Cyborg Sven

Sven Kramer. Bron: Flickr, Wynand van Poortvliet

Gisteren begonnen de Olympische Winterspelen in Vancouver. Dat betekent ook dat onze nationale wintersportheld Sven Kramer niet uit de media weg te slaan zal zijn. Op alle tv-zenders zullen we Svens machtige dijen vlakke schema’s zien rijden, op alle radiostations zullen microfoons de woorden die van Svens lippen als biefstukken rollen als het evangelie de wereld in worden gezonden en in alle kranten zullen verpletterde tegenstanders Sven met lofbetuigingen overgieten.

Het zullen kortom barre tijden zijn.

Want Sven Kramer, dat is vervolmaking van de oude DDR-droom van de mens als emotieloze sportrobot. Rechtstreeks weggeplukt uit een seksuele fantasie van Ayn Rand rijdt hij schaats, niet om te winnen, maar om de middelmaat te verpulveren. Soms doet hij net of het niet zo goed gaat en rijdt hij een tijdje gelijk op met de tegenstander om dan halverwege, net als de hoop bij die opponent begint te bloeien dat Sven het deze keer niet doet om te pesten, maar gewoon echt niet harder kan, flink te versnellen. Al snel ziet de vernederde Bøkko, De Jong of Fabris niet veel meer dan het achterste van Sven. Het is een statement: “Kiss my supermuscular ass.”

De sporter op wie Kramer het meest lijkt is Lance Armstrong. Ook dat bezetene, ook die perfectie, ook dat steeds harder gaan naarmate de mensen een grote hekel aan je krijgen. De enige fan van Lance Armstrong en Sven Kramer is dan ook de persoon die dezelfde mentaliteit aan den dag legt als het om presenteren gaat: Mart Smeets. Alle drie zijn het winnaars.

Ik ben geen winnaar. De meeste mensen zijn geen winnaar, als is het maar omdat er voor elke winnaar tenminste één verliezer moet zijn en meestal veel meer. Daarom zien we liever sporters die zowel verliezen als winnen. Het liefst zelfs sporters die meestal verliezen, maar dan net op dat belangrijke moment boven zichzelf uitstijgen. Zoals Gerard van Velde, die tot twee maal toe op twee honderdste van een seconde een bronzen medaille op de 500 m mist en dan in Salt Lake City de race van zijn leven rijdt op de 1.000. Of Bob de Jong, die in Turijn dan eindelijk die gouden medaille pakt. Ook houden we van sporters die falen onder de druk, zoals we zelf vrezen dat we zouden falen, maar uiteindelijk dan toch overwinnen. Dit jaar hopen we daarom zelfs in Nederland dat Jeremy Wotherspoon eindelijk die medaille wint. “Hij heeft er recht op,” zeggen we dan. Want rechtvaardig moet de wereld zijn.

Van Sven hopen we niet dat hij de medaille wint; we weten het. En we bewonderen hem er voor. Maar echt liefde is toch meer iets voor tussen mensen dan tussen mens en cyborg.

  1. 1

    Zoals ?wij? ook vrede hebben met een WK-winst voor Brazilie, omdat ze het daar al zo slecht hebben.

    semi OT: Is deze ?cyborgmentaliteit? niet een vereiste bij de buiten- buiten- categorie topsporters?
    Zie naast Lance en Sven ook: Michael Jordan, Tiger Woods, Pete Sampras (ja, ik vind hem beter dan Federer), Michael Johnson.

  2. 4

    “Rechtstreeks weggeplukt uit een seksuele fantasie van Ayn Rand rijdt hij schaats, niet om te winnen, maar om de middelmaat te verpulveren.”

    Een zin die mijn zaterdagmiddag weer goedmaakt.

    Fans van Max Schmeling beweren overigens dat hij feitelijk een betere bokser was dan Max Baer en Joe Louis, maar uit principe weigerde te winnen van boksers die door zijn Nazi-broodheren als minderwaardige mensen werden gezien. Ik weet niet of het waar is.

  3. 5

    Je rationaliseert aardig waarom ook ik weinig heb met Sven Kramer als persoon, maar ook als sporter. Het lijkt hem simpelweg aan te komen waaien. Dat zal wel niet zo zijn, maar dat is de indruk.

  4. 6

    Poepoe zeg, zeker allemaal geen echte schaatsfans hier.

    Alsof Sven een cyborg is. De jongen heeft ook echt wel gevoelens. Je had hem moeten zien toen Fabris hem een keer klopte. Boos, kwaad, het jongetje waarvan de lolly gestolen was. De wraaklustige gevoelens waren dusdanig sterk dat een week later, zonder enige reden, hij totaal uit zijn slof schoot, alleen om zíjn wereldrecord terug te pakken.

    Kramer is geen winnaar, maar iemand die niet tegen verliezen kan.

