Drugsdebat is een debat van doven
Gisteren werd er in de Tweede Kamer gedebatteerd over het Nederlandse drugsbeleid.Het was een bizar debat, constateert lezer Matthijs Pontier in dit verslag.
De punten die het kabinet wilde bespreken waren het invoeren van de wietpas, het stoppen met gedogen van cannabis met een THC-gehalte boven de 15% en het verwijderen van coffeeshops die binnen 350 meter omtrek van een school staan.
Boris van der Ham (D66), Tofik Dibi (GroenLinks), Lea Bouwmeester (PvdA) en Nine Kooiman (SP) leveren namens de oppositie fikse kritiek op deze plannen. De ochtend voor het drugsbeleid had De Pers een minister van justitie Opstelten met oorkleppen afgebeeld op de voorpagina met daarnaast de tekst ‘Ik luister lekker toch niet’. Uit het bijbehorende artikel bleek dat Opstelten niet willen luisteren naar kritiek en willens en wetens een debat voeren op basis van valse claims.
Achterdeur
De oppositie stelt vragen over het reguleren van ‘de achterdeur’ om de rol van de georganiseerde misdaad terug te dringen. Opstelten reageert afwijzend. Hij kondigt aan het experiment in Utrecht met wietclubs waar mensen zelf kunnen kweken aan te willen pakken. De Nederlandse regering moet zo weinig mogelijk met drugshandel te maken hebben. Ook niet als hiermee voorkomen wordt dat het in handen komt van criminelen.

