Woningcorporaties: Wat ging er mis? Hoe moet het verder?

NIEUWS - De parlementaire onderzoekscommissie Woningcorporaties begint volgende week met haar openbare verhoren. Centraal daarbij staat de vraag: hoe nu verder?

Wat er mis ging

Op de Nederlandse (huur)woningmarkt spelen woningcorporaties een cruciale rol. De bijna vierhonderd corporaties die ons land telt, verhuren aan 2,4 miljoen huishoudens een sociale huurwoning. Aan het functioneren van de woningmarkt leveren zij een belangrijke bijdrage.

Daarvan plukken meer dan vijf miljoen Nederlanders direct en indirect de vruchten. Ook bij het minder goed functioneren, raakt het corporatiebeleid niet alleen deze mensen, maar de Nederlandse samenleving in de volle breedte.

Woningcorporaties functioneerden – zeker op het eerste gezicht – jarenlang zonder veel problemen. Financieel groeiden de bomen tot in de hemel en het werkveld werd – daartoe overigens aangespoord door het Rijk en gemeentelijke overheden – steeds breder. De afgelopen jaren kwamen echter bij tal van corporaties bestuurlijke en organisatorische problemen boven tafel en bleek dat, gelet op het aantal ontsporingen, het niet meer ging om louter incidenten. De bovendrijvende problemen duidden op meer structurele problemen en negatieve ontwikkelingen in de corporatiebranche.

Zaken als gebrekkig toezicht, fraude, zelfverrijking, mismanagement, bestuurlijk wanbeheer, geflopte en peperdure bouwprojecten, overbodige grondaankopen en speculatieve beleggingen leverden de afgelopen jaren de nodige commotie op.

De financiële problemen van woningcorporatie Vestia als gevolg van ongeoorloofde speculaties vormen daarvan tot nog toe het meest trieste dieptepunt. Ter illustratie: alleen om de problemen van deze corporatie op te lossen is meer dan twee miljard euro nodig. Dit bedrag dient door Vestia-huurders, andere corporaties en de overheid te worden opgebracht.

De politiek grijpt in

Voor de Tweede Kamer was het Vestia-debacle de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen. Eind 2012 besloot daarom de Tweede Kamer een parlementair onderzoek in te stellen naar het functioneren van woningcorporaties gedurende de afgelopen jaren. In april 2013 werd de parlementaire onderzoekscommissie Woningcorporaties ingesteld.

De commissie die wordt bijgestaan door ambtelijke deskundigen bestaat uit de volgende Tweede Kamerleden: Roland van Vliet (Lid van Vliet, voorzitter), Ed Groot (PvdA, vicevoorzitter), Anne Mulder (VVD), Farshad Bashir (SP), Peter Oskam (CDA) en Wassila Hachchi (D66).

Het is de bedoeling dat de commissie inzicht krijgt in het functioneren van de woningcorporaties en daaruit lessen trekt voor de toekomst. Zij verricht daartoe zelfstandig onderzoek en kan ook deskundigen horen en betrokkenen oproepen om te worden gehoord. Het onderzoek van de enquêtecommissie behelst een periode van circa twintig jaar, met als beginpunt de verdere verzelfstandiging van de woningcorporaties begin jaren negentig.

Het onderzoek wordt in een aantal fasen uitgevoerd: Vorig jaar zijn verschillende literatuurstudies verricht, deelonderzoeken gedaan, werkbezoeken gebracht en, doorlopend naar 2014, omgevingsanalyses uitgevoerd en besloten voorgesprekken gevoerd.

De openbare verhoren: hoe verder?

Vanaf volgende week treedt de commissie in het openbaar en zullen, vanaf 4 juni tot en met 15 juli, openbare verhoren worden gehouden. Naar verwachting van de commissie zullen de afronding van het onderzoek en de eindrapportage in het najaar van 2014 plaatsvinden.

Welke vragen zal de commissie op tafel leggen? Wie zullen worden gehoord en wat leveren die verhoren op? Komen er nieuwe feiten over het reilen en zeilen van de corporaties boven tafel? Zal de commissie op de vraag hoe dit allemaal zo gekomen is antwoord kunnen geven? Wat zullen de lessen voor de toekomst zijn?

Maar ook: hoe was de opstelling van de overheid en welke rol speelden de toezichthouders? Zullen de uitkomsten van de enquête ook op de kabinetsvoornemens ten aanzien van de corporaties, zoals in het woonakkoord afgesproken, van invloed zijn?