  5. 13

    Natuurlijk moeten topsporters tegen hun verlies kunnen. Er kan maar 1 winnaar zijn en er zijn meerdere topsporters.
    Als ze niet tegen hun verlies kunnen, kan het na 2 nederlagen al mentaal met ze afgelopen zijn. Een nederlaag moet ze prikkelen tot een revanche.
    In veel sporten moet je durven te verliezen (vanwege de risico’s die je neemt) om te winnen.
    Sven Kramer is buitencategorie in de lange afstanden bij het schaatsen, met de kanttekening dat schaatsen alleen in Nederland maximaal ontwikkeld is.
    Als bijv. de Fransman Contin van jongsaf dezelfde opleiding en begeleiding als Kramer gehad zou hebben, zou ik het nog moeten zien wie zou winnen op deze afstanden.

  6. 14

    Ik moet zeggen dat we als gevolg van een voor hem ongunstige loting en een onverwacht hard rijdende Koreaan een veel menselijkere en daarom sympathiekere Kramer hebben gezien dan in de hele aanloop naar de OS toe.

  7. 15

    @14
    Wellicht was die loting nog geeneens zo ongunstig, want volgens de berichtgeving was de baan de laatste 2 ritten wit uitgeslagen. Voor kenners: iets minder snel.

  8. 16

    @Martijn: je laat een ding onderbelicht en dat is dat Kramer nu ook moet de druk om moest gaan. Dat was misschien nog wel het moeilijkste. En @14: die rit in Heerenveen (?) voor de WB waar hij niet helemaal fit, toch nog even in twee rondjes over Bokko heen knalde en de Jong zelfs nog een paar honderdste te snel af was, verdiende ook al een diepe buiging.

  9. 17

    @16: Maar dat is nou net Kramer op zijn vervelendst. Dat verbetene, dat ook bij een relatief onbelangrijke wedstrijd per sé de beste willen zijn. Ook typisch Krame is deze uitspraak na het winnen gisteren: “Ik dacht: ‘Ze komen er nog onderdoor’ Maar bij lange na niet. Ik was gewoon de beste.” Feitelijk correct, maar je hoeft het zo niet te zeggen.

  10. 19

    @17 Als je niet zo denkt, win je ook niet. Zeker niet in individuele sporten als schaatsen, die ook nog eens op time-trial basis worden uitgevochten.

    Kramer’s taak is het niet om aardig te zijn. En als iemand goud heeft gewonnen, dan mag je hem of haar toch wel een beetje arrogantie toestaan.

    @18 Haha; was dat NBC!?!

  11. 21

    Die Kramer is gewoon een echte winnaar. Zelfverzekert van zijn eigen kunnen en kan niet tegen z’n verlies. Dat zijn de eigenschappen die je nodig hebt in de absolute top. Je moet mentaal onverstoorbaar zijn. Maar daarom is de kritiek op hem dat hij een cyborg is nog niet terecht. Je had hem wellicht beter een Amerikaan kunnen noemen. Gewoon jezelf lekker de allerbeste vinden en het nog zijn ook:)

  12. 23

    @18: Hij heeft wel een punt, maar die reporter wou wss gewoon een mooi stukje TV maken, ( “I’m sven Kramer, speed skater and I just won the olympic gold medal” ) maar koos daar totaal het verkeerde moment voor. Eigen schuld die reactie..

    Enigzins jammer vind ik dit artikel. Hij is gewoon de allerbeste, dat heeft hij bewezen. Dan vind ik deze mentaliteit er wel bij passen. Je hoeft geen publiekslieveling te zijn als je de beste bent, en we ‘houden’ toch wel van hem, omdat hij zo oppermachtig is..

  13. 24

    Tering wat ben jij zuur zeg…

    zeker zelf nooit voorbij een houten stoel gekomen..

    De man is een van de beste schaatsers van de wereld dit moment. En dat heeft hij aan zichzelf te danken.
    Dat hij stoer doet is dus gewoon gepaste arrogantie.

    Je mag in Nederland nergens goed in zijn of er beginnen weer mensen te zeiken.
    Donder toch op met die maaiveld mentaliteit.

    En wees is trots op een fries

  14. 26

    @24: De man is een van de beste schaatsers van de wereld dit moment. En dat heeft hij aan zichzelf te danken.

    Wordt dat ergens in het artikel ontkend?

    Dat hij stoer doet is dus gewoon gepaste arrogantie.

    Nee, dat Kramer arrogant stoer is, is een vervelend trekje van zijn persoonlijkheid. Eén waar zo mogelijk nog betere schaatsers als Eric Heiden en Koss in veel mindere mate last van hadden.

    e hoeft geen publiekslieveling te zijn als je de beste bent

    Het hoeft niet, maar het mag wel.