Dure buitenlandse studenten?

Noot van de redactie: hierbij een aanvulling op Steephs stuk.

“41% van de buitenlandse studenten in Nederland komt uit Duitsland, 39% van de buitenlandsestudenten in België komt uit Frankrijk, 33% van de buitenlandse studenten in Oostenrijk komt uitDuitsland,…” (2007-08-data)

Soms is beleid zó succesvol, dat de bedenkers ervan achteraf spijt hebben dat ze het ooit bedacht hebben. Daar moest ik aan denken bij het lezen van dit bericht:

“Voormalig OCW-topambtenaar Ferdinand Mertens noemt het “absurd” en “maatschappelijk onverantwoord” dat universiteiten en hogescholen studenten in Duitsland werven om op Nederlandse kosten te komen studeren. Als voorbeeld noemt hij de internationale campus van Fontys in Venlo, die negen Duitstalige opleidingen aanbiedt en die actief werft onder Duitse jongeren. Met internationalisering heeft dit niets te maken, stelt de voormalig inspecteur-generaal van het onderwijs in vakblad Transfer. Naar verwachting studeren er over drie jaar 40 duizend Duitsers in Nederland.”

Mertens is de bedenker van een slogan, waarmee voormalig minister Jo Ritzen ooit een beleidsnotitie over internationale mobiliteit liet verschijnen. De titel daarvan was “Internationalisering op de fiets”. Onderwijsinstellingen in de grensregio’s zouden zich meer kunnen richten op uitwisseling met naburige scholen. Inmiddels wordt Maastricht de grootste Duitste universiteit buiten Duitsland genoemd, dus Ritzen brengt het ook daadwerkelijk in praktijk. Mertens vindt dat het nu veel te ver doorschiet.

De afgelopen jaren hebben verschillende landen die kampen met een overschot aan buitenlandse studenten hun bezorgdheid geuit over de onbalans in studentenmobiliteit. In Nederland betreft dit vooral de grote hoeveelheid Duitse studenten aan universiteiten en hogescholen. Vooral de universiteiten en hogescholen in de grensstreek hebben een hoog percentage Duitse studenten. Deze ontwikkeling wordt niet alleen met gejuich begroet. Zo was er in 2008 een geruchtmakend artikel van het Financieele Dagblad met als centrale boodschap dat de Duitse student Nederland miljoenen kost. Daarnaast wordt de vraag gesteld in hoeverre de studentenpopulatie in Nederland echt geïnternationaliseerd is, als we zien dat maar liefst 46% van de buitenlandse instroom uit Duitsers bestaat.

Het Nuffic geeft in haar jaarlijkse rapport over mobiliteit een genuanceerde kijk op deze ontwikkeling. Als je een duidelijk overzicht wil krijgen van de mate waarin landen al dan niet profiteren van (toegenomen) studentenmobiliteit, moet je een breder beeld schetsen.

Dat doen ze door per land een overzicht te geven van de verhouding tussen de totale instroom en uitstroom van studenten binnen de EU. Hierbij valt op dat enkele landen, met het Verenigd Koninkrijk op afstand van de rest, een groot overschot heeft aan inkomende EU-studenten. Ook voor Nederland, Denemarken, Oostenrijk en België is dit het geval.

Wat Nederland betreft wordt de instroom van bijna 27.000 EU-studenten bijvoorbeeld maar gedeeltelijk gecompenseerd door een uitstroom van bijna 14.000 Nederlandse studenten naar andere EU-landen. Bekijken we dit vanuit het financiële perspectief, dan draaien de overheden van die landen op voor (een deel van) de studiekosten van burgers van andere landen, zonder dat dit binnen de EU gecompenseerd wordt door een gelijk aantal eigen studenten in een andere lidstaat.

In de voorbeelden valt verder op, dat het in alle gevallen gaat om evenwichtigheid in inkomende en uitgaande mobiliteit tussen relatief kleine landen en hun veel grotere buurlanden. Hoewel dit voor de grote landen wellicht maar bescheiden percentages studenten zijn die in een bepaald buurland studeren, vormt het voor die buurlanden een aanzienlijk aandeel van de totale studentenpopulatie, die vanuit de reguliere bekostiging moet worden betaald.

De grafiek laat duidelijk zien dat er grote verschillen bestaan tussen EU-lidstaten, en dit ondersteunt de wens van bepaalde overheden om deze effecten van Europese samenwerking op Europees niveau te agenderen en waar mogelijk te komen tot voorstellen om meer evenwicht in deze situatie te brengen.

Het Nuffic presenteert een aantal voorbeelden van mogelijke maatregelen die andere landen nemen; die stranden overigens vaak voor de rechter.

Nuffic, Mobiliteit in beeld 2011, deel van grafiek 63. N.B. de grafieken van Verenigd Koninkrijk en Duitsland passen niet op één pagina. Zij hebben dus een veel groter “overschot” aan buitenlandse studenten dan de andere landen.

Originele publicatie

  1. 1

    Het heeft anders ook wel zijn voordelen. De Duitse studenten die naar Maastricht komen, zijn in ieder geval gemiddeld aanzienlijk meer gemotiveerd (en halen dus ook gemiddeld betere cijfers) dan hun Nederlandse collega’s. Ze trekken de onderwijskwaliteit daarmee omhoog. Bovendien gaat niet elke Duitse(r) na de studie terug. Uit de beteren onder hen (en andere buitenlanders) worden geregeld AIO’s (en later medewerkers) gerekruteerd, waarmee in feite Nederland juist profiteert van het onderwijs dat ze voor de universiteit op Duitse kosten hebben gehad.

  2. 2

    Ze moesten Nederland maar losknippen van Europa: bij de Dollart beginnnen, via Vaals en dan naar Zeeuws Vlaanderen. Gewoon de Noordzee op laten dobberen dat eiland.