In het woonakkoord staat namelijk, dat de corporaties terug moeten naar hun kerntaken. Het toezicht op de instellingen moet bij de gemeenten worden gelegd en de omvang van en schaal waarop corporaties mogen werken, wordt beperkt. Zullen de huurders het mogelijke reorganisatiegelag gaan betalen?

Veranderingen in de relatie tussen Rijk en gemeenten, de corporaties en huurders lijken welhaast onvermijdelijk om een
sociaal volkshuisvestingsbestel te laten voortbestaan. Of de corporaties daarbij – in hun huidige opzet – al dan niet hun langste tijd hebben gehad, kan nu nog niet worden gezegd.

Sargasso zal de komende tijd regelmatig over de commissieverhoren berichten.

Afbeelding: de onderzoekscommissie

  1. 1

    Grote woningcorporaties zoals Vestia zijn too big to fail (of zo worden ze tenminste behandeld door de overheid). Ze worden geacht als bedrijven te werk te gaan (met mensen aan de top die op een commerciele manier denken) maar de overheid laat niet toe dat ze op hun bek gaan bij falend beleid. Waarom zou dat niet onherroepelijk leiden tot een aanzuigende werking op allerlei graaiers en andere snelle jongens? Ik zie niet in welke lessen er hier geleerd kunnen worden die de problemen kunnen oplossen zonder die basale structuur (corporaties als commerciele bedrijven die de overheid niet failliet laat gaan) te veranderen.

  2. 2

    Of krijgen we wat we al wisten.
    – terug naar minder grote mega corporaties
    – beter toezicht ook op beloningen
    – geen speeltjes en andere fratsen

    “Veranderingen in de relatie tussen Rijk en gemeenten?”
    Van een parlement die steeds met zo”n verandering instemt, is dat niet te verwachten. Net als nu betaalt de huurder het gelag, wie anders?

  3. 4

    Ronald van Vliet is anders maar wel oprecht en terzake kundig.
    Dat van de PVV moeten we hem maar vergeven.
    Hij is een van de weinigen die goed kunnen rekenen en analyseren.
    Er zitten te veel communicatie specialisten in de 2e kamer en te weinig mensen die uit het mkb bedrijfs leven komen .
    Als er meer evenwicht geweest was, was dit niet gebeurd en ook het probleem met de zorg niet ontstaan.
    Het banken/verzekeringsdrama ,de woningbouw en de zorg zijn de 3 grote problemen die de crisis veroorzaakt hebben.
    Als je deze problemen oplost is de crisis voorbij.
    Zo niet blijft het door modderen.

  4. 5

    @4: Hij is gekozen toen hij nog lid was. Zijn deskundigheid doet er niet toe. Je laat de PVV niet het parlement vertegenwoordigen.

    Kijk beste mensen, onze parlementaire commissie wordt voorgezeten door een lid van de mensafzeikende PVV.

  5. 7

    @5: PVV is een keurige democratische partij die een substantieel deel van het electoraat vertegenwoordigd. Je kunt er maar beter aan wennen dat er ook ander opvattingen zijn de jouwe, de PVV is born here!

  6. 8

    @7 – De PVV is geen democratische partij. Om te beginnen heeft de PVV slechts één lid, Geert Wilders, die uiteindelijk alles bepaalt binnen die partij. Lekker democratisch. Dat is ook precies waarom allerlei PVV-fractieleden het schip voortijdig verlaten: ze lopen tegen een muur van onwil en intrige op.

    Ten tweede bestaat het partijprogramma er vooral uit om allerlei antidemocratische wetten door te voeren, die tweederangsburgers maken van kleurlingen (moslimallochtonen, Antillianen).

    Daarnaast is de PVV geen keurige partij. Ze is een partij die drijft op het uitbaten van de afkeer van vreemdelingen. En ze bestaat voor een significant deel uit dubieuze types: brievenbuspissers, fraudeurs, vrouwenmeppers, kopstotenuitdelers, Apartheidsverheerlijkers en ga zo maar door.

  7. 10

    @7: Kijk aan. De PVV probeert zich als keurig te profileren. Nog even en ze schurken aan tegen het establishment, houden de hand op om subsidie te krijgen en lopen alle recepties af om te netwerken.

  8. 11

    De directeuren van de desbetreffende woningbouworganisaties hebben zich schaamteloos verrijkt en de burgers met de kosten opgezadeld. Hier moet de rechter zich over uitspreken. En mag het recht hier zegevieren.