had moeten aankaarten, toen het programma of plan werd vastgesteld waarop die beschikking gebaseerd is.

Bestuurskundige inzichten hebben ook vaak betrekking op de relatie tussen de verschillende overheden. Eerst hadden we een Hooge Overheid, die in Den Haag het dichtst bij de Kroon stond, en daarnaast lágere overheden, die zelfstandig hun eigen huishouding mochten bestieren, maar ook bestuurlijke opdrachten van de regering konden krijgen; bij wet. Dat werden er nogal veel. Om de pijn daarover te verzachten werden de lagere overheden omgedoopt tot mede-overheden. Maar dat loste niet het probleem op dat soms onduidelijk was wie nu verantwoordelijk was voor wat. Daarop werd het adagium “Je gaat erover, óf niet” bedacht. Maar inmiddels is ook dat weer verlaten. We besturen nu bij voorkeur samen met andere gezagsdragers. Dat is ook handig voor een “samenhangende aanpak” van een complex probleem. En er zijn in dit land nogal wat complexe problemen; en héél veel “bevoegde gezagen”.

Foto: presentatie coalitieakkoord ©Beeld - Tweede Kamer.

Coalitieakkoord is geen akkoord of toch wel akkoord?

Het op 15 december 2021 gepresenteerde coalitieakkoord van Rutte IV mocht beslist geen regeerakkoord heten. Want

Het kabinet wil zo duidelijk maken dat het coalitieakkoord in eerste instantie een afspraak is tussen vier fracties uit de Tweede Kamer

Afspraak is afspraak. Maar sommige coalitiepartners kunnen zich daar blijkbaar niet aan te houden. Vijf cases.

De ‘niemand slaapt op straat’ afspraak

In de volksmond bekend als BBB, de ‘bed-bad-brood’-regeling. Heden ten dage officieel de ‘Landelijke Vreemdelingen Voorziening’ (LVV). Een langslepend en pijnlijk dossier.

Staatssecretaris Van der Burg kondigde aan dat er vanaf volgend jaar geen geld meer zou zijn voor de LVV. Dat zou zo maar kunnen, want officieel is de pilotfase van de LVV  ten einde. Vorig jaar november verscheen de eindevaluatie.

Maar Van der Burg moet nog met een beleidsreactie op die evaluatie komen. In zijn brief bij de presentatie van de eindevaluatie kondigde hij wel aan dat “de uitkomsten van de eindevaluatie betrokken zullen worden  bij de ontwikkeling van de werkwijze en het gesprek over het vervolg van de LVV”.

Eind december besprak het kabinet deze kwestie en kwam tot de deze afspraak (Uit het coalitieakkoord, pag. 43 en 44)

Foto: World Economic Forum, CC BY 3.0 First cultured hamburger unfried via Wikimedia Commons.

Ook Nederlandse bedrijven verspreiden desinformatie over kweekvlees

Een gastbijdrage van Nick Ottens

Kweekvlees zou ‘onnatuurlijk’ zijn. Niet diervriendelijk. Misschien zelfs gevaarlijk, want wat gebeurt er in zo’n reactorvat waarin ‘kunstvlees’ wordt gekweekt?

Het is angstzaaierij van veevoeders en slachters, die in heel Europa lobbyen tegen de meest diervriendelijke manier om vlees te maken. Met succes: de Italiaanse regering heeft besloten om kweekvlees te verbieden. Ook in Frankrijk is steun voor een verbod.

Zo houden Italiaanse en Franse veehouders en slachters mooi een Nederlandse concurrent van de markt. Kweekvleesbedrijven trekken naar Amerika, Israël en Singapore.

Meer vlees met minder dieren

Met minder dieren, dus minder kosten aan land en veevoer en minder uitstoot van ammoniak en methaan, meer vlees produceren – het was een Nederlander, Willem van Eelen, die het bedacht en een Nederlander, Mark Post, die in 2013 bewees dat het kon. Cellen worden uit een levend dier geprikt en in een bioreactor gevoed met eiwitten tot ze uitgroeien tot een klomp vlees.

