Tambora
RECENSIE -
Het was een klein stukje in Kijk, een kleine veertig jaar geleden: iedereen kende de uitbarsting van de Krakatau, las ik, maar niet heel lang daarvoor was er, eveneens in Nederlands-Indië, een veel grotere vulkaanuitbarsting geweest, die de hele wereld had geschokt. Ik heb dat altijd onthouden, zelfs al wist ik de naam van de vuurspuwende berg niet meer. De wereldwijde impact van de vulkaanuitbarsting stond vanaf toen ergens op mijn mentale landkaart, met nog zoveel andere weetjes die je als jonge puber opdoet uit Kijk, uit de boeken van Jules Verne, uit Kuifje.
Tambora, zo heette de vulkaan, hij beheerste het eiland Soembawa en hij ontplofte in 1815. “De grootste natuurramp sinds mensenheugenis” noemt Philip Dröge de gebeurtenis in zijn boek De schaduw van Tambora, dat een paar weken geleden is verschenen. Ik heb het in één adem uitgelezen. Het is jaloersmakend goed.
Hoewel het boek begint met de uitbarsting zelf, gaat het daar eigenlijk niet over. Het gaat vooral over de gevolgen. Simpel gezegd: de explosie had de kracht van 34.000 megaton TNT of, zoals Dröge het aanschouwelijk maakt, “anderhalf keer de verzamelde explosieve kracht van alle kernwapens die de grootmachten in de Koude Oorlog op elkaar hadden gericht”. Door de aardschokken veranderde het landschap en ontstond een vloedgolf. 150 kubieke kilometer gesteente werd ruim veertig kilometer de lucht in geblazen, dwars door de ozonlaag heen. Stenen zo groot als auto’s vielen neer in de omgeving, de as dwarrelde wat later neer en bedekte enorme gebieden, terwijl de uitgebraakte zwavel het langst bleef zweven. Die werd door de wind verspreid – over Nederlands-Indië, over Bengalen, Zwitserland en de oostkust van Amerika.





