Kunst op Zondag (KoZ) | Anselm Kiefer


Zoals ooit beloofd, deze zondagse zondag: Anselm Kiefer in het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten.
Telkens ik het monumentale gebouw binnenga komen een pak herinneringen terug. Mijn vader staat nog ergens op een beverig 8mm filmpje wanneer hij en zijn Companions Du Route in de jaren 60 daar in de enorme hal een plek eisten voor hedendaagse kunst. “Kunst terug naar de eigen tijd!” Verrassend snel (toen werkte de loge nog) kregen ‘ze’ het toenmalige provinciale paleis van de Koning op de Meir (elke provincie heeft zijn plek om de Koning en gevolg op te vangen) om performances en allerlei andere ‘vrijheid’ uit te voeren en op te hangen. Ze rookten allemaal en zelfs nonsens had een bedoeling.
Vandaag zit er een soort showchocolatier in dat Koninklijk gebouw op de Meir. Het is van deze tijden, tegenwoordig.
In het Museum Voor Schone Kunsten op het Antwerpse Zuid (tram 8 nemen) stoot je allereerst op een loden vliegtuig. Weinig keren een zo elegante tentoonstellingsopening gezien. Op de een of andere manier zit je meteen in de stemming voor het twintigtal werken en dat is een pluim voor de ingehuurde curator
.

Meneer Anselm Kiefer zit een beetje tussen de idee- en daadkunst in. Sinds enkele decennia moet je als kijker de ervaring in plaats van het subject ondergaan: “wat doet wat in deze ruimte“, is intussen de eerste vraag die de artiest zich tegenwoordig stelt en aan u wil geven. Op elke mogelijke wijze ligt het vakmanschap onder vuur, en waar Duchamp en Warhol dat met humor en een gerichte bedoeling deden, is er natuurlijk een enorme schare mindere goden die niet aan de lokroep van het “hee dat kan ik ook“- konden weerstaan.

Of ik daar een mening over heb is een vraag voor een andere KoZ, feit is dat Kiefer veel tijd steekt in het subtiele spel tussen mythe en duidelijkheid scheppen. Hij geeft niet snel op, beslist niet te snel op de belangrijke kruispunten van de creatieve beslissingsweg te kiezen, en houdt -jawel- een vakmanschap niet enkel als theorie maar ook als toepassing. Dat alleen al vind ik een plus, eerlijk gezegd. Plus: de mens gaat nog echt wel tekeer als een man possessed, en ook dat kan in deze steriele tijden mijn voorkeur wel wegdragen. Het blijft natuurlijk een Duitsert, en die hebben niet veel op met frivoliteiten (wie gaat er nu met een pletrol over meterslange lappen lood bollen!), maar toch heb je het gevoel dat je te doen hebt met een man die zijn publiek respecteert. En de vondst om met lood te werken is natuurlijk subliem, gezien zijn thematiek en verleden (hij is van ’46 en dat zal u geweten hebben), al bestaat er wel erg bizarre voorbeelden uit het premoderne verleden.

Het aangekondigde topwerk van de Antwerpse tentoonstelling, Der fruchtbare Halbmond, is zijn doel los voorbijgeschoten. Monumentaal is het, maar veel te bedacht. Mooi op foto, leeg in het echt. Je voelt haast Kiefers wanhoop in de stukken gesneden lood zitten: het wil verdomme niet lukken! Wat je ziet is een toren van Babel, opgebouwd uit adobe’s of boeken, waaruit of waarin een soort doodskisten gaan die veelbetekende namen hebben als Jericho enzo. Is het omdat hij met 110 trucks heel z’n hebben en houwen uit Zuid-Frankrijk naar Parijs versast heeft dat er ineens teveel brein en te weinig ziel mee gemoeid is?
Zijn uitingen komen bijna onvermijdelijk tot hun geslaagde recht wanneer hij het denken achterwege heeft gelaten. Unconscious skill, noemt men het geloof ik. Een ietsje verderop hangt een indrukwekkende collectie van 12 werken, die uit spatten, eenden, takken en ander onverwacht materiaal bestaat, het vormt een eigenzinnige nieuwe dierenriem/astrologie, een hoogtepunt wat mij betreft. Hij is godzijdankuwel een atheïstisch estheet – iets wat zijn succes mede verklaart, vooral dat laatste dan.

