Toezicht met platte pet?

OPINIE - Het probleem van de woningcorporaties is niet een gebrek aan toezicht, maar een verkeerde opzet van het systeem waarbinnen zij opereren.

De eerste verhoren van de parlementaire enquete hebben plaatsgevonden. Mijn verwachtingen waren beperkt, maar ik ben er niet vrolijk van geworden. De leden stelden open vragen, alsof de trainingen van vroeger nooit zijn herhaald.

Ook opmerkelijk: het rapportje van de Algemene Rekenkamer, dat een beetje door de ruimte zweefde; ik heb het van de website geplukt en even goed gelezen. Helaas, ook daarvan werd ik niet echt verheugd, dan wel verlicht.

Over toezicht

Omdat ik de praktijk van vroeger ken en betrokken ben geweest bij de veranderingen van de laatste jaren, deel ik maar even mijn emoties met u allen.

Ooit dienden wij het ‘belang der volkshuisvesting’, summier beschreven in het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV), maar zeker niet sluitend gedefinieerd. Er was een woud aan regelingen, met een samenvallende norm: op een bepaalde datum diende je de plannen in bij een goed bemand kantoor van de hoofdingenieur-directeur Volkshuisvesting (HID) in de provincie. Daar werkten in mijn tijd bij VROM landelijk meer dan 500 man.

Na de nota ‘Volkshuisvesting in de negentiger jaren’, werd dat beeld anders: door het verdwijnen van nagenoeg alle subsidieregelingen werd de formatie van de HID-kantoren ingekrompen tot circa 200 personen. Is dat vermeldenswaard? De Algemene Rekenkamer beweert, sprekend over de laatste twintig jaar: ‘Uit ons onderzoek blijkt dat die capaciteit (voor volkshuisvestelijk toezicht) zich min of meer permanent rond de tien FTE’s heeft bewogen’ (p.29).

Dat is op zijn minst onjuist en onvolledig. De beginformatie van de Inspectie Volkshuisvesting in de provincie was rond 195 personen. Pas in 2002 gingen die op in de VROM-inspectie en nam de bezetting voor volkshuisvestelijk toezicht verder af.

Inmiddels zijn over het toezicht bijna jaarlijks rapporten uitgebracht door commissies van verstandige en hoogstaande mensen. Zij concluderen ook allemaal nogal gelijkluidend: intensiveer, professionaliseer, baken taakveld af. Ook de ARK doet dat en Blok ziet het als ondersteuning van zijn beleid. Ik heb beleefde twijfels of het gaat werken.

De reden voor die twijfel is simpel: je kunt niet achter elke corporatie-medewerker een platte pet posteren. Toezicht moet worden ontwikkeld vanuit de kwaliteit van een systeem, moreel en vakmatig. De toezichthouder als politie-agent zal altijd falen. (Daarmee is niet gezegd dat die politieman helemaal overbodig is.)

Over systeemverantwoordelijkheid

Soms is het openbaar verhoor ook wel even leuk, bijvoorbeeld toen Dick Tommel werd bevraagd over de strijdigheid van het begrip ‘systeemverantwoordelijkheid’ en het toch in individuele gevallen corrigerend optreden. Mijn oude chef kwam er wel uit, maar het is een kernpunt.

De minister moet krachtens de grondwet verantwoordelijk zijn voor het systeem: werkt het naar behoren? Dat betekent dat hij niet kan worden bevraagd over individueel handelen van corporatie X in gemeente Y. Het is de spanning centraal versus decentraal: ‘Den Haag’ kan niet tegen de gedachte ergens niet over te gaan, dus wordt het begrip ‘systeemverantwoordelijkheid’ verzonnen. Het probleem is daarnaast dat wij groot gelijkstellen met professioneel en dus met kwaliteit, dus Vestia was ‘too big to fail’ geworden.

Zo kwam het dat de politiek zich druk bleef maken over individueel handelen van een corporatie. In mijn rol bij de Inspectie Volkshuisvesting deed ik dat ook en poogde bij een kleine corporatie te interveniëren. Na maanden met procederen, overleggen en bewindvoerders, hielden we er maar mee op. Het ‘geheim van Den Haag’ was volgens mijn plaatsvervangend Directeur-Generaal dat het Besluit beheer sociale-huursector (BBSH) onvoldoende juridische basis bood om dwingend te kunnen ingrijpen. Dat kon beter in stand blijven.

Over nodeloze complexiteit

Soms laat de rapportage van de Algemene Rekenkamer echt gaten vallen. Op p.15 gaat het over interpretatieruimte in de EU-regels over de ‘commerciële plint’. Elke corporatie directeur kent het probleem van de integrale projecten: waar trek je een lijn tussen wonen en andere ruimte?

Als ik het me goed herinner werd daarover maandenlang overlegd tussen grote accountants, Aedes en de fiscus. Dat overleg leidde tot een dik boek, dat moest worden getekend, opdat de fiscus de ondertekenaars als houder van een ‘ruling’ kon beschouwen.

De Algemene Rekenkamer meldt: ‘In de praktijk worden commerciële plinten ter grootte van maximaal 10% van het vloeroppervlak toch nog toegestaan.’ In mijn beeld is dit geen uitwas in de dagelijkse praktijk, maar druk vanuit de fiscus geweest, waar een ‘ijzeren driehoek’ van accountantsbureaus en Aedes aan hebben mede gewerkt. Uiteindelijk zijn er voldoende handtekeningen door de corporaties gezet.

Er werd niet echt meegewerkt aan de regels over verbindingen, zegt de Algemene Rekenkamer. Het zou kunnen, maar als je voor elk integraal plannetje (woningen en onder in een winkeltje) dubbele administraties moet voeren en rechtspersonen moet oprichten, heb ik een idee hoe dat komt.

En nu?

Het is wat met die nevenactiviteiten: sinds 2007 is er verlies op gemaakt, zegt de Rekenkamer vol verwijt. Tja, moesten corporaties in tijden van crisis niet een Keynesiaans beleid gestalte geven, toen door lichtzinnige regulering in de financiële sector een mondiale crisis ontstond?

Kan de Algemene Rekenkamer een onderneming in de vastgoedsector noemen, die winst maakte? Het ging toch over de laatste twintig jaar, dus waarom kijken we nu ineens vanaf 2007?

Vooralsnog ben ik nog niet van mening veranderd: niet de Maserati is interessant, maar de fundamentele vragen, die het stelsel oproept: zou een herstel van de organisatie, met binding aan huurders en woningzoekenden niet beter zijn, zou een kleinere schaal niet beter zijn?

Met een betere systeemkwaliteit los je meer op dan met een beter toezicht.

  1. 1

    En weer een softe verhoormethode, pluk ze, die onverantwoordelijke directeuren, pak ze hun verrijkspeeltjes af, doe het heren rechtsgeleerden anders gaat het volk straks los!