Nog even, en de dikkepraat begint weer

Deze eerste week van het jaar is traditioneel de tijd van de goede voornemens. Je kunt besluiten te stoppen met roken, wat aardiger te zijn voor de buren of wat minder tijd voor je werk en wat meer voor je gezin te nemen. Voornemen nummer één blijkt echter al sinds jaar en dag hetzelfde: afvallen, als we tenminste de marktonderzoekers mogen geloven. De dieetindustrie lijkt ook een goed voornemen te hebben: daar zoveel mogelijk een slaatje uit slaan. 

Meestal mogen we na de feestelijkheden nog één weekje bijkomen, en dan beginnen de onderzoeken weer over elkaar heen te rollen, over hoe veel te dik we onszelf wel niet vinden  en hoeveel we wel niet willen afvallen. En omdat de mens een kuddedier is, tijgen we in dichte drommen richting sportschool, schaffen we het zoveelste afvalboek aan (een term die een leuke en vaak maar al te ware dubbelzinnigheid in zich draagt) en houden we in de buurtsuper de ogen open voor de stickertjes “Ik kies bewust” of andere klavertjes. Want “we” zijn te dik en daar moeten “we” snel iets aan doen.

Het mooiste voorbeeld van hoeveel te dik we dan wel zijn volgens de enquêtes van de dieetbusiness kregen we twee jaar geleden. Op 8 januari 2008 slingerde msn.nl onder het motto ‘Frisse Start’ het bericht de wereld in dat Nederland collectief liefst 318.470 kilo wilde afvallen. Tientallen media namen het bericht over, zodat je er niet naast kon kijken. Meestal stond de term ‘318 ton’ in een vette kop. Logisch: 318 ton, het was me nogal niet niks.

Het is altijd leuk om op zo’n moment even de zakjapanner te pakken en het cijfer eens om te slaan. 318.470 gedeeld door 16.358.000, dat geeft–afgerond op tien decimalen–0,0194687614. In goed Nederlands: negentien en een halve gram. Slaan we het om naar de bevolking boven 20 jaar (laten we niet lullig doen), dan komen we op 25,5 gram per persoon. Dát wilde de “veel te zware” Nederlander dus begin 2008 in werkelijkheid kwijt. Wie even zijn nagels knipt is al bijna halverwege.

Even voor de duidelijkheid: er zijn mensen die in zo’n decembermaand best flink wat aankomen. Twee, drie, soms wel vier kilo. Dat is natuurlijk wel wat anders dan zo’n kwart onsje. Maar ook hier past enige relativering: het overdadige eten tijdens de feestdagen is voor die mensen incidenteel en niet structureel. Zodra ze in januari weer normaal gaan eten (wat te verwachten is, aangezien de meesten de eerste weken geen feestmenu’s meer kunnen zien en de verkoopcurve van oliebollen een steile daling vertoont), gaan die kilo’s er als vanzelf weer af. Easy come, easy go. Behalve dan voor degenen die zich door de dieetgoeroe van het moment zo’n crashdieet laten aanpraten dat het organisme totaal uit balans brengt. Voor hen zijn de rapen gaar.

Ik geef het nog een dag of twee à drie voor de berichten van dit jaar weer in de media gaan verschijnen. Ik stel voor dat we ons voor de verandering eens niet dik laten praten. Houd even de rekenmachine bij de hand om eens lekker te kunnen lachen om de luttele grammetjes waarover het ook nu weer zal blijken te gaan. En houd vervolgens de euro’s in de zak. Of besteed ze aan de ingrediënten voor een lekkere erwtensoep. Stáát in de maag, barst van de vitaminen en de vezels en levert verrassend weinig calorieën. Ook lekker tijdens het schaatsen.

  1. 2

    De dikkerds boven de 20 jaar? Ik maak me meer zorgen over al die kinderen en jongeren (onder de 20 dus) die al zo dik zijn. Verkeerd eten, helpt geen frisse start tegen, het is iets structureels.

  2. 4

    Arjan, jouw samenvatting bewijst het nut van de nuance want er klopt niets van. Dikke mensen die proberen af te vallen zijn geen sukkels. Mensen die zich na een paar feestdagen meer dan normaal eten laten aanpraten dat ze nu een probleem hebben dat allerlei drastische actie vereist, ja, die misschien–al zou ik niet meteen van sukkels spreken want de sociale druk is groot. De toko’s die, met het oog op hun eigen business, die mensen dat complex ten onrechte aanpraten, die zijn pas echt fout.
    Sorry, korter kan ik het niet samenvatten.