Nederland heeft nog steeds twee van de belangrijkste kweekvleesbedrijven ter wereld: Meatable and Mosa Meat. De Nederlandse overheid stopt 60 miljoen euro in onderzoek en opleidingen.

Vooralsnog lukt het alleen om vlees zonder ingewikkelde structuur te kweken, zoals stukjes kip, geschikt voor nuggets, en varkensworsten. Als de technologie zich doorontwikkelt, moet het mogelijk worden om ook biefstukken en speklapjes te maken zonder dieren te slachten. Hetzelfde dier kan dan meerdere keren per jaar, in plaats van één keer in een leven, vlees geven.

Foto: Juan Enrique Gilardi (cc)

Laat links BBB de hand reiken

COLUMN - Het stikstof-dossier lijkt Nederland in een impasse te brengen. Een wat onverwachte samenwerking kan het begin van een oplossing zijn.

Als Rutte erop uit was ons weer even te doen vergeten met wat voor problemen hij Nederland allemaal heeft opgezadeld dan is hij daar in geslaagd. Een scheefgegroeide woningmarkt, een disfunctionerende belastingdienst, een schreeuwend lerarentekort, maar natuurlijk vooral de behandeling van Groningers, van ouders in het toeslagenschandaal en van vluchtelingen. Maar al die onder zijn leiding veroorzaakte problemen worden nu aan het zicht onttrokken door het stikstof-dossier. En vooralsnog wijst niets erop dat Rutte bij machte is om ons daaruit te halen.

Over links of over rechts?

Over links, of over rechts. Daar ging het in de duidingen van de verkiezingen over. Maar misschien wel het beste antwoord op de vraag hoe we uit deze impasse komen is over links en over rechts.

Linkse partijen en de (kiezers van de) BBB hebben meer raakvlak dan je op het eerste gezicht zou denken. Want voor welke mensen verwacht je dat linkse partijen opkomen? Voor de kleine man of vrouw die niet word gehoord en die niet kan opboksen tegen de grote maatschappelijke en economische krachten waar hij of zij geen invloed op heeft? Als ik Josse de Voogd zo goed parafraseer dan zijn dat de mensen die ook aangetrokken worden door de BBB.

Foto: BoerBurgerBeweging, CC BY-SA 4.0 , via BoerBurgerBeweging, CC BY-SA 4.0 , via Wikimedia Commons.

‘Lientje’ contra TINA

COLUMN - van Prof.Dr. Joop van den Berg

De kop boven dit verhaal suggereert een gevecht van twee vrouwen, maar het ligt iets anders. Met ‘Lientje’ wordt Caroline van der Plas bedoeld, die in de wandeling de koosnaam Lientje heeft gekregen. TINA is helemaal geen vrouw maar de afkorting van een begrip dat onder Margaret Thatcher in het Verenigd Koninkrijk in zwang raakte: ‘There Is No Alternative’. Maar die TINA heeft overal school gemaakt.

Waar BBB met zoveel succes tegen is opgekomen, is de houding van kabinet en coalitie die de suggestie wekt dat voor zijn beleid, niet alleen op het terrein van de vermindering van stikstof, geen alternatief bestaat. Het is de houding van de vader die vermanend spreekt: doe nu maar wat je gezegd wordt. Het zijn vooral de provincies die deze bevelen moeten opvolgen, maar zonder de zekerheid dat wat zij aan voorwerk verrichten ook door het kabinet wordt gehonoreerd. De houding is die van TINA, maar de werkelijkheid is dat althans het ministerie van Landbouw nog absoluut niet weet wat er moet gebeuren. Uit peilingen blijkt dat kiezers dat ook wel door hebben. Het hoofdprobleem is, zo vinden zij, de geringe kwaliteit van de meeste ministers.

Er is nog een tweede reactie die in deze Statenverkiezingen zichtbaar is geworden en die minstens van zulk gewicht is als de grote winst van BBB: de volledige versplintering van de provinciale parlementen. (De cijfers daarover dank ik aan de Limburgse oud-gedeputeerde Joost van den Akker, die het vorige week allemaal snel uitploos.) Het aantal partijen met één zetel in de diverse Staten is toegenomen van 24 tot 36. Het totale aantal in Staten verkozen partijen is gestegen van 148 tot 173. De groei van BBB heeft de versplintering dus niet in de weg gestaan. Zo hebben Friesland (totaal 43 zetels) en Zeeland (totaal 39 zetels) elk zes fracties met één zetel. Mede als gevolg daarvan heeft straks de Eerste Kamer op een totaal van 75 zetels 16 fracties, waarvan 3 met één zetel. Ook dat is een vorm van weerstand tegen TINA, maar wel een nogal vruchteloze.

