Woningcorporaties: een uniek bestel. Maar betaalt de huurder het gelag?

REPORTAGE - Wordt het takenpakket van woningcorporaties stevig ingeperkt of komt er een veel fundamenteler hervorming aan?

De openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties zijn afgelopen woensdag begonnen. Na twee dagen van verhoren begint zich een klein beetje een beeld af te tekenen van hoe de commissie zich heeft voorbereid en hoe ze te werk gaat. De contouren van meer dan een jaar lang onderzoekswerk worden al enigszins zichtbaar.

Eergisteren werden achtereenvolgens Jan van der Schaar, oud-ambtenaar en volkshuisvestingsdeskundige, Arnoud Vlak, expert in de waardering van vastgoed, Arnold Moerkamp, voormalig directeur ministerie van VROM , en oud-staatssecretaris volkshuisvesting Dik Tommel gehoord.

Gisteren werden gehoord: Martien Kromwijk en André Thomsen, oud-bestuurders van Woonbron, en de voormalige extern toezichthouder Hans Zwarts, die in opdracht van minister Van der Laan het renovatiefiasco van het stoomschip Rotterdam aanpakte en de ondergang van Woonbron wist te voorkomen.

Monasch blikt vooruit

Zijn er al wat voorlopige conclusies te trekken? Dat de materie in politiek Den Haag leeft, lijkt wel duidelijk. PvdA-Kamerlid Jacques Monasch gaf van die betrokkenheid gistermorgen in een kort radio-interview een treffende illustratie.

Volgens Monasch had het nooit zover mogen komen en heeft de politiek gefaald. Gelukkig heeft de regering in het woonakkoord al een voorschot op de uitkomsten van de enquêtecommissie genomen. Plannen worden uitgewerkt om het toezicht op de corporaties te verscherpen en hun taken te beperken. Het lijkt hem goed de bevindingen van de commissie af te wachten en deze bij de noodzakelijke stelselwijzigingen te betrekken.

Aan de onduidelijkheid rond de vraag wie precies de eigenaar is van het sociale woningbezit, moet volgens hem maar eens einde komen. Monasch: ‘Eigenlijk zijn de corporatiewoningen van niemand.’ Volgens hem wordt het tijd dat de huurder nadrukkelijk weer in beeld komt. De vorming van wooncoöperaties is daartoe wellicht een optie

Zomaar wat tamelijk onverwachte oprispingen van een lid van de Tweede Kamer. Neemt hij een voorschot op wat de parlementaire enquête zal opleveren en zoekt hij op voorhand dekking? Of is hij, blijkens de direct voorgaande alinea, juist bekeerd en keert hij zich af van de marktwerkingsfilosofie achter de voorstellen in het woonakkoord?

De eerste indrukken van de verhoren

Alles overziende lijken een paar dingen na twee dagen verhoren duidelijk te worden. De gevolgen van de verzelfstandiging van de woningcorporaties in de jaren negentig zijn door de politiek niet of nauwelijks overzien. Corporaties maakten vanaf het midden van de jaren negentig (te) gretig gebruik van de mogelijkheden die hen werden geboden. Na 2000 konden woningcorporaties zelfs hun gang gaan.

De financiële voordelen van de vereffening van de subsidietoezeggingen aan de corporaties met de aflossingsverplichtingen van de corporaties van rijksleningen – de zogenaamde bruteringsoperatie – werden rond de eeuwwisseling zichtbaar. De corporaties verbeterden hun financiële posities, profiteerden van de dalende rentes en kregen zo de beschikking over een aanzienlijk vermogen.

Onvoorziene gevolgen terugtredende overheid

Van toezicht vanuit het Rijk en of actieve politieke bemoeienis vanuit het parlement is sindsdien nog amper sprake. Het toezicht op en de samenwerking tussen de toezichthoudende instanties is onvoldoende georganiseerd. Toezicht vindt alleen nog achteraf plaats.

In betrekkelijk korte tijd volgden vele bewindslieden met steeds wisselende aandachtspunten elkaar op. Van de ontwikkeling van een volkshuisvestingsbeleidsvisie op langere termijn was geen sprake. De corporaties gaan zichzelf steeds meer zien als bedrijven: taken en activiteiten worden uitgebreid en al dan niet aangemoedigd door de overheden is men bereid steeds grotere risico’s aan te gaan. Dankzij schaalvergroting worden in deze jaren megacorporaties gevormd.

Ontwikkelingen in de afgelopen jaren

De professionalisering van de bedrijfstak gaat, zo leren de eerste verhoren, echter niet altijd gepaard met een meegroeiend professioneel intern toezicht van de raden van commissarissen. De corporatiedirecteuren – meestal aangeduid als directeur-bestuurders – lijken vaak moeilijk controleerbaar door de commissarissen. Ook de interne accountants laten hier en daar de nodige steken vallen.

De corporatiewereld blijkt erg klein te zijn. Iedereen kent iedereen en de overkoepelende organisatie Aedes is lange tijd meer een (reislustige) club van directeuren in plaats van een belangen- of brancheorganisatie. Bedrijfsorganisatorisch valt er kennelijk ook nog wel het nodige te verbeteren. De bedrijfskosten kunnen volgens één der getuigen minstens met een derde naar beneden.

Over de toekomst van corporaties

Gevraagd naar de toekomst van de corporaties lopen de meningen uiteen. Enkele ondervraagden achten het aanscherpen van de regels en de beperking van de taakuitvoering tot kerntaken voldoende. Anderen gaan veel verder en zien vooral in het expliciet betrekken van de huurders bij het beleid een mogelijke oplossing.

Naar verwachting van deskundige Jan van der Schaar zullen woningcorporaties slechts beperkte ontwikkelings- en beheerstaken overhouden. Consequentie is dat ook het zelfstandige financiële beleid van corporaties dan onder streng toezicht zal komen te staan.

De door Senator Adri Duivesteijn bepleite wooncoöperaties, inclusief de gedeeltelijke overdracht van woningen aan de huurders, worden door vrijwel alle getuigen als (denkbaar) alternatief genoemd. Een algemeen gedeeld gevoel dat ook door de meeste ondervraagden expliciet wordt uitgesproken, is dat de huurders niet opnieuw – zoals bij Woonbron en Vestia – voor miljarden het schip in mogen gaan vanwege risicovolle, branchevreemde en (vaak) verliesgevende activiteiten.

Getuige Van der Schaar achtte het niet per se nodig het huidige stelsel, ondanks de opborrelende problemen, geheel om te vormen. Hij sprak over het huidige systeem als een uniek succesvol volkshuisvestingsbestel.

Menig huurder zal daar de laatste jaren niet veel van gemerkt hebben. ‘Soberheid troef’ is het motto dat voormalig toezichthouder Hans Zwarts de corporaties graag voor de toekomst wil meegeven. Huurders zouden daarbij inderdaad flink gebaat kunnen zijn.

  1. 2

    @0: “De corporatiedirecteuren lijken vaak moeilijk controleerbaar door de commissarissen.”
    Ofwel veel commissarissen waren ongeschikt voor hun funktie, niet in staat en/of bereid tot deugdelijk toezicht.