In Guggenheim Bilbao zag ik een hele zaal vol loden bedden van Kiefer. Een even onuitwisbare indruk heb ik hier in deze expositie niet gekregen, maar dat komt wellicht omdat het eigenlijk een vullertje is. Het museum wordt herbouwd, en in de lege zalen heeft men dan deze tentoonstelling gemaakt. Dat op zich: prima. Alles wat die verwaandheid der artyfarty ondergraaft is welkom, denk ik. En dat is uiteindelijk precies wat Kiefer, in al z’n Teutoonse loden (z)waarheden doet. Dus van alle vullertjes die je ooit heb genoten: deze is grote klasse. Los van subjectieve: ‘ik hou dernivan’ of ‘het zou mooi bij het salon passen’; Kiefer is zonder twijfel onmisbaar anno nu.’

Is het de moeite om naar Antwerpen te trekken: welzeker, maar ga dan met dezelfde tram 8 ook naar deze dame kijken.
En sta even stil vòòr dat Museum Van schone Kunsten: de groene vijver vult en leegt zich op een zacht ritme. Kijk ook even naar links: daar is een heel huizenblok weggeveegd met de eerste V-bom die de Duisters ooit vanuit Nederland afvuurden. Ga iets daarachter zeker wat lessen in de Revista – een heerlijk laidbackzaakje met tig tijdschriften. Eten in de Finjan aan de andere kant, in de enige pittazaak ter wereld met vermelding in de GaultMillau. Afzakken in de Hopper, jazzcafé met stijl en Franstwerpse arrogantie. En ach: stap even binnen in De Linde, op weg naar het landmark Justitiepaleis.
Tadaa – en volgende week laten we Antwerpen ver achter ons.

  1. 1

    Prachtig, soms vraag ik me af wat kunst is..nu deze meneer is een kunstenaar.. dank U …en dat zonder subsidie;)

    Je zou toch bijna naar Antwerpen trekken als ik uw laatste alinea lees.

  2. 3

    Zedde’nen Antwaarpener of zeddet nie ?

    Sjéério, sjéério,

    in Antwaerepe zinge ze zo,

    weg mè de zeurge,

    en weg mè ’t verdriet,

    zen wai sinjoore of zen wai da niet,

    en zoelàànk de sinjoore bestoan,

    zal Antwaerepe noejt ni vergoan.

    We wete wa lol is,

    ast glas mor goe vol is,

    deu rest trekke wai ons ni oan !!!

    Santé

  3. 5

    “kruispunten van de creatieve beslissingsweg”..die uitspraak kan ik maar niet “kwijt raken”..soort van wazige blik in mijn ogen die opvalt.

  4. 6

    Je moet steeds keuzes maken, al dan niet bewust.
    Ergens op de Beatles Anthology hoor je in ’63 Paul tegen John zeggen “that’s daft, man”. Dat doet de schilder ook tegen en met zichzelf: constant met haast elke beweging die en spoor nalaat, beslissen of het zo ‘hoort’.
    Het staat garant voor de mooiste en vreselijkste resultaten, uiteraard. Talent en smaak regeren in het goede geval, cliché en verkoopsmeuk in het andere.

    Al was dat in de iconografische tijd natuurlijk heel andere koek. Daar was de beslissing puur een kwestie van: ga ik voldoen aan de hoge standaard van de dag?

    Anselm Kiefer zie ik in ieder gevaal als een eloquent ‘kiezer’.

  5. 8

    Nou zit ik wéér klem..niet bewuste keuzes (.) is onderdeel van een creatief proces..oei..wat weet ik toch weinig . Maar waardeer het destemeer.