dossier

Woningcorporaties

‘Het is de schuld van de minister…’

REPORTAGE - ‘…dat Vestia meer dan twee miljard heeft verloren met de speculatie met derivaten.’ Zo luidde de stelling van Marcel de Vries. Wie had gedacht dat deze oud-treasurer en handelaar in derivaten van woningcorporatie Vestia spijt zou hebben van zijn handel en wandel in de afgelopen jaren, heeft het goed mis.

Voor de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporatie vertelde hij over de grote bedragen die hij voor de corporatie had verdiend in de afgelopen jaren met zijn derivatenhandel. Vestia betaalde volgens hem in vergelijking met andere corporaties op aangetrokken leningen één procent minder rente. Op de vraag van de commissievoorzitter Van Vliet of die verdiensten opwogen tegen de risico’s die De Vries aanging voor Vestia bleef hij het antwoord schuldig.

De Vries stelde niets verkeerd te hebben gedaan. Volgens hem moedigde zelfs het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) het toepassen van de derivaten die Vestia gebruikte aan. Het WSW kreeg altijd alle informatie over de afgesloten overeenkomsten met de banken en had nooit bezwaren gemaakt.

Sterker nog: De Vries werd gezien als deskundige en gevraagd om voor andere corporaties en ook voor het Centraal Fonds Volkshuisvesting lezingen te houden over zijn beleggingsstrategieën.

Ook intern had hij alles altijd goed geregeld met zijn verantwoordelijken de heren Wever en Staal, respectievelijk zijn financiële baas en directeur-bestuurder. In het treasury-overleg werden de belangrijke zaken besproken, vond het nodige overleg met accountant en Raad van Toezicht plaats en werd in begroting en jaarrekening op de vereiste wijze verantwoording afgelegd. Geen vuiltje aan de lucht dus.

‘Die grote bankjongens in Londen zouden ook moeten worden aangepakt!’

REPORTAGE - ‘Die zie ik hier niet,’ zei Arjen Greeven, de man die bemiddelde bij het sluiten van tal van financiële transacties tussen allerlei banken en woningcorporatie Vestia.

Alleen al om de problemen van deze corporatie als gevolg van de handel in derivaten op te lossen, was meer dan twee miljard aan gemeenschapsgeld nodig om de betrokken banken af te kopen.

Dit bedrag dient niet alleen door Vestiahuurders, maar ook door die van andere corporaties en door de overheid te worden betaald. De parlementaire enquêtecommissie, die onderzoekt hoe het allemaal zo gekomen is, kreeg van financieel adviseur en tussenpersoon Greeven een boeiend en vooral ook verbijsterend verhaal voorgeschoteld.

De toezichthouder – het Waarborgfonds Sociale Woningbouw – bleek altijd met altijd met de voorgestelde leningsconstructies akkoord te gaan, als een bepaalde dekkingsnorm – die overigens nooit echt werd gecontroleerd – maar werd gehaald. ‘Bij het WSW begrepen ze gewoon niet hoe het werkte,’ zei Greeven. Ook zelf was hij daar pas veel later achter gekomen.

Volgens de getuige waren eigenlijk alleen de banken op de hoogte van de mogelijke grote negatieve effecten van de overeenkomsten die ze met Vestia en andere corporaties afsloten. Greeven had dit naar eigen zeggen pas in 2010 beseft en was toen ook gestopt met de handel in die soort producten. Bij Vestia was men daar gewoon mee doorgegaan.

‘Erik zit niet zo te liegen, vertel toch gewoon eens de waarheid!’

REPORTAGE - …riep een toeschouwer op de publieke tribune tijdens het verhoor van Erik Staal, de oud-directeur van woningcorporatie Vestia. De man werd verwijderd van de tribune, Staal bleef zitten.

Staal wordt verantwoordelijk gehouden voor het bijna-faillissement van de grootste woningcorporatie van Nederland enkele jaren geleden. Slechts met erg grote inspanningen wisten de rijksoverheid, andere corporaties en ook de eigen huurders Vestia in 2012 van de ondergang te redden.

Het kostte ongeveer twee miljard om de overeenkomsten ter waarde van meer dan twintig miljard(!) euro die Vestia met verschillende banken was aangegaan, af te kopen. Staal betreurde het dat hij niet de kans had gekregen de gerezen problemen op te lossen. Hij stelde dat het dan allemaal nog wel eens anders had kunnen gaan en de verliezen niet zo hoog hadden hoeven op te lopen.

Volgens Staal had de corporatie in het verleden niets verkeerd gedaan en was niet alleen zijn eigen Raad van toezicht de huurders, de corporatiewereld, maar waren ook externe toezichthouders als het ministerie en het waarborgfonds woningbouw altijd zeer te spreken over het (financiële) beleid van de corporatie.

