Schimmige campagnefinanciering: Wie kopen de verkiezingen?

ACHTERGROND - De bedragen die omgaan in de Amerikaanse verkiezingen zijn bespottelijk. Tegelijkertijd dreigt de bewonderenswaardige transparantie van de campagnefinanciering te sneuvelen. Komt het nog goed met de Amerikaanse democratie?

De Amerikaanse verkiezingen zijn boven alles de verkiezingen van het geld. Er is nog nooit zoveel uitgegeven aan de campagnes als in deze cyclus. Een klein aantal individuen en organisaties laten hun invloed gelden.

De achttien grootste donateurs hebben tot nu toe al voor 100 miljoen dollar aan politieke campagnes geschonken, vooral Republikeinse. Bekend is Sheldon Adelson, een casinomagnaat, die er alles aan is gelegen om Obama uit het Witte Huis te krijgen. Hij en zijn vrouw schonken ruim 35 miljoen dollar aan de Republikeinen. In de top twintig zijn veel miljardairs te vinden. Daarnaast veel financials, hedge fund managers en dergelijke.

Als we kijken naar welke organisaties het meeste geven, dan zien we een meer wisselend beeld. De vakbonden zijn goed vertegenwoordigd. Zo geeft de National Education Association, de grootste bond van de VS, ruim 20 miljoen dollar aan verschillende kandidaten. Maar ook de American Federation of State, County and Municipal Workers is gul: 17 miljoen dollar. Lager op de lijst staan de grote bedrijven: Microsoft, AT&T, Comcast en Bain Capital (van Mitt Romney). De vijftig grootste donateurs schonken tot nu toe samen 310 miljoen dollar.

De mannen van Twee Miljard

We kunnen ook per sector rekenen. In dat overzicht komt het grote geld terug. Op nummer 1 staat de Securities and Investment met ruim 170 miljoen dollar aan contributies. Juristen staan met 156 miljoen dollar op twee. De gezondheidszorg heeft ook veel te winnen of verliezen, zo lijkt het. Het staat met 113 miljoen dollar aan bijdragen op nummer 3. Alles bij elkaar? Twee miljard dollar. Twee. Miljard. Dollar.

De vraag is natuurlijk in hoeverre dit schenkingen zijn. John Doe zal voor zijn bijdrage van 250 dollar niet zoveel terug willen zien. Maar wat verwacht Goldman Sachs (bijna zes miljoen bijdragen) straks van de kandidaten die hij heeft gesteund? Of wat verwachten de Teamsters (vakbond) voor hun bijdrage van vijf miljoen?

Sinds Citizens United v the Federal Election Committee (waarin het Hooggerechtshof ruw gezegd ongelimiteerde bijdragen van bedrijven aan campagnes toeliet onder het mom van money = free speech) is te vrezen voor het electorale en wetgevende proces in de VS. Daar waar geld eerst corrosief leek, wordt ’t nu, zo is de vrees, ronduit corruptief.

Allways lean to the green

Dat is precies hoe de Amerikaanse rechtsgeleerde en activist Lawrence Lessig (nog niet bekend genoeg in Nederland) het electorale en wetgevende systeem noemt. En het is corruptie die in vol daglicht plaatsvindt. Lessig heeft de organisatie rootstrikers.org opgericht die zich na het Citizens-vonnis tegen de invloed van geld in de politiek richt. Tevens schreef hij het boek Republic, Lost.

In onderstaande lezing geeft hij het voorbeeld van de verlenging van het copyright met twintig jaar. Alle eminente economen waren tegen (zelfs Milton Friedman, die het verzet tegen de wet een ‘no brainer’ noemde), toch nam het Congres een wet daartoe unaniem aan. Niet zo gek. Disney Corporation had 6,3 miljoen dollar in verschillende campagnes gestoken.

De crisis is een ander voorbeeld. De deregulering is volgens Lessig alleen mogelijk geweest na een intensieve lobby en grote campagnebijdragen van Wall Street. En ondanks de lessons learned van de crisis greep Congres nog steeds niet in.

Rara, hoe kan dat?

Sinds eind jaren negentig zijn de bijdragen van de financiële sector het snelst gegroeid van alle campagnegelden. In de tussentijdse verkiezingen van 2010 doneerde de sector ruim 300 miljoen euro. En ook dit keer geeft de sector het meeste weg.

De gevolgen zijn niet te onderschatten, aldus Lessig. Zowel Republikeinse als Democratische kiezers geloven in grote meerderheid dat je geld nodig hebt om resultaten te behalen in Washington. Het vertrouwen in het Congres van de burger hangt rond de elf, twaalf procent. Als burgers hun instituties niet meer vertrouwen, haken ze af. Dat lijkt met name Obama parten te spelen. Ik denk dat het niet overdreven is te stellen dat special interest een belangrijke oorzaak is van de beperkte resultaten die hij heeft weten te behalen. Tot slot, stelt Lessig, zullen volksvertegenwoordigers een soort zesde zintuig ontwikkelen: hoe maak je wetten die ervoor zorgen dat de geldkraan open blijft?