Foto: Sjoerd Luidinga (cc)

Doorpakken met stikstofreductie

ANALYSE - Het belangrijkste signaal van de afgelopen verkiezingen is dat de kiezer een hekel heeft aan onduidelijkheid en getreuzel

Na de afgelopen verkiezingen horen we velen beweren dat het nu gepast zou zijn pas op de plaats te maken met het stikstofbeleid voor de landbouw. Dat is echter precies de verkeerde conclusie.

Uitgesproken voor- en tegenstanders van stikstofreductie in de landbouw hebben zich in de eerste kamer volkomen gelijkwaardig verdeeld. Tegenover de 16 zetels in de eerste kamer voor BBB, die graag het beleid wil afzwakken, staan er bijna evenveel van GroenLinks en de PvdA, voor wie het allemaal niet snel genoeg gaat. Tegenover de 4 zetels van Wilders, die zijn hakken in het zand wil zetten, staat met hetzelfde aantal zetels de partij voor de Dieren, die het liefst de bio-industrie morgen helemaal wil afschaffen. En de SGP, die vooral niets wil veranderen, heeft één zetel minder dan Volt, die ook op dit dossier vooral juist veel en snel wil veranderen.

De zetels van Ja21, die geen verandering wil, staan qua aantal weer gelijk aan die van de SP, die de megastallen wil sluiten. En dan hebben we nog 50+ en de onafhankelijken, die beide over het hele stikstofvraagstuk zo vaag mogelijk verkiezen te doen. Kortom, uitgesproken voor- en tegenstanders van harde maatregelen in het stikstofdebat staan er na deze verkiezingen links en rechts van het kabinet precies even sterk voor.

Foto: Bart (cc)

Adviezen voor bij het kiezen: #PS2023

Morgen mogen we weer naar de stembus. In deze blog tien adviezen voor bij het kiezen en voor wat daarna komt. Waar op te letten? Een gastbijdrage van Matthijs Rooduijn, eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees.

Eén

Laat je niet foppen door alle aandacht die uitgaat naar de landelijke kopstukken van de politieke partijen. We kiezen woensdag de Provinciale Staten, en we kunnen niet stemmen op Mark Rutte, Sigrid Kaag, Wopke Hoekstra, Jesse Klaver of Caroline van der Plas. Dit is niet altijd even duidelijk als je naar de verkiezingsdebatten kijkt. Gisteren, bijvoorbeeld, gingen verschillende landelijke partijleiders met elkaar in debat bij Buitenhof en bij Linksom of Rechtsom van BNNVARA.

Probeer je bij deze verkiezingen te verdiepen in wat er in jouw provincie speelt en de landelijke usual suspects wat meer links (of rechts) te laten liggen. Provinciale politiek gaat over zaken als ruimtelijke ordening, natuurbeheer, infrastructuur en openbaar vervoer. Er zijn genoeg actuele thema’s – denk aan bijvoorbeeld stikstof en woningbouw – die er toe doen bij deze verkiezingen.

Twee

Maar: negeer de landelijke politiek niet. De Provinciale Staten kiezen in mei de 75 leden van onze Eerste Kamer. Daarmee hebben de verkiezingen van deze week indirect dus wel degelijk gevolgen voor de landelijke politiek. En niet in de minste plaats omdat de coalitie vrijwel zeker geen meerderheid gaat krijgen in de Eerste Kamer, en als gevolg daardoor afhankelijk zal worden (of eigenlijk blijven want ze is dat al jaren) van andere partijen. De Eerste Kamer heeft minder bevoegdheden dan de Tweede Kamer, maar moet wetgeving wel altijd goedkeuren. Mede om die reden zie je nu aan de lopende band al die landelijke kopstukken in de media.

Vorige Volgende