Toch bleek tijdens het verhoor van Staal dat al in 2009 de eerste scheurtjes in het vertrouwen in de financiële handel en wandel van de woningcorporatie optraden. ING, één van de twee huisbanken van Vestia, vond dat de corporatie anders met leningen en de handel in financiële beleggingsproducten (derivaten) zou moeten omspringen. De bank schreef hierover een brief aan de corporatie. Na een mondeling overleg tussen bank en corporatie en de negatieve reactie van het Vestiabestuur op het bankstandpunt, zegde de ING de bankrelatie op. Overigens ook twee andere banken hadden Vestia in dezelfde tijd van hun bezorgdheid deelgenoot gemaakt.

Toezicht met platte pet?

OPINIE - Het probleem van de woningcorporaties is niet een gebrek aan toezicht, maar een verkeerde opzet van het systeem waarbinnen zij opereren.

De eerste verhoren van de parlementaire enquete hebben plaatsgevonden. Mijn verwachtingen waren beperkt, maar ik ben er niet vrolijk van geworden. De leden stelden open vragen, alsof de trainingen van vroeger nooit zijn herhaald.

Ook opmerkelijk: het rapportje van de Algemene Rekenkamer, dat een beetje door de ruimte zweefde; ik heb het van de website geplukt en even goed gelezen. Helaas, ook daarvan werd ik niet echt verheugd, dan wel verlicht.

Over toezicht

Omdat ik de praktijk van vroeger ken en betrokken ben geweest bij de veranderingen van de laatste jaren, deel ik maar even mijn emoties met u allen.

Ooit dienden wij het ‘belang der volkshuisvesting’, summier beschreven in het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV), maar zeker niet sluitend gedefinieerd. Er was een woud aan regelingen, met een samenvallende norm: op een bepaalde datum diende je de plannen in bij een goed bemand kantoor van de hoofdingenieur-directeur Volkshuisvesting (HID) in de provincie. Daar werkten in mijn tijd bij VROM landelijk meer dan 500 man.

Na de nota ‘Volkshuisvesting in de negentiger jaren’, werd dat beeld anders: door het verdwijnen van nagenoeg alle subsidieregelingen werd de formatie van de HID-kantoren ingekrompen tot circa 200 personen. Is dat vermeldenswaard? De Algemene Rekenkamer beweert, sprekend over de laatste twintig jaar: ‘Uit ons onderzoek blijkt dat die capaciteit (voor volkshuisvestelijk toezicht) zich min of meer permanent rond de tien FTE’s heeft bewogen’ (p.29).

Woningcorporaties: een uniek bestel. Maar betaalt de huurder het gelag?

REPORTAGE - Wordt het takenpakket van woningcorporaties stevig ingeperkt of komt er een veel fundamenteler hervorming aan?

De openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties zijn afgelopen woensdag begonnen. Na twee dagen van verhoren begint zich een klein beetje een beeld af te tekenen van hoe de commissie zich heeft voorbereid en hoe ze te werk gaat. De contouren van meer dan een jaar lang onderzoekswerk worden al enigszins zichtbaar.

Eergisteren werden achtereenvolgens Jan van der Schaar, oud-ambtenaar en volkshuisvestingsdeskundige, Arnoud Vlak, expert in de waardering van vastgoed, Arnold Moerkamp, voormalig directeur ministerie van VROM , en oud-staatssecretaris volkshuisvesting Dik Tommel gehoord.

Gisteren werden gehoord: Martien Kromwijk en André Thomsen, oud-bestuurders van Woonbron, en de voormalige extern toezichthouder Hans Zwarts, die in opdracht van minister Van der Laan het renovatiefiasco van het stoomschip Rotterdam aanpakte en de ondergang van Woonbron wist te voorkomen.

Monasch blikt vooruit

Zijn er al wat voorlopige conclusies te trekken? Dat de materie in politiek Den Haag leeft, lijkt wel duidelijk. PvdA-Kamerlid Jacques Monasch gaf van die betrokkenheid gistermorgen in een kort radio-interview een treffende illustratie.

Volgens Monasch had het nooit zover mogen komen en heeft de politiek gefaald. Gelukkig heeft de regering in het woonakkoord al een voorschot op de uitkomsten van de enquêtecommissie genomen. Plannen worden uitgewerkt om het toezicht op de corporaties te verscherpen en hun taken te beperken. Het lijkt hem goed de bevindingen van de commissie af te wachten en deze bij de noodzakelijke stelselwijzigingen te betrekken.

Parlementaire enquête: dwaalspoor?

Deze week beginnen de parlementaire verhoren over de woningcorporaties. Op zich ben ik benieuwd naar de resultaten. Maar eigenlijk vind ik het eigenlijk een dwaalspoor om zo intensief te kijken naar de ongelukken die hebben plaatsgevonden. Dat is al uitvoerig gedaan en het evenwicht met andere ongelukken (banken) is volkomen zoek. Zou daarvoor een reden zijn?

