ANALYSE - De Democraten maken elke dag een betere kans het Huis van Afgevaardigden over te nemen. Vorige week keek ik naar de Amerikaanse Senaatverkiezing, waaruit bleek dat de Senaat waarschijnlijk in Republikeinse handen blijft.
De midtermverkiezen krijgen hun naam door het feit dat zij in het midden van een presidentiële termijn plaatsvinden. Een midtermverkiezing is dan ook een soort oordeel over de president. Uiteraard presteren populaire presidenten in zulke verkiezingen beter dan de impopulaire presidenten. Toch verliest de partij van de president in de regel zetels. Zo raakt een populaire president gemiddeld 14 zetels kwijt, een impopulaire 37 zetels.
De vraag is dus niet óf Republikeinen zetels gaan verliezen, het staat vast dat zij een zeker aantal zetels gaan verliezen. Alle focus is op hoeveel zetels de Republikeinen gaan verliezen. De Democraten hebben maar liefst 23 zetels nodig om een overwinning te pakken.
Grote verliezen?
Het gros van de Republikeinen hoopt de verliezen te beperken en in de meerderheid te blijven. De meeste politicologen schatten een zetelwinst van rond de 30 in, optimisten schatten de Democratische zetelroof op 40.
Anders dan in de Senaat, vinden elke twee jaar verkiezingen plaats voor álle 435 leden van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. In 2006 en 2008 verkregen de Democraten een grote meerderheid door het handelen van de niet zeer geliefde president Bush (junior). In 2010 en 2014 kwam President Obama onder de electorale valbijl, de Democratische partij werd compleet gedecimeerd. De Democraten hopen in 2018 de Republikeinse mega-overwinning van 2010 te kunnen nabootsen.