Dark Money

Een van de positieve aspecten van het Amerikaanse systeem is de transparantie: er zijn vermoedelijk geen andere landen ter wereld waar de geldstromen zo aan de oppervlakte liggen. Althans, tot voor kort. Sinds Citizens United liggen de zaken anders.

Pro Publica, een Amerikaans non-profit onderzoeksjournalistiek collectief, heeft een tamelijk technische, maar indrukwekkende serie lopen over Dark Money: campagnebijdragen waarbij de herkomst opzettelijk wordt verhuld.

We hebben het dan niet over de veelgenoemde super PAC’s. Die mogen ongelimiteerd geld aannemen en schenken, maar moeten wel hun donateurs openbaren. Er zijn andere constructies die de kop op steken.

Deze zomer ontdekte Pro Publica bijvoorbeeld dat non-profit organisaties zich ook met fundraising bezig hielden. Het saillante is echter dat non-profit organisaties a) geen belasting hoeven te betalen (de donatie is belastingaftrekbaar) en b) zijn donoren niet hoeft te onthullen. The Republican Jewish Coalition is zo’n organisatie. Officieel is het een ‘bewustmakingsorganisatie’ die joodse Amerikanen willen scholen over buitenlandse issues. In de praktijk haalde de coalitie miljoenen op voor Romney. Bij elkaar hadden deze organisaties in de zomer al voor 71 miljoen dollar aan tv-spotjes gespendeerd.

Terwijl het electorale en wetgevende systeem steeds meer volgestouwd wordt met geld, wordt ondanks de vele transparantiewetten steeds onduidelijker waar het geld nu precies vandaan komt.

Tot slot een aanrader: de speech van Lawrence Lessig, een aantrekkelijke presentatie over de corrumperende werking van campagnefinaciering.

Verantwoording cijfers: De cijfers zijn afkomstig van de Sunlight Foundation, die weer gebruik maakt van de database van opensecrets.org. In de VS moeten alle donaties aangegeven worden bij de Federal Election Committee. Er zijn ook uitzonderingen, zoals hierboven beschreven, waardoor het onmogelijk is om de precieze aantallen te becijferen. Maar de gegevens zoals die door Open Secrets worden verstrekt gelden als betrouwbaar.

  1. 1

    Massale legale corruptie via campagnegelden en baantjesmachines (stem op voor ons vriendelijke voorstellen, dan mag je later dikbetaald in de Raad van Commissarissen of Raad van Toezicht om voor ons te lobbyen); massale uitsluiting van minderheden middels Jim Crow-achtige regels (en soms onverhulde misleiding, zoals een county waar alle spaanstalige verkiezingsbrochures de kiesdatum twee dagen te laat weergeven, en de engelstalige juist); dubieuze elektronische stemmachines, van bedrijven die in het verleden gesjoemeld hebben, die voor een deel ook nog eens in handen zijn van de familie Romney, in staten met Republikeinse bestuurders.

    En vergis je niet: de verkiezing in Florida van 2000 was too close to call, de biljetten waren onduidelijk, zwarten waren massaal geweerd, en er werd tot aan het hoogste gerechtshof binnen de staat uitgevochten hoe lang er opnieuw doorgeteld zou worden.

    Als ze werkelijk iedere geldige stem daar geteld zouden hebben, dan zou niet George W. Bush maar Al Gore de verkiezing hebben gewonnen. Dan zou er geen bezetting van Afghanistan zijn geweest, geen bezetting van Irak, er zou geïnvesteerd zijn in groene energie, met het gevolg dat de begroting in 2008 op orde zou zijn, zodat men de bankencrisis veel beter het hoofd had kunnen bieden.

  2. 2

    Veel organisaties, zoals die van de docenten (lidmaatschap van een docent aan een dergelijke organisatie is bijna verplicht), doneren aan beide kampen zodat ze altijd winnen. Eén van de grootste redenen waarom zo’n docentenorganisatie doneert is zodat de overheid niks kan doen aan z.g.n ‘tenure’ (zie de docu ‘Waiting for Superman’); een lastig probleem waardoor het moeilijk dan al niet onmogelijk is om een slechte docent te ontslaan. Maar zo is het met meerdere dingen in de V.S.; iedereen biedt zo hoog mogelijk voor zijn of haar eigen belang.

    Oplossing lijkt ergens zo makkelijk: vast budget per kandidaat en ook niet meer. Kunnen de onafhankelijken misschien ook wat makkelijker meedoen en begint het steeds meer op een democratie te lijken. Al zal zoiets er nooit doorkomen; al die bedrijven en mensen die nu geven willen dat vast niet.