Net als veel anderen, kijk ook ik wel eens naar Buitenhof en zag ook Adri Duivesteijn voorbij komen. Ik had niet veel problemen met hetgeen de senator te berde bracht, althans op hoofdlijnen. Maar zoals onze voetbalfilosoof zegt: ‘Het gaat om de details.’ Duivesteijn had een mooie opmerking van principiële aard: ‘Als wij iets vinden van deze wereld, dan regelen wij dat graag via de instituties.’ Dat is een boeiende: kijk naar de dooienfondsen, de ziekenfondsen, onze traditie van publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties, de toezichthoudende instellingen op ‘bevrijde’ marktprocessen, de woningcorporaties.

Geschiedenis

Maar hij miste de historische ontwikkeling. Aan het einde van de negentiende eeuw ontstond bij veel beroepsgroepen het besef dat hun leden niet op eigen kracht aan behoorlijke huisvesting zouden kunnen komen. Dus begonnen spoorwegmannen, onderwijzend personeel, etc. zich te organiseren in verenigingen om arbeiderswoningen te kunnen bouwen. In de woningwet van 1901 kwam een toelating, waardoor een beroep op zachte woningwetleningen kon worden gedaan.

Het lijkt een ontwikkeling waar Duivesteijn en ook Blok nu nog goed mee uit de voeten zouden kunnen. De verenigingen waren braaf en lieten zich de bemoeienis van de overheid aanleunen. Zij waren in grote lijnen ‘soeverein in eigen kring’. Zo kon ook de protestants-christelijke hoofdstroming steun geven aan woningcorporaties. Maar dan komt er een haar in de soep. In de periode rond het bewind van Marcel van Dam ontstaat geleidelijk de gedachte, die Duivesteijn hekelt: ‘Instituties die het beleid uitvoeren moeten aan onze inzichten voldoen.’ Maar waarom zou dat moeten?

Adri Duivesteijn zegt minister Blok de wacht aan

ACHTERGROND - Minister Blok doet er verstandig aan om met het aanpassen van het volkshuisvestingsbestel te wachten tot de uitkomsten van de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties (commissie Van Vliet) bekend zijn. In deze bewoordingen liet het Eerste Kamerlid Adri Duivesteijn zich afgelopen zondag uit in het parlementaire programma Buitenhof.

Rekening huurder

Volgens de senator zal bij de openbare verhoren die deze week woensdag beginnen veel ‘shit’ boven kunnen komen. De kosten van fraude, verrijking en mismanagement in corporatieland komen volgens hem ten laste van de huurders. Zij betalen direct of indirect het gelag voor het falen van de corporatiebestuurders.

De senator is benieuwd of de commissie bij die verhoren erin zal slagen de oorzaken van alle problemen op te sporen en helder in kaart te brengen. Hij sloot zelfs niet uit, dat de verhoren in de komende zes weken bij de huurders de nodige agressie zullen oproepen.

Terugtredende overheid

De huurders zijn volgens hem bij de decentralisatie van het stelsel, de verzelfstandiging van de woningcorporaties en het terugtreden van de overheid in de afgelopen 25 jaren buitenspel gezet. De banden tussen de corporaties en politieke partijen zijn – in weerwil van die gewenste marktwerking – echter blijven bestaan (of misschien nog wel complexer geworden).

Woningcorporaties: Wat ging er mis? Hoe moet het verder?

NIEUWS - De parlementaire onderzoekscommissie Woningcorporaties begint volgende week met haar openbare verhoren. Centraal daarbij staat de vraag: hoe nu verder?

Wat er mis ging

Op de Nederlandse (huur)woningmarkt spelen woningcorporaties een cruciale rol. De bijna vierhonderd corporaties die ons land telt, verhuren aan 2,4 miljoen huishoudens een sociale huurwoning. Aan het functioneren van de woningmarkt leveren zij een belangrijke bijdrage.

Daarvan plukken meer dan vijf miljoen Nederlanders direct en indirect de vruchten. Ook bij het minder goed functioneren, raakt het corporatiebeleid niet alleen deze mensen, maar de Nederlandse samenleving in de volle breedte.

Woningcorporaties functioneerden – zeker op het eerste gezicht – jarenlang zonder veel problemen. Financieel groeiden de bomen tot in de hemel en het werkveld werd – daartoe overigens aangespoord door het Rijk en gemeentelijke overheden – steeds breder. De afgelopen jaren kwamen echter bij tal van corporaties bestuurlijke en organisatorische problemen boven tafel en bleek dat, gelet op het aantal ontsporingen, het niet meer ging om louter incidenten. De bovendrijvende problemen duidden op meer structurele problemen en negatieve ontwikkelingen in de corporatiebranche.

Zaken als gebrekkig toezicht, fraude, zelfverrijking, mismanagement, bestuurlijk wanbeheer, geflopte en peperdure bouwprojecten, overbodige grondaankopen en speculatieve beleggingen leverden de afgelopen jaren de nodige commotie op